Bijdrage Thieme AO voedsel


11 december 2014

Duurzaam, diervriendelijk en veilig voedsel voor iedereen en eerlijke voedselprijzen waarin alle kosten zijn verdisconteerd. Dat is het doel maar hoe komen we daar? Die vraag staat voor mijn fractie vanavond centraal.

De tijd is vanavond beperkt en daarom willen wij graag een apart overleg over het thema voedselzekerheid in de wereld en ik heb begrepen dat meer fracties daar voor voelen.

Verduurzaming van voedsel betekent niet alleen minder voedsel weggooien, of de productiesystemen verduurzamen. Dat zal helpen, maar onvoldoende zo zeggen alle wetenschappers en voedselexperts van de VN, het Planbureau voor de Leefomgeving, het International Panel on Climate Change, De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en, zo hebben we vorige week in hun laatste rapport kunnen lezen, Chatham House.

Wat vooral nodig is, is een aanpassing van het consumptiepatroon, zoals minder vlees en zuivel eten en meer plantaardige producten.” Zo stelt het Planbureau voor de Leefomgeving.

Zelfs met ambitieuze maatregelen om de uitstoot te verminderen van de veehouderij, is het onwaarschijnlijk dat de wereldwijde temperatuurstijging tot twee graden kan worden beperkt zonder een radicale verandering in vlees en zuivel consumptie. Als we dat aanpakken krijgen andere bedrijfssectoren, waar emissiereducties moeilijker te bereiken zijn, veel meer ruimte in het nog beschikbare koolstofbudget. Andere voordelen zijn een verbetering van onze gezondheid, de mondiale voedselzekerheid, de water veiligheid en de biodiversiteit.

Ook de commissie Corbey onderschrijft in haar advies de noodzaak dat consumenten hun diëten aanpassen, waarbij dierlijke eiwitten vervangen worden door plantaardige alternatieven.

Voorzitter, in de veelheid van raadgevers schuilt wijsheid. Maar het kabinet lijkt voor de adviezen die zeggen verminder de consumptie van dierlijke eiwitten nog niet helemaal rijp te zijn. Overigens wordt in geen van die adviesrapporten gezegd “wacht met maatregelen op Europa.” Daar is het net even te urgent voor.

Het Kabinet houdt het bij naar maatregelen om mensen minder vlees en zuivel te laten consumeren, vooralsnog bij voorlichting. Terwijl ze zelf zegt dat voorlichting weinig effect heeft op gedrag (brief aan EC). Wat doet ze nog meer? Ik weet dat dit kabinet nog niet enthousiast is over een vleestax, maar wat zijn de andere acties binnen de Alliantie Voedsel voor een vermindering van de vleesconsumptie?

Nederland dringt in Europa aan op de verduurzaming van de consumptiepatronen. Een duurzame keuze moet de gemakkelijkste keuze worden. Zeer eens, voorzitter. Precies een jaar geleden heeft het Kabinet bij de Europese Commissaris erop aangedrongen communities for best practices rondom duurzaam voedsel te organiseren. Hoe zijn die vormgegeven en hoe staat het daarmee? Verder dringt het Kabinet aan op de ontwikkeling van betrouwbare meetmethoden om verschillende typen menus te vergelijken op duurzaamheid. Wie ontwikkelt dat, zo vraag ik de Staatssecretaris? Gebeurt e.e.a. op onafhankelijke wijze?

Voorzitter, we zijn net als voor onze energie, veel te afhankelijk geworden van grondstoffen uit het buitenland: denk aan veevoer en kunstmest. Het is noodzakelijk om grondstoffen dicht bij huis te produceren: niet alleen veevoer, maar vooral ook de productie van plantaardige eiwitten zoals bonen, lupine en erwten voor menselijke consumptie. Daarmee maken we ons minder kwetsbaar in onze voedselvoorziening.

Bedrijven als Agrifirm laten zien waartoe Nederland in staat is. Wij kunnen binnenkort in Nederland soja efficiënter produceren dan landen als Brazilië dat ooit zullen kunnen.

