Monde­linge Vragen Ouwehand over toestaan van nieuwe mega­stallen


13 maart 2012

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl


Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Nederland wil geen megastallen en de staatssecretaris eigenlijk ook niet. In Grubbenvorst komt een stal voor 1,2 miljoen kippen, in Nijensleek voor 10.000 varkens en in Diessen voor 16.000 varkens. De staatssecretaris heeft in het debat van vorige week en al eerder gezegd dat hij provincies en gemeenten heeft gevraagd om niet mee te werken aan de vergunningverlening voor megastallen. Volgens hem houden provincies en gemeenten zich daar goed aan. Het was de derde keer dat de staatssecretaris dit zei en wij hoorden een haan kraaien. Dat bleek ook, want Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel hebben een dag na dit debat via de media laten weten geen gehoor te geven aan de oproep van de staatssecretaris. Ondanks zijn oproep zullen zij in Overijssel de bouw van megastallen dus blijven toestaan. Nu is duidelijk dat de vrijwillige basis onvoldoende is om een einde te maken aan de vergunningverlening voor megastallen in ons land.
De Partij voor de Dieren wil dat de staatssecretaris nu een juridische maatregel treft om anticipatie, zoals wij die in Brabant hebben gezien, te voorkomen en om ervoor te zorgen dat de hele sector weet dat er niet wordt meegewerkt aan de vergunningverlening voor een megastal, totdat de staatssecretaris zijn voorziening wettelijk heeft voorbereid. Ik krijg hier graag een reactie op.

Staatssecretaris Bleker:
Voorzitter. De provincie Overijssel heeft twee à drie jaar geleden een provinciale omgevingsvisie vastgesteld. Die heeft de status van een structuurvisie en is bindend voor de gemeentelijke bestemmingsplannen. In die visie staat dat een gemeente, die wil werken met een bouwblok voor een agrarisch bedrijf groter dan 1,5 ha, dat gepaard zal moeten laten gaan met extra investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. In die bestemmingsplannen zal niet getoetst worden op de 300 nge, waar mevrouw Ouwehand over spreekt en die door sommigen wordt aangemerkt als de grens voor het maximaal aantal dieren dat is toegestaan. Deze informatie is dus ook niet in die bestemmingsplannen opgenomen.

Is het nu zo dat de provincie Overijssel actief de bouw bevordert van veel grotere stallen dan waar wij nu over spreken? Dat is niet het geval.

In de huidige situatie bestaat echter al een aantal jaren een structuurvisie, met kracht van wet. Mevrouw Ouwehand heeft mij ooit gevraagd om ervoor te zorgen dat niet wordt meegewerkt aan de wijziging van bestemmingsplannen om grotere stallen dan wij grosso modo wenselijk achten, te faciliteren. Ik zal de Kamer binnenkort informeren over de vraag of in de provincie Overijssel is meegewerkt aan grotere stallen dan waar wij hier over spreken, door wijziging van bestemmingsplannen toe te staan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De staatssecretaris heeft het over stimuleren. Dat moest er nog eens bij komen! Het gaat erom dat wij hier hebben afgesproken, ook de staatssecretaris, dat megastallen onwenselijk zijn. In het debat van vorige week heb ik al gewezen op de juridische onzekerheden die zich kunnen voordoen, als de staatssecretaris alleen werkt aan een voorziening maar die niet duidelijk van kracht laat zijn. Hij gaat daar niet op in, ook niet op anticipatiegedrag. Er ligt een motie, waarover straks wordt gestemd, over meer dan twintig megastallen waarvoor nu vergunningen zijn aangevraagd en waar provincies en gemeenten aan meewerken. Dat moet de staatssecretaris niet willen. Ik vraag de staatssecretaris om vrijdag aanstaande in de ministerraad voor te stellen om in de Staatscourant te publiceren, vooruitlopend op zijn voorziening, dat megastallen niet langer zullen worden gefaciliteerd en dat daar geen vergunningen voor komen. Dan wordt het voor de sector duidelijk en weet iedereen waar die aan toe is. Dan kan er geen juridisch gebakkelei ontstaan als de voorziening er eenmaal is.

Staatssecretaris Bleker:
Ik zal het voorstel om een anticipatiewetgeving tot stand te brengen niet volgen. Ik zal uiterlijk 15 juni komen met een wetsvoorstel waarmee het mogelijk wordt, een grens te stellen aan het aantal te houden dieren per bedrijfslocatie. Daarbij zal het uitgangspunt zijn dat op een bedrijf minimaal twee normale gezinsinkomens verdiend moeten kunnen worden en dat het aantal dieren dat daarbij hoort, in ieder geval en ook in de toekomst mogelijk moet zijn. Met een dergelijk voorstel kom ik dus in juni. Wij gaan verder geen onnodige, overhaaste wettelijke tussenstappen zetten. De situatie rechtvaardigt dat ook niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil van de staatssecretaris de garantie dat de voorziening waar hij nu aan werkt en de toepassing ervan, als die voorziening klaar is op 15 juni, niet leiden tot juridische conflicten. Ik heb daar vorige week ook al op gewezen. Een boer moet dan niet kunnen zeggen dat de provincie Zuid-Holland keurig gehoor heeft gegeven aan de oproep van de staatssecretaris en geen vergunning heeft verleend, maar dat in Overijssel wel een vergunning is verleend en dat hij op basis van onduidelijk criteria op zijn aanvraag geen vergunning krijgt. Die garantie durft de staatssecretaris niet te geven. Ik doe een heel constructief voorstel om vast in de Staatscourant duidelijk te maken wat wij wel en wat wij niet geaccepteerd willen zien. De staatssecretaris wil daar niet op ingaan. Betekent dit dat hij willens en wetens voor de bühne een mooi verhaal houdt dat hij geen megastallen wil en met een voorziening komt, maar dat hij ook stiekem in zijn hart wel weet dat deze maatregel straks niet kan worden toegepast?

