Inbreng SO L&V-raad 17 & 18 juli (Herkom­ste­ti­ket­tering zuivel, Soja, Glyfosaat, Fosfaat)


10 juli 2017

Inbreng Partij voor de Dieren schriftelijk overleg Landbouw & Visserijraad

Herkomstetikettering van zuivel

De Franse regering is een pilot gestart waarbij de herkomst van zuivel- en vleesproducten verplicht moet worden aangeduid. De Partij voor de Dieren is daar een groot voorstander van, en meent dat ook de Nederlandse regering dat zou moeten zijn, gelet op de mogelijkheden die dat biedt om de Nederlandse productie van vlees en zuivel naar een hogere standaarden te tillen en daarbij de mogelijkheden te kunnen benutten om die hogere standaarden te vertalen naar een betere prijs voor dat zogeheten kwaliteitsproduct. Vooral gelet op de aangenomen motie-Ouwehand voor weidegang voor alle Nederlandse melkkoeien is het van groot belang deze mogelijkheden aan te grijpen, omdat het een nationale én internationale onomstreden pré wordt dat Nederlandse melk altijd afkomstig is van koeien die weidegang hebben gehad. De Partij voor de Dieren-fractie is dan ook zeer verbaasd te lezen dat het kabinet de pilot afwijst, en zich verzet tegen verplichte herkomstetikettering. Is de staatssecretaris bereid om toe te geven dat hij daarmee de mogelijkheden voor een betere prijs voor melk die op diervriendelijker wijze is geproduceerd de pas afsnijdt? Hoe vindt hij dat te rechtvaardigen in het licht van zijn eigen opmerkingen in het debat over de weidegang dat het van belang is een goede prijs te behouden voor weidemelk? De Partij voor de Dieren is het daar zeer mee eens, maar is, anders dan het kabinet, wél bereid daar dan ook alle mogelijkheden voor te benutten en te creëren die er zijn. Waarom is het kabinet er niet toe bereid de kansen voor een betere prijs voor Nederlandse producten die duurzamer zijn geproduceerd te benutten?

De Partij voor de Dieren dringt er bij de staatssecretaris op aan zijn verzet tegen de Franse pilot te staken, en juist te pleiten voor herkomstetikettering in het belang van de prijsontwikkeling die hoort bij de opdracht om de Nederlandse productie te verduurzamen.

Europese sojaverklaring

Hulde voor de Europese lidstaten die een front willen vormen tegen de teelt van gentechgewassen én het gebruik van genetisch gemanipuleerde voedergewassen in de Europese Unie. De Partij voor de Dieren-fractie moedigt het kabinet aan deze Europese Sojaverklaring volmondig te ondersteunen en is zeer benieuwd naar de vervolgontwikkelingen. Ziet het kabinet ook mogelijkheden om niet zozeer de teelt van soja in Europa te bevorderen, alswel eiwitgewassen op zichzelf? Hoe wordt de (agro)biodiversiteit geborgd en wat is de inzet om monoculteren in de Europese landbouw zoveel mogelijk te voorkomen en/of te vervangen door gevarieerde teelt? En, last but not least: zal de proteïnestrategie erin voorzien dat een duurzame productie van eiwit ook vraagt om een verschuiving van de productie van dierlijke eiwitten naar plantaardige eiwitten voor menselijke consumptie? Is de staatssecretaris bereid er bij de Europese Commissie op aan te dringen dat al deze onderdelen deel moeten gaan uitmaken van de proteïnestrategie?