Dat heeft te maken met ons logistieke systeem, maar ook met het feit dat wij zeer innovatief zijn op het gebied van veredeling. Op dit moment laat het Nederlandse bedrijfsleven de veredeling van soja in drie verschillende klimaatzones tegelijk plaatsvinden. Echter, het is vooral gericht op veevoer omdat daar snel bulk van te maken is en niet op het geschikt maken voor menselijke consumptie. Welke rol kan het Kabinet hierin spelen?

Het kabinet zet vol in op Klimaatslimme landbouw. Dat klinkt mooi, maar de uitwerking blijft, als het kabinet niet goed oplet, steken in business as usual in een groen jasje. HetCIDSE, waarbij Cordaid is aangesloten, concludeert in het rapport `Climate Smart Agriculture’: the Emperor’s new clothes? dat het concept van ‘Climate Smart Agriculture’ dat zo breed is geformuleerd dat het vrijwel iedere vorm van landbouw kan omvatten, inclusief niet-duurzame modellen. Dus ook landbouw, waarbij gebruik gemaakt wordt van kunstmest en pesticiden. Mogen wij een duidelijke definitie en voorbeelden van landbouwmethoden die daar wél en daar niét onder vallen.

Het Kabinet staat op een kruispunt van wegen. Kiezen we voor het voeden van de mensheid of kiezen we voor het voeden van de vraag naar klimaatonvriendelijk voedsel. De universiteit van Minnesota heeft berekend dat we 10 miljard mensen kunnen voeden met het huidige akkerbouwareaal als we de gewassen niet aanwenden voor veevoer en biobrandstoffen. Kiezen we voor de mond of kiezen we voor de motor en de stront?

Voorzitter, vandaag staat in de Boerderij dat vanwege de lage melkprijzen de boeren vorige week een record aantal melkkoeien, 15000, naar de slacht hebben gebracht. De melkprijs daalde met 10%, met als gevolg 50% meer melkkoeien dan normaal die voortijdig werden afgemaakt. Een wrang beeld. Het lot van een dier is volledig afhankelijk geworden van marktbewegingen.

Voorzitter, boeren moeten niet meer terecht kunnen komen in situaties waarin ze onder de kostprijs moeten produceren. Dat gaat ten koste van hun inkomen en heeft grote gevolgen voor de voedselveiligheid, het dierenwelzijn en het milieu. Het minste wat de overheid van de supermarkten zou moeten vragen, is dat zij kunnen aantonen dat de boer een prijs heeft gekregen dat kostendekkend is. Staat de staatssecretaris open voor deze mogelijkheid, of is er inmiddels al een ander plan met hetzelfde resultaat. We wachten al erg lang op de uitkomsten van de gesprekken met de supermarkten en andere partners in de voedselketen.

.....................................

Interrupties:

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik hoor de heer Geurts spreken over de vrijhandelsverdragen met onder andere Amerika en Canada. Ik heb ook debatten gevoerd samen met collega Mulder van het CDA. Daaruit heb ik de indruk gekregen dat het CDA in principe voor het vrijhandelsverdrag is. Ik hoor echter nu dat er toch wel wat bedenkingen zijn. Kan de heer Geurts daar iets meer over vertellen? Wij delen die bedenkingen als het gaat om de landbouw.

De heer Geurts (CDA):

