Bijdrage Wassenberg debat scha­de­af­han­deling gaswinning Groningen


5 juli 2017

Voorzitter. Vorige week bracht ik met de commissie voor EZ een werkbezoek aan Groningen. Dat was het zoveelste werkbezoek. In één zin samengevat: de gaswinning veroorzaakt niet alleen schade aan huizen maar ook en vooral aan mensen. De schade aan mensen is niet minder ernstig dan de schade aan gebouwen. Mensen in tranen vertelden ons hoe ze keer op keer met een kluitje in het riet werden gestuurd, hoe ze blijven zitten met soms onherstelbaar beschadigde woningen en onherstelbaar beschadigd vertrouwen. Dat zijn woningen van soms 100 jaar waar nooit iets mee was, totdat de NAM kwam.

Het gaat intussen allang niet meer om geschonden vertrouwen, het gaat inmiddels om diep, diep wantrouwen: ten opzichte van de politiek, ten opzichte van het Centrum Veilig Wonen en vooral ten opzichte van de NAM, maar ook ten opzichte van de minister van EZ, die de maximale gaswinning bepaalt en die de belangen van de veiligheid en de leveringszekerheid krampachtig in één hand wil houden. De Onderzoeksraad Voor Veiligheid heeft geadviseerd om dat niet te doen, maar de minister weigert om tegenstrijdige belangen onder te brengen bij verschillende ministeries en hij weigert zelfs een aangenomen motie daartoe uit te voeren. In zijn brief van 30 juni schrijft de minister dat veiligheidsbelangen op afstand worden geplaatst als de veiligheid bij een ander ministerie wordt belegd. Die uitleg snap ik niet helemaal, dus ik hoop dat de minister dat kan verduidelijken.

Groningers zijn nuchtere mensen, maar ze worden echt tot wanhoop gedreven. Onderzoek leert dat mensen in het aardbevingsgebied meer psychosociale klachten hebben, meer medicijnen gebruiken, vaker ziek zijn en slechter slapen. De angst voor een echt zware aardbeving, de onzekerheid over je huis, de ellenlange procedures, de wetenschap dat je je huis niet kunt verkopen zonder groot verlies; het beschadigt mensen in de kern van hun bestaan. Kunnen we hier nog blijven wonen? Is het veilig? Is er een toekomst voor ons en onze kinderen? Kunnen we ons huis ooit nog verkopen? Wanneer komt de volgende aardbeving?

Vorige week beefde Groningen opnieuw, ditmaal figuurlijk. Op 28 juni zakte voor veel Groningers de aarde onder hun voeten weg, toen de NAM aankondigde naar de rechter te stappen tegen het besluit van de minister van EZ om de gaswinning met 10% te reduceren. Hoe diep kun je zinken? De NAM doet dit — lach niet — vanwege de veiligheid. Het woord "veilig" komt tien keer voor in het persbericht van de NAM en het woord "hypocriet" nul keer, terwijl dat de houding van de NAM veel beter omschrijft. Juridisch kan de NAM in beroep gaan, maar in termen van ethiek, fatsoen en compassie zou ze echt gas terug moeten nemen. De NAM speelt graag de vermoorde onschuld door te zeggen dat het bedrijf slechts uitvoert wat de minister van EZ mogelijk maakt. De minister stelt het winningsniveau vast en de NAM haalt het gas uit de grond. Nu laat de NAM haar masker vallen: niet de veiligheid is het belangrijkst, maar de winst.

Er moet echt veel meer gebeuren om Groningen en de Groningers te helpen. Er met bijvoorbeeld een goed systeem komen om de schade te herstellen. Dat kan alleen als er een fonds wordt opgericht voor alle probleemgevallen. Dat fonds moet beheerd worden door een onafhankelijk bestuur. De NAM mag het fonds vullen en verder niks. De vervuiler betaalt, de veroorzaker van aardbevingen betaalt, punt. Daarnaast moet de gaswinning snel stoppen. De verlaging van 24 miljard met 10% is een eerste stap, maar is niet voldoende. Uit eerder onderzoek is een winningsniveau van maximaal 12 miljard kuub vastgesteld om veiligheid te creëren voor de Groningers. Er moet dus nog 40% extra van af. 12 miljard kuub wordt wat de Partij voor de Dieren betreft het maximale winningsniveau voor de korte termijn. Dat is in ieder geval voldoende voor de leveringszekerheid. Uiteindelijk, en de minister zal dat met mij eens zijn, moeten we helemaal van het gas af.

