Bijdrage Vestering aan Begroting Landbouw, Natuur en Voed­sel­kwa­liteit 2022


1 december 2021

Voorzitter, de intensieve veehouderij is een veelkoppig monster. Een stapel van enorme problemen. Nergens ter wereld worden er zoveel dieren op een kluitje gehouden als we toestaan in Nederland. Om economische redenen mishandelen we dieren hun hele leven lang. In onze slachthuizen sterven iedere dag 1,7 miljoen dieren een dood die je zelfs je ergste vijand niet zou toewensen, laat staan weerloze en onschuldige dieren.

Niet alleen de dieren, maar ook het klimaat, de natuur, de biodiversiteit en de volksgezondheid worden opgeofferd voor de korte termijn belangen van de agro industrie. De uitstoot van methaan van de vee-industrie draagt substantieel bij aan de opwarming van de aarde, aan overstromingen en een stijgende zeespiegel. Fijnstof uit overvolle stallen, zoönosen, dierziekten zoals Q-koorts en de vogelgriep die van dier op mensen kan overspringen, en antibiotica resistentie bedreigen de volksgezondheid. En de productie van veevoer voor de bio-industrie zorgt voor het verdwijnen van tropische regenwouden aan de andere kant van de wereld.
Nederlandse koeien grazen eigenlijk in het Braziliaanse regenwoud waar massaal gekapt wordt om veevoer te verbouwen. We verliezen biodiversiteit, waar nog maar gevaarlijk weinig van over is. En de enorme hoeveelheden ammoniak uit de veehouderij zorgen voor een stikstofcrisis, die de Nederlandse economie en woningbouw op slot zet, maar die vooral een natuurcrisis is. Terwijl de stallen steeds voller gevuld worden met dieren, wordt het in de natuur steeds stiller. Natuur is van levensbelang, de biodiversiteitscrisis vormt de grootste bedreiging van het voortbestaan op aarde, voor mensen én dieren. Ecosystemen staan op het punt van omvallen. Wie denkt dat we best op dezelfde manier door kunnen gaan met de huidige veehouderij, speelt een levensgevaarlijk spel.

We verwoesten niet alleen het leven van dieren, na een kort en vaak ellendig leven, maar we zetten ook de levens van toekomstige generaties op het spel. Kinderen die er niets aan kunnen doen dat de overheid erin faalt om hun toekomst te beschermen, maar die hier straks de consequenties van moeten dragen. En dat, voorzitter, is een keuze

Maar we kunnen ook anders kiezen. Zodat we de levens van dieren kunnen sparen, en ook ons leven en dat van onze kinderen aangenamer kunnen maken. De Partij voor de Dieren maakt al 15 jaar in de Tweede Kamer deze keuze. Er moet een einde komen aan de bio-industrie.

De demissionaire minister heeft deze keuze niet gemaakt. Terwijl ze zelf ook wel weet dat het niet oké is.
Dat het niet oké is dat pasgeboren dieren worden weggehaald bij hun moeder zodat mensen melk kunnen drinken dat voor kalfjes is bestemd.
Dat het niet oké is dat we meer dan de helft van de grond in Nederland gebruiken voor de veehouderij terwijl de natuur in de verdrukking staat.
Dat het niet oké is dat het kabinet boeren steeds maar weer voorhoudt alsof ze door kunnen gaan met business as usual, terwijl dit een doodlopende weg is.

Voorzitter, deze begroting zorgt ervoor dat alle ellende nog even groot blijft. Voor de dieren, voor de mensen, en dus óók voor de boeren. Als het aan de minister ligt.

Voorzitter, het is onze verantwoordelijkheid om te stoppen met het over onszelf afroepen van problemen. Laten we ze oplossen, met politieke moed, want een radicale omslag is dringend noodzakelijk.

Voorzitter, niet alles kan. De veehouderij heeft de grenzen van natuur, milieu en klimaat al lang bereikt.

In het geval van stikstof gaan we al decennialang over de grenzen heen van wat onze natuur dragen kan. Decennialang werden boeren onder druk gezet, ze moesten zelf maar even het initiatief nemen om de boel duurzaam, dier- en natuurvriendelijk te maken. Boeren die jarenlang te horen kregen dat ze vooral verder konden intensiveren met allerlei dure milieutechnieken, en met als gevolg torenhoge schulden. Waarna ze bij de bank te horen kregen dat er dan wel meer dieren bij moesten, want anders rendeert het niet.