Er zit absoluut geen licht tussen het verhaal van mijn collega Agnes Mulder en mijn verhaal op dit punt. Wij stemmen de teksten met elkaar af en dan zit er dus geen licht tussen. Wij zijn zeker niet tegen handelsverdragen. Wij maken ons echter zorgen over het komende handelsverdrag tussen Amerika en de Europese Unie waarin onze dierenwelzijnstandaarden ondergeschikt worden gemaakt. Wij hebben nu al een debacle met Oekraïne. Wij weten allemaal hoe dit tot stand is gekomen. Daar hebben wij ook al vaker met uw collega Esther Ouwehand over gesproken. Voor zover wij daar invloed op hebben, willen wij voorkomen dat het tussen Amerika en de Europese Unie ook op die manier zal gaan.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Wij willen geen hormoonvlees, chloorkippen en genetisch gemanipuleerde producten uit Amerika, ook ter bescherming van onze Europese boeren. Ik hoop dat het CDA dat met ons deelt. Is dit voor het CDA ook een breekpunt? Geeft het CDA geen steun aan het TTIP (Transatlantic Trade and Investment Partnership) als er ook voor de landbouw een vrijhandelsakkoord wordt afgesloten? De heer Geurts (CDA): Met breekpunten hebben we slechte ervaringen, dus dat woord ga ik niet meer gebruiken. We geven wel een waarschuwing aan de onderhandelaars. In wezen doet de Europese Unie de onderhandelingen namens Nederland, maar de bewindspersonen zitten ook in de diverse overleggen met collega’s. Wij geven steeds die signalen mee, maar uiteindelijk gaat de Europese Unie erover.

......................

Mevrouw Thieme (PvdD): We hadden het net in het eerste interruptiede-batje even over de vraag hoe we onze eigen boeren in Europa kunnen beschermen tegen goedkope producten uit Amerika die waarschijnlijk niet aan onze voorwaarden voldoen. Nederland heeft echter ook zelf een verantwoordelijkheid als het gaat om het misbruiken van landbouw-gronden voor zijn eigen productie. Nederland haalt bijvoorbeeld buiten-gewoon veel grondstoffen weg uit Brazilië en landen in Afrika om zijn eigen exportpositie veilig te stellen op het gebied van vlees en zuivel. Denk aan veevoer. Dat gaat ten koste van kleine boeren daar. Wat vindt de heer Geurts? Moeten wij voor alle boeren opkomen of alleen voor de Europese boeren?

De heer Geurts (CDA): In de ideale wereld zou ik graag voor alle boeren in de hele wereld opkomen, maar die ideale wereld komt er voorlopig nog niet. Wat we kunnen doen in het buitenland, moeten we doen, maar we zijn een relatief klein landje. We moeten uiteraard ervoor zorgen dat onze eigen bevolking – ik zie dit Europees – voedselzekerheid heeft. Mevrouw Thieme had het ook over soja. Daar hebben we al vaker discussie over gevoerd. In het weekend of vlak voor het weekend is er een rapport uitgekomen van Wageningen University onder de kop: «Duurzaam vervangen van Zuid-Amerikaans sojaschroot door Europees eiwit blijkt lastig». Daarom is het mooi dat de D66-fractie samen met de CDA-fractie een motie heeft ingediend om de kennisontwikkeling over eiwitgewassen in Nederland te bevorderen. Het moge namelijk duidelijk zijn dat we er nog niet zijn.

De voorzitter: Mevrouw Thieme, een heel korte vervolgvraag.

Mevrouw Thieme (PvdD): We zijn ook voor duurzame eiwitteelt in Europa. De motie is ook aangenomen. Varkensboeren in Nederland voldoen echter niet eens aan de door henzelf gemaakte afspraken over het inkopen van duurzaam geteelde soja uit landen als Brazilië. Als de varkensboeren hun eigen afspraken al niet eens nakomen, kunnen we dan nog verwachten dat verduurzaming vanuit de markt zelf echt tot stand komt?

De heer Geurts (CDA): Voorzitter, u zult mij niet toestaan om daarop een heel uitgebreid antwoord te geven.

De voorzitter: Inderdaad. De heer Geurts (CDA): Bij de begrotingsbehandeling hebben we hierover van gedachten gewisseld met Staatssecretaris Dijksma. Zij heeft uitge-sproken dat zij de sector zal houden aan de afspraken, maar ik heb toen ook gevraagd hoe je mensen aan afspraken kunt houden als duidelijk is dat iets echt niet lukt. Het onderzoek van Wageningen UR geeft ook aan dat de materie veel weerbarstiger is. Ik denk dat de sector, met name de voerleveranciers, zijn uiterste best zal doen om er toch aan te voldoen. Het is echter de vraag of het gaat lukken.

..............................

