Bijdragen Ouwehand en Thieme wetge­vings­overleg Wet natuur­be­scherming 15 juni 2015


15 juni 2015

Ouwehand:
Voorzitter. Wie denkt dat schone lucht belangrijker is dan geld, die moet eens proberen onder water zijn geld te tellen. Natuur heeft waarde in zichzelf — de Partij voor de Dieren hecht eraan om dat altijd te benadrukken — maar is ook van cruciaal belang voor ons bestaan. De natuur levert gratis diensten. De natuur zuivert de lucht. De natuur zuivert het water dat we nodig hebben om te drinken. De natuur levert een gezonde bodem om ons voedsel op te verbouwen. Dus zelfs als je niet wilt erkennen dat natuur waarde in zichzelf heeft en dat het op zichzelf de moeite waard is om de natuur te beschermen, zul je moeten toegeven dat we zonder natuur nergens zijn.

Daarom had de Partij voor de Dieren verwacht dat deze staatssecretaris zou zeggen: "Dat beschermen we dus. Het uitgangspunt van de wet die ik aan de Kamer voorleg, is de bescherming van de natuur." We moeten de natuur allemaal beschermen, omdat die van zulk groot belang is voor ons en voor de toekomstige generaties. Dat leveren we niet uit aan die paar mensen die nu de macht in handen denken te hebben met hun kortetermijndenken. Ik heb het dan natuurlijk over de VVD.

We hadden van deze staatssecretaris verwacht dat zij zou optreden als de beschermvrouwe van de natuur. In plaats daarvan neemt ze ons mee terug in de tijd. In 1818 vonden we in Nederland weliswaar dat de natuur beschermd moest worden, maar dan alleen de nuttige dieren. De rest moesten we bestrijden, want daar hadden we niks aan. Ons denken is in de loop der jaren gelukkig opgeschoven. We hebben steeds meer het nut en de noodzaak, en ook de waarde, gezien van het beschermen van iets wat groter is dan wijzelf zijn. Iets waar we in staan en waarover we dus niet heersen.

De staatssecretaris gaat echter terug. Zij zet een stap terug in de tijd. De brede bescherming van de natuur, die we met zijn allen hebben opgebouwd en waarvan we de waarde zeer wel onderkennen, wordt door haar namelijk teruggebracht, een stapje terug in de richting van die nuttigedierengedachte, die heersergedachte. Waar voorheen alle soorten in principe beschermwaardig waren in Nederland, moeten ze nu voldoen aan een hele set criteria. Als je niet genoeg punten haalt, als je niet op het goede lijstje staat, ben je letterlijk het haasje.

Het is niet zo dat de natuurbescherming die we met zijn allen hebben opgebouwd in dit land overbodig zou zijn. Het is andersom: de bescherming van natuur heeft haar waarde bewezen. We hebben gezien hoe verschrikkelijk nodig het is om iets te kunnen doen aan dat laaiende verlies aan biodiversiteit. Bovendien hebben we de doelen niet gehaald. Als we zouden kunnen zeggen "we staan er ruim voor; de achteruitgang van plant- en diersoorten is gestopt; we zitten dik in ons jasje; onze natuur is er goed aan toe en kan wel een stootje hebben" dan zou je kunnen kijken of we het misschien iets anders kunnen doen. Maar zo is het niet. Het gaat slecht met de biodiversiteit. Een aantal soorten doet het aardig, maar de rest in Nederland, 80%, staat er niet goed voor. Het valt ons tegen dat deze staatssecretaris weliswaar een bijl in handen heeft, maar deze niet gebruikt om een einde te maken aan de grote druk die staat op de natuur, de intensieve veehouderij, de intensieve landbouw met het gifgebruik. Zij zet in plaats daarvan de bijl aan die paar instrumenten die we hebben om de natuur te beschermen tegen dat soort krachten, die desastreus zijn.

Niemand is op zich tegen een vereenvoudiging van regels. Heel vaak is die vereenvoudiging echter een verkapte vorm van afvlakking en vermindering van de bescherming die we hebben. Dat zien we ook terug in dit wetsvoorstel. Natuurlijk, deze staatssecretaris heeft ten opzichte van het voorstel dat er lag en dat door staatssecretaris Bleker is geschreven, wel een aantal verbeteringen doorgevoerd, maar lang niet genoeg. Na Bleker is het makkelijk om een groen imago vol te houden. Wat we van deze staatssecretaris hadden verwacht, was dat zij korte metten zou maken met de massieve denkfout die door het wetsvoorstel van Bleker heen schemerde, namelijk dat de natuur de economie in de weg zit en dat we dús regels nodig hebben om de natuur te beschermen opdat de economie kan groeien, met de economie voorop. Het moet andersom zijn. Deze staatssecretaris had met de meerderheid die er in deze Kamer te vinden is, D66, ChristenUnie, SP, haar eigen PvdA, PvdD en GroenLinks, er makkelijk een wetsvoorstel doorheen kunnen jassen waar de VVD wellicht niet zo heel vrolijk van zou zijn geworden. Zij is echter mans genoeg om dat te verdedigen, daar ben ik van overtuigd.

In de schriftelijke voorbereiding hebben we heel veel vragen gesteld. De Partij voor de Dieren heeft ook allerlei amendementen, om ervoor te zorgen dat de borging van de natuurbescherming wél overeind blijft, waaronder de verantwoordelijkheid van deze staatssecretaris voor de nationale doelen.

Omwille van de tijd zal ik mijn inbreng hier moeten beëindigen. Ik ben zeer benieuwd naar de reactie op onze amendementen.

Thieme:
Voorzitter. Eer de fazanthaan gekraaid heeft, heeft de PvdA haar verkiezingsbelofte andermaal, driemaal, verloochend. In 2012, in 2013 en in 2015 beloofde de PvdA een verbod op de plezierjacht. Vandaag kondigt de PvdA aan, het op een akkoordje gegooid te hebben met de VVD. In ruil voor mogelijke deelname van dierenbeschermingsorganisaties aan faunabeheerorganisaties is de PvdA bereid om akkoord te gaan met de wens van de VVD om de plezierjacht op haas, fazant, wilde eend, konijn en houtduif ongeclausuleerd te gedogen.