Wat ben je dan voor overheid als je én geen grenzen durft te stellen én je telkens inzet op zelfregulering waarvan je weet dat dat jammerlijk gaat mislukken. Dit is niet de schuld van boeren, maar van het falende landbouwbeleid. Dat Nederland het meest veedichte land ter wereld is en in Europa de hoogste stikstofuitstoot (per hectare landbouwgrond) heeft, is een politieke keuze. Het landbouwbeleid stuurt kabinet na kabinet aan op minder bóeren, niet minder dieren. Alleen de grote jongens blijven over. Boeren zitten klem in dit systeem. Net als de dieren die in steeds grotere aantallen opgepropt zitten in de stallen. In 20 jaar is de helft van de agrarische gezinsbedrijven noodgedwongen gestopt, maar het aantal dieren is niet of nauwelijks kleiner geworden. Per stal zitten er nu juist 2 tot ruim 4 keer zoveel dieren op elkaar gepropt, vaak zelfs zonder ooit daglicht gezien te hebben.In potdichte stallen met dure brandgevaarlijke technische apparatuur om de uitstoot van schadelijke stoffen te verminderen. Terwijl al lang bekend is dat de investeringen nooit genoeg zouden zijn om de doelen te halen waar we nu voor staan. Het kabinet wist het, maar sloeg advies na advies in de wind.

Het allereerste burgerinitiatief uit 2007 “Stop fout vlees”, waarbij werd voorgesteld om de intensieve veehouderij met 50% in te krimpen, werd aan de kant geschoven. Terwijl gelijktijdig door het Landbouw Economisch Instituut werd berekend dat de intensieve veehouderij eigenlijk met 70% zou moeten inkrimpen om de milieu- en natuurdoelstellingen te halen. Maar ook dat rapport belandde op de stapel. Er werd niets mee gedaan.

Elf jaar later constateerde de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) dat een krimp van de veehouderij onvermijdelijk was, willen we de klimaatdoelen halen. Begin er nou maar mee, zeiden ze, want hoe langer je wacht, hoe vervelender het wordt. Niet in de laatste plaats voor de boeren. Ook dit advies werd snel in de la gestopt. Een advies waar het kabinet nota bene zelf om had gevraagd.

Voorzitter, als je zoveel dringende adviezen krijgt, dan moet je daar toch wat mee? Dan kan de minister daar toch niet doodleuk van wegkijken? Ik wil graag weten of de minister spijt heeft dat ze niets heeft gedaan met deze aanbevelingen, maar vooral moeilijke beslissingen voor zich uit heeft geschoven en het nu weer overlaat aan een nieuw kabinet.

Ook als het gaat om stikstof. Denk aan de PAS, de programmatische aanpak stikstof, die was niet bedacht om de natuur te beschermen, maar om ruimte op papier te creëren voor de economie. Het is dankzij dappere natuurorganisaties die dit plan doorzagen en naar de rechter stapten, dat het plannetje van het kabinet om vrolijk door te gaan met stikstofvervuiling, in de prullenbak belandde. Nederland ging op slot, we moesten de natuur beschermen.

En wat deed de minister van natuur? Ze stapte naar Brussel. Niet om de natuur te beschermen, maar om te vragen of we misschien wat beschermde natuurgebieden konden schrappen. Bleker probeerde datzelfde trucje ook al in 2011, dus de minister had kunnen weten dat het zo niet werkt. Hoe serieus neemt de minister dan haar verantwoordelijkheid voor de bescherming van de natuur?

En nu weet het kabinet niet hoe snel ze de ‘stikstofruimte’ die gewonnen wordt door de vrijwillige uitkoop van veehouders, weer kan uitgeven aan nieuwe vergunningen. Van de regen in de drup, want de natuur herstelt alleen wanneer de stikstofkraan dicht wordt gedraaid, en niet direct weer opengezet wordt. Blijvende krimp van het aantal dieren in de veehouderij is de enige remedie die werkt.

Maar nee hoor, de minister kwam met een stikstofwet. Die niet doet wat nodig is. Dat erkent ook de minister van LNV zélf.

Voorzitter, hoe kunnen we erop vertrouwen dat een nieuw kabinet met dezelfde partijen wel tot een toereikende oplossing komt, als niet eerst de kern van het probleem erkend wordt? Erken nu eens dat de veehouderij meer dieren fokt en gebruikt dan de natuur kan dragen. We kunnen niet de melkboer en de slager van de wereld zijn. En dat moeten we ook niet willen.

Voorzitter, om de stikstofcrisis op te lossen, zouden de onderhandelende partijen naar Flevoland kijken als plek waar de veehouders naartoe zouden kunnen verhuizen. Want: in Flevoland zou immers geen stikstofgevoelige natuur zijn. Weer zo’n ondoordacht en doorzichtig trucje.

Voorzitter, ten eerste: Flevoland is niet een soort gat waar je maar van alles wat vervuilend is en wat we in de rest van Nederland niet willen, maar kunt dumpen
Ten tweede: Flevoland heeft de meest vruchtbare grond van heel Europa, dus laten we daar alstublieft een beetje zuinig mee omspringen.
Ten derde: laten we problemen gaan oplossen in plaats van miljarden belastinggeld steken in het verplaatsen van een probleem.

    Voorzitter, niet alleen verplaatsen staat op de agenda van de formerende partijen, zo lezen we in de media, maar ook investeren in peperdure staltechnieken. Dwaze kostbare schijnoplossingen die het stikstofprobleem niet oplossen, en er ook voor zorgen dat dieren het hele jaar lang opgesloten zitten in potdichte stallen. Dat kun je toch niet menen? Dat we al jarenlang in de Kamer spreken over dat we recht willen doen aan het natuurlijk gedrag van dieren, en dan ga je ze nog verder opsluiten? Op dit soort “oplossingen” zit echt niemand te wachten. De dieren niet, en de boeren niet.