Mevrouw Thieme (PvdD): Ja. Waar haalt de heer De Liefde de stelling vandaan dat biologische teelt minder zou opbrengen? De VN heeft namelijk aangetoond dat biologische teelt 116% aan productie opbrengt. Dat is significant meer dan gangbare teelt.

De heer De Liefde (VVD): Ik heb onder andere aan de hand van het voorbeeld van de tomaat aangegeven dat de teelt in het open veld – dat is een van de voorwaarden voor de biologische teelt, zoals mevrouw Thieme weet – een lagere opbrengst kent dan de teelt in kassen. We hebben niet voldoende aardoppervlak om 9 miljard monden te voeden met biologische teelt. Er zijn dus innovaties nodig, maar de partij van mevrouw Thieme houdt die helaas vaak tegen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Er wordt weer een stelling geponeerd zonder aan te geven uit welk rapport die informatie komt. Hoe komt de heer De Liefde erbij dat de biologische teelt meer grond vergt? Gangbare teelt heeft juist meer grond nodig, bijvoorbeeld voor kunstmest en veevoer.

De voorzitter: Uw vraag is duidelijk.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik krijg dus graag namen en rugnummers van deze bewering van de heer De Liefde. De heer

De Liefde (VVD): Deze conclusies heb ik getrokken na het lezen van diverse rapporten. Dat zijn mijn woorden en daar kunt u mij op afrekenen.

..............................

Mevrouw Thieme (PvdD): De Staatssecretaris wil niet dat er een soort geloofsoorlog ontstaat tussen de biologische en de gangbare landbouw. Zij wil dat niet, zo heb ik begrepen, omdat ze van elkaar kunnen leren. Maar waarom krijgt de conventionele landbouw op dit moment dan veel meer mogelijkheden en veel meer financiële steun dan de biologische landbouw? De ongelijkheid tussen deze twee systemen zou dan toch zeker op z’n minst weggenomen moeten worden?

Staatssecretaris Dijksma: Ik weet niet of het klopt wat mevrouw Thieme zegt. Bij heel veel investeringen, bijvoorbeeld die in stalsystemen, leggen we de nadruk op het verduurzamen van de gangbare landbouw. Dat is niet altijd per definitie biologisch, maar het is natuurlijk wel een belang-rijke stap. Verder stellen we het komende jaar, mede dankzij de Kamer, niet alleen veel onderzoeksmiddelen ter beschikking voor de biologische sector, maar ook voor BIOFACH. Ik kijk hierbij specifiek naar de heer Smaling, want zijn partij heeft daartoe vorig jaar een amendement ingediend. BIOFACH is een belangrijke beurs en het is dan ook jammer dat de commissie niet met mij meegaat, want dat zou een goed signaal zijn geweest, ook om onze biologischelandbouworganisaties te steunen. Op deze manier proberen we deze markt extra ondersteuning te bieden.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik zal bij de BIOFACH aanwezig zijn; dan weet de Staatssecretaris dat ook. Ik doelde vooral op de Europese steun voor de gangbare landbouw en dan in het bijzonder op de steun voor veevoer. Verder zijn er de kosten van de bioindustrie die niet in de prijs worden doorberekend. Al met al hebben degenen die het goed doen, de biologische landbouwers, het heel erg moeilijk om kostendekkend hun spullen te kunnen verkopen, terwijl de bioindustrie vaak direct en indirect wordt gesubsidieerd. Is het niet beter om naar een toekomstgerichte landbouw te gaan, waarbij dit soort ongelijkheden wordt weggenomen?

