Bijdrage Ouwehand AO Salmo­nel­la­be­smetting Foppen


2 oktober 2014

Voorzitter. Namens de Partij voor de Dieren spreek ik mijn complimenten uit aan het adres van Omroep Gelderland voor de vasthoudendheid en mankracht waarmee deze zaak is uitgezocht. Zo komen er veel dingen aan het licht, die niet hadden mogen gebeuren. Er zijn 20.000 mensen ernstig ziek geworden en er zijn vier doden gevallen door voedselbesmetting en wanprestatie door het bedrijf Foppen. Wij hebben gelezen welke maatregelen het kabinet heeft genomen en wat het kabinet hieraan doet, maar ik werd getriggerd door de reactie van de Minister van gisteren. Zij zei dat zij wil benadrukken dat het om een voedselveiligheidsincident ging waarvan de primaire bron buiten Nederland lag. Ik heb het gevoel dat de Minister daarmee de zaak wel een beetje bagatelliseert. Ik benadruk dat er behoorlijk veel Nederlands belastinggeld gemoeid is met het uitzoeken van deze zaak. Ik noem het rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid en de handhaving hier. Dat kost tonnen. De Partij voor de Dieren zou het verstandig vinden als de Minister daar wat serieuzer naar kijkt. Wij hebben een industrie opgetuigd die niet de allerveiligste ter wereld is en waarvan je kunt verwachten dat er gemakkelijk problemen ontstaan. De zalm waarover het gaat, wordt gekweekt in Noorwegen. Zalmen leggen in het wild duizenden kilometers af, maar worden in de kweekvis-industrie met duizenden op elkaar in kleine kooien gehouden. Ze zijn daardoor ziek. Het zijn dieren die in onnatuurlijke omstandigheden worden gehouden. Een visboerderij met 20.000 zalmen produceert evenveel uitwerpselen als een stad met 65.000 inwoners. Die uitwerpselen worden niet verwijderd, maar zinken naar de bodem. Daar vormen zij een broeihaard voor ziektes. De vissen zwemmen in hun eigen uitwerpselen. Ze zijn ziek. Er gaan bakken met antibiotica aan op. Net als in de vee-industrie leidt dat tot een verhoogd risico op resistente bacteriën bij dier en mens. Niet dat het veel helpt, want ondanks de antibiotica sterft bijna de helft van de kweekzalmpopulatie. De vissen krijgen niet alleen antibiotica toegediend, maar ook pesticiden die in Europa verboden zijn. De uitwerpselen waar de vissen in zwemmen, trekken namelijk parasieten en wormen aan. In Noorwegen wordt endosulfan gebruikt, wat wij in Europa niet meer oké vinden. Daar gaan die pesticiden dus, huppakee, het water in, waar de vissen in zwemmen. De Amerikaanse milieudienst heeft al een verband aangetroffen tussen het nuttigen van vis die met antibiotica en pesticiden is behandeld en de geboorte van kinderen met een verstandelijke beperking en motorische handicaps. Ik zou verwachten datwij met zo’n industrie iets minder laatdunkend doen over de voedselvei-ligheidsrisico’s. Het voer van de zalmen is ook een probleem, in het kader van duur-zaamheid. Voor één kilo kweekzalm is drieënhalve kilo zeevis nodig. Ik kom weer terug op de hygiëne. Deze vissen worden in Noorwegen uit het water geschept en op transport gezet naar Griekenland, waar zij gekoeld moeten worden, omdat het in Griekenland iets warmer is dan in Noorwegen. Zij worden ingespoten met pekel en op plastic schaaltjes verpakt. Vervolgens wordt de vis naar Nederland getransporteerd, om hier te worden verkocht. In dat traject zou je allerlei punten kunnen aanwijzen waar het mogelijk met de voedselveiligheid niet helemaal goed gaat. De grote vraag is of wij zulke systemen met het optuigen van allerlei handhavingsdiensten echt onder controle kunnen houden. Wij hechten groot belang aan het tot de bodem uitzoeken van deze zaak, waarbij wij strafrechtelijke vervolging niet uitsluiten. Waar dat nodig is, moet flink worden beboet, maar los daarvan vinden wij het belangrijk om funda-menteel te kijken naar dit soort voedselketens, waarin je op wel tien verschillende plekken kunt aanwijzen dat de voedselveiligheid nu niet bepaald bovenaan het lijstje staat. Ik heb twee concrete vragen. Ik wil graag een inventarisatie van de veiligheidsrisico’s van de kweekvisindustrie. Ook wil ik een reactie van het kabinet op het gebruik van dat gevaarlijke gif in vissen die gewoon in Nederland worden verkocht.

..............................................

Interrupties:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Vraagt de Partij van de Arbeid zich ook af hoeveel handhaving wij er nog op kunnen zetten, nu het een industrie is met zo veel risico’s? Zalmen uit Noorwegen gaan helemaal naar Griekenland, waar het best warm is. Het is best ingewikkeld om ze goed te koelen, wat ook veel energie kost. Verder noem ik al die handelingen. Voelt de Partij van de Arbeid er ook voor dat wij goed kijken naar de kwetsbaarheid van zulke ketens?