    Voorzitter, hoe lossen we de stikstofcrisis, de natuurcrisis, nu wel op?

    Twee belangrijke punten: we moeten niet doen wat politiek haalbaar is, we moeten doen wat nodig is en we zullen moeten uitleggen waarom het nodig is.

    Doen wat nodig is, betekent dat we veehouders op een goede manier moeten uitkopen, we zullen productierechten van stoppende boeren moeten innemen (om schaalvergroting te voorkomen) en we moeten boeren stimuleren om over te schakelen op duurzame plantaardige voedselproductie. We moeten de landbouwproblematiek integraal aan pakken. En eerlijk zijn over wat nodig is. Niet alles kan: We moeten minder dieren fokken, gebruiken en doden.

    Voorzitter, dan zullen we moeten uitleggen waarom. Niet omdat we een papieren stikstofcrisis hebben. Maar omdat de natuur op omvallen staat.

    Hebben we het kabinet één keer horen uitleggen hoe slecht de natuur in dit gave land er voor staat? Dat er inmiddels een zwarte lijst is met gebieden, die op omvallen staan? Dat als we nu niks doen, we voor altijd unieke plant- en diersoorten en habitats kwijtraken? Dat de oude eikenbossen verzuren en verdrogen en dat jonge meesjes hun pootjes breken in het nest, door kalkgebrek?

    Hebben we het kabinet weleens horen uitleggen wat het belang is van natuur en biodiversiteit? Dat het verlies van een soort niet alleen betekent dat we onze soortenrijkdom verliezen, maar dat we ecosystemen vernielen?

    Nederland schreeuwt om leiderschap, om een kabinet dat eerlijk is over de oorzaken van de problemen, en over de verandering die nodig is. Hard nodig.

      Door stelselmatig wegkijken is de Nederlandse vee- en vleessector uitgegroeid tot een giga-industrie die alle grenzen overschrijdt. Milieugrenzen, natuurgrenzen, klimaatgrenzen, gezondheidsgrenzen en ethische grenzen.

      In de Nederlandse veehouderij worden jaarlijks meer dan 600 miljoen dieren in moordend tempo gefokt, gebruikt en gedood. Gefokt op maximale productie. Een koe in Nederland is zo doorgefokt dat zij vandaag bijna de helft meer melk moet produceren dan 20 jaar geleden. Een koe geeft in haar leven inmiddels een bizarre 34.000 liter melk. Dat is een ware uitputtingsslag. De dieren krijgen uierontstekingen, raken kreupel en worden tot op de laatste cent uitgemolken. Als de koeien 5-6 jaar oud zijn, dan zijn ze op, ze kunnen niet meer en worden ze totalloss naar het slachthuis afgevoerd. Maar koeien van 5-6 jaar oud horen in de bloei van hun leven te zijn. Koeien kúnnen wel 25 jaar oud worden. Wat doen we de dieren aan in ons land. Koeien die in hun korte leven zo’n 4-5 kalfjes krijgen. Maar die stuk voor stuk na de geboorte werden weggehaald, om nooit meer weer te zien.

      Voorzitter, ik denk dat er hier niemand is die het geroep van een moederkoe wiens kalfje is weggenomen niet heel hard raakt. En dat zegt wat.

      Voorzitter, wat doen we de dieren aan. Een zeug, een moedervarken, wordt in de Nederlandse veehouderij zo ver doorgefokt dat ze extra ribben heeft en tepels heeft en ze nóg meer biggetjes kan krijgen. Het gevolg is dat veel biggetjes dood geboren worden, of zwak en ellendig ter wereld komen om snel te sterven aan verzwakking of onderkoeling. En dan moet u zich voorstellen dat deze moederdieren in deze tijd tussen metalen stangen worden gehouden, waar ze zich nauwelijks kunnen bewegen, laat staan omdraaien.

      Wat doen we de dieren aan. De kippen, die 6 weken nadat ze uit hun ei komen alweer verkocht worden als kipfilet. Daar is weinig kip aan. Het zijn nog kuikens, opgeblazen kuikens die door hun poten zakken omdat ze hun snelgroeiende gewicht niet kunnen dragen en ze het “optimale” gewicht hebben bereikt voor zoveel mogelijk vlees voor op de barbecue. Maar hee, wat kan het de minister schelen dat ze niet meer op hun poten kunnen staan, als je toch 10 duizenden kuikens tegelijk in een stal kun proppen. Niemand die het ziet. En áls iemand het dan ziet, en het filmt, schrikt Nederland zich rot door wat er zich afspeelt in de Nederlandse veehouderij.