Is hier sprake van een Houdini-ontsnapping van de PvdA uit een onmogelijk dilemma? Allerminst. De PvdA heeft zich op een zeer naïeve wijze in het jagerspak laten naaien door de VVD. Er was al een ruime meerderheid in dit huis te behalen voor mogelijke deelname voor dierenbeschermers aan de Faunabeheereenheden. Daar was de steun van de VVD op geen enkele wijze voor nodig. En dus doet de PvdA alsof ze iets uitgeruild heeft met de VVD, maar was er helemaal niets uit te ruilen. Het enige wat de PvdA heeft ingeruild zijn de groene idealen die zij kennelijk tot drie keer toe geveinsd heeft tegenover de kiezer, exact zoals in 1996, toen de PvdA tegen haar eigen voornemen in zwichtte voor de druk om de plezierjacht te blijven toestaan. Dit om de VVD op andere terreinen mee te krijgen, zo zei het Kamerlid Willie Swildens in 1999 tegen de NRC.

De Partij van de Arbeid heeft nog twee weken bedenktijd. Ik wil de Partij van de Arbeid bovendien graag twintig kansen bieden om zich op deelgebieden te revancheren via amendementen op de Natuurwet waar een meerderheid voor te vinden is. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald in de eeuwige jachtvelden van de VVD. Ik verzoek de staatssecretaris ook met nadruk op elk van deze voorstellen te reageren. Ik noem er omwille van de tijd slechts enkele.

Mijn fractie heeft een amendement ingediend om de jacht in Natura 2000-gebieden te verbieden. Waarom zou een beschermd natuurgebied nog langer verstoord mogen worden door de jagers? Zijn rust en bescherming van de natuur niet juist het kenmerk van natuurgebieden? Mijn fractie heeft een amendement ingediend om de landelijke vrijstellingslijst van als schadelijk veronderstelde diersoorten te laten vervallen, omdat deze lijst geen rekening houdt met de uiteenlopende omstandigheden in diverse leefgebieden. Mijn fractie stelt voor om nieuwe eigenaren van grond niet langer te verplichten, de bestaande jachtovereenkomsten te handhaven en dus jagers gedwongen op hun terrein toe te staan.

Wij stellen ook voor om het houden van wilde vogels in kooitjes te verbieden, wat deze wet wil toestaan onder het mom van "verstandig gebruik". Mijn fractie heeft ook een amendement ingediend dat dieren niet langer afgeschoten mogen worden in de periode dat zij drachtig zijn of jongen te verzorgen hebben. Zoals bekend, staat Gelderland nu al de jacht op drachtige herten toe en begint op 1 juli de barbaarse jacht op pasgeboren biggen op de Veluwe. Ik stel in mijn amendement voor om jachtopzichters hun dubbele pet te laten inleveren. Het kan en mag niet zo zijn dat zij toezicht en handhaving van de wet en tegelijkertijd de behartiging van de belangen van de jachthouder als wettelijke taak hebben.

Er is ook een amendement ingediend om een importverbod in te stellen voor jachttrofeeën als ivoor, neushoornhoorn en tijgervellen om wildlife crime tegen te gaan, een amendement voor een verbod op het inzetten van levende dieren als lokmiddel bij de jacht en een amendement om een algemeen verbod in te stellen voor lokmiddelen voor de jacht.

Zoals gezegd, heeft de Partij van de Arbeid nog twee weken bedenktijd. De partij heeft de kans om zich op deelgebieden te revancheren. Ik zou zeggen, pak die kans, want beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald in de eeuwige jachtvelden van de VVD.

Interrupties bij andere partijen

De heer Rudmer Heerema (VVD): Voorzitter. Deze Natuurwet gaat natuurlijk over vele onderdelen. Ik wil graag een aantal onderdelen langslopen. Als wij het goed begrijpen, zit in deze wet de mogelijkheid dat de overheid de toegang tot eigen particuliere grond kan ontzeggen op basis van Natura 2000-doelstellingen. Klopt dit? Dat zou toch heel vergaand zijn. Hoever wil dit kabinet in het eigendomsrecht treden? Kan een huiseigenaar die in een rijksmonument woont dan ook uit zijn huis worden gezet omdat er erosie door zand of regen plaatsvindt? Ik vind dat de grondeigenaar te allen tijde toegang moet houden tot zijn eigen terrein en, sterker nog, zelf moet kunnen bepalen wat hij met zijn bezit doet. Laten wij als overheid alsjeblieft ver weg blijven van deze communistische toestanden.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik vind het wel bijzonder dat de VVD dan wel akkoord gaat met het wetsvoorstel waarmee de eigenaar van een bepaald stuk grond gedwongen wordt om jagers op zijn land toe te laten omdat daar afschot moet plaatsvinden. Dat zijn dan toch ook communistische toestanden, lijkt mij.

De heer Rudmer Heerema (VVD): Nee hoor, dat staat in de overeenkomst zoals die is vastgesteld.

Mevrouw Thieme (PvdD): Waarom meet de heer Heerema met twee maten?

De voorzitter: Mijnheer Heerema, waarom meet u met twee maten?

De heer Rudmer Heerema (VVD): Dat is volgens mevrouw Thieme zo! Het gaat hier om particulier bezit, terwijl je niet eens meer op je eigen land mag komen. Op het moment dat er jachtgrond wordt verpacht – dat is waar mevrouw Thieme volgens mij naartoe wil – ...

Mevrouw Thieme (PvdD): Nee, voorzitter ...

De voorzitter: Sorry, mevrouw Thieme, maar de heer Heerema is nu aan het woord en u hebt nu twee interrupties gehad.

De heer Rudmer Heerema (VVD): Als er gronden zijn waarop gejaagd wordt, kan ik me niet voorstellen dat daar uiteindelijk een overeenkomst onder zou moeten zitten die door de overheid ontbonden gaat worden. Dat is bij deze overeenkomst wel zo. Er is namelijk een doelstelling voor Natura 2000 en er is particulier grondbezit. De overheid besluit dat er een hek om een bepaald particulier grondbezit gezet moet worden en dat er niemand meer op mag. Ik wil weten hoe dat zit en hoe dat kan.