Glyfosaat en neonicotinoïden

De verwachting is dat de Europese Commissie tijdens de vergadering van Scopaff van 19 en 20 juli een voorstel zal presenteren voor een verlenging van de toelating van glyfosaat. De Partij voor de Dieren vindt dat glyfosaat –net als andere chemische bestrijdingsmiddelen- zo snel mogelijk van de markt moet worden gehaald. Ruim 1,3 miljoen Europese burgers onderstrepen die wens door het tekenen van het Europese Burgerinitiatief dat oproept om glyfosaat te verbieden. Het vereiste aantal handtekeningen (1 miljoen) is daarmee ruimschoots behaald, en de Europese Commissie zal dus een antwoord moeten geven op het initiatief. Is de staatssecretaris bereid er bij de Europese Commissie op aan te dringen het burgerinitiatief serieus te nemen? Welke consequenties verbindt hij zelf aan deze breed gesteunde oproep van Europese burgers? Welke inzet kan de Kamer van het kabinet verwachten om de recent gepresenteerde ambities van de sector zelf, om in 2030 zonder chemische bestrijdingsmiddelen te werken, via een Europese aanpak te ondersteunen? Ligt het voor de hand om te blijven instemmen met Europese toelatingen van chemische bestrijdingsmiddelen als de Nederlandse tuin- en akkerbouwsector en de bollensector naar een manier van telen willen waarbij die middelen niet meer worden gebruikt? En is de staatssecretaris er, mede gelet op de recent verschenen, grootste veldstudie ooit naar de gevolgen van neonicotinoïden op insecten als de bij, nu in ieder geval toe bereid om er bij de Europese Commissie op aan te dringen dat een totaalverbod op alle neonics niet langer kan uit kan blijven?

Fosfaat

De Partij voor de Dieren-fractie heeft kennisgenomen van de definitieve fosfaat- en stikproductie 2016, zoals vastgesteld door het CBS. Wat opvalt, is dat voor de definitieve vaststelling van de totale fosfaatproductie niet alleen gekeken wordt naar dieraantallen, maar ook naar werkelijk voergebruik en werkelijke mineralengehalten in het voer. Dat roept de vraag op of de manier waarop de fosfaatproductie in 2017 (alleen dieraantallen) wel voldoende inzichtelijk maakt wat de werkelijke fosfaatproductie is. Kan de staatssecretaris bevestigen dat pas halverwege 2018 de werkelijke fosfaatproductie over 2017 kan worden vastgesteld, omdat ook dan pas de totale melkproductie bekend is? Hoe verhoudt die onzekerheid zich tot de afrekening die eind 2017 komt voor het behoud van de derogatie? De Partij voor de Dieren krijgt signalen dat melkveehouders, al dan niet via de omweg van fosforsupplementen, de hoeveelheid fosfor die dieren krijgen toegediend opkrikken. Kan de staatssecretaris reageren op de verschillen in het vaststellen van de hoeveelheid fosfaatproductie gebaseerd op het aantal dieren, en op de fosfaatproductie die blijkt uit de totale hoeveelheid geproduceerde melk?

Beantwoording staatssecretaris

Herkomstetikettering van zuivel

Voor mijn reactie op de vraag over herkomstetikettering verwijs ik u naar mijn antwoord op de vraag over hetzelfde onderwerp van de VVD-fractie. Anders dan de fractie van de Partij voor de Dieren veronderstelt, duidt herkomstetikettering wel het land van herkomst aan, maar geeft het geen informatie over duurzaamheidsaspecten. Zoals ik heb aangegeven in mijn brief aan uw Kamer over weidegang (Kamerstuk 34 313, nr. 4) is het behouden of realiseren van een goed bedrijfsmodel voor weidemelk de verantwoordelijkheid van de melkvee- en zuivelsector. Zo heeft de introductie van een weidemelkpremie geleid tot een hogere prijs voor weidemelk.

Glyfosaat en neonicotinoïden

Het ‘burgerinitiatief glyfosaat’ is gericht aan de Europese Commissie. Aangezien ruimschoots is voldaan aan de voorwaarden voor reactie, verwacht ik dat de Europese Commissie dit burgerinitiatief zeer serieus neemt en binnen de gestelde termijn (drie maanden) met een antwoord komt. Dat antwoord zal ik uiteraard met interesse bestuderen.

De toekomstvisie van LTO is recent openbaar gemaakt. Hierover wordt op ambtelijk niveau gesproken met de sector en andere belanghebbenden. Dit overleg is al gepland. In lijn met het kabinetsbeleid wil ik met het bedrijfsleven blijven samenwerken aan de ‘vergroening’ van gewasbescherming via alternatieve maatregelen, basisstoffen en laagrisicomiddelen, zowel nationaal als in de EU.