      Voorzitter, wat doen we de geiten aan. In de geitenhouderij kon de afgelopen jaren flink wat geld verdiend worden met de productie van geitenmelk en geitenkaas. Maar ook hiervoor geldt dat om melk te produceren, de moeders wel eerst geitenlammetjes moeten krijgen. Geitenlammetjes die vervolgens weer worden weggehaald na de geboorte, want: hoho, nee nee, die melk is niet voor de lammetjes, die is voor de mensen. En de lammetjes, wat te doen met de lammetjes, de bokjes? Die worden steeds vaker gezien als ‘restafval’. In 5,5 jaar tijd werden meer dan 10.000 pasgeboren geitenlammetjes afgevoerd naar het slachthuis, terwijl zij volgens de registratie nog geen week oud waren. Pasgeboren dieren die amper op hun poten kunnen staan volgens een oud-bokkenhouder. Om na de slacht te worden afgevoerd naar destructie. Denkt de minister dat consumenten die geitenkaas kopen dit weten? Kan de minister het eerlijke verhaal vertellen over wat er precies gebeurt met de geiten én de lammetjes en de bokjes om geitenmelk of geitenkaas te produceren?

      Vlees en zuivel worden duur betaald. Maar wat is de waarde van een díer in Nederland? We weten allang dat dieren niet allemaal op dezelfde manier worden beschermd. Waarom knuffelen we het ene dier, en snijden we het andere in stukken. Waarom betalen we voor het ene dier honderden tot duizenden euro’s om hem te verzorgen en hebben we voor het andere dier geen cent over, en negeren we de wettelijk erkende intrinsieke waarde, de eigenwaarde van dieren dat volledig los staat van z’n nut voor de mens. Hoe ziet de minister dit verschil?

      Voorzitter, als je in Nederland geboren wordt als kuiken, biggetje, geitenbokje of als kalfje, dan word je letterlijk tot kleingeld gedegradeerd. Zelfs de minimale regels die er zijn om je te beschermen, worden niet nageleefd of zelfs maar gecontroleerd. De NVWA, de organisatie die hierop zou moeten controleren is immers zwaar uitgekleed na bezuinigingen en reorganisaties. De NVWA kan tweederde van haar taken niet uitvoeren door gebrek aan capaciteit en kwaliteit. Met alle gevolgen van dien. Zo zijn er hele sectoren waar de NVWA niet uit zichzelf komt controleren. Miljoenen dieren, weggestopt in stallen, worden aan hun lot overgelaten. Zelfs exacte sterftecijfers worden niet altijd bijgehouden.

      Het leed is te groot.
      Het aantal dieren is te groot.

      Naast de voedselveiligheid kan ook het dierenwelzijn niet worden gewaarborgd door de enorme druk op het slachtproces, zei de minister. Maar voorzitter, als de minister meent dat volksgezondheid op de eerste plaats staat, en als dierenwelzijn haar een lief ding waard zou zijn, waarom stemt de minister dan het aantal dieren in de veehouderij en in slachthuizen niet af op de hoeveelheid toezicht die ze kan waarmaken? Tientallen miljoenen ‘vergeten’ dieren kwijnen weg in stallen waar nooit iemand komt, omdat het leed zo groot is dat een systeemverandering nodig is om dit aan te pakken.

      Zo wordt er al jaren gediscussieerd over de vraag bij hoeveel of hoe weinig drinkwater het lijden van dieren begint. Dieren die aan de lopende band eieren moeten produceren waar vleeskuikens (plofkippen) uitkomen bijvoorbeeld. Zij hebben dezelfde genen als hun kinderen, maar leven langer dan zes weken. Als zij naar behoefte zouden eten en drinken, zouden ze uit hun voegen barsten. Dus lijden ze aan dorst. Zelfs op deze basisbehoefte als drinkwater, dit basisrecht zou ik willen zeggen, wordt maximaal beknibbeld en de toezichthouder krijgt geen gereedschap om hier tegen op te treden. Hierover zei de oud-Inspecteur-Generaal van de NVWA: hoe langer dieren geen water krijgen, hoe erger het dierenleed. Dan kun je wel voor veel geld gaan onderzoeken op welk exacte moment dit leed onacceptabel wordt. Maar beter is het om gewoon verplicht te stellen dat dieren altijd toegang hebben tot drinkwater. Wel zo duidelijk. Toch is dit nog altijd niet geregeld. Wij komen met een voorstel.

      En voorzitter, dan de toezicht in slachthuizen. Iedere dag worden er meer dan 1.7 miljoen dieren door de hel van het slachthuis gejaagd. Tienduizenden dieren zijn er gedood in de tijd dat ik hier sta. En de NVWA staat erbij en kijkt ernaar, of zelfs dat niet. Want er zijn veel te veel dieren, en veel te weinig controleurs. In slachthuizen waar tot wel 13.000 kippen per uur worden geslacht is de snelheid zo hoog dat slachthuispersoneel niet genoeg tijd heeft om dieren aan de slachthaken te hangen, om gewonde dieren apart te zetten of om in te grijpen. Ook NVWA-medewerkers kunnen niet goed controleren of de dieren wel echt zijn bedwelmd en hebben vaak geen kans om de slachtlijn op tijd stop te zetten als een dier niet bedwelmd of niet verbloed is.

