Inbreng SO Landbouw en Visse­rijraad 29 en 30 september 2014


24 september 2014

Wijzigingen voor de invulling van de vergroening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben, zoals de staatssecretaris goed weet, grote bezwaren tegen de miljardensubsidies in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De ‘vergroening’ ervan heeft naar mening van deze leden ook veel te weinig opgeleverd, waardoor klimaat en biodiversiteit nog steeds ernstig te lijden hebben onder de intensieve landbouw in Nederland en in de rest van de EU. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren herinneren zich nog goed dat de staatssecretaris de nog verdere afzwakking van de invulling van de vergroening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid door de moties van het lid Dik-Faber (Kamerstukken 28625, nr. 195 en nr. 196) sterk afwees. Zij betreuren het zeer dat deze moties toch aangenomen zijn door de Kamer. De staatssecretaris schrijft terecht dat met de aangenomen moties deze focus verlegd is. Het zal nu voor veel boeren aantrekkelijker zijn om voor een invulling met vanggewassen te kiezen uit de generieke lijst. De leden van de fractie van de PvdD worden graag op de hoogte gehouden via de reeds toegezegde rapportages van het aantal agrariërs dat er dankzij deze moties voor kiest om de vergroening in te vullen met generieke vanggewassen, die geen enkele aanvullende biodiversiteitswinst met zich meebrengen. Is de staatsecretaris daartoe bereid? Graag worden de leden van de PvdD-fractie ook nader geïnformeerd over de wijze waarop de voorwaarde die de staatssecretaris met Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) heeft afgesproken voor het in aanmerking laten komen van generieke vanggewassen voor vergroeningssubsidies, namelijk het niet gebruiken van chemische bestrijdingsmiddelen, gehandhaafd zal worden. Graag ontvangen deze leden hierop een reactie.

Antwoord:

Zoals in het Kamerdebat over de invulling van het nieuwe GLB is aangegeven, zal de invulling van de vergroening worden gemonitord. Uw Kamer zal daarvan op de hoogte worden gesteld. De handhaving op het verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zal in de reguliere controles worden meegenomen. Bedrijven zijn verplicht om een register bij te houden van het gebruik van deze middelen en hiernaast worden fysieke controles uitgevoerd. De algemene vormgeving van de controles in het nieuwe GLB is beschreven in mijn recente brief terzake (Kamerstuk 28625-18).

Inbreng visserijprotocol EU-Senegal

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennisgenomen van het voornemen van het kabinet om in te stemmen met een vernieuwde visserijovereenkomst tussen de EU en Senegal. Deze leden complimenteren het kabinet voor zijn kritische houding ten opzichte van het vissen naar skipjacktonijn langs de West-Afrikaanse kust, zonder dat er een actuele bestandbeoordeling voorhanden is. Het kabinet erkent dat voorafgaand aan de bestandbeoordeling van de skipjack weinig ruimte is voor beheermaatregelen voor dit bestand. Toch wil het kabinet reeds instemmen met het visserijprotocol al vóór er duidelijkheid is over het skipjacktonijnbestand. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vernemen dat EU-vissers in andere delen van de wereld veel meer vissen dan verantwoord is, zeker als er door illegale visserij en ontbrekende bestandsbeoordelingen onvoldoende informatie is over de vispopulaties in die zeeën. De leden van de PvdD-fractie roepen de regering op haar kritische houding niet alleen te tonen met woorden, maar ook met daden, en roepen de regering op om niet in te stemmen met het vernieuwde visserijprotocol tussen de EU en Senegal.

Antwoord:

Zoals aangekondigd in mijn eerdere brieven aan de Kamer (2013-2014, 21501-32, nr. 757 en nr. 802) zie ik het afsluiten van een EU-visserijakkoord als een strategisch partnerschap voor beide partijen met als belangrijkste doel het bestrijden van illegale visserij. Daarnaast zijn binnen het beschikbaar gestelde budget voor dit protocol, middelen gereserveerd voor het ontwikkelen van sectoraal beleid in Senegal, waaronder het wetenschappelijk onderzoek en de bestrijding van illegale visserij. Geen visserijakkoord betekent overigens meer ruimte voor een aantal Europese vaartuigen om op basis van private overeenkomsten en los van de randvoorwaarden van het nieuwe Gemeenschappelijke Visserijbeleid te vissen in de wateren van Senegal. Het visserijpartnerschapsakkoord en protocol tussen Europese Unie en Senegal biedt voordelen voor beide partijen. Ik heb de overeengekomen vangstmogelijkheden kritisch beoordeeld en indien nodig kunnen deze worden aangepast als het beheer van de International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas (ICCAT) daartoe aanleiding geeft. Alles overwegende ben ik dan ook voornemens voor te stemmen.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen graag weten bij welke Raad besluitvorming over dit protocol is voorzien, aangezien er tijdens informele Raden doorgaans geen formele besluitvorming plaatsvindt. Wat is de rol van het Europees Parlement bij het sluiten van dit protocol? Kan de staatssecretaris toelichten waarom de rechtsgrondslag is aangepast? Zal de lokale Senegalese bevolking betrokken worden bij de implementatie van het protocol? Zo ja, kan de staatssecretaris toelichten hoe dit zal gebeuren? Kunnen de documentnummers van relevante (limité)documenten op het Raadsextranet, conform de afspraken uit het algemeen overleg informatievoorziening d.d. 23 april 2014 (zie de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 4 juli 2014 (Kamerstuk 22112, nr. 1876)), voortaan in de geannoteerde agenda worden vermeld? Kan de staatssecretaris de Kamer een overzicht sturen van de stand van zaken van de visserijprotocollen met derde landen en de belangrijkste discussiepunten, waarin zij aangeeft op welk moment de Kamer zich over de nog in onderhandeling zijnde protocollen kan uitspreken?

Antwoord:

Binnen de Raad bestaat een grote mate van overeenstemming over dit visserijpartnerschapsakkoord en protocol tussen EU en Senegal. Ik verwacht dat het voorstel in een van de komende Raden zal worden aangenomen. Ik zal uw Kamer eind oktober informeren over de stand van zaken van EU- visserijprotocollen met derde landen.

Inbreng intrekking sancties Faeröer

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met grote verbazing kennisgenomen van het feit dat de Nederlandse regering zich heeft onthouden bij de stemming over het al dan niet opheffen van sancties tegen de Faeröer, wegens ernstige overbevissing van de Atlanto-Scandian haring. Deze leden merken op dat de Faeröer zich in januari 2013 zonder enig vooroverleg of vooraankondiging uit het kuststatenoverleg over het beheer van het Atlanto-Scandian haringbestand heeft teruggetrokken en vervolgens een autonoom quotum heeft vastgesteld van 105.000 ton; 145% hoger dan hun quotum voor 2012 en 329% hoger dan het voor Faeröer gereserveerde quotum voor 2013 (31.940 ton). Dit besluit werd genomen in weerwil van de afspraak van alle andere bij die visserij betrokken partijen om hun quota voor 2013 op advies van International Council for the Exploration of the Sea (ICES) met 26% te verlagen. De EU heeft in reactie daarop in 2013 gebruikgemaakt van de mogelijkheden die EU-Verordening 1062/2012 biedt, om sanctiemaatregelen tegen de Faeröer te nemen. De sancties betreffen beperkingen op de invoer van door de Faeröer gevangen Atlanto-Scandian haring. In juni dit jaar is Eurocommissaris Damanaki met de Faeröer overeengekomen dat de Faeröer in 2014 een vangstniveau van 40.000 ton haring vaststelt en de EU van haar kant de sanctiemaatregelen tegen de Faeröer zal intrekken. Ook is overeengekomen dat de Faeröer en de EU de procedures die voor het International Tribunal of Law of the Sea (ITLOS) en de Wereldhandelsorganisatie (WHO) naar aanleiding van de sanctiemaatregelen waren aangespannen, in zullen trekken. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren merken op dat de Faeröer nog steeds tweemaal meer haring uit zee haalt dan het ICES-advies aanbeveelt en zijn van mening dat Nederland hiertegen dient op te treden. Deze leden vragen de staatssecretaris om een overzicht te geven van landen die zich niet aan ICES-adviezen houden en daarbij de standpunten van de Europese Commissie en de Nederlandse regering aan te geven.