Laten we beginnen met wetgeving om gasaansluitingen in nieuwbouw te verbieden. We moeten dus niet alleen de gasaansluitplicht schrappen voor nieuwbouw, maar ook ervoor zorgen dat gasloze nieuwbouw de norm wordt. Gemeenten vragen daarom, woningcorporaties vragen daarom, Groningen vraagt daarom. Graag een reactie van de minister, want ik overweeg een motie op dit punt.

De meest duurzame energie is energie die je niet gebruikt. Laat het gas in de grond in Groningen zitten, wek duurzame energie op via zon en wind en zorg er vooral voor dat we minder energie gaan gebruiken. We moeten Groningen helpen. Daar kunnen we nu iets aan doen. We kunnen er nu mee beginnen. Deze minister heeft de mogelijkheid. Een volgend kabinet hoeft dan niet bij nul te beginnen.

Andere partijen

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Over de afbouw van de gaswinning hebben we al eerder gesproken in de Kamer. Daar heeft het CDA het ook al eerder over gehad. Ik geloof dat mevrouw Sazias of de heer Wassenberg ook een motie heeft ingediend over de afbouw van de gaswinning in Groningen, tijdens het vorige debat. Daar heeft de minister een toezegging op gedaan. Ik vraag mij dus af wat mevrouw Beckerman nog extra wil weten van de minister, naast de toezegging die hij toen al heeft gedaan. Ik heb toen doorgevraagd: dat moet dan toch wel het plan van de regio zijn? Daarop heeft hij gezegd: ja, dat moet juist door de regio naar voren worden gebracht. Wat mist mevrouw Beckerman op dit punt dan nog?

Mevrouw Beckerman (SP):
Twee punten, eigenlijk. Het eerste punt is een versnelde afbouw. De SP, net als onder andere de Partij voor de Dieren, is voorstander van versnelde afbouw; dat weet mevrouw Mulder. Wij hebben daarvoor vaak moties gesteund of mede-ingediend. Wij willen naar 12 miljard kuub per jaar.

(….)

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Als het schadeprotocol er had gelegen, zouden wij definitieve besluiten hebben kunnen nemen. Aangezien dat er niet is en wij volgens mij Kamerbreed zeggen dat het schadeprotocol door de regio gedragen moet worden, zou ik niet willen zeggen dat wij in deze Kamer beter weten wat de regio wil dan de regio zelf. Het lijkt mij dus niet verstandig om dat te doen. Ik denk wel dat wij op een aantal punten tegen de minister kunnen zeggen: geef ons meer informatie, zodat wij, wanneer dat protocol er straks is, spijkers met koppen kunnen slaan. Natuurlijk is een formatieperiode ook een periode waarin je met elkaar goed moet nadenken over de vraag: hoe doen wij de dingen? Mevrouw Van Tongeren zat op een gegeven moment zelf ook aan tafel. Dat is dan niet doorgegaan, maar zij weet ook heel goed hoe het is. Het is een periode waarin je met elkaar probeert om echt iets goeds neer te zetten. Welnu, wij zullen zien.