      Een kip kan dus gewond zijn, half aan de slachthaak worden opgehangen, het elektrisch waterbad missen en daardoor bij bewustzijn een mes in haar keel krijgen en nog vóórdat ze is leeggebloed, levend in een broeibak met heet water verdrinken. En niemand die dan kan helpen.

      Anderhalf jaar geleden vroeg de Kamer via de motie Ouwehand om de slachtsnelheid onmiddellijk te verlagen. Maar nog altijd heeft de minister dit nagelaten.

      Voorzitter, dit kan zo niet langer. Telkens als dan beelden naar buiten komen over deze werkelijkheid, over het eerlijke verhaal, zijn mensen geschokt. Is dit echt toegestaan in Nederland? Het bewustzijn en het ongemak in de maatschappij over hoe de dieren in de Nederlandse veehouderij en in slachthuizen worden behandeld groeit. En het verzet hiertegen ook. Naast het feit dat niet alles kan, is het ook niet eerlijk om te doen alsof er geen grenzen zijn aan de manier waarop we met dieren omgaan. Bijna 30 miljoen dieren sterven van ellende al sterven in de stal, of tijdens transport. Maar hoor je de minister daarover praten? Nooit.

      Horen wij de minister over de 7,5 miljoen kuikens, kippen en eenden en de 76 duizend varkens, koeien, kalfjes en geiten die jaarlijks simpelweg worden weggegooid in het slachthuis?
      Horen we de minister over de 20.000 dieren die jaarlijks moeten worden gedood bij verzamelplaatsen omdat ze te zwak, gewond of ziek zijn om verder te mogen worden vervoerd?
      Over de bijna 600.000 kippen die tijdens het transport doodgaan?

      In de begroting zoals die er nu ligt, wordt komend jaar voor die 617 miljoen dieren per dier 0,16 cent uitgetrokken voor de bevordering van hun ‘welzijn’. Nul komma zestien cent. Ter vergelijking: Meer dan 20 keer dit bedrag wordt uitgetrokken voor de promotie van de Nederlandse agrosector in het buitenland.

      Wanneer grijpt de minister nu eens in? Of blijft de minister vasthouden aan de strategie: wat niet weet, wat niet deert? Stop hier nu toch een keer mee. Waar wacht de minister op?

      Voorzitter, dat de huidige omgang met dieren niet kan, is al lang bekend. Ook bij het ministerie van landbouw.

      De commissie Wijffels wees er al twintig jaar geleden op dat economisering en schaalvergroting in de intensieve veehouderij tot amorele verschijnselen hebben geleid. We moeten de manier waarop we met dieren omgaan in de veehouderij radicaal herzien. Iedereen weet het, maar nog niet iedereen durft dat hardop uit te spreken. Het is aan de politiek om moedige keuzes te maken. Maar zelfs sinds de conclusie van de commissie Wijffels 20 jaar geleden, ging de schaalvergroting alleen maar verder. Waarom, zo vraag ik de minister, worden de aanbevelingen stelselmatig genegeerd? Het helpt ook boeren niet als je blijft dwingen tot investeringen in een systeem waarvan je weet dat daar maatschappelijke weerstand tegen bestaat.

      Twintig jaar geleden beloofde het tweede paarse kabinet dat uiterlijk in 2022 het perspectief van het dier en het natuurlijk gedrag leidend zou zijn voor het welzijn van dieren in de veehouderij. Dieren zouden niet langer worden aangepast aan het systeem, maar het systeem zou worden aangepast aan de behoeften van dieren. Dieren zouden hun natuurlijke gedrag moeten kunnen vertonen, ze zouden daglicht krijgen en voldoende ruimte om zich goed te kunnen bewegen. Een belofte die in 2007 werd herhaald door het kabinet-Balkenende IV.

      Kom dan niet met een plan tegen wettelijke verplichting van weidegang, vlak nadat de Tweede en Eerste Kamer juist een wetswijziging hebben aangenomen die deze twintig jaar oude belofte eindelijk heeft vastgelegd in de wet.
      Kom dan niet met een voorstel voor een trechtertje waar eenden in de eendenhouderij hun kop in kunnen steken, als de Kamer wijst op het feit dat het niet acceptabel is dat eenden nooit kunnen zwemmen en de hele dag op hun poten moeten staan, terwijl ze dat niet kunnen.
      Maar kom met een verlaging van de slachtsnelheid. Een plan tegen ziekte en sterfte onder geitenbokjes, het wettelijk borgen van weidegang, het verlagen van de maximale temperatuur voor diertransporten, etc.

      Oftewel: voer aangenomen moties van de Kamer uit. Dat lijkt me wel het minste. Of is dit de nieuwe bestuurscultuur waar de minister voor staat?

      Bouw liever aan iets moois: maak eindelijk werk van de eiwittransitie. Kom met concrete doelstellingen en maatregelen. In plaats van het schrappen van het advies om minder vlees te eten uit klimaatcampagnes van een collega-ministerie, omdat deze boodschap gevoelig kan liggen bij de sector of de politiek. Help ondernemers en boeren om in te springen op de kansen die hier liggen.