Antwoord:

Afspraken over de visserij op wijd verspreide bestanden (‘straddling stocks’) worden gemaakt in het kader van het kuststatenoverleg (‘coastal states’). Input voor de afspraken zijn de adviezen van ICES, maar ook van bijvoorbeeld de Advies Raden. De afspraken over de totale vangstmogelijkheden (TAC), de verdeling ervan over de partijen en andere randvoorwaarden, worden nadien geïmplementeerd in de betreffende wetgeving van de kuststaten en NEAFC (Noordoost-Atlantische Visserijbeheersorganisatie). Het ICES-advies heeft dus geen formele status waaraan de partijen zich moeten houden. Bovendien bepaalt ICES niet welke kuststaat hoeveel mag vissen, zij adviseert alleen over de totale vangsten.

De Faeröer vangen niet twee maal meer haring uit de zee dan het ICES-advies aangeeft, maar ongeveer twee maal het aandeel waar ze volgens de oude afspraken tussen de kuststaten recht op hadden. Volgens de Europese Commissie blijven de totale vangsten van de kuststaten nog altijd binnen niveaus geadviseerd door ICES op basis van het beheerplan van de kuststaten.

Met betrekking tot de handelsmaatregelen jegens Faeröer kan ik u mededelen dat Nederland niet gelukkig was met de manier waarop de Europese Commissie zonder de Raad te consulteren afspraken heeft gemaakt over Atlanto-Scandian haring. De Europese Commissie meende de maatregelen toch snel te moeten opheffen, juist om de Faeröer weer aan de onderhandelingstafel te krijgen. Daarnaast dreigden jarenlange procedures bij het Hof van de Wereldhandelsorganisatie WTO en het Internationaal Tribunaal voor het Zeerecht ITLOS over de handelsmaatregelen en daarmee een onzekere situatie voor de regio en andere visserijen (onder andere op makreel). In oktober 2014 zullen de nieuwe onderhandelingen over de vangstmogelijkheden en verdeling van Atlanto-Scandian haring aanvangen. Net als bij de discussie over het opheffen van de handelsmaatregelen, zal Nederland er bij de Europese Commissie op aandringen dat de Faeröer haar verantwoordelijkheid neemt en de afspraken nakomt.

Voedselzekerheid

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennisgenomen van de inbreng over ‘klimaatslimme landbouw’ van de staatssecretaris ten aanzien van het thema ‘voedselzekerheid’. Deze leden complimenteren de staatssecretaris met haar inzet om voedselverliezen en voedselverspilling tegen te gaan. Kan zij aangeven of zij het lef heeft om in het kader van voedselverspilling aan de slag te gaan met het feit dat de grootste verspilling zit in het maag-/darmkanaal van dieren? Wetenschappers wijzen erop dat wij de wereldvoedselverdeling en de problemen daarmee niet kunnen oplossen als in het Westen de te hoge consumptie van vlees en zuivel, die leidt tot een verspilling van kostbare eiwitten, wordt gehandhaafd.

De leden van de fractie van de PvdD merken op dat het verband tussen de 1 miljard mensen op de wereld die honger lijden en de wijze waarop wij hier voedsel produceren en consumeren een wezenlijk onderdeel is van de discussie over voedselzekerheid. Deze leden vragen opnieuw aandacht voor de grote noodzaak om ons voedselpatroon te veranderen. Zij merken op dat ons voedsel voor 20% tot 30% verantwoordelijk is voor de milieudruk van elke consument en zelfs voor 50% van de verzuring. De veehouderij is verantwoordelijk voor 18% van de broeikasgasuitstoot en voor 30% van het biodiversiteitverlies wereldwijd en bijna 50% van de wereldgraanoogst wordt aan dieren gevoerd. De veehouderij legt in totaal een beslag op 80% van onze landbouwgronden. Voor de productie van 1 kilo biefstuk heb je 25 kilo input aan voer nodig dat ook door mensen kan worden gegeten. Met de productie van 1 kilo rundvlees is 15.000 liter water gemoeid, terwijl voor 1 kilo peulvruchten maar 4.000 liter nodig is. De staatssecretaris zal toch zeker erkennen dat een ‘klimaatslimme landbouw’ niet afdoende zal zijn om de milieudruk en het biodiversiteitsverlies tegen te gaan, om nog niet eens te spreken over de ernstige aantasting van het dierenwelzijn en de integriteit van het individuele dier binnen de voedselproductie? Is de staatssecretaris bereid om de noodzaak tot verandering van het voedselpatroon, door bijvoorbeeld het verminderen van de consumptie van vlees, in Milaan aan de orde te stellen? Op welke wijze is de staatssecretaris voornemens om de Nederlandse consument te wijzen op het belang van het verminderen van de vleesconsumptie? Graag ontvangen deze leden hierop een reactie.