De heer Wassenberg (PvdD):
Misschien begrijp ik mevrouw Van Veldhoven verkeerd, maar hoor ik haar echt zeggen dat het goed nieuws is wanneer er door een aangepaste kaart minder problemen zijn in Groningen? Ik dacht juist dat een van de problemen van Groningen was dat er voortdurend sprake is van aanpassing van kaarten. Dan heb ik het bijvoorbeeld over een contourenkaart. Mensen die schade hebben, vielen net binnen of buiten die kaart. Veranderende kaarten hoeven dus helemaal geen goed nieuws te zijn, maar kunnen juist ook voor grotere onzekerheid zorgen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Ik vind het goed nieuws dat wij meer weten. Als meer mensen veilig zijn, vind ik dat goed nieuws. Ik vind wel dat wij ruimhartig moeten omgaan met de afhandeling van de schade. Mevrouw Mulder heeft een aantal vragen gesteld over de gasopslag, bijvoorbeeld. Daarvan weet je: je pompt gas in de grond en je pompt gas eruit. Dat zit niet in de basisschadekaarten die we tot nu toe hanteerden, maar ik vind wel dat het een gebied is waar wij extra aandacht voor moeten hebben. D66 heeft de afgelopen jaren steeds gezegd: laten wij vooral ruimhartig vergoeden en laten wij er ruimhartig mee omgaan. Om te zeggen dat je blij moet zijn als meer mensen onveilig zouden zijn ... Volgens mij wordt niemand daar blij van. Als wij met elkaar tot de conclusie komen dat de risico's anders zijn, mogen wij ook zeggen: fijn dat de risico's anders zijn.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dat betekent dus niet dat er straks achteraf wordt gekeken in de trant van: wordt je schade erkend of niet, afhankelijk van een bepaalde kaart? Er moet worden bezien of iets mijnbouwschade is of niet. Of je nu binnen een contourenkaart valt of niet, is eigenlijk minder relevant. Daar gaat het mij om.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Volgens mij heeft de Kamer zelfs gezegd: wij moeten het niet hebben over mijnbouwschade, maar over het totaal van de aan aardbevingen gerelateerde schade. Mevrouw Van Tongeren begint nu heel moeilijk te kijken, maar volgens mij hebben wij altijd gezegd ... Nee, inderdaad het moet juist mijnbouwschade zijn. Laat ik die twee nu niet door elkaar halen. Dat is juist omdat wij die discussie daarover niet willen. Er is een kaart van de gebieden waar de mensen echt risico's lopen. Die wordt niet door de NAM opgesteld, maar door het KNMI. Wanneer nu op basis van nieuwe inzichten blijkt dat de zorgen anders liggen en minder mensen risico's lopen, moet u daar toch ook blij mee zijn, mijnheer Wassenberg?

(…)

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik hoor de PvdA nu zeggen: er moet een fonds komen. Daar is de Partij voor de Dieren het roerend mee eens. Moet dat geld nou van het Rijk komen? Wil de PvdA nou dat de vervuiler vervuilt — in dit geval dat de NAM aardbevingen veroorzaakt — en dat de belastingbetaler daarvoor op moet draaien? Of wil de PvdA ook dat het fonds gevuld wordt door de NAM?

De heer Nijboer (PvdA):
Ik wil dat de mensen naar het Rijk kunnen en niet meer met een bedrijf in de clinch liggen. Ik zei er ook bij: het Rijk moet het maar verhalen op de NAM. Want natuurlijk is de NAM verantwoordelijk. Het zou toch ondenkbaar zijn dat ik — waar ziet u mij voor aan? — de NAM wil vrijwaren van haar verantwoordelijkheid? Daar is geen sprake van.

(…)