Staatssecretaris Bleker:
Het antwoord op de laatste vraag is nee. Wij hebben verleden jaar december in de Kamer een debat gevoerd over de veehouderij naar aanleiding van het rapport van de commissie-Alders. Op basis daarvan heb ik gezegd dat ik met een wetsvoorstel kom. Dat wetsvoorstel is in aantocht. Ik geef globaal de redenering aan die aan het wetsvoorstel ten grondslag zal liggen. Er is wel reden om met zo'n wetsvoorstel te komen, er is geen reden om wettelijk paniekvoetbal te spelen. Dat rechtvaardigt de situatie van nu niet. Daarom zeg ik dat het de bedoeling is dat er op 15 juni een wetsvoorstel bij de Kamer ligt. Dan kan de discussie, ook over de grenzen die wij willen stellen, inhoudelijk gevoerd worden. Die discussie moeten wij ook nog voeren. Waar leggen wij dan ongeveer de grens?

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Snijder.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
De staatssecretaris legt met zijn wettelijke voorschriften een link met het gezinsinkomen van ongeveer twee bedrijfseenheden; ik hoor hem zeggen "bedrijfshoofden". Ik heb de staatssecretaris vorige week horen zeggen dat er ook een link is met het rapport van de Gezondheidsraad. Ik dacht dat dat zijn lijn zou zijn. Ik hoor graag het antwoord van de staatssecretaris.

Staatssecretaris Bleker:
Het komt allemaal aan de orde in het wetsvoorstel. Ik heb meerdere malen, al vanaf december gezegd dat voor mij in ieder geval van belang is dat, als er een grens komt, in ieder geval op een nette manier twee volwaardige gezinsinkomens op een bedrijf moeten kunnen worden verdiend. Ik heb dat eerder gezegd en ik blijf dat zeggen. Vervolgens kun je dat toepassen per diersoort. Dat zal ik ook doen. Dan komen wij erover te spreken. Ik zal dat ook in goed overleg met de sector doen. De sector heeft er inmiddels contact met mij over opgenomen. Die wil er graag een gesprek over aangaan.

De heer Koopmans (CDA):
De CDA-fractie zal in elk geval geen conclusies trekken over het wetsvoorstel zonder dat het advies van de Gezondheidsraad er is. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of de norm die hij nu noemt dezelfde is die eerder door de regering is omarmd in het rapport van de commissie-Van Doorn.

Staatssecretaris Bleker:
Nee. Wij gaan met alle partijen om de tafel zitten. Ik heb een basis, een vloer gelegd. Wat mij betreft moet het in ieder geval mogelijk zijn, hoe die norm er ook uitziet, dat er op een bedrijf een aantal dieren is waarmee op een fatsoenlijke manier twee volwaardige gezinsinkomens zijn te genereren. Dat is het uitgangspunt. Vervolgens vul ik dat nader in, ook in overleg met partijen in de sector. De discussie die wij er hier over voeren, heeft inmiddels ook tot interessante gedachten uit de sector zelf geleid om mee te doen aan de discussie. Dat is volop gaande in de komende twee, drie maanden.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
De staatssecretaris geeft aan dat hij niet acuut met een wettelijke voorziening kan komen. Hij beloofde vorige week wel, in lijn met de motie-Van Veldhoven, een brief met een urgent appel aan de provincies om niet te bouwen voordat zeker is dat het gezond kan. Ik heb een heel eenvoudige vraag. Is die brief al verstuurd en, zo nee, kan dat dan gebeuren voor het eind van de week? De situatie schrijdt natuurlijk wel voort.

Staatssecretaris Bleker:
Die brief gaat voor het eind van de week uit. Ik heb overleg gehad met de gedeputeerde in Groningen; daar speelde de kwestie ook. Hij heeft mij verzekerd dat hij voor het moment dat het advies van de Gezondheidsraad afkomt geen onomkeerbare stappen zal zetten.

Mevrouw Hazekamp (PvdD):
De staatssecretaris heeft nog niet de garantie willen geven dat de wettelijke voorziening die hij straks treft geen juridisch gedrocht zal worden. Mijn vraag is of hij toch die garantie wil afgeven.