Antwoord:

In de Nederlandse reactie op de Europese consultatie over verduurzaming voedselsystemen (Kamerstuk 31532-123) heb ik reeds benadrukt dat het verduurzamen van voedingspatronen (o.a. door aandacht voor meer plantaardige eiwitten en minder dierlijke eiwitten) een belangrijke route is bij het verduurzamen van voedselsystemen. Ik constateer dat deze uitdaging in Nederland wordt opgepakt door bedrijven die uiterst innovatief zijn en een pioniersfunctie vervullen. Via de financiering van onderzoek en kennisontwikkeling, het wegnemen van wettelijk belemmeringen waar mogelijk en voorlichting stimuleer ik dit. Het Voedingscentrum Nederland en Milieucentraal voorzien de consument van objectieve informatie over duurzaamheid, waaronder de milieu-impact van eiwitten. Waar mogelijk zal ik voor dit vraagstuk tijdens de informele raad de aandacht vragen.

Paardenpaspoorten

De leden van de fractie van de PvdD hebben via de AGRA FACTS vernomen dat binnen de Europese Commissie gesproken is over de welzijnsproblemen bij slachtpaarden in de Verenigde Staten, Canada, Mexico, Argentinië en Uruguay, waarvan het paardenvlees naar Europa wordt geïmporteerd. Deze leden zijn enorm teleurgesteld dat de EU zich beperkt heeft tot het aanscherpen van de paardenpaspoorten zodanig dat alle EU-paarden tot één jaar in het bezit moeten zijn van een paardenpaspoort en oudere paarden een microchip ter identificatie krijgen. Dit verandert niets aan de paardenmishandeling van de paarden, waarvan vlees tevens naar Nederland geïmporteerd wordt. Ernstig vermagerde dieren die zonder beschutting in de vrieskou of de brandende zon staan. De transporten van slachtpaarden kunnen in landen als Argentinië, Mexico en de Verenigde Staten oplopen tot meerdere dagen. De dieren krijgen onderweg vaak geen water en worden met stokken geslagen. Zieke en stervende dieren worden aan hun lot overgelaten. Het Amerikaanse vlees wordt in Nederland verkocht als paardenbiefstuk of verwerkt in snacks voor de horeca. Kan de staatssecretaris aangeven of zij zich het lot aantrekt van de paarden in eerder genoemde landen die onder gruwelijke omstandigheden naar de slacht worden gebracht? Is de staatssecretaris bereid om dit onderwerp in Brussel aan te kaarten en een verzoek te doen naar de mogelijkheden tot het instellen van een Europees verbod op de invoer van paardenvlees? Zo nee, waarom niet? Is de staatssecretaris bereid om hierin het voortouw te nemen en in de Nederland een verbod in te stellen op de import van mishandelde paarden en hun vlees?

Antwoord:

Ik verwijs u voor een antwoord op deze vragen naar de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 juli jl. (Kamerstuk, 26991, nr. 424).