Mevrouw Dikkers (PvdA): Ja.

..............................................

Beantwoording staatssecretaris:

Staatssecretaris Dijksma: In dit geval ging het bijvoorbeeld om extra toezicht in de pluimveesector en het transport van pluimvee. Dat was al voorzien. Ik heb in dat debat ook gezegd dat op basis van eerder vastgestelde risico’s de NVWA zelf extra onderzoek wilde gaan doen. In dit geval was daar al rekening mee gehouden in de capaciteit van de NVWA. Naar mijn overtuiging was die motie ondersteuning van beleid, maar zij had ook als overbodig aangemerkt kunnen worden in dit geval. Mevrouw Ouwehand heeft twee vragen gesteld die ik graag wil beant-woorden. Ze heeft gevraagd in hoeverre we onderzoek doen naar het probleem van de duurzaamheid van kweekvis. De inventarisatie van de risico’s in die industrie loopt mee met de risicoanalyses van bureau. Dat geldt eigenlijk ook voor haar tweede vraag, namelijk die over het gebruik van giftige stoffen. De NVWA kijkt daarbij naar drie categorieën, namelijk chemie, microbiologie en fraude. Ook daar loopt in de risicoanalyses een onderzoek. We proberen scherper in beeld te krijgen hoe het precies zit met de risico’s op dit punt. Mevrouw Ouwehand heeft ook aandacht gevraagd voor de verduur-zaming van de kweekvis. Dat is ook voor mij een prioriteit. Dat is een zaak. die we via Europese kaders in Brussel moeten oppakken. Dat is dus niet alleen voor Nederland van belang. De wijze waarop we met dit type industrie omgaan, wat de regels zijn en hoe het toezicht daarop plaats-vindt, is meer een Europese discussie. Net nu ik klaar ben met de beantwoording van mevrouw Ouwehand, zie ik dat zij weer binnenkomt. Haar mensen hebben ongetwijfeld meege-luisterd. Hiermee ben ik overigens ook klaar met mijn inbreng.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Dank voor de beantwoording. Ik heb van mijn medewerker begrepen dat de Staatssecretaris kijkt naar de duurzaamheidsaspecten van kweekvis en dat zij daarbij ook kijkt naar het gebruik van pesticiden. Dank daarvoor. Wanneer kan zij de Kamer daarover informeren? Het is goed dat er in brede zin wordt gekeken naar de duurzaamheid van kweekvis. De stof waarover ik sprak, endosulfan, lijkt me echter een acuut probleem. Ik denk dat we moeten kijken wat we daarmee moeten en dat dit niet kan wachten. Ik heb begrepen dat het gebruik ervan in Noorwegen tien keer hoger is dan voorheen en dat dat is toegestaan. Het is een zeer giftige stof voor waterorganismen en voor zoogdieren en mensen is het een zenuwgif. Ik heb al gesproken over de relatie die er bestaat tussen het gebruik van deze stof en de geboorte van gehandicapte kinderen. Los van de toezegging van de Staatssecretaris om te kijken naar duurzaamheid van kweekvis, vraag ik haar om te bezien of we niet moeten optreden om te voorkomen dat vis en andere spullen die met deze stof zijn bewerkt op de markt komen.

Staatssecretaris Dijksma:Ik kom nu op de vragen van mevrouw Ouwehand. Ook Noorse vis moet bij de import in de Europese Unie aan de Europese eisen voldoen. De stof die zij noemde, is naar ik begrijp verboden in Europa. Dat betekent dat de Europese veterinaire diensten erop letten dat die niet in die producten zit. Dat mag niet. Ik heb zelf nu geen aanwijzingen dat dat anders is. Ik sprak in mijn beantwoording over de ketenanalyse, waarbij de NVWA ook kijkt naar chemische stoffen of fraude. Die zal medio 2015 of in 2016 gereed zijn. Het is een hele serie analyses naar risico’s op tal van aspecten in de voedselketen. Een daarvan is het gebruik van chemische stoffen. Wat betreft de verduurzaming van kweekvis kan ik nu niet direct een termijn noemen waarbinnen we daar meer over weten. Ik kan me wel voorstellen dat we daar een keer op een moment in een brief over het landbouw- en visserijbeleid aan de Kamer een update over geven. We krijgen immers ook een nieuwe Commissie. We zitten nu echt in een overgangsperiode. Ik kan me wel voorstellen dat dit voor een nieuwe Commissaris, net als voor ons, een goed thema zou kunnen zijn. Dat is mijn voorstel. Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik twijfel een beetje. Ik heb meer vragen over endosulfan. De informatie die mij bereikt heeft, is dat Europa in 2012 de toegestane hoeveelheden heeft verhoogd onder druk van Noorwegen. Ik twijfel een beetje tussen zelf even uitzoeken en aanvullende Kamer-vragen stellen of aan de Staatssecretaris vragen uiteen te zetten hoe het loopt met de toegestane hoeveelheden endosulfan en of er binnen Europa niet moet worden gepleit voor verlaging van de toegestane hoeveel-heden. Staatssecretaris Dijksma: Ik ben bereid om de Kamer daar een schrifte-lijke reactie op te geven.