Beantwoording minister

U hebt gelijk. Uw lijstje klopt. Ik moet dus naar de heer Wassenberg overgaan. De heer Wassenberg zegt dat ik het SodM krampachtig in de hand wil houden. Ik wilde het SodM helemaal niet in mijn eigen hand houden. De toezichthoudende instanties bij alle ministeries komen overeen met datgene waar het beleid gemaakt wordt. Dus bij het ministerie waar het beleid gemaakt wordt, daar is ook de toezichthoudende instantie ondergebracht. De Onderzoeksraad Voor Veiligheid heeft gezegd dat de positie van het SodM meer op afstand moet worden georganiseerd en dat die positie moet worden versterkt. Nou, dat hebben we dus gedaan. We hebben ervoor gezorgd dat de mogelijkheden voor mij om aanwijzingen te geven sterk zijn ingekaderd. We zorgen ervoor dat het SodM ook zelf kan bepalen hoe het het onderzoek doet en het daarin door mij niet gestuurd kan worden. Er is nog een aantal andere dingen in de positie van het SodM op formele wijze versterkt. Ik hecht er wel aan daarbij op te merken dat dit allemaal wel gebeurd is maar dat dit niet nodig was omdat tot nu toe op geen enkele wijze door mij het SodM is beïnvloed of is verteld hoe het het moest doen of het ervan weerhouden is om met dingen naar buiten te gaan of om rechtstreeks met de Kamer contact te hebben. Dat was in de praktijk allemaal al werkelijkheid maar wat we nu hebben gedaan, is dat ook nog een keer formeel regelen. Ik denk dat dit goed is. Daar is niets op tegen. We voeren daarmee ook de aanbeveling van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid uit. Ik denk dat we daarmee een verdere formele versterking van de positie van het SodM hebben gecreëerd.

De heer Wassenberg (PvdD):
De aangenomen motie ging over het uit elkaar halen van de verschillende belangen die nu bij een ministerie liggen. De OVV heeft expliciet gezegd dat het beter is als het veiligheidsbelang van de Groningers bij een ander ministerie belegd wordt dan bij het ministerie van EZ. Daar ging mijn motie over. Daar wordt geen invulling aan gegeven en daar wil ik een helder antwoord op hebben.

Minister Kamp:
In deze kabinetsperiode gaat er natuurlijk niets meer veranderd worden. Dat is duidelijk. Er komt straks een nieuwe kabinetsperiode. Daar wordt op dit moment over onderhandeld. Er komt een nieuw regeerakkoord. Er zal ook weer finetuning wat betreft de ministeries plaatsvinden. In deze kabinetsperiode hebben we het gedaan zoals we het hebben gedaan. Ik denk dat dat een heel logische en goede manier is geweest. We hebben maar tien echte ministeries in Nederland. Het een is verantwoordelijk voor de zorg, het ander voor de infrastructuur en weer een ander voor wat er in Groningen allemaal speelt, zijnde het ministerie van Economische Zaken. Wij hebben heel gewetensvol invulling gegeven aan die verantwoordelijkheid. Waar er op onderdelen nog formele verbetering mogelijk was, hebben we daarvoor gezorgd.

De heer Wassenberg (PvdD):
Misschien dat ik de minister kan aanraden om de motie een keer te lezen. Ik lees het dictum van de motie voor: verzoekt de regering om met een plan te komen om de verschillende belangen rond de winning van delfstoffen bij verschillende ministeries te beleggen. Er staat niet dat het allemaal voor 1 augustus gebeurd moet zijn. Er wordt gevraagd of het ministerie met een plan wil komen. Daar gaat de motie over en dat kan ook dit kabinet doen. Dat plan kan worden uitgevoerd door het komende kabinet. De minister zegt dat we een demissionair kabinet hebben. Dat klopt, maar we hebben gewoon wel een nieuw gekozen Kamer. En die Kamer heeft gevraagd om een plan. Dat plan kan de minister best laten maken.

Minister Kamp:
Ik heb op die motie van de Kamer geantwoord. Dat is het standpunt dat het kabinet daarover heeft. Dat is de reactie die ik aan de heer Wassenberg kan geven.

De heer Nijboer (PvdA):
Op zichzelf komt deze reactie wel overeen met de brief die de minister heeft gestuurd. In die brief stelt hij echter tegelijkertijd: het kabinet heeft in zijn reactie van 2 april 2015 aangegeven dat het alle aanbevelingen van de OVV zal opvolgen. Alle! Dit is een belangrijke ervan. De OVV heeft twee jaar later gezegd: dit is nog niet gedaan; EZ gaat nog steeds overal over en dat moet echt anders.

