Monde­­linge vragen Ouwehand over de nert­sen­hou­derij


10 november 2020

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Corona is een zoönose. Dat betekent dat we een pandemie hebben gekregen omdat de mens de dieren niet met rust heeft gelaten; een infectieziekte die overslaat van dier op mens. En vervolgens hield het daar niet bij op. Nederland had de primeur in de wereld om voor het eerst ook corona te hebben in de dierhouderij, in de nertsenhouderij. Wat daar gebeurt, is dat het virus in die dieren zich vermenigvuldigt, kan muteren en weer terugoverslaat op mensen, waardoor je te maken krijgt met een nieuwe variant, die agressiever kan zijn en die mogelijk een vaccin, waar we nu hard aan werken, ondermijnt.

In Denemarken heeft de minister-president daar besloten om de hele sector stil te leggen. Ze hebben geloof ik nog een dag of zeven. Op 16 november mag daar geen nerts meer in een kooitje zitten. Waarom? Omdat dat gemuteerde virus een groot wereldwijd risico kan opleveren. Wat doet het Nederlandse kabinet? We ruimen besmette bedrijven, maar het kabinet accepteert dat er nog honderdduizenden nertsen in kooien blijven zitten, waar dat virus dus kan muteren en een gevaar kan vormen. De allereerste vraag die ik aan de minister van Volksgezondheid wil stellen, is deze. Wat waren de twee belangrijkste lessen van de Q-koorts?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de minister van VWS.

Minister De Jonge:
Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat het goed is om toe te lichten wat de Deense situatie betekent voor de Nederlandse; we hebben er vorige week tijdens het debat al over gesproken. Ik hecht eraan om aan te geven dat wij een OMT-Z-advies hebben gevraagd. Dat zal in de loop van de dag onze kant op komen, waarna ik de Kamer per ommegaande wil adviseren. Ik heb aan de voorzitter van het OMT-Z gevraagd of hij mij al inzage zou kunnen geven in het advies, omdat het belangrijk is om de risicosituatie nu te duiden ten opzichte van die van augustus. Wat het OMT-Z op hoofdlijnen aangeeft, is dat er geen aanvullende risico's zijn. Dat is één. Twee: de maatregelen die wij in Nederland al genomen hebben, zouden afdoende moeten zijn om het risico op besmetting te voorkomen. Waarom is dat? Omdat er natuurlijk een risico is op reservoirvorming bij die nertsenbedrijven. Dat is de reden waarom wij voor de korte termijn hebben gezegd: we ruimen besmette bedrijven. En voor de langere termijn hebben we gezegd: we moeten gewoon af van de nertsenhouderij. De stopdatum is naar voren gehaald. Collega Schouten zal het wetsvoorstel dat een einde moet maken aan de nertsenhouderij in Nederland op korte termijn naar de Kamer zenden. Ik denk dat het belangrijk is om dat hier aan te geven.

Wat hebben we van de Q-koorts geleerd? Zoönosen kunnen in combinatie met intensieve dierhouderij een gevaar betekenen voor de volksgezondheid. Dat is ook de reden waarom sindsdien die zoönosestructuur is ingericht. Die structuur voorziet erin dat daar waar sprake is van een risico voor de volksgezondheid, ook als het gaat om de veehouderij, altijd het belang van de volksgezondheid heeft te prevaleren. Dat is de belangrijkste les die van de Q-koorts is geleerd. Zo is het ook precies gegaan hier in relatie tot de nertsenhouderij. Daar waar sprake is geweest van de eerste nerts-mensbesmetting, zoals we die ook in Nederland hebben gezien, is meteen de zoönosestructuur in werking getreden en zijn meteen die maatregelen getroffen om het gevaar voor de volksgezondheid te couperen, allereerst voor de korte termijn door alle besmette bedrijven te ruimen, in combinatie met een transportverbod en een serie aan andere maatregelen, en voor de langere termijn door de nertsenhouderij eerder te stoppen. Ik denk dat dat belangrijke maatregelen zijn om het risico voor de volksgezondheid te mitigeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister had een derde van de vraag goed. De vraag was: wat waren de belangrijkste lessen uit de Q-koorts? Volksgezondheid moet vooropstaan, zeker, maar die twee andere lessen gaan natuurlijk over hoe je dat in de praktijk doet. En dan is de eerste van de twee lessen, waarvan het mij echt zorgen baart dat de minister van Volksgezondheid ze niet uit zijn hoofd weet, dat het voorzorgsbeginsel vooropstaat. Als er een risico is, wacht je dus niet tot je het bewijs helemaal rond hebt, maar dan zeg je: wacht eens even, dit risico voor de volksgezondheid gaan we gewoon niet nemen. De tweede les is: de minister van Volksgezondheid is de baas, niet LNV. Geen onderhandelingen met de sector, geen uitstel van maatregelen, dat waren de belangrijkste lessen.

