Inbreng SO Nahang wijziging Besluit gebruik mest­stoffen


11 december 2014

Inbreng Partij voor de Dieren Schriftelijk Overleg Nahang wijziging Besluit gebruik meststoffen

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennis genomen van de wijziging van het Besluit gebruik meststoffen. Zij willen graag nog enkele vragen stellen.

In het Besluit de mestnormen wordt de bemestingsnorm voor overige grond enigszins naar beneden worden bijgesteld. Dat kan op steun rekenen van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie. Hoewel het een marginale bijstelling is, zal het hopelijk bijdragen aan de vermindering van de waterverontreiniging als gevolg van nitraten uit agrarische bronnen. De vermindering die nu gerealiseerd wordt is echter nog lang niet voldoende om de milieudoelen zeker te stellen. Tevens krijgen deze leden graag meer toelichting op het huidige gebruik van overige gronden. Hoeveel hectare overige grond wordt er momenteel gebruikt voor het afzetten van mest? Op welke manier wordt bij dit soort gronden gehandhaafd?

De leden van de PvdD-fractie betreuren het dat de staatssecretaris deze wijziging van het Besluit niet heeft gebruikt om de bemestingsnormen voor natuurterreinen en landbouwgronden meer in overeenstemming te krijgen met de internationaal afgesproken doelen op het gebied van waterkwaliteit. Wanneer kan de Kamer de volgende wijziging van het Besluit gebruik meststoffen verwachten dat zal leiden tot een verdere en noodzakelijke verlaging van de mestnormen?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie blijven grote bezwaren houden tegen de toepassing van runderdrijfmest tegen winderosie. Zoals de Technische Commissie Bodem ook heeft ingebracht, zijn er voldoende haalbare alternatieven om erosie te bestrijden, en zijn gevolgen van het toepassen van drijfmest voor de natuur erg groot. Deze leden willen de staatssecretaris vragen om dit jaar goed te monitoren hoevaak er gebruik wordt gemaakt van deze milieuonvriendelijke methode, en dit aan de Kamer te rapporteren alvorens het Besluit volgend jaar weer wordt gewijzigd, zodat deze feiten een rol kunnen spelen in de discussie bij het vaststellen van de volgende wijziging van het besluit. Is de staatssecretaris daartoe bereid? Is zij ook bereid en in staat om de gevolgen van deze extra toepassing van drijfmest voor de natuur en waterkwaliteit in de veenkolonien te kwantificeren, en deze aan de Kamer te doen toekomen? Zo nee, waarom niet?