      Dat brengt mij tot een bericht uit de agrarische media, die spreken van een crisis in de varkenshouderij. In België en Duitsland is een overaanbod van varkens. “En tot overmaat van ramp zakt ook elk jaar de binnenlandse varkensvleesconsumptie”, lazen we in De Boerderij over de situatie in Duitsland. Ook in Nederland dreigt een ‘overschot’ aan varkens.

      Kom dan niet met promotiecampagnes om mensen weer aan het varkensvlees te krijgen of steunpakketten om de sector overeind te houden. Maar zet alles in op de transitie naar een meer plantaardige samenleving.

      Want er is nog een reden waarom de veehouderij moet krimpen. Het mestprobleem. We hebben meer stront dan grond in Nederland. Niet goed voor de bodem, niet goed voor het water, niet goed voor de natuur. En wat doet de minister? Die gaat een uitzondering in Europa vragen om méér mest te mogen uitrijden op het land dan is afgesproken.

      Is de minister van Landbouw vergeten dat ze ook minister van Natuur is?

      Schuren tegen de randen van wat kan en wat mag; stank voor dank richting vrijwel alle onafhankelijke adviesorganen van de regering. Ook hier geldt: we moeten minder dieren gaan houden.

      De Kamer heeft de minister via een wetswijziging van de Partij voor de Dieren de mogelijkheid gegeven om fokbeperkingen in te stellen, zoals wanneer Nederland dus niet méér mest mag uitrijden op het land dan Europees is afgesproken.

      Beter nu stoppen met fokken, dan dat er straks halsoverkop dieren afgevoerd moeten worden naar de slacht.

      Ik hoor graag van de minister hoe zij het verdedigt dat zij nog altijd geen gebruik heeft gemaakt van deze wettelijke mogelijkheid voor een fokbeperking, in het licht van de huidige stand van zaken op het mest- en stikstofbeleid. Of wacht ze tot er weer duizenden gezonde jonge dieren naar het slachthuis worden gebracht? Waarom heeft de minister geen fokbeperking ingesteld?

        Stop met het vooruitschuiven en verplaatsen van problemen. Stop met wachten tot het misschien vanzelf oplost. Dat werkt zo niet. Dat moge duidelijk zijn.

        Terwijl het kabinet blijft herhalen dat de volksgezondheid op 1 staat, geldt dat niet als het gaat om maatregelen die de veehouderij treffen. Als het gaat om zoönosen. We worstelen nu al twee jaar met de enorme impact van het coronavirus. Dit wil je toch niet weer over jezelf afroepen, zou je denken. Maar toch blijven effectieve maatregelen om andere virussen te bestrijden nog altijd uit. Het vogelgriepvirus grijpt heftiger dan ooit om zich heen. Het bijna jaarrond ophokken van kippen heeft niet kunnen voorkomen dat er sinds eind oktober vorig jaar meer dan 1,1 miljoen dieren zijn vergast vanwege vogelgriepuitbraken. De situatie in Nederland is erger dan die in onze buurlanden. Dieren in bepaalde gebieden worden preventief vergast om de honderden pluimveebedrijven in de directe omgeving te beschermen omdat uitbraken met hoogpathogene vogelgriep in gebieden met honderden kippenstallen bij elkaar onmogelijk te beheersen zijn. Dit nachtmerriescenario leidde in 2003 tot het vergassen van 30 miljoen kippen. Mensen werden ziek en een dierenarts overleed.

        Ik vraag de minister: wat waren destijds de adviezen toen de aanpak van deze verschrikkelijke uitbraken werd geëvalueerd? En hoe kan het dat we nu weer voor dezelfde dreiging staan? We weten dat de grootste nachtmerrie van virologen is dat het vogelgriepvirus of de varkensgriep van mens op mens overdraagbaar wordt. Hoeveel waarschuwingen heeft de minister nog nodig? Stop met het telkens opnieuw vol zetten van deze stallen. Voorkom dat pluimveebedrijven in waterrijke gebieden en gebieden met veel andere bedrijven uitbreiden. Volg de adviezen van de commissie Bekedam op. Het kabinet zegt zich hier nog op te beraden, maar zou nú uit voorzorg moeten ingrijpen.

        Ook de explosieve groei van de geitenhouderij laat zien dat het kabinet het voorzorgsbeginsel nog altijd niet wil begrijpen. Terwijl al tien jaar lang uit opeenvolgende onderzoeken blijkt dat omwonenden van geitenhouderijen veel vaker longontstekingen oplopen. En het RIVM spreekt van een mogelijk nieuwe zoönose. Toch blijft het kabinet nieuwe onderzoeken afwachten.Waarom staat de minister nog altijd toe dat de gezondheid van omwonenden van geitenhouderijen in gevaar is? Waarom blijft het kabinet het aan provincies overlaten om de gezondheid van haar inwoners te beschermen? Of niet.