Minister Kamp:
Het is van belang de verantwoordelijkheid voor veiligheid en voor toezicht bij één ministerie, in één hand te hebben. Bij het werken aan die veiligheid doen wij voortdurend ervaringen op. Bij dat toezicht worden voortdurend ervaringen opgedaan. Als je nou in één ministerie daarmee bezig bent, kun je dat snel met elkaar uitwisselen en ervoor zorgen dat er ofwel in het beleid verbeteringen worden doorgevoerd ofwel in het toezicht verbeteringen mogelijk worden gemaakt. Ik denk dat het voor de veiligheid van mijnbouwactiviteiten in Groningen in algemene zin van groot belang is dat er geprofiteerd wordt van de ervaringen die zowel het SodM als de beleidsmakers, de vergunningverleners, opdoen. Als je dat uit elkaar trekt, gaat dat ten koste van de veiligheid en ik voel mij verantwoordelijk voor die veiligheid. Het antwoord dat wij in de brief hebben gegeven, de reactie op die motie, is de reactie van het kabinet, van het hele kabinet, zeg ik erbij, om misverstanden te voorkomen. De positie van het SodM was materieel al niet aangetast, maar is nu materieel ook nog eens verder versterkt.

De heer Nijboer (PvdA):
Het is toch lastig als je zulke brieven en toezeggingen krijgt. Er ligt een rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid. Het kabinet heeft gezegd dat het alles overneemt — het staat er heel duidelijk in: al die belangen, al die petten, het gasgebouw moet op de schop — maar dat doet het dan niet.

Ik lees een andere zin uit de brief voor: het kabinet heeft in zijn handelen steeds het veiligheidsbelang en het veiligheidsgevoel als uitgangspunt genomen. Steeds. Dat gaat vele jaren terug. Maar de minister heeft precies op dit punt zelfs excuses gemaakt. We hebben de Groningers — en dat geldt niet deze minister alleen — …

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

De heer Nijboer (PvdA):
Dat is toch bijna onmogelijk? De minister zegt dat hij alles overneemt, maar doet dat vervolgens niet. Hij biedt zijn excuses aan en zegt vervolgens dat het kabinet altijd het veiligheidsgevoel als uitgangspunt heeft genomen, terwijl er gewoon excuses zijn gemaakt aan de Groningers. Hoe moeten wij zo nou opereren? Dat gaat toch niet, voorzitter?

Minister Kamp:
De heer Nijboer haalt drie dingen tegelijk aan. Ik zal graag op al die drie dingen reageren. Ten eerste: de heer Nijboer zegt dat er excuses gemaakt zijn. Ik heb aangegeven dat het, terwijl in de loop van vele jaren gas gewonnen is, nu voor iedereen duidelijk is dat er onvoldoende rekening is gehouden met de risico's die uit die gaswinning voortvloeiden voor de Groningers. Ik ben op dit moment minister van Economische Zaken. Als er gedurende een langere periode vanuit de overheid iets misgaat, moet ik daar op een gegeven moment namens de overheid een reactie op geven. Dat heb ik gedaan in de bewoordingen die ik toen gekozen heb.

Ten tweede: de heer Nijboer zei in een tussenzinnetje dat de Kamer heeft uitgesproken dat het gasgebouw op de schop moet, of dat de Onderzoeksraad Voor Veiligheid dat uitgesproken heeft. Dat is geen initiatief geweest van de OVV, dat is mijn eigen initiatief geweest. Toen niemand het nog over het gasgebouw had, heb ik gezegd dat ik het belangrijk vind, aangezien de situatie veranderd is met betrekking tot de aardgaswinning in Groningen, om opnieuw te bekijken hoe we het gasgebouw hebben opgezet. Hoe hebben we dat gedaan in de jaren zestig? Wat waren de overwegingen? Hoe pakt dat nu uit in de jaren 2010-2020? Welke wijzigingen zijn wenselijk? Daarbij gaat het niet alleen om wat wij wenselijk vinden, maar ook om wat de andere partijen, Shell en Exxon, wenselijk vinden. Dat moet opgebouwd worden. De gesprekken daarover zijn begonnen en ik kan de Kamer verzekeren dat het gesprekken zijn waarbij de overheid echt de grootste zorgvuldigheid moet betrachten, omdat er grote belangen op het spel staan en je dus ook op hoog niveau tegengas krijgt. Ik vind het nuttig om naar het gasgebouw te kijken. Vandaar dat daar nu op mijn eigen initiatief — dat zeg ik nog een keer — naar gekeken wordt.

