Inbreng Tijde­lijke wet diffe­ren­tiatie coro­na­toe­gangs­be­wijzen


29 november 2021

Inbreng Partij voor de Dieren aan Wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met differentiatie in coronatoegangsbewijzen (Tijdelijke wet differentiatie coronatoegangsbewijzen)

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie maken zich zorgen over de situatie omtrent het coronavirus in Nederland. Terwijl dagelijks vele duizenden mensen besmet raken, de planbare en acute zorg wordt afgeschaald en de samenleving opnieuw zucht onder beperkende maatregelen, groeit ook de polarisatie in het land. Het kabinet draagt hier een hele grote verantwoordelijkheid.
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vinden de bestrijding van het coronavirus belangrijk. Zij delen de inschatting van de regering dat maatregelen om het aantal besmettingen omlaag te krijgen nodig zijn. Zij vragen het kabinet te reflecteren op hoe de huidige situatie, ondanks de vele waarschuwingen – ook van de leden van de Partij voor de Dieren – heeft kunnen ontstaan. Maatregelen tegen het virus zijn nodig, maar de leden zijn tegen het 2G-wetsvoorstel.
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben in plaats 3G gepleit voor de invoering van het systeem van vaste zitplaatsen, het niet openen van nachthoreca, het in stand houden van de reisbeperkingen en het thuiswerkadvies. Het kabinet heeft die maatregelen in september echter vrijwel volledig opgeheven.
De leden van de Partij voor de Dieren vinden dat het kabinet zich met het vragen van een vaccinatiestatus voor toegang tot het openbare leven op een hellend vlak begeeft. Het wetsvoorstel draagt nu al bij aan de verdere maatschappelijke polarisatie. Bovendien bestaan er minder ingrijpende alternatieven en zijn er fundamentele vragen te stellen over de te verwachten effectiviteit.
De leden maken zich zorgen over het vertrouwen in het coronabeleid.
Ook verwacht dat Partij voor de Dieren dat mensen die reeds weinig vertrouwen hebben in de overheid zich nog minder gehoord voelen. Dit zal langdurige gevolgen hebben, voor het draagvlak, voor de maatregelen en voor de naleving van de basisregels. Op welke manier heeft de regering zich hier rekenschap van gegeven? Heeft de regering geluisterd naar gedragswetenschappers die hiervoor waarschuwen?

Algemeen

Hoofdlijnen van het voorstel
In het hoofdstuk over grondrechten schrijft de regering het belang van de volksgezondheid zwaar te wegen. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie wijzen de regering erop dat zij al jaren waarschuwen dat de regering de volksgezondheid in beginsel onvoldoende beschermd. De slechte kwaliteit van de Nederlandse leefomgeving veroorzaakt gezondheidsschade, de ongezonde voedselomgeving zorgt voor gezondheidsproblemen, en ook de intensieve veehouderij in Nederland is schadelijk voor de volksgezondheid. Rapport na rapport roept het kabinet op meer te doen aan preventie. De regering laat dit nog altijd na.

Verhouding tot hoger recht
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden het zorgwekkend dat de regering zo weinig aandacht besteedt aan de werkelijke effectiviteit van het coronatoegangsbewijs (ctb).
Heeft de regering kennisgenomen van de zorg dat mensen zich door hun QR-code veilig wanen en daardoor minder zorgvuldig de basisregels in acht nemen? Kan de regering zich voorstellen dat die verminderde naleving zich ook toont buiten locaties waar het ctb gevraagd wordt? Is het mogelijk dat het negatieve effect van het ctb groter is dan het positieve effect?
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de regering of zij van plan is om 2G juist bij hoge besmettingscijfers in te zetten, met als doel het aantal besmettingen terug te dringen, of is de regering van plan om 2G juist in te zetten bij lage besmettingscijfers, om heropening van bepaalde sectoren mogelijk te maken? In de Memorie van Toelichting staat namelijk dat 2G alleen proportioneel zou zijn als de situatie qua besmettingen ernstig of zorgelijk is maar tegelijk stelt het OMT dat 2G alleen zou kunnen werken als de besmettingscijfers laag zijn. Kan de regering reflecteren op deze spagaat waardoor 2G eigenlijk nooit én effectief én proportioneel kan zijn?
De regering presenteert de opties als ware het óf een zware lockdown, met de bijbehorende nevenschade, óf een 2G-systeem, terwijl er voor veel gelegenheden alternatieven bestaan. Een winkel kan het aantal gelijktijdige bezoekers beperken in plaats van aan de deur een ctb te controleren. Een horecagelegenheid kan een deel van de gasten geplaceerd kwijt. Sportlocaties kunnen weer met aantalsbeperkingen werken of met time-slots. Kan de regering onderbouwen waarom zulke alternatieven niet overwogen zijn?
Tot slot, de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren sluiten zich verder aan bij de breed gedragen kritiek op de voorliggende wetsvoorstellen.
Ook de kritiek die verwoord is door adviesorganen van de overheid zoals het College van de Rechten voor de Mens, de Autoriteit Persoonsgegevens en de Raad van State. Zij waarschuwen voor een brede variëteit aan zorgen.
De hoeveelheid kritiekpunten die in korte tijd toch zijn verwoord maakt dat de leden zich zorgen maken over de kwaliteit van deze wetgeving. Dit alles maakt dat de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren tegen de 2G wetgeving zullen stemmen.