        Nog altijd zijn er geen landelijke maatregelen getroffen. Wordt er dus niet uit voorzorg gehandeld. Is hier sprake van onwil? Of van onmacht?
        Nog altijd is er geen stelsel van productierechten om deze sector te beteugelen. Waardoor het aantal geiten sinds de q-koorts epidemie is verdubbeld. Een bizarre groei, ook in provincies met een geitenstop. In Brabant wordt zelfs een nog verdere groei met bijna 30% verwacht in de komende jaren.
        Niks geen geitenstop.

        De demissionaire minister lijkt ook onwillig in de uitvoering van de aangenomen motie om de hobbyjacht op de haas en het konijn te stoppen. De kamer had de minister hiertoe begin dit jaar gevraagd. De haas en het konijn zijn in hun populatie afgenomen met 60- tot 70 procent en zijn op de Rode Lijst geplaatst. Een belangrijke reden voor de Kamer om de jacht op deze 2 soorten met onmiddellijke ingang te beëindigen. Ondanks deze motie, heeft de minister dit seizoen de jacht wederom geopend. Dit vindt de Partij voor de Dieren ongehoord. Daarom overweeg ik een wetswijziging in te dienen.

        Kan de minister ook ingaan op het feit dat de wilde eend ernstig achteruitgaat in aantal broedparen, 30% sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw, maar nog steeds voor de lol bejaagd wordt? Ik overweeg een motie op dit punt.

          Voorzitter, ik zei het eerder al even, het gaat slecht met de natuur in Nederland. Het kabinetsbeleid druist stelselmatig in tegen de natuur, soorten zoals het korhoen overleven niet door verzuring, maar het kabinet kijkt weg en doet weinig tot niets tegen de schending van onze natuurwetten. En om de natuur te beschermen en versterken, moet naast het dichtdraaien van de vervuilingskraan, ecologie boven economie komen te staan. Want zonder sterke natuur is er geen gezonde bodem, drinkwater of frisse lucht. Het kabinet lijkt dit ook steeds meer in te zien, want de roep op een integrale gebiedsgerichte benadering, zoals het verbinden van natuur-, water- en klimaatopgaven, klinkt steeds vaker.

          Dat lijkt positief, maar… Wat ook nodig is voor een integrale benadering is méér natuur. Volgens het PBL en Wageningen is er 150.000 hectare extra natuur nodig. Want op papier kunnen we wel zeggen dat we ons aan de biodiversiteitsdoelen van de VN houden, maar in werkelijkheid schieten we ernstig tekort. Niet alleen aan kwaliteit, maar ook omdat we ons rijk rekenen met natuur dat helemaal niet bestaat. Kan de minister een nieuwe natuurkaart leveren zonder dit romantische boekhouden?Het kleine beetje natuur dat we hebben, staat er niet best voor. Dat mag de minister van natuur zich aantrekken, maar liever nog. Ze mag er wat mee doen.

          Maar gelukkig hebben we nog altijd de eilanden van Caribisch Nederland. Minister-president Rutte pronkt immers maar al te graag met deze natuur tijdens internationale besprekingen. Zo’n eervolle vernoeming gaat helaas niet gepaard met een goede bescherming. Kijk maar naar het Chogogo Resort op Bonaire: geen toezicht, geen vergunningen en geen inzicht in de impact op het koraal. En nieuwe debacles dienen zich al aan: de mogelijke komst van een nieuwe vrachthaven en stookoliepier zullen het koraal aantasten.

          Maar de minister ziet deze gevaren helemaal niet. Alles gaat juist goed, want de plannen zijn… In de máák. In 2022 komen de handhavingsplannen en in 2024 de strategieën om afvalwater te behandelen. Daarom mijn vraag: Hoe gaat de minister voorkomen dat eerder genoemde projecten het koraal aantasten. Welke éxtra maatregelen gaat de minister nemen tot de plannen in uitvoering zijn? Kan de minister aangeven welke andere projecten mogelijk een risico zijn voor het koraal? Graag reactie.

          Internationaal maakt Nederland ook de sier om tijdens de klimaattop te beloven om ontbossing te stoppen. Dat klinkt allemaal mooi. Maar zolang de reden van ontbossing niet worden aangepakt, zal de bescherming altijd 0-1 achterstaan. Voor ontbossing elders, is de Nederlandse landbouw één van de grootse, globale medeveroorzaker. Hoe gaat de minister de natuurvernietiging elders op de wereld, veroorzaakt door Nederlandse bedrijven, stoppen?

          Dan voorzitter, de natuur staat niet alleen onder druk door versnippering, de uitverkoop aan de landbouw en door verstikking onder de stikstofdeken, maar ook het gebruik van de gifspuit is desastreus voor dier en natuur.

          De minister beloofde het, ze beloofde het de omwonenden dat het radicaal anders zou gaan met gif. De volksgezondheid stond op 1. Maar al die tijd hebben kleine groepen bezorgde burgers zoals Meten is weten en Bollenboos de bescherming van de omwonenden zelf maar moeten zien op te lossen. De buurman moest met zijn gifspuit maar even een appje sturen als hij zou gaan spuiten.