Ten derde: de heer Nijboer zegt dat het kabinet steeds beweert dat het de veiligheid van de mensen in Groningen als uitgangspunt heeft genomen. Dat hebben we niet alleen gezegd, maar ook heel erg gemeend en gedaan. Het gaat ons om de vraag wat we kunnen doen voor de veiligheid van de mensen in Groningen. Daarbij gaat het om de daadwerkelijke onveiligheid en het terechte gevoel van onveiligheid en de dreiging naar de toekomst toe die de mensen in Groningen voelen. Daar moesten we iets aan doen. Dat hebben we gedaan op de manieren die ik in het begin beschreven heb: in de eerste plaats vermindering van de gaswinning, in de tweede plaats versterking van de woningen, in de derde plaats de afhandeling van de schade onafhankelijk van de NAM invullen. Dat is wat we hebben gedaan.

(…)

De voorzitter:
U bent aangekomen bij de vragen van de heer Wassenberg over de gasloze nieuwbouw en de duurzame energie. Dat zijn de vragen van hem die nog openstaan.

Minister Kamp:
De heer Wassenberg vindt dat we snel naar een niveau van 12 miljard m3 aardgas moeten gaan. Dat zou om twee redenen volstrekt onverantwoord zijn. In de eerste plaats kun je met een niveau van 12 miljard m3 niet garanderen dat er warmte is in de Nederlandse huizen, kantoren, ziekenhuizen, verzorgingshuizen en noem maar op. Dat is gewoon onmogelijk. Wij zitten nu op 21,6 miljard m3 en 21 miljard m3. Dat is het minimum dat uit de analyses van GTS komt. Het is ook in overeenstemming met de aanbevelingen van het Staatstoezicht op de Mijnen, dat bovendien heeft gezegd dat als je beneden dat niveau gaat zitten, je dan van jaar tot jaar, afhankelijk van de temperatuur in een jaar, te grote wisselingen krijgt en dat er van die wisselingen een onveiligheid uitgaat. Dan is er meer seismiciteit.

Wat wij doen, is wat de overheid altijd doet: wij moeten de balans zoeken. Wij zoeken die balans dus. Wij kijken in de eerste plaats naar de veiligheid van de mensen in Groningen. Wij willen in de tweede plaats geen onveiligheid in het hele land creëren doordat de warmtevoorziening in de vorm van aardgas wegvalt. Je moet ervoor zorgen dat je beide zaken tegen elkaar afweegt, waarbij je wat de leveringszekerheid betreft op het laagst mogelijke niveau gaat zitten. Dan heb je ook meteen het niveau te pakken waarop je zo veel mogelijk fluctuaties voorkomt. Dat is wat eruit is gekomen. Dat is wat ik heb toegelicht en verdedigd. Daar zal de Raad van State zich straks ook over buigen, omdat er van beide kanten beroepen zijn gekomen. De een zegt dat je meer moet winnen en de ander zegt dat je minder moet winnen. Ik denk dat de juiste afweging gemaakt is, dat dit het resultaat is van de juiste afweging. Dat betekent dat 12 miljard m3 losstaat van de realiteit.