Als er na toetsing conform de geldende EU-procedure geen effecten zijn van de werkzame stof op mens, dier en milieu, dan stem ik in met een goedkeuring van de werkzame stof. Dat zegt overigens nog niets over de toelating van middelen in Nederland en ook niets over het gebruik door de sector.

Op 30 juni jl. zijn twee nieuwe wetenschappelijke publicaties in het tijdschrift ‘Science’ verschenen[1], over de effecten van het gebruik en de blootstelling aan neonicotinoïden voor bijen in de teelt van koolzaad en maïs. Ik hecht eraan dat deze onderzoeken worden meegenomen in de lopende besluitvorming in de EU. Op mijn verzoek beschouwt het Ctgb deze onderzoeken in relatie tot neonicotinoïde-toepassingen die in Nederland zijn toegelaten. Voor mijn verdere inzet op de neonicotinoïden verwijs ik u naar mijn antwoord op de vragen vanuit de CDA-fractie en mijn brief van 10 juli jl. Zoals in deze brief aangegeven, zal Nederland in het SCoPAFF van juli nog geen positie innemen over verlenging van de goedkeuring van glyfosaat.

Europese sojaverklaring

Het kabinet zet zich in voor een verdere verduurzaming van de eiwitteelt en waar mogelijk de productie van eiwitgewassen in de Europese Unie. De stimulering van de teelt richt zich daarbij niet zozeer op soja, maar op eiwitgewassen in het algemeen. Daartoe is de afgelopen jaren een aantal acties ingezet, zoals het afsluiten van de green deal 'Nedersoja' om de productie van soja in Nederland te verhogen en een keten te vormen waarin de producten ook een meerprijs krijgen. Een ander voorbeeld is het faciliteren van de productie en consumptie van eiwitrijke gewassen via de Green Protein Alliance. Dit is er vooral op gericht om tot een meer evenwichtige consumptie tussen plantaardige en dierlijke eiwitten te komen (van 30/70% naar 50/50%). Ook is tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap de Amsterdam Declaration opgesteld inzake het stoppen van verdere ontbossing voor o.a. de productie van soja. Dit principe geldt voor zowel genetisch gemodificeerde (gg-)soja als niet-gg-soja.

De borging van de biodiversiteit zit met name in de vergroening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Daarin wordt onder andere gesteld dat een gewasrotatie uit minstens drie gewassen moet bestaan en bedrijven met open teelten op een deel van hun areaal vergroeningsgewassen moeten telen. Overigens heeft Nederland de Europese Sojaverklaring op 17 juli jl. ondertekend, in lijn met mijn inzet op de ontwikkeling van de teelt van non-gg-soja in Europa, gelet op de forse groei van de vraag naar biologische producten, gg-vrije producten, plantaardige eiwitproducten en producten die in de nabije omgeving zijn geproduceerd.

Fosfaat

De definitieve fosfaatproductiecijfers over 2017 worden halverwege 2018 bekend gemaakt. De definitieve fosfaatproductie kan namelijk pas bepaald worden op het moment dat alle relevante gegevens bekend en gecontroleerd zijn.

De fosfaatproductieontwikkeling die in 2017 gerealiseerd wordt, is van belang voor de gesprekken met de Europese Commissie over het 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn, de invoering van fosfaatrechten en de derogatie. Daarom wordt, in het kader van het fosfaatreductieplan 2017, gedurende het jaar gemonitord op de fosfaatproductie. In de monitor worden de meest actuele gegevens met betrekking tot bijvoorbeeld dieraantallen, melkproductie en voerverbruik meegenomen. Hierdoor is een goede schatting te geven van het verloop van de fosfaatproductieontwikkeling in 2017. Ieder kwartaal wordt hierover aan uw Kamer gerapporteerd.

Zowel in de berekeningen van de definitieve fosfaatproductie, als in de monitoring van de fosfaatproductie 2017, worden alle relevante gegevens meegenomen. Hieronder vallen onder meer de dieraantallen en de melkproductie. Er is geen sprake van verschillen in berekeningen.

[1] B.A. Woodcock et al: Country-specific effects of neonicotinoid pesticides on honey bees and wild bees. Science, 30 June 2017.

N. Tsvetlow et al: Chronic exposure to neonicotinoids reduces honey-bee health near cron crops, Science, 30 June 2017.