Markttoegang diergeneesmiddelen

De leden van de fractie van de PvdD hebben vernomen dat de Europese Commissie de wetgeving inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik wil vereenvoudigen om de ontwikkeling van geschikte geneesmiddelen voor dieren in de EU mogelijk te maken. Deze vermindering van de bureaucratie betreft zowel de procedure inzake vergunningen voor het in de handel brengen als de controle op bijwerkingen (geneesmiddelenbewaking). Kan de staatssecretaris aangeven voor welke dieren deze wetswijziging bestemd is en of dit alleen dieren betreft die voor de voedselproductie gebruikt worden? Betekent deze wetswijziging dat ongebreideld medicijngebruik nu ook toegestaan wordt bij andere diersoorten? Wat betekent dit voor de risico’s ten aanzien van het antibioticagebruik en de bijkomende volksgezondheidsrisico’s ten aanzien van antibioticaresistentie? In hoeverre zijn er binnen deze wetswijziging beperkingen gesteld aan koppelbehandelingen? Kan de staatssecretaris aangeven wat het standpunt is van de overige EU-instellingen, waaronder het Europees Parlement en de Raad? Wat is het standpunt van Nederland ten aanzien van deze wetswijziging? Graag ontvangen deze leden hierop een reactie.

Antwoord:

De Europese Commissie heeft haar nieuwe voorstellen voor de wetgeving voor diergeneesmiddelen vorige week gepubliceerd. U zult op korte termijn via de BNC-fiche worden geïnformeerd over het standpunt van het kabinet.

Walvissen

De leden van de fractie van de PvdD zijn zeer benieuwd naar de uitkomsten van de vergadering van de International Whaling Commission. Kan de staatssecretaris de Kamer informeren over de reacties, die zij op haar inzet gekregen heeft? Ik zal de Kamer binnenkort in een afzonderlijke brief informeren over de uitkomsten van de 65e vergadering van de International Whaling Commission en ingaan op de inzet van Nederland.

Etikettering voor kloondieren

De leden van de fractie van de PvdD zijn zeer teleurgesteld in de Europese Commissie en de uitspraak dat etikettering voor gekloonde dieren of producten van gekloonde dieren niet haalbaar zou zijn vanwege de hoge kosten. Deze leden vinden dat de consument pas de keuze heeft om te kiezen tussen producten, als de consument de benodigde informatie heeft over de herkomst en de achtergrond van het product. Deelt de staatssecretaris die mening? Is de staatssecretaris bereid om in lijn met de aangenomen motie van het lid Ouwehand (Kamerstuk 21501, nr. 32) op zijn minst aan te dringen op de noodzaak van etikettering voor (nakomelingen van) gekloonde dieren of producten van (nakomelingen van) gekloonde dieren? Deze leden horen graag de erkenning van de staatssecretaris dat het dierenwelzijn bij het klonen ernstig wordt aangetast. Bij het klonen van dieren komt het veelvuldig voor dat dieren mismaakt of ziek worden geboren en dat een merendeel van de gekloonde dieren binnen een paar weken sterft. Ook de draagmoederdieren van klonen hebben het zwaar. Ze krijgen vaker miskramen en baren abnormaal grote foetussen. Kan de staatssecretaris aangeven of de Europese Commissie inderdaad voornemens is om de invoer van gekloonde dieren of producten daarvan te verbieden? Graag krijgen deze leden hierop een reactie. Op welke wijze is de staatssecretaris voornemens, nu de Europese Commissie haar verantwoordelijkheid niet neemt inzake het informeren van consumenten over dit dierenleed dat mogelijk aanwezig zal zijn in hun voedsel, zelf deze verantwoordelijkheid ter hand te nemen, in samenwerking met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport?

Antwoord:

Voor het standpunt van dit kabinet naar aanleiding van het voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn met een voorlopig verbod op kloondieren voor landbouwdoeleinden en een apart voorstel voor een verbod op het op de markt brengen van levensmiddelen afkomstig van kloondieren, verwijs ik u naar kabinetsstandpunt inzake biotechnologie bij plant en dier en uitvoering motie van het lid Klaver van 4 april jl. en de bijbehorende BNC-fiches. Hierin is aangegeven dat het kabinet de voorstellen van de Europese Commissie steunt maar daar nog enkele wensen en opmerkingen bij heeft. Tevens is geconstateerd dat het voorstel van de Europese Commissie op het punt van import van kloondieren en kloonembryo’s en levensmiddelen hiervan nog nadere uitwerking behoeft.

Ook heb ik uw Kamer tijdens het Algemeen Overleg biotechnologie en kwekersrecht d.d. 10 april 2014 toegezegd een kabinetsstandpunt te sturen over (levensmiddelen van) nakomelingen van kloondieren.