Staatssecretaris Dijksma: Een van de gevechten die we nu leveren, gaat over de richtlijn die in zijn huidige vorm de biologische landbouw enorm zou beperken. Het is heel goed om te merken dat in Nederland en in een aantal andere lidstaten partijen als de Partij voor de Dieren en het CDA zij aan zij staan om op te komen voor de belangen van de biologische landbouw. Mevrouw Thieme spreekt deze week net als ik met Commis-saris Hogan en ik kan me voorstellen dat we beide op dit punt een helder geluid laten horen, zodat er geen twijfel over hoeft te bestaan waar wij staan. Wat wij willen, is ruimte voor de biologische landbouw en geen onnodige belemmeringen in de wet- en regelgeving. Het is in mijn ogen heel goed dat alle partijen die hier vandaag met elkaar debatteren, het daarover helemaal met elkaar eens zijn. Laten we elkaar daarom bij dit soort onderwerpen opzoeken en samen proberen om de nodige verande-ringen teweeg te brengen en laten we niet weer de oude stellingen betrekken. Dat is verleidelijk, zeker in een tijd waarin er behoefte is aan politici die laten zien waar de verschillen zitten, maar de sector is daar uiteindelijk niet per se mee geholpen.

Mevrouw Thieme zei met een licht kritische ondertoon: is het concept niet zo breed dat eigenlijk alles klimaatslim kan worden genoemd? Het antwoord daarop is nee, want het gaat om twee dingen: productiviteits-verhoging die bijdraagt aan de weerbaarheid van producten tegen klimaatverandering én minder CO2-uitstoot. Wat we niet doen, is tot op de boerderij sturen met «het mag alleen maar zo». Die uitgangspunten zijn natuurlijk wel van heel groot belang. Het gaat dan het inderdaad niet alleen om goed uitgangsmateriaal – we moeten ons echt niet beperken tot dat voorbeeld – maar ook om gewasrotatie en beplanting met bomen. Zoals ik al zei, hebben we verschillende partnerschappen gesloten. We proberen op die manier juist de mensen te bereiken.

Mevrouw Thieme vroeg of je het voeden van de mensheid of klimaat-vriendelijk voedsel voorop moet stellen. Wij zetten in op een duurzame ontwikkeling, ook van de veeteelt. Deze sector is er en je ziet dat die mondiaal groeit. De vraag naar vlees in de landen buiten Europa stijgt. Belangrijk is dat deze productie klimaatslim en duurzaam wordt. Verdringing van voedselgewassen door bijvoorbeeld biogasgewassen is dus geen onderdeel van beleid. We zien overigens wel dat de verbouw van dit soort gewassen als economische activiteit soms ook kan bijdragen aan voedselzekerheid.

Mevrouw Thieme vroeg naar de suggestie van een jaar geleden om community’s voor best practices te lanceren. Hoe staat het daar eigenlijk mee? Community’s for best practices hebben nog geen vorm gekregen. Het was een Nederlandse suggestie aan de Europese Commissie in het kader van de Europese consultatie over duurzaam voedsel. We zullen hierop zeker inzetten op het moment dat de Europese Commissie met voorstellen komt.

............................................

Mevrouw Thieme (PvdD): De Staatssecretaris sprak in verband met klimaatslimme landbouw over het weerbaar maken van bijvoorbeeld aardappels tegen droogte. Ze liet daarbij de naam Monsanto vallen. Is het mogelijk dat er onder de vlag van klimaatslimme landbouw projecten worden georganiseerd met genetisch gemodificeerde aardappels? Worden dergelijke projecten met andere woorden omwille van het klimaat geaccepteerd? Dat is in mijn ogen een cruciale vraag wanneer je spreekt over duurzame en maatschappelijk geaccepteerde vormen van landbouw.

Staatssecretaris Dijksma: Misschien is het goed om vast te stellen dat het in ieder geval niet mijn eerste inzet is. Ik kan niet uitsluiten dat het ergens in de wereld gebeurt. Dat is natuurlijk de vrijheid die anderen hebben. Het is dus niet waar wij op aankoersen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Kunstmest en pesticiden worden vaak geproduceerd op basis van fossiele brandstoffen. Is de Staatssecretaris het met mij eens dat je dus niet van klimaatslimme landbouw mag spreken als die middelen worden gebruikt?

Staatssecretaris Dijksma: Sommige projecten zijn juist gericht op het verminderen van het gebruik van pesticiden. Dat gebruik is een heel groot probleem en we zullen dat dan ook moeten terugdringen. Daarbij kun je niet op voorhand uitsluiten dat er nog wel wat middelen gebruikt worden. De omslag die wij nastreven, is dus juist het verminderen van het gebruik.