De voorzitter: Mevrouw Thieme, ik liet u interrumperen en heb u een herhalingsverzoek laten doen, maar het probleem is dat u nu wel aan de tweede interruptie van uw fractie gaat beginnen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ja, maar de heer Heerema was even in verwarring. Het gaat erom dat door een aanwijzing van een provincie zelfs met behulp van de sterke arm, zoals ook in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel gesteld wordt, toegang kan worden verschaft tot iemands terrein om daar afschot te laten plaatsvinden, terwijl de heer Heerema hier betoogt dat het eigendomsrecht hier toch wel heel erg heilig is. Waarom meet de heer Heerema op dat punt met twee maten?

De heer Rudmer Heerema (VVD): Ik heb niet het idee dat ik hier met twee maten meet. Er kunnen allerlei grondslagen zijn waarom dat noodzakelijk is voor doelstellingen die bereikt moeten worden. Een Natura 2000-doelstelling op eigen grondgebied vind ik geen reden om een hek om een stuk grond van een particulier te zetten.

[….]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De woordvoerder van de Partij van de Arbeid-fractie spreekt warme woorden over de weerstand die ook zijn partij voelt tegen de jacht, maar het lijkt er toch sterk op dat er wat camouflagenetten van de jagers zijn geleend. We hebben gezien in de initiatiefnota Mooi Nederland en in de verkiezingsbeloften van de Partij van de Arbeid dat zij af wil van de jacht, het jagen zonder nut en noodzaak, en dat zij het regime voor populatie-beheer en schadebestrijding strikter wil maken. Waarom heeft zij er dan niet voor gekozen om met leden van de oppositie amendementen te maken? Er zijn er immers genoeg die dezelfde route voorstaan: ik zie de PVV, de ChristenUnie, D66, GroenLinks, de SP en de Partij voor de Dieren. Het is een vrije kwestie, want er is niks geregeld in het regeerakkoord. Waarom kiest de Partij van de Arbeid ervoor om met de VVD in zee te gaan en duidelijk in het pak genaaid te worden?

De heer Leenders (PvdA): De insinuaties in deze vraag nopen mij er bijna toe om mij af te vragen of ik echt serieus antwoord moet geven op deze vraag. Ik ben ervan overtuigd dat we met het voorliggende amendement datgene wat wij willen, evenwicht in de natuur en respect voor dierenwelzijn, beter hebben geregeld dan in de huidige wet of in het huidige wetsvoorstel is beschreven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): In het regeerakkoord staat alleen dat de Natuurbeschermingswet wordt gemoderniseerd en aangepast en dat deze de biodiversiteit moet dienen. Dit betekent dat fracties, ook regeringsfracties, vrij zijn om zelf amendementen in te dienen. Met steun van de oppositie had de Partij van de Arbeid de kans in handen om een einde te maken aan de jacht, waar zij zelf tegen is, en om het regime voor het populatiebeheer en de schadebestrijding aan te scherpen, zoals zij ook vandaag weer in het debat zegt te willen. Zij doet dat echter niet, want zij stapt naar de VVD, die duidelijk met een andere agenda hier zit. Waarom is voor de Partij van de Arbeid de bescherming van de natuur, de bescherming van in het wild levende dieren, niet belangrijk genoeg om simpelweg te zeggen: «Het is een vrije kwestie. Wij komen met een aantal amendementen. Als de VVD dat niet leuk vindt, is dat prima, maar die ruimte nemen wij.» Waarom buigt de Partij van de Arbeid voor de drukjacht van de VVD?

De heer Leenders (PvdA): Ik kan van alles doen. Ik had dat kunnen doen, maar ik heb het niet gedaan. Ik heb het gedaan zoals ik het heb gedaan. Ik heb de overtuiging dat wij daarmee vandaag het beste resultaat hebben gerealiseerd voor evenwicht in de natuur en voor het respect voor dieren.

Reactie staatssecretaris

Staatssecretaris Dijksma: Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 66. Dat gaat over het schrappen van de programmatische aanpak. Dan hebben we geen PAS meer. Ik denk dat mevrouw Ouwehand, die dit amendement voorstelt, begrijpt dat ik dit echt ten zeerste moet ontraden. De PAS gaat nu net van start. We hebben hemel en aarde bewogen om dat voor elkaar te krijgen. Er is in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer een heel wetgevingstraject geweest. Dat kostte ons allemaal bloed, zweet en tranen. Ik denk dus dat we dit echt niet moeten doen. Dat is ook omdat het inhoudelijk een slecht idee zou zijn. Ik ga niet het hele debat overdoen. Mevrouw Ouwehand heeft daar altijd prachtige bijdragen aan ...

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zal ik dat dan doen?

Staatssecretaris Dijksma: Nee, doe dat maar niet. Ik ken uw argumentatie en ik respecteer uw mening. We zijn het echter niet eens.

[…]

Staatssecretaris Dijksma: Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 58 van mevrouw Ouwehand. Dat amendement legt de verplichting om een gunstige staat van instandhouding voor de Europese natuurwaarden te realiseren, ook hier weer bij de Minister. Dit amendement ontraad ik. De zorg voor het realiseren van een gunstige staat van instandhouding is bij de provincies neergelegd en niet bij de Minister. Dat is immers de decentralisatie. Maar het is zeker zo dat de Minister internationaal aanspreekbaar is. Dat heb ik omstandig toegelicht en dat is ook van belang voor de uitleg van de wet later. We hoeven dat niet wettelijk te verankeren en in ieder geval ook niet op deze manier. Ik moet dit amendement op stuk nr. 58 dus helaas ontraden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit is een lopende discussie. Collega’s hebben daarover ook al opmerkingen gemaakt en amendementen ingediend. Feit is dat er spanning blijft zitten op het naar provincies delegeren van internationale verplichtingen. Het is nu niet bepaald zo dat we er wat die verplichtingen betreft goed voorstaan. Kan de Staatssecretaris schetsen hoe het dan zal gaan? De Peel is al genoemd. Brabant doet redelijk zijn best om de instandhoudingsdoelen te halen, maar Limburg wil niet meewerken. Wat gaat de Staatssecretaris doen? Limburg uit Nederland gooien, omdat ze er niet meer bij horen? Welke sancties heeft zij daadwerkelijk om haar verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor die doelen?