Voorzitter. De minister zegt steeds: het risico dat je door een nerts besmet raakt, is kleiner dan dat je door je buurman besmet raakt. Maar dan snapt hij de hele pandemie niet. Met hoeveel besmettingen is deze pandemie begonnen? Ik verklap het: het was er één, in China, van dier op mens. En nu ligt de hele wereld in een crisis. Dat risico moet je niet willen nemen, maar het kabinet neemt dat risico wél, want het kiest hiervoor, terwijl alle andere sectoren worden stilgelegd en ingrijpende maatregelen worden genomen op basis van de Wet publieke gezondheid, die het kabinet, die de minister van VWS, de bevoegdheid geeft om in te grijpen als dat nodig is om de volksgezondheid te beschermen. De horeca kreeg op zondagmiddag om half zes te horen dat ze om zes uur dicht zouden gaan. Die grond is voor alle andere sectoren toegepast, behalve voor de nertsen. En daarmee loopt het kabinet dus het risico dat we nu al zien. Zeker, er is een verbod aangekondigd, zeker, besmette bedrijven worden geruimd, maar de sector zegt: wij heffen onszelf nog even niet op, want we weten nog niet of dat verbod er wel komt, dus wij houden onze fokdieren aan. Waar of niet waar? Zolang we nertsen in Nederland in kooitjes houden, lopen we het risico dat het virus daar muteert, terugoverslaat op mensen en dat we dan met een variant zitten die minder gevoelig is voor het vaccin en die we er minder makkelijk onder krijgen. Waar of niet waar?

Minister De Jonge:
Om op die laatste vraag te reageren, die stelling is niet hard te maken omdat het gewoonweg een onbewezen stelling is dat het gemuteerde virus zoals dat in Denemarken is aangetroffen, daadwerkelijk minder vatbaar zal zijn voor een vaccin. Hoe het ook zij, het is waar dat je in het kader van een zoönose hebt te handelen vanuit het perspectief van volksgezondheid — dat prevaleert, zoals ik zojuist zei — en het voorzorgsbeginsel. Dat is precies wat we doen. Vanuit het voorzorgsbeginsel zijn er allerlei maatregelen ingesteld, terwijl het risico op humane besmetting vele malen groter is in Nederland, zeker met de huidige besmettingsgraad, dan het risico op een besmetting nerts-mens. Niettemin, als straks de besmettingsgraad weer is gedaald en er sprake zou zijn van reservoirvorming, dan is het risico van nerts-op-mensbesmetting wel degelijk aanwezig. Dat kan dan een reëel risico opleveren voor herintroductie van het virus. Dat is de reden geweest om vanuit het voorzorgsbeginsel op te treden en niet alleen een set van maatregelen te treffen waardoor besmetting niet meer van bedrijf op bedrijf kan overspringen — het transportverbod — maar ook een serie aan maatregelen te treffen die het personeel aangaan, door besmette bedrijven te ruimen en door voor de langere termijn ervoor te zorgen dat de nertsenhouderij gewoon stopt. Dat zijn precies de maatregelen die je nodig hebt om het risico te mitigeren.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister gaat eraan voorbij dat de route die het kabinet kiest, ertoe leidt dat de sector honderdduizenden nertsen in kooitjes aanhoudt. Dat zeggen ze zelf. Daarmee accepteer je het risico dat het virus nog steeds kan rondgaan, muteren en overslaan op mensen. Dat hoeft dus niet. De minister had met zijn coronawet, waarin hij allerlei bevoegdheden naar zichzelf heeft toe getrokken om heel ingrijpende maatregelen te treffen, moeten regelen dat hij ook de bevoegdheid heeft om omwille van de volksgezondheid ervoor te zorgen dat die nertsen niet meer in die kooitjes zitten. Dan kun je nog steeds met de sector praten over een redelijke compensatie, want niemand vindt hier dat die mensen met lege handen moeten komen te staan, maar dan leg je niet de regie daar terug. Dat is onverantwoord. De Partij voor de Dieren zal samen met de Partij van de Arbeid blijven strijden om de Wet publieke gezondheid te wijzigen, zodat de minister doet wat nodig is.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.