De heer Wassenberg vraagt wanneer wij gaan regelen dat voor nieuwbouw geen gasaansluiting meer wordt aangelegd. Wij hebben nu geregeld dat het automatisme eraf gaat dat als een woning gebouwd wordt, die op het gasnet moet worden aangesloten. We zijn nu bezig om de Energieagenda verder in te vullen. Ieder onderdeel van die Energieagenda, waarbij allerlei dingen moeten veranderen om de totale overgang van fossiele naar duurzame energie te maken, moet nader uitgewerkt en ingevuld worden. Dat komt bij verschillende gelegenheden aan de orde, de eerste keer bij de wijziging van de Warmtewet. Dan zullen we ook kunnen spreken over de eerste stap die we zetten in het wegnemen van de verplichting, de vervolgstappen die in beeld komen en hoe en wanneer die genomen kunnen worden.

De voorzitter:
De heer Wassenberg heeft nog een vraag.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik heb een heel korte vraag. Wij hebben vorige week een hoorzitting gehad over gasloze nieuwbouw. Iedereen was het erover eens, woningbouwverenigingen maar ook gasnetten, dat het zo snel mogelijk geregeld zou moeten worden en dat het een gouden kans zou zijn om dat in nieuwbouw te doen. Men zei dat het kapitaalvernietiging is als we nu bij huizen gasleidingen aanleggen om die misschien over tien, vijftien jaar weer af te breken. Wat dat betreft zou iedereen geholpen zijn als het ook zo snel mogelijk wettelijk geregeld wordt. Ik bedoel …

De voorzitter:
Dat is helder. Mijnheer Wassenberg, hier is verslag over uitgebracht. Ik vraag de minister hier kort op te reageren, want dit is een ander debat dat u op een andere wijze voert.

Minister Kamp:
Ik heb het wegnemen van de juridische verplichting om huizen op gas aan te sluiten, bij de eerste de beste gelegenheid erin gebracht. Dat is de wetswijziging die binnenkort door de Kamer in behandeling kan worden genomen Ik ben beschikbaar om over de vervolgstappen te spreken. Ik ben zelf bezig om die uit te werken. Als de Kamer opvattingen daarover heeft en richtinggevende uitspraken wil doen, dan hoor ik dat heel graag bij de behandeling van de Warmtewet.

Tweede Termijn

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter. Ik heb vier moties dus ik steek meteen van wal.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV) in 2015 en in 2017 heeft geconcludeerd dat de afweging van verschillende tegenstrijdige belangen, zoals het belang van de veiligheid van de Groningers, het belang van leveringszekerheid van gas en de financiële belangen van de gaswinning bij één ministerie liggen;

constaterende dat de motie-Wassenberg c.s. (33529, nr. 344) de regering verzoekt om de verschillende belangen rond de winning van delfstoffen bij verschillende ministeries te beleggen, waarbij het veiligheidsbelang in ieder geval bij een ander ministerie wordt ondergebracht dan bij het ministerie van EZ;

constaterende dat het kabinet in zijn brief van 30 juni 2017 (33529, nr. 355) aangeeft niet voornemens te zijn om de aangenomen motie uit te voeren en daarmee ook de aanbeveling van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid in de wind slaat;

verzoekt de regering, voor het einde van het zomerreces alsnog invulling te geven aan de aangenomen motie en met een plan te komen om de verschillende belangen rond de winning van delfstoffen bij verschillende ministeries te beleggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Nijboer, Van Tongeren, Beckerman en Graus.

Zij krijgt nr. 362 (33529).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de schadeafhandeling in Groningen nog altijd onvoldoende is en bijdraagt aan diep wantrouwen en psychische klachten;

constaterende dat gedupeerden van mijnbouwactiviteiten recht hebben op een vlotte, rechtvaardige en gelijkwaardige schadeafhandeling;

constaterende dat een onafhankelijk schadefonds hier een wezenlijke bijdrage aan kan leveren en tegelijk invulling geeft aan maatschappelijke solidariteit en maatschappelijke erkenning van het veroorzaakte leed;

verzoekt de regering, een schadefonds voor de mijnbouwschade in Groningen op te richten met onafhankelijkheid, een rechtvaardige schadebepaling, menselijke maat en een verantwoordelijke Staat als uitgangspunt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Beckerman, Nijboer, Graus en Van Tongeren.