Staatssecretaris Dijksma: Dit is inderdaad een herhaling van zetten. Ik heb net al betoogd dat er uiteindelijk ultiem, via Barro en andere juridisch mogelijkheden, ook in het interbestuurlijke, mogelijkheden zijn om de meest vergaande aanwijzingen te doen of besluiten te vernietigen. De vraag is alleen of je het zover wilt laten komen. Ik denk van niet. Ik ga ervan uit dat alle provincies doen waarvoor ze zeggen te staan. We volgen dat ook met elkaar. Mocht er overigens een provincie zijn die wat het natuurbeleid betreft problemen veroorzaakt, dan ga ik ervan uit dat om te beginnen in de Staten die discussie al wordt gevoerd. Democratisering van dit beleid is natuurlijk niet alleen iets wat landelijk plaatsvindt, maar ook lokaal. Daar roeren mensen zich ook. Laten we onze medebestuurders, onze medevolksvertegenwoordigers, ook het vertrouwen geven en laten we ervan uitgaan dat ze erbovenop zitten. In de praktijk zie je ook dat dit zo is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Maar daar zit precies de zorg. De Staatssecretaris zegt zelf al: ik heb best wel wat instrumenten in handen, maar laten we het er niet op aan laten komen. Die instandhoudingsdoelen staan er niet zo voor dat we daar gemakkelijk mee kunnen omgaan. Er ligt een heel grote opgave en dat is moeilijk. Voor zover ik het kan overzien is alleen in Brabant het CDA uit gedeputeerde staten «geduwd», maar in Limburg nog niet. Ik voorspel de Staatssecretaris dat er, afhankelijk van de kleur van de colleges, wel of niet enige ambitie ligt om iets voor de natuur te doen – laat ik het voorzichtig zeggen – terwijl ze niet wil dat het erop aankomt dat ze daadwerkelijk moet ingrijpen. Wat gaat dit de natuur brengen?

Staatssecretaris Dijksma: Dat vind ik niet fair. Ook naar de provincies toe niet. Mijn ervaring met alle provincies is dat ze er daar heel serieus mee aan de slag zijn, ongeacht hun politieke samenstelling. Ik heb inderdaad betoogd dat er enkele instrumenten zijn, maar op het moment dat ik ze zou moeten inzetten, heb ik feitelijk al een groot verlies geleden. Dat is wat ik betoog. Ik hoop dat het nooit aan de orde hoeft te zijn, maar het betekent niet dat ze er niet zijn. Wel is het zo dat we gezamenlijk die inspanning zullen moeten leveren. Mevrouw Ouwehand heeft er gelijk in dat we er niet op elk punt even florissant voorstaan. Het gaat wel beter, maar nog niet goed genoeg. Dat is precies de reden waarom we zo in de weer zijn gegaan met het aanwijzen van die Natura 2000-gebieden. Hoe moeilijk het ook was, het was altijd met steun van de provincies en soms ook met steun van de waterschappen. De beheerplannen worden nu vastgesteld. De afgelopen twee jaar zijn er echt heel grote stappen gemaakt. Ik vind het soms jammer dat dit eigenlijk niet erkend lijkt te worden onder het motto: vinkje, die hebben we nu allemaal aangewezen, klaar, hup, volgende agendapunt. Dit terwijl het in de praktijk gewoon een gigantische stap is. Dit moest mij even van het hart.

[…]

Staatssecretaris Dijksma: Tijdens het algemeen overleg Natuurbeleid en Biodiversiteit heb ik toegezegd dat ik de Kamer in oktober een verkenning zal sturen over de mogelijkheden om de invoer van jachttrofeeën nog verder te verbieden. In de afgelopen maanden hebben we wederuitvoer van ivoor en neushoornivoor al verboden. Dat is al een deel van de invulling van de motie zoals het lid Graus die eerder heeft ingediend. Dit hebben we gedaan omdat we in de praktijk zien dat het ontzettend moeilijk is om het verschil te handhaven tussen antiek ivoor, want daar ging het in de beleving over, en ivoor dat helemaal niet antiek is maar dat gewoon door middel van bijvoorbeeld stroperij via ons land wordt doorgevoerd. Verschillende lidstaten in Europa hebben hetzelfde besluit genomen, waaronder het Verenigd Koninkrijk. Als je een bijdrage wilt leveren, is het van belang om hierin stappen te zetten. Ik heb dus al een eerste stap kunnen zetten. De verkenning krijgt de Kamer in oktober. Volgens mij staan we er samen voor dat we iconische dieren, want daar hebben we het over, zo goed mogelijk beschermen.

Mevrouw Thieme (PvdD): De Staatssecretaris heeft dat tijdens het algemeen overleg inderdaad toegezegd. Als wij regels willen instellen ter bescherming van wildlife en bijvoorbeeld de invoer van jachttrofeeën verder willen beperken, is het handig als de Natuurwet de mogelijkheid biedt om een AMvB te maken. Nu heb ik een amendement ingediend, maar ik weet niet zeker of de Staatssecretaris het al heeft ontvangen. Als dat niet zo is, is dit wellicht niet de plaats om daarop een reactie te vragen. Ik hoop dan dat de Staatssecretaris er schriftelijk op reageert. Ik zou wel graag willen weten of de Staatssecretaris serieus naar dit amendement wil kijken. Ik weet dat zij pas in oktober met een visie komt, maar we hebben dan alvast een mogelijkheid gecreëerd zonder dat we dit hebben ingevuld. Dat is het idee van het amendement.

Staatssecretaris Dijksma: Dat lijkt mij goed. Ik heb hier wel een amendement, namelijk dat op stuk nr. 69. O, ik hoor dat dat niet is ingediend. Ik zal ernaar kijken. Mevrouw Thieme krijgt daar gewoon een schriftelijke reactie op.

De heer Rudmer Heerema (VVD): Ik heb een procedurele vraag. Dit is een wet voor de natuurbescherming in Nederland. Jachttrofeeën, die de VVD hier ook helemaal niet wil hebben, hebben te maken met internationale, illegale handel. Volgens mij hoort dat bij een heel ander ministerie thuis.

Staatssecretaris Dijksma: Het hoort bij ons, want het gaat om Cites. Ik ben ook degene die internationaal de mandaten verleent voor het onderhandelen vanuit Nederland over Cites. Het wetsvoorstel bevat bij mijn weten ook een basis om hierover iets te zeggen. Dat is dus niet het probleem. We moeten dat even afwachten, maar het gaat wel echt om Cites-lijsten. Over het algemeen staan daar de dieren op waarvoor we ook willen opkomen. De iconische dieren hebben in ieder geval hun bescherming in Cites gevonden. Ik kijk ernaar en de heer Heerema krijgt daar nog een antwoord op.