.....................................

Mevrouw Thieme (PvdD): Dit was het blokje over verduurzaming van voedsel. Ik heb in mijn bijdrage uitgebreid stilgestaan bij alle rapporten over het verminderen van de vlees- en zuivelconsumptie die de Staatsse-cretaris om de oren vliegen. Wat vindt de Staatssecretaris van de conclusie van de klimaatwetenschappers dat we de doelstelling van maximaal 2°C opwarming van de aarde alleen kunnen halen als overheden gaan inzetten op een vermindering van de vlees- en zuivelcon-sumptie? Zij hekelen het taboe dat heerst bij overheden op dit punt. Ik ken de Staatssecretaris als iemand die wars is van taboes, vandaar dat ik haar graag vraag wat zij vindt van die conclusie.

Staatssecretaris Dijksma: Ik wil daarover iets zeggen in mijn volgende blok, over de eiwitstrategie. Volgens mij is het van groot belang om ook te werken aan alternatieven. Mevrouw Thieme heeft mij daarnaar gevraagd. Wij hebben steeds gezegd, ook in eerdere debatten, dat wij mensen via voorlichting en bewustwording willen laten zien wat de «foodprint», en eigenlijk tegelijk de «footprint», is van hun consumptiepatroon. Daar moet je inderdaad niet geheimzinnig over doen. Daar hoeft van mij ook geen taboe op te rusten, maar wij verschillen van mening over de vraag wat een effectieve strategie is om mensen andere keuzes te laten maken in hun consumptiepatroon. Ik denk dat het heel belangrijk is om consu-menten daarover bewustwording te laten ontwikkelen, maar dat we niet zo ver moeten gaan dat we voorschrijven hoe hun consumptiepatroon eruit moet zien.

De voorzitter: Een korte vervolgvraag.

Mevrouw Thieme (PvdD): Niemand pleit voor het voorschrijven van een voedingspatroon, dus laten we er alsjeblieft mee ophouden om dat als een soort tegenmaatregel neer te zetten. Het kabinet heeft aangegeven dat voorlichting nauwelijks effect heeft op gedrag. Dat staat in de brief die het kabinet heeft gestuurd aan de Europese Commissaris. Dus dan vraag ik mij af ...

De voorzitter: Een korte vervolgvraag, graag.

Mevrouw Thieme (PvdD): ... wat dan de andere maatregelen zijn die in het kader van de Alliantie Verduurzaming Voedsel worden genomen, niet zijnde het voorschrijven. Dan verwacht ik dus ook andere maatregelen, die minder ver gaan dan het voorschrijven.

Staatssecretaris Dijksma: Daartoe zal ik in mijn volgende blok, over de eiwitstrategie, een eerste aanzet geven. Dat gaat namelijk ook over het beter op de markt brengen en het meer ontwikkelen van bijvoorbeeld eiwitalternatieven. Daarmee doen wij een aantal dingen.

Mevrouw Thieme vroeg hoe ik vleesvervangers en nieuwe eiwitten stimuleer. We hebben de ontwik-keling van de proces- en producttechnologie rondom nieuwe eiwitten gestimuleerd via de SBIR-regeling. We zien het aantal bedrijven dat succesvol vleesvervangers op de markt brengt, de laatste jaren groeien. Ik denk dat mevrouw Thieme daarover kan meespreken. Deze bedrijven zijn in staat om zelfstandig te functioneren in de markt. Ik noem De Vegeta-rische Slager, Vivera en Ojah. Ook hebben we een green deal Insecten voor Feed, Food en Farma. Daarmee proberen we ook concrete belemme-ringen in wet- en regelgeving te duiden en zo mogelijk weg te nemen. Met de primaire sector spreken we daarnaast over praktische knelpunten bij de teelt van Europese eiwitgewassen zoals peulvruchten. Ook daarmee zijn we dus aan de slag. Mevrouw Thieme heeft ook gevraagd naar lupine en lokale eiwitteelt. O, dat is dezelfde vraag. Excuus, hij zat er twee keer in. Kortom: het is een belangrijk onderwerp!