Staatssecretaris Bleker:
Het kan raar lopen. Na het debat dat wij in december hebben gehad, kom ik met het voornemen om met een wetsvoorstel te komen. Ik geef de intenties en randvoorwaarden globaal aan. Dat wetsvoorstel komt er; het ligt nog niet eens vast op papier. Nu moet ik de garantie afgeven dat het geen gedrocht zal worden. Dat vind ik raar. Hoe kan men vooraf bedenken dat iets een gedrocht kan worden? Dat kun je toch pas beoordelen als er iets ligt? Er komt een keurig wetsvoorstel met keurig overgangsrecht zoals dat in een rechtsstaat hoort.

De heer Van Gerven (SP):
Deze staatssecretaris gaat er met een gestrekt been in als het gaat om het afbreken van de natuur. Dan haalt hij alles uit de kast om provincies tot de orde te roepen. Maar als het gaat om een ongewenste megaontwikkeling in de intensieve veehouderij, een stal met meer dan een miljoen kippen of 35.000 varkens, kijkt hij weg. Dan kijkt hij de andere kant uit. 50.000 besmettingen met de Q-koorts, meer dan 24 mensen overleden, meer dan 1000 chronische besmettingen. Is de staatssecretaris bereid om aan alle provincies mee te geven dat ook in het kader van de volksgezondheid een pas op de plaats dringend noodzakelijk is en dat ook het afstandscriterium van 250 meter wordt gerespecteerd als het gaat om uitbreidingen van megastallen?

Staatssecretaris Bleker:
Het eerste heb ik gedaan. Ik heb de provincies en de gemeenten verzocht om het rapport van de Gezondheidsraad af te wachten alvorens onomkeerbare stappen te zetten. Als een provincie of een gemeente gehouden is een vergunningaanvraag te beoordelen, dient zij dat te doen op basis van de bestaande wet- en regelgeving en de vigerende bestemmingsplannen en omgevingsvisies. Dat heb ik reeds eerder aangegeven.

Gestrekt been of niet, de overheid heeft te handelen naar haar bevoegdheden. Op het terrein van natuur houden we een formele bevoegdheid krachtens de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg). In dit geval zijn de provincie en de gemeente op het terrein van de ruimtelijke ordening primair bevoegd, en hebben wij geen formele interventiebevoegdheid. Wij hebben ook geen grondslag om die te creëren. Wij gaan dat nu netjes doen via een wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor het antwoord. Hiermee zijn wij gekomen aan het eind van het mondelinge vragenuur.


Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Ik zal het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Staatssecretaris Bleker wilde zojuist in het vragenuur niet ingaan op vragen over anticipatiegedrag bij een dreigend verbod op uitbreiding van en vergunningverlening voor megastallen. Hij toverde ineens ook een overgangsregeling en overgangsrecht uit de hoge hoed, terwijl we al eerder vragen over dat onderwerp hadden gesteld. Ik verzoek daarom om de stemmingen over het VAO intensieve veehouderij uit te stellen en om een korte heropening van het debat in te plannen, zodat wij hierover nog moties kunnen indienen. Er zijn immers nieuwe feiten waarover wij eerder niet hebben kunnen spreken

De heer Koopmans (CDA):
Voorzitter. Ik ben daar namens onze fractie geen voorstander van. Wij hebben deze week ook nog een VAO over de Landbouwraad. Dat is ook altijd weer een gelegenheid voor het indienen van een ratjetoe aan moties. Ik zou dus zeggen: straks gewoon stemmen, want dan is voor iedereen in het land duidelijk wat er moet gebeuren.

De heer Van Dekken (PvdA):
Voorzitter. De PvdA-fractie steunt het verzoek.

De heer Van Gerven (SP):
Voorzitter. Het voorstel om de stemmingen hierover uit te stellen en om het debat te heropenen, lijkt mij een goed voorstel.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Voorzitter. Ik steun het verzoek. Ik zou van de staatssecretaris ook graag een brief willen waarin hij nader ingaat op wat hij bedoelde met dat overgangsrecht, zodat wij weten waarover wij spreken.

De heer Grashoff (GroenLinks):
Voorzitter. Wij steunen het verzoek van mevrouw Ouwehand en ook het verzoek om een brief.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Voorzitter. Wij steunen het verzoek niet, want het was een VAO en dat wordt in ieder geval niet heropend. Wat ons betreft, gaan we gewoon stemmen.

De heer Graus (PVV):
Voorzitter. Uitstel van de stemmingen hierover zal ons om het even zijn. Wij steunen het verzoek om een brief, maar totdat er überhaupt meer duidelijkheid is in dit dossier, willen wij geen heropening van het debat.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, een VAO kun je niet heropenen, dus gaan we vandaag gewoon stemmen. U kunt een nieuw AO en eventueel een nieuw VAO aanvragen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Dank. Het is jammer dat er geen steun voor is om dit goed te regelen. De fractie van D66 heeft echter een goede suggestie voor een brief gedaan. De staatssecretaris zit erbij en hij heeft het vast gehoord, maar ik wil u vragen om het verzoek officieel door te geleiden naar het kabinet. Dan zullen we de brief hopelijk zo spoedig mogelijk behandelen.

De voorzitter:
We zullen het stenogram doorgeleiden.