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): De Staatssecretaris heeft gezegd dat zij het onacceptabel vindt als er wordt gejaagd zonder dat er een maatschappelijke noodzaak is. Zij heeft zelf bedacht, omdat zij het onacceptabel vindt, in haar wetsvoorstel een afschotplan verplicht te moeten stellen voor de plezierjacht. De coalitiepartners willen de afschotplannen schrappen en het bij het faunabeheerplan houden. Wildbeheereenheden hoeven niet meer verplicht gegevens aan te leveren bij de Faunabeheereenheden. Dat staat allemaal in het amendement. Feitelijk betekent dit dat er veel meer mist opgetrokken gaat worden. Wij laten de jagers met dit amendement, als het door de Kamer wordt aangenomen, weer alle ruimte om zelf te bepalen hoeveel dieren er ongeveer zijn en hoe zij denken de schadebestrijding dan wel de plezierjacht verder in te vullen. Dan wordt hooguit achteraf pas bekeken wat er precies allemaal doodgeschoten is. Hoe verhoudt dit zich met de stellige overtuiging van de Staatssecretaris dat er transparantie moet zijn, dat het aantoonbaar duurzaam moet zijn, dat wij er allen goed naar moeten kunnen kijken en dat het onacceptabel is als het gebeurt zonder noodzaak? De Kamer noch de maatschappij kan met dit amendement goed de vinger aan de pols houden. Dat kan de Staatssecretaris toch niet ontkennen? En dit alles vanwege de administratieve lasten.

Staatssecretaris Dijksma: Ik ga, waarschijnlijk tegen beter weten in, toch een poging wagen. Allereerst bevat de wet zelf de inhoudelijke doelstelling die voor alle vormen van jacht geldt. Ik heb het vanochtend al gezegd en het wordt ook in geen enkel amendement, althans niet van de coalitie, en ook niet van de PvdD, weggehaald. Dat zit dus in de artikelen. Ten tweede – en misschien is het voor de geschiedenis goed om het een keer te zeggen – zat dat afschotplan al in het wetsvoorstel. Ik heb dat dus niet in mijn nota van wijziging toegevoegd. Ik wil mij er hiermee niet van afmaken, maar het zat er al in. De redenering destijds was dat men de lijst van te jagen soorten met maar liefst acht uitbreidde van vijf naar dertien. Destijds werd dat ervaren als een mogelijkheid om een politiek compromis te realiseren om het voor deze of gene wat acceptabeler te maken. In mijn nota van wijziging wordt die uitbreiding teruggedraaid. De acht soorten die op de nominatie stonden om toegevoegd te worden, heb ik weer geschrapt omdat ik echt denk dat we daar niemand een dienst mee bewijzen. Vervolgens gaat de discussie nu over de vraag hoe je inderdaad effectief ervoor kunt zorgen dat er een redelijke wildstand is, die controleerbaar is en waar in de vorm van democratisering ook meerdere partijen over meespreken, anders dan nu, en hoe je ervoor kunt zorgen dat uiteindelijk ook verantwoording wordt afgelegd. Al die zaken zijn belegd in de voorstellen die voorliggen. In mijn wetsvoorstel zit het maatschappelijke doel; dat blijft overeind. De transparantie wordt ook als het gaat om het vrijgeven van de cijfers over dieren die geschoten zijn, geboden, ook in het amendement van de leden Heerema en Leenders. De tellingen vooraf zullen blijven plaatsvinden. Het faunabeheerplan gaat in de toekomst niet alleen voor schadepopulatie maar voor de hele range gelden, dus ook voor dit onderwerp. Dit betekent ook dat er in de provincies democratische besluitvorming gaat plaatsvinden. Het is dus niet los van elke invloed van wie dan ook. Wij geven natuurlijk ook ruimte, die per provincie ingevuld zal moeten worden, aan meer dan alleen maar de jagers, natuurorganisaties of dierenbeschermers om ook een plek aan die onderhandelingstafel in te nemen om ervoor te zorgen dat zij ook echt invloed uitoefenen op het plan. Jagers zullen uiteindelijk ook allemaal bij die Wildbeheereenheden zitten, zodat zij zich niet kunnen onttrekken aan hetgeen er speelt. Dus dat is de optelsom van wat voorligt. Ik kan me goed voorstellen dat het voor mensen die eigenlijk nooit vrij bejaagbare soorten willen, nooit genoeg zal zijn. Voor anderen geldt dat ze eigenlijk vinden dat we helemaal geen regels mogen toevoegen aan datgene wat nu voorligt omdat ze vinden dat jagers zelf wel kunnen bepalen op welke wijze zij hun werk doen. Dat hebben zij door de eeuwen heen ook al gedaan. Dus dat is het spectrum. Ik hoop dat we met elkaar kunnen zoeken – ik hoop dat we elkaar daar niet om gaan verketteren maar elkaar juist opzoeken – naar een manier om uit te komen op een voorstel dat werkbaar is, dat de transparantie vraagt die nodig is en dat het maatschappelijk doel waar in ieder geval breed overeenstemming over is, ook wettelijk borgt. Ik denk dat dat toch ook een belangrijke uitkomst zou kunnen zijn van het debat. Dat is echt veel meer dan wat er op dit moment in de huidige wetgeving ligt. Dat wil ik toch ook nog wel een keer benadrukken, want we komen echt van ver als je kijkt naar hoe het tot nu toe geregeld was.