Foie gras

De leden van de fractie van de PvdD zijn de staatssecretaris erkentelijk voor haar standpunt ten aanzien van de mishandeling van ganzen en eenden die bestemd zijn voor de productie van foie gras. Deze leden zijn ontstemd dat de verkoop van foie gras in Frankrijk in de eerste helft van 2014 al 220 ton meer was dan die in 2013, waarbij de verkoop in restaurants nog niet eens is meegeteld. Tevens is Frankrijk voornemens om de productie van foie gras uit te breiden naar China, waar het welzijn van dieren nauwelijks erkend wordt. De leden van de fractie van de PvdD maken zich zorgen over deze ontwikkelingen en vinden dat de urgentie voor een verbod op de productie van foie gras toeneemt. De staatssecretaris heeft toegezegd in de beantwoording van de Kamervragen van het lid Thieme (Zie Kamervragen Thieme, vergaderjaar 2013-2014, aanhangsel Handelingen, nr. 1248) de Europese Commissie te verzoeken erop toe te zien dat er onderzoek wordt uitgevoerd naar de welzijnsaspecten en alternatieve methoden. Kan de staatssecretaris aangeven wat de stand van zaken is betreffende dit onderzoek?

Antwoord:

Ik heb Commissaris Borg verzocht erop toe te zien dat EU-productielanden van foie gras onderzoek laten uitvoeren naar de welzijnsaspecten en naar alternatieve methoden. De Commissaris heeft aangegeven dat de betreffende lidstaten in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor het nakomen van hun verplichtingen. De Food and Veterinary Office van de Europese Commissie (FVO) voert audits uit. De Commissaris heeft laten weten dat de Europese Commissie de situatie monitort in de lidstaten die ganzen en eenden voor foie gras productie houden. Doel daarbij is te verzekeren dat de vereisten van de algemene EU-dierenwelzijnsrichtlijn (98/58/EG) en de aanbevelingen van de Raad van Europa worden nageleefd.

Dierenmishandeling in Italië en Duitsland

De leden van de fractie van de PvdD hebben met afschuw kennisgenomen van de misstanden in de buffelmozzarellaindustrie in Italië. Vanuit een onderzoek van de dierenwelzijnsorganisatie VIER VOETERS zijn beelden getoond van buffels in te kleine hokken vol met hun uitwerpselen, beesten met open wonden en het ombrengen van mannelijke buffeljongen met een hamer. Dezelfde afschuw hadden deze leden bij het zien van de beelden die in Duitsland in de media zijn getoond waarop biggen in Nedersaksen tegen de grond werden geslagen, de nek werd omgedraaid of met een hamer werden gedood. Kan de staatssecretaris aangeven wat zij voornemens is te doen om dergelijke praktijken in Europa te voorkomen? Wat kan de staatssecretaris zeggen over de wijze van doding/euthanasie in Nederland, uitgewerkt naar diersoort? Graag ontvangen deze leden een reactie.

Antwoord:

In de Europese Unie is in Richtlijn 98/58/EG inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren voorgeschreven dat lidstaten ervoor moeten zorgen dat de eigenaar of houder alle passende maatregelen treft om het welzijn van zijn dieren te verzekeren en te waarborgen dat die dieren niet onnodig aan pijn of leed worden blootgesteld en dat hen geen onnodig letsel wordt toegebracht. Het doden van de dieren is gebonden aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1099/2009 inzake bescherming van dieren bij het doden en de methoden die daarbij zijn toegestaan. De voorschriften voor het doden van dieren in Nederland zijn nader vastgelegd via artikel 2.10 van de Wet dieren, hoofdstuk 1, paragraaf 3, hoofdstuk 5, paragraaf 1 en paragraaf 2 van het Besluit Houders van dieren en hoofdstuk 5 van de Regeling Houders van dieren. De individuele lidstaten zijn primair verantwoordelijk voor de correcte toepassing in hun land van de EU-richtlijn en –verordening. De Food and Veterinary Office van de Europese Commissie (FVO) voert audits uit ter verificatie daarvan. Op deze wijze moet worden gegarandeerd dat volgens de EU-voorschriften wordt gehandeld.