Minister De Jonge:
Misschien een korte reactie daarop. Ik deel met mevrouw Ouwehand de noodzaak om de nertsensector te doen beëindigen, juist op basis van het voorzorgsbeginsel. Dat is de reden voor de kortetermijnmaatregel. Dat is ook de reden voor de wet, voor de langetermijnmaatregelen. Laat er geen misverstand over bestaan: die wet komt op zeer korte termijn naar de Kamer. Hij is terug van de Raad van State. De wet zal op basis van de opmerkingen van de Raad van State worden aangepast. Dan komt hij op zeer korte termijn naar de Kamer, zodat de Kamer helderheid kan geven aan de nertsenhouderij dat het stopt in Nederland. Dat is belangrijk omdat we met elkaar het risico voor de volksgezondheid hebben te laten prevaleren. Dat doe je door de maatregelen op korte termijn te nemen en op de lange termijn ervoor te zorgen dat de nertsenhouderij stopt in Nederland. Daarvoor is die wet nodig.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik had nog een vraag. De heer Graus zegt het namelijk goed. Hij heeft het over regie. Wat er nu gebeurt — de minister gaat er maar niet op in — is dat de sector zegt: wij wachten nog wel eventjes totdat dat verbod er is. Ik herinner de minister eraan dat er hier in de Kamer heel lang gesproken is over een nertsenfokverbod. Vervolgens ging dat naar de Eerste Kamer. Dat heeft in totaal vijf jaar geduurd. En waar zat het op? Niet op onze gedeelde wens om die sector te stoppen, maar op hoe het precies met de compensatie en de juridische verplichtingen zit. Dat deel heeft het kabinet nu dus uit handen gegeven. De minister heeft die zekerheid dus niet. Kan hij bevestigen dat hij had kunnen ingrijpen als hij het voorstel van de Partij van de Arbeid en de Partij voor de Dieren had gevolgd om de Wet publieke gezondheid te wijzigen?

De voorzitter:
Ja …

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan kan je het nog steeds hebben over compensatie, maar dan is het wel het kabinet dat erover gaat.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand!

Minister De Jonge:
Dit debat hebben we eerder gehad. Dat gaat over de vraag welke wettelijke basis er nodig is. Ik denk dat de wet zoals die naar de Kamer wordt gestuurd de adequate wettelijke basis is om een bedrijf te doen stoppen. Kijk, het verschil met de maatregelen die op grond van de Wpg zijn getroffen is dat de Wpg, op basis van een aanwijzing of een noodverordening, een kabinet mogelijkheden biedt om in te grijpen als het gaat over een tijdelijke maatregel. Maar een sector doen stoppen is nogal wat. Een hele sector, een hele bedrijfstak, doen stoppen, dat is nogal wat. Wij willen dat, omwille van de volksgezondheid, maar daar is uiteraard wel een apart wetsvoorstel voor nodig. En dat is het wetsvoorstel dat u op korte termijn zult ontvangen.

En in aanvulling daarop nog iets. U heeft mij in het debat van vorige week gevraagd om het ook Europees onder de aandacht te brengen, en dat zullen we doen, zowel in de Landbouwraad als in de Raad van de ministers van Volksgezondheid, omdat de risico's van de pelshouderijen ook Europees onder de aandacht moeten worden gebracht. Dat was uw verzoek en ik heb daarvan gezegd dat ik dat zo snel als mogelijk ga proberen te doen. De kortst mogelijke termijn daarvoor is de eind november voor de Landbouwraad en de eerste week van december voor de Raad van de ministers van Volksgezondheid.

De voorzitter:
Kijk eens aan, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nou, voorzitter, na maanden zit er dan beweging in. Hartelijk dank daarvoor.

Minister De Jonge:
Ik wist dat ik u enthousiast zou kunnen krijgen vanmiddag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zeker, maar u weet ook dat ik dan nog een laatste vervelende vraag heb, en die luidt als volgt.

Minister De Jonge:
Ah, tuurlijk. Sommige tradities moet je willen voortzetten.

De voorzitter:
In stand houden zelfs.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Kan de minister bevestigen dat zolang het wetsvoorstel waar het kabinet mee schermt niet door Tweede en Eerste Kamer is aangenomen, het kabinet geen poot heeft om op de staan om de sector te dwingen om afscheid te nemen van die moederdieren, en dat dat betekent dat het kabinet het risico neemt dat honderdduizenden nertsen nog in kooitjes zitten totdat het hele wetstraject is afgerond, en dat dat dus anders kán?

Minister De Jonge:
Nou, niet dat het anders kan — dat meen ik oprecht — maar wel dat het risico voor de volksgezondheid daarvan in zekere zin gering is, omdat er natuurlijk ook gewoon een transportverbod geldt. Daarnaast denk ik dat de motivatie voor nertsenhouders wordt weggenomen op het moment dat het wetsvoorstel hier is aanvaard. Waarom zou je dan nog een paar maanden lang fokteven in leven houden waar je niks meer mee kunt? Dus ik zou eerlijk gezegd niet weten waar dan de prikkel zit voor een nertsenhouder om die fokteven nog langer in leven te houden.

De voorzitter:
Dank u wel.