Mevrouw Thieme (PvdD): De jagers mochten al bepalen hoeveel dieren er in het wild waren en hoeveel er dan vervolgens mochten worden afgeschoten. Zij waren in principe de politieman, de officier van justitie, de rechter en de beul in een. Dat verandert niet in dit amendement; sterker nog, die vrijheid die ze hadden met betrekking tot de plezierjacht wordt nu uitgebreid in dit amendement voor de schadebestrijding en het populatiebeheer, omdat alle «waarborgen» die er waren nu worden geschrapt in dit amendement. De Staatssecretaris had het ook over de democratisering door dit amendement. Ik lees voor: «een maatschappelijke organisatie die het doel behartigt van een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren mag aanschuiven». Dat betekent dus dat een dierenbeschermingsorganisatie die niet als doel heeft het behartigen van een duurzaam beheer van populaties in het wild en een redelijke wildstand door middel van het geweer, dus niet kan aanschuiven? Is de Staatssecretaris dat met mij eens? Ik wil heel graag weten welke organisaties hier wel en niet onder vallen. Want ik kan mij voorstellen dat de Vereniging het Nederlandse Edelhert – dat is gewoon een jagersclub – die doelstelling heeft, maar de Dierenbescherming niet. Dat was wel de ruil van de PvdA om haar idealen gewoon maar in de prullenbak te gooien met de zogenaamde belofte dat de Dierenbescherming zou kunnen aansluiten. Dat is gewoon een farce. Is de Staatssecretaris dat in ieder geval met mij eens?

Staatssecretaris Dijksma: Nee, want er staat geen uitleg bij welke organisaties dat kunnen zijn. Dat is aan de provincies. Er zal ongetwijfeld ook van provincie tot provincie een verschillende invulling aan worden gegeven. Ik denk dat dat op zichzelf ook prima is, want daar zullen ook provinciaal debatten over komen waar allerlei Statenfracties zich over zullen buigen. Daar ga ik in ieder geval van uit. Dat is ook goed. Dus ik heb er alle vertrouwen in dat juist in de lokale democratie de afwegingen worden gemaakt dat die organisaties daarin hun plek krijgen waar ook draagvlak voor is. Het lijkt mij van groot belang – dat wil ik hier wel gezegd hebben – dat je niet alleen maar op zoek gaat naar je eigen vrienden als je zo’n rol wilt invullen. Het is ook verstandig als provincies en anderen dat niet gaan doen. Dus ik denk dat het heel belangrijk is om daar niet weer opnieuw debat over te gaan voeren.

[….]

Mevrouw Thieme (PvdD): Jagers betalen om op hazen, konijnen, reeën en zwijnen te schieten. Voor het grofwild betalen ze zo’n € 5.000 à € 6.000. Dat zijn cijfers van de KJV zelf. Dat is hun hobby. De Staatssecretaris en de coalitiepartijen willen graag dat zij die mogelijkheid hebben. Als zij bereid zijn om die kosten te betalen, waar hebben we het dan over dat wij als samenleving vragen om verantwoording af te leggen over het aantal dieren dat wordt doodgeschoten, het aantal dieren dat er nog in het veld is en over wat het effect is op de populatie? Dat is toch het minste wat we mogen verwachten van een paar hobbyisten die tegen duizenden euro’s dieren doodschieten?

Staatssecretaris Dijksma: Ik vind het heel goed dat daar bedragen voor moeten worden betaald. Met mevrouw Ouwehand zeg ik dat de natuur niet gratis is. Echter, de veronderstelling dat geen verantwoording moet worden afgelegd over wat er geschoten wordt, klopt niet. Die verantwoording moet namelijk wel worden afgelegd. Dat zit ook in het voorstel. Mevrouw Ouwehand kan wel steeds «nee» schudden, maar het is gewoon een feit. Misschien kunnen we op dat punt op basis van feiten met elkaar van mening blijven verschillen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Feit is dat deze Natuurwet, zeker met dit amendement van de PvdA en de VVD een einde maakt aan het nee, tenzij-principe in de Flora- en faunawet, namelijk dat wij in principe dieren niet doodschieten. Dit amendement zorgt er alleen nog maar meer voor dat de jagers alle ruimte krijgen, zonder transparantie, zonder democratische controle en dat zij hun gang kunnen gaan. Dat de Staatssecretaris dat ontkent, vind ik schokkend. Samen met een paar andere collega’s vind ik het schokkend dat niet serieus wordt gekeken naar de wijze waarop zij gaan verantwoorden.

Staatssecretaris Dijksma: Ik vind het schokkend dat mevrouw Thieme deze stelling betrekt die evident niet waar is. In mijn introductie heb ik uitgelegd wat de huidige Flora- en faunawet op dit punt precies voorstelt. En dat is bitter weinig. Alles wat er vervolgens komt, is winst. Daarnaast is het ook niet waar dat geen verantwoording moet worden afgelegd, ook niet indien de Kamer het amendement van de twee genoemde leden aanneemt over wat er precies geschoten wordt. Die transparantie blijft geregeld. Dat is inderdaad nieuw in vergelijking met de huidige situatie. Ik begrijp dat mevrouw Thieme teleurgesteld is en het graag anders had gewild op een aantal onderwerpen – dit is echt goed bedoeld – maar kritiek moet ook precies zijn en de kritiek die zij zojuist gaf, klopte niet. Dat is gewoon echt niet waar.

[….]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): We hadden het er vanochtend al even over toen wij de initiatiefnota van mevrouw Thieme bespraken. Ik wist toen al dat dit amendement er lag. De Staatssecretaris wijst de initiatiefnota af, want zij zegt dat jacht een doel moet hebben. Er komt ook een afschotplan. Dit amendement maakt een einde aan het afschotplan. Wij zien dat er een Kamermeerderheid voor is met de VVD en de PvdA. De Staatssecretaris wijst het amendement niet af. Zij zegt niet: ik wil dat plan handhaven, want ik vind het belangrijk. Dat wordt dus wet. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is of zij opnieuw wil oordelen over de motie die ik heb ingediend om een einde te maken aan de lijst met vrij bejaagbare soorten. Zij voert als argumentatie aan dat er plannen waren om meer dieren toe te voegen aan die lijst. Zij heeft dat niet gedaan. Wees blij, zo zegt de Staatssecretaris tegen de Kamer. Ik wil weten waarom zij dat niet heeft gedaan.