Mevrouw Thieme: dat betekent niet dat we de deur openzetten voor de Monsanto’s. Het betekent wel dat we hen in aanraking brengen met methoden die op een duurzame manier productiviteit kunnen verhogen. Het betekent ook dat we hen de gelegenheid geven om tomaten naar een lokale markt te brengen zonder dat 40% van die tomaten verloren gaat. Het betekent ook dat bijvoorbeeld bedrijven als Heineken een heel belangrijke rol kunnen spelen als ze lokaal sourcen. In Congo zit een Heinekenfabriek. 90% van wat die fabriek verbruikt, wordt lokaal aange-leverd. Dat gaat natuurlijk niet zomaar vanzelf, want de grondstoffen worden niet vanzelf geproduceerd. Boeren zijn niet altijd in staat om kwaliteit en kwantiteit op een voorspelbare manier te leveren. Ook zijn ze vaak te slecht georganiseerd om een tegenmacht tegen Heineken te vormen om redelijke prijzen te vragen voor hun producten. Dit is een voorbeeld waarin hulp en handel heel goed samen kunnen komen. Dan kan de Kamer zeggen: dat is dan allemaal voor bier. Maar net als wij appreciëren ze dat in andere landen ook. We moeten anderen geen zaken willen ontzeggen waarop we zelf zo veel prijs stellen. Dat is natuurlijk ook een dilemma in dat debat.

Mevrouw Thieme (PvdD): Er is nog één vraag blijven liggen en ik heb nog een vraag om een VAO te voorkomen. Ik begin met de vraag die is blijven liggen. Ik had het erover waar Nederland op heeft aangedrongen bij de Europees Commissaris met betrekking tot de verduurzaming van het consumptiepatroon. De Staatssecretaris zei: op het punt van community’s voor best practices gaf de Europees Commissaris op dit moment geen sjoege, maar we blijven ervoor gaan. Ik had echter ook gevraagd hoe het op dit moment staat met de suggestie van het kabinet van betrouwbare meetmethoden om verschillende typen menu’s te vergelijken op duurzaamheid. Is die overgenomen of moet het kabinet daarvoor nog lobbyen? Ik stel nog de volgende vraag om te voorkomen dat ik die in een motie moet vervatten. Ik hoorde de Minister zeggen dat de universiteit van Wageningen meegaat op handelsmissies. We hebben zonet uitgebreid gesproken over de ecologische projecten, die alle ruimte moeten krijgen, ook in ontwikkelingslanden. Heeft de Minister al eens het Louis Bolk Instituut uitgenodigd om mee te gaan? Dat is de expert op het gebied van de biologische landbouw. De voorzitter: Ik geef eerst het woord aan de Staatssecretaris.

Staatssecretaris Dijksma: Ik stel voor om na het kerstreces per brief terug te komen op de twee vragen over het verduurzamen van de ketens op Europees niveau en het beleid van de Commissie. Dat geeft mij ook tijd om die onderwerpen nog eens bij de nieuwe Commissaris te verkennen. Dan kan ik de Kamer ook vertellen wat ons beeld is van wat men daar wel of niet aan ambitie heeft. Dat voorkomt misschien nu een motie, en dan krijgt mevrouw Thieme ook een beter, inhoudelijk antwoord.

Minister Ploumen: Ik dank mevrouw Thieme voor de suggestie. Ik wil die handelsmissies zo breed mogelijk opzetten. We willen het beste laten zienwat Nederland te bieden heeft, zowel wat betreft kennis als wat betreft producten. Er gaan dus ook regelmatig maatschappelijke organisaties mee. Bij dezen is het Louis Bolk Instituut van harte uitgenodigd om mee te gaan. Het staat het instituut vrij. Er is altijd een open uitnodiging, maar ik zal graag een extra inspanning doen om te melden dat het instituut welkom is, en anderen ook.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dan zie ik af van een VAO op dat punt.