          Wat zegt de minister tegen mensen die zich terecht zorgen maken over hun gezondheid, of over die van hun kinderen als je in zo’n gebied woont? Ze moeten het nu maar uitzoeken. En nu ook de kamer heeft uitgesproken dat we willen stoppen met landbouwgif is de minister te beroerd om het op te pakken. Met je volksgezondheid komt op 1. Kom nou.

          Van alle omstreden landbouwgiffen is glyfosaat één van de meest bekende. In de winkel – nog steeds – te koop onder de merknaam Roundup. Het spul waarmee alles dood wordt gespoten, behalve het geteelde gewas. Geen insect en vogel die daar nog kan overleven; ecologisch gezien dode zones. De gif-oranje gekleurde velden. Niet het soort oranje waar we trots op zijn.

          Glyfosaat is waarschijnlijk kankerverwekkend en het is aannemelijk dat het de ziekte van Parkinson kan veroorzaken – de snelst groeiende hersenziekte ter wereld. Voor de Partij voor de Dieren alle reden om middelen waar glyfosaat in zit per direct van de markt te halen, totdat onomstotelijk bewezen is dat het níet schadelijk is voor de gezondheid, voor dieren en het milieu. Duitsland en Luxemburg hebben al een verbod aangekondigd.

          Het zou zo mooi zijn geweest als de minister had gedaan wat van de overheid verwacht mag worden. De volksgezondheid op 1 zetten.

          Is de minister bereid om een verbod in te stellen, tot de fabrikant alle toetsen heeft doorstaan, ook die op neurologische effecten.
          Is de minister bereid een verbod in te stellen tot ze kan garanderen dat dit middel veilig gebruikt kan worden?

          Niet alleen vanwege volksgezondheid, maar ook vanwege het effect op onder andere insecten zoals bijen is het noodzakelijk om te stoppen met deze troep. De enorme hoeveelheid landbouwgif die wordt gebruikt in Nederland, doodt in grote aantallen deze belangrijke dieren. Maar naast landbouwgif heeft de wilde bij er nóg een bedreiging bij: de honingbij.

          Deze zomer was ik op werkbezoek in de Biesbosch en zag ik ruim 2 duizend honingbijkasten van buitenlandse bedrijven. Honingcowboys die vrij spel krijgen met de wildgroei aan bijenkasten die zorgen voor enorme voedselconcurrentie met wilde bijen in natuurgebieden. Ik heb hier al vragen over gesteld en overweeg een motie op dit punt. Tenzij de minister kan toezeggen dat ze honingbijkasten bij de natuur een halt toeroept.

          Voorzitter, niet alles kan en alles kan kapot. Maar dat hoeft natuurlijk niet. Er liggen twee wegen voor ons. We kunnen doorgaan op de huidige weg, door te gaan met business as usual. Dat het leiderschap voor verandering niet uit de Kamer komt, maar vanuit de samenleving. Want steeds meer mensen pikken deze manier van omgaan met dieren, mensen en de aarde niet langer. Taboes worden langzaam opengebroken.

          Want als je nu nog iedere dag vlees eet, behoor je in Nederland tot een minderheid. De markt voor plantaardige vlees en zuivelproducten is booming. En steeds vaker zijn het niet de volksvertegenwoordigers, maar de mensen buiten deze Kamer die het verschil maken.

          Bezorgde burgers die naar de rechter stappen om het recht af te dwingen als de overheid dit nalaat. En met succes.
          Betrokken mensen die zich zorgen maken over wat dieren worden aangedaan in de veehouderij, die anders kiezen of de straat op gaan om rechten te eisen voor de dieren.

          We zien jonge boeren die het bedrijf van hun ouders overnemen en nieuwe verdienmodellen creëren, zodat ze hun duurzame producten op de lokale markt af kunnen zetten.

          We zien initiatieven om grond betaalbaarder te maken voor boeren die natuur-inclusief werken.

          We kunnen anders kiezen.

          Het Kabinet en de Kamer, wij, zijn aan zet om ervoor te zorgen dat het de goede kant op kantelt. Door niet problemen uit de weg te schuiven, maar in samenhang aan te pakken. Door niet de korte termijn economische belangen van de westerse mens centraal te zetten, maar de lange termijn belangen, van mens én dier.

          Dat de minister en haar opvolger haar taak serieus neemt zodat boeren en burgers weer vertrouwen te laten krijgen in de overheid.

          We kunnen kiezen voor de weg van een landbouwsysteem dat in harmonie is met de omgeving, met milieu, mens en dier. De weg van duidelijkheid voor boeren, vakmanschap voor gezond en duurzaam voedsel. Waardering vanuit de samenleving.

          De weg van samenwerking met de natuur en de uitweg uit de stikstofcrisis, natuurcrisis, biodiversiteitscrisis en klimaatcrisis.

          Voorzitter, de begroting zoals die hier voorligt houdt ons helaas op die aloude doodlopende weg en zal daarom niet kunnen rekenen op de steun van onze fractie.

          Dank u wel.