Staatssecretaris Dijksma: Dat zijn twee vragen in één. Ik zal opnieuw het oordeel geven dat ik vanochtend heb gegeven. Ik heb vanochtend gezegd dat ik het niet eens ben met het voorstel dat vanuit uw initiatief voorligt. Het oordeel dat ik eerder gaf, is na dit debat niet gewijzigd. Ik hoop op een andere manier met dit verhaal verder te gaan. Ik ben het niet eens met de veronderstelling dat de jacht geen doel dient en dat dit niet verankerd is. Dat is namelijk wel zo. Het staat zelfs in de wet. Ik zou willen dat dat gewaardeerd werd zoals het er staat. Vervolgens is de praktische vraag hoe wij ervoor zorgen dat wij de zaak die wij moeten regelen zo goed mogelijk regelen. Ik snap waarom u vraagt of je überhaupt een lijst moet houden, want je zou in een extreme vorm van doorredeneren kunnen zeggen dat je feitelijk de hele kwestie rondom jacht naar de provincies decentraliseert, als het op lokaal niveau goed geborgd is met allerlei organisaties die daarin inspraak hebben. Je ziet dat het in het maatschappelijk debat en alles wat daaromheen zit nog niet zover is. Ik vind het van belang om met een wetsvoorstel aan de slag te gaan dat een zo breed mogelijk draagvlak kent en dat recht doet aan gevoelens en opvattingen die er zijn over dit onderwerp, maar ook een wetsvoorstel waarvan ik zeker weet dat het de tand des tijdens de komende jaren kan doorstaan. Het moet dus niet alleen in deze Kamer maar ook in de Eerste Kamer en niet alleen op het punt van de jacht maar ook op het punt van natuurbeheer steun krijgen. Daar sta ik nu voor. Ik doe dat naar beste kunnen. Ik sta voluit achter de voorliggende voorstellen. Ik geloof dat wij, zeker op een gepolariseerd en totaal gepolitiseerd onderwerp als dit, elkaar alleen maar kunnen vinden als wij elkaar willen opzoeken. Dat zal echt ergens in het midden zijn. Dat is gewoon niet anders. Daarom zien de voorstellen eruit zoals ze eruit zien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar heb ik toch wel grote moeite mee. Ik krijg geen antwoord op de vraag hoe de Staatssecretaris haar eigen argument ziet om een einde te maken aan de vrij bejaagbare soorten. Het afschotplan komt te vervallen. Dat kunnen wij vanavond vaststellen. De PvdA en de VVD stellen dat voor en de Staatssecretaris omarmt dat amendement. Dat valt dus weg. Wat is dan precies de relatie tot haar eigen woorden dat de jacht een maatschappelijk doel moet dienen en nut en noodzaak moet hebben? Anders vindt zij het onacceptabel. Ik wil weten hoe zij dat definieert en waarom zij de andere soorten, die eerst op de nominatie stonden om ook op de lijst van de vrij bejaagbare soorten te komen, daar niet op heeft gezet. Daaruit zouden wij kunnen proeven wat zij een maatschappelijk doel vindt en wat niet. Ik hoor haar in haar antwoord zeggen: ik wil een zo ruim mogelijke meerderheid. Maar dat kan toch niet met wetgeving? Je moet dat toch scherper beargumenteren?

Staatssecretaris Dijksma: Dan praten we echt langs elkaar heen, want ik ben van het begin af aan bezig om dat te doen. Voor mij is het essentieel dat er voor alle vormen van jacht een faunabeheerplan komt en dat het inhoudelijke doel, dat in de wet zelf staat, voor al die vormen van jacht geldt. Dat hebben wij nu niet. Dat is echt nieuw, ook ten opzichte van de huidige Flora- en faunawet. Daar zit een verschil. Dat is precies de reden waarom het voorliggende voorstel voor sommigen van uw collega’s te ver gaat. Voorts vind ik het van belang dat je transparantie hebt over wat er feitelijk gebeurt. U zegt dat het afschotplan vervalt, maar het is er nog helemaal niet. Dat is de kern. Er vervalt niets, het is er nog niet. De vraag is hoe wij ervoor zorgen dat de bedoeling van het afschotplan, namelijk een redelijke wildstand en transparantie over wat er daadwerkelijk geschoten wordt, zoveel mogelijk gediend wordt. Ik kom dan terug bij mevrouw Van Veldhoven en ook bij mevrouw Dik-Faber, die zeggen dat het belangrijk is om een basis te hebben om vanuit te kunnen werken. Dat is het faunabeheerplan. Dat is nieuw. Dat is er nu niet, maar dat komt er. En daar gaan anderen over meepraten. Dat zit ook in het voorstel. Vervolgens kan op basis van het afschotplan in de regio zelf worden nagegaan of het systeem werkt. Als je die zaken allemaal bij elkaar optelt, heb je een redelijk verhaal, dat aanmerkelijk anders is dan het nu is geregeld voor wat de wettelijke waarborgen betreft. Ik denk dat dat van belang is. Het is in ieders belang dat er veel meer transparantie op het dossier komt. Laat dat licht maar in de duisternis schijnen, want dat is goed. Daardoor krijgen wij een andere discussie. Ik ben ervan overtuigd dat die er gaat komen.

[…]

Staatssecretaris Dijksma: Dan kom ik bij amendement nr. 25 van het lid Thieme. Dat roept op om de voorgestelde verplichting voor jagers om deel te nemen aan een wildbeheereenheid te schrappen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat jachtaktehouders verplicht deelnemen aan de wildbeheereenheid in hun werkgebied. Dat maakt het immers mogelijk dat ze een maatschappelijk verantwoorde en transparante uitoefening van de jacht waarborgen. De wildbeheereenheden zijn bij uitstek streekgebonden samenwerkingsverbanden. Ze zorgen er in de praktijk voor dat de beheerinspanningen overeenkomstig het faunabeheerplan worden uitgevoerd, in goede samenhang en afstemming met betrokkenen. In mijn eigen redenering heb ik net al uitgebreid de waarde van deelname hieraan onderstreept. Om die reden ontraad ik het amendement.

Dat geldt ook voor het amendement op stuk nr. 26 van het lid Thieme. Daarin wordt voorgesteld om de centrale rol van de faunabeheereenheden te schrappen. Ik denk dat je die juist heel hard nodig hebt, gelet op de rol van deze eenheden in het proces van afstemming van alle inspanningen in het gebied. Voor mij is dat echt een belangrijk fenomeen.

Het amendement op stuk nr. 27 van het lid Thieme roept op om de jacht in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland en in bijzondere provinciale natuurgebieden te verbieden. Nogmaals: het stellen van regels ter bescherming van het Natuurnetwerk en de bijzondere provinciale natuurgebieden is een provinciale aangelegenheid. Zij beschikken ook over instrumenten om gebieden te beschermen tegen bijvoorbeeld verstoringen als gevolg van de jacht. Een wettelijke regeling als een verbod zou ook de decentralisatieafspraken die eerder zijn gemaakt doorkruisen.

Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 28 van het lid Thieme, dat voorstelt om de landelijke vrijstelling te schrappen. Die landelijke vrijstelling is er voor dieren van soorten die in het hele land schade veroorzaken. Het gaat hier dus om een provinciegrensoverschrijdende kwestie. Een landelijke vrijstelling voorkomt onnodige bestuurlijke lasten voor provincies en geeft ook op voorhand juist duidelijkheid in de praktijk. Dat is toch wel een belangrijke reden om die mogelijkheid overeind te houden en het amendement helaas toch te ontraden.

Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 29 van het lid Thieme. Dat roept op om erfpachters, vruchtgebruikers en pachters van de grond het recht te ontzeggen om jacht uit te oefenen. Ook regelt het amendement dat bestaande huurovereenkomsten van jachtvelden vervallen bij eigendomsovergang. Voor de uitoefening van de jacht maakt het uiteindelijk natuurlijk niet uit wie de jacht mag uitoefenen. In elk geval moeten dezelfde regels gelden. Tegen die achtergrond zie ik ook de noodzaak van dit amendement niet. Als je die huurovereenkomsten zou laten vervallen, krijg je natuurlijk ook andere lastige situaties. Alleen wanneer een huurder zicht heeft op continuïteit van zijn gehuurde jachtrecht kan duurzaam beheer van het aanwezige wild op het jachtveld worden gewaarborgd. Daar wil men natuurlijk ook weten waar men aan toe is. Om die reden ontraad ik het amendement op stuk nr. 29 van mevrouw Thieme.

Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 31 van het lid Thieme. Dat roept op om provincies te beperken in de ruimte die zij op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn hebben om de omvang van populaties te beperken. Ik vind het belangrijk dat de ruimte die de richtlijnen voor de praktijk bieden ook in het wetsvoorstel worden opgenomen en dat we de richtlijnen niet strenger implementeren dan andere landen. Om die reden onraad ik het amendement op stuk nr. 31.

[…]

Staatssecretaris Dijksma: Dan kom ik nog bij een aantal andere amendementen. Het amendement op stuk nr. 32 van het lid Thieme schrapt het gebruik van jachtvogels. Het gebruik van jachtvogels kan echter juist een goed alternatief zijn voor het gebruik van het geweer. Het is een jachtmiddel met een lange traditie. De valkerij is ook cultuurhistorisch een fenomeen dat bij mijn weten door UNESCO is erkend. De Kamer heeft mij eerder juist gevraagd om meer jachtvogels te mogen inzetten als alternatief voor het geweer. Dat is gevraagd door het lid Graus. Hij is er nu niet, maar dat gaan we hem zeggen. Dat was bedoeld voor professor Dijkgraaf, in de geest van de heer Graus. Ik ontraad het amendement op stuk nr. 32.

[...]

Staatssecretaris Dijksma: Ik kom bij het amendement op stuk nr. 38 van mevrouw Thieme, dat voorziet in een verbod op het doden van dieren in de draag- en zoogtijd. Provincies moeten hiervoor regels opstellen. Ook hier geldt – ik vind dat we dat heel goed hebben geregeld – dat zoogdieren in kwetsbare perioden, zoals de draag- en zoogtijd, zo veel mogelijk moeten worden beschermd tegen afschot. Het wetsvoorstel voorziet dan ook in voldoende waarborgen om zoogdieren alsdan te ontzien. Voor populatiebeheer houden de provincies bij het verlenen van ontheffingen hier ook echt rekening mee. De uitoefening van de jacht op zoogdieren, bijvoorbeeld hazen en konijnen, is niet toegestaan in de periode waarin deze dieren op hun kwetsbaarst zijn. Buiten het jachtseizoen kunnen grondgebruikers hazen en konijnen alleen bestrijden ter voorkoming van schade. Om die reden is dit amendement overbodig en ontraad ik het.

[…]

Staatssecretaris Dijksma: Mevrouw Thieme doet middels het amendement op stuk nr. 39 het voorstel dat jachtopzichters alleen buitengewoon opsporingsambtenaar mogen zijn. Jachtopzichters zijn in dienst van een jachthouder en combineren hun private werkzaamheden voor de jachthouder met een publieke, onbezoldigde taak. Dat is een heel efficiënte vorm van handhaving. Het professioneel en onafhankelijk handelen is gewaarborgd door de opleiding en bijscholing, en ook door toezicht van het OM en de politie. Het amendement zou ertoe leiden dat een hele categorie van groene boa’s feitelijk zal vervallen en het zou ook het einde ervan kunnen betekenen. Dat zou ik toch wel heel jammer vinden. Verschillende commissieleden hebben immers vastgesteld dat deze groep mensen veel doet in het kader van natuurbeheer. Dat zou je dan ook kwijt zijn. Ik moet dit amendement dus helaas ontraden.

[…]

Staatssecretaris Dijksma: Ik ga nog een poging doen. Het is even ingewikkeld. Dat is overigens niet de reden waarom ik dit nog niet had beantwoord, maar ik ga mijn best doen, mevrouw Ouwehand. Het amendement van mevrouw Ouwehand vraagt in het eerste lid om aan het einde toe te voegen «de totstandkoming van het Natuurnetwerk Nederland». Dat zit al begrepen in artikel 1.5, derde lid, onderdeel a, namelijk «beleid om een gunstige staat van instandhouding voor de habitats en soorten in Nederland te realiseren». Het natuurnetwerk is daarbij een van de instrumenten. Onder II stelt mevrouw Ouwehand in haar amendement: «Met het oog op het eerste lid dragen gedeputeerde staten, door de aanwijzing van gebieden in hun provincie in opdracht van Onze Minister, zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd «natuurnetwerk Nederland». Dit staat eigenlijk ook al in artikel 1.10, tweede lid, waarin staat dat als de wet voorschrijft dat de provincies het natuurnetwerk realiseren, er geen opdracht van de Minister meer nodig is. Het is een vrij technisch antwoord, maar eigenlijk dubbelt wat mevrouw Ouwehand voorstelt voor een deel de bestaande wetgeving. Feitelijk maakt wat zij voorstelt het niet duidelijker. Om die reden moet ik het amendement ontraden.