Zij krijgt nr. 363 (33529).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het in het belang van de klimaatdoelstellingen en de veiligheid van de Groningers is dat er een gastransitie op gang komt;

constaterende dat het aardgasvrij maken van woningen hiervan een belangrijk onderdeel vormt;

overwegende dat alle stakeholders het erover eens zijn dat we binnen afzienbare tijd moeten overschakelen op alternatieven voor aardgas;

constaterende dat nieuwbouwhuizen aansluiten op gas om ze over een aantal jaar weer te ontkoppelen, een vorm van kapitaalvernietiging is;

verzoekt de regering, zich in te spannen voor een verbod op gasaansluiting in nieuwbouw,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 364 (33529).

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik zie dat ik op min twee seconden sta, dus in het rood. Ik heb nog een kleine motie.

De voorzitter:
Gauw.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik dank u voor uw compassie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de gaswinning in Groningen niet alleen schade veroorzaakt aan huizen, maar ook geestelijke schade aan de gedupeerden;

constaterende dat het SodM stelde dat bij een productie van maximaal 12 miljard kuub gas de seismiciteit nagenoeg nihil zal zijn;

overwegende dat daarmee de veiligheid maximaal geborgd is;

overwegende dat de maximale veiligheid van de bewoners leidend moet zijn in het vaststellen van het gaswinningsniveau;

verzoekt de regering om een scenario uit te werken waarbij de gaswinning wordt verlaagd naar 12 miljard kuub per jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Beckerman en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 365 (33529).

De heer Wassenberg (PvdD):
Hartelijk dank, voorzitter.

(….)

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er op dit moment gewerkt wordt aan een schadeprotocol;

overwegende dat de regionale partijen een notitie hebben gepresenteerd met daarin vier uitgangspunten voor een nieuw schadeprotocol, te weten de verantwoordelijke Staat, de menselijke maat, rechtvaardige schadebepaling en onafhankelijkheid;

overwegende dat door de gaswinning op grote schaal toe te staan, met onvoldoende oog voor de veiligheid van inwoners, het Rijk de Groningers onrecht heeft aangedaan;

overwegende dat het in deze situatie niet meer dan billijk is dat het Rijk aanvult wat boven de aansprakelijkheid van het Burgerlijk Wetboek nodig is zodat inwoners in redelijkheid weer verder kunnen met hun leven;

verzoekt de regering, te komen tot een schadeprotocol waarin voldaan wordt aan de uitgangspunten zoals opgesteld door de regionale partijen, met als basis een schadefonds, en waarbij het uitgangspunt de ruime aansprakelijkheid van de NAM is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Van Tongeren, Wassenberg en Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 366 (33529).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de gaswinning in Groningen veel onrust veroorzaakt;

overwegende dat daardoor het draagvlak voor het openen van nieuwe winningsputten vrijwel verdwenen is;

overwegende dat bij de transitie naar hernieuwbare energie nog tot uiterlijk 2030 gebruik van gas gemaakt zal worden;

verzoekt de regering, een afbouwplan voor de winning van gas in Nederland op te stellen waarin naast de winning in Groningen ook het kleineveldenbeleid opgenomen zal zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Van Tongeren, Nijboer, Wassenberg en Graus.

Zij krijgt nr. 367 (33529).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel inwoners met schade door mijnbouw steun nodig hebben;

overwegende dat Stut-en-Steun voor veel inwoners die steun daadwerkelijk biedt;

van mening dat dit initiatief naar verwachting dit jaar in de financiële problemen komt;

verzoekt de regering, Stut-en-Steun met €200.000 te ondersteunen en dekking hiervoor te vinden binnen de bijdragen, bedoeld voor regionale knelpunten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Nijboer, Wassenberg en Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 368 (33529).

(….)

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Dan heb ik nog een motie over een punt waarop de minister in eerste termijn nog geen reactie heeft gegeven, maar waar ik wel al mee-indieners voor heb.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat inwoners boven de gasopslag Norg overlast en schade ondervinden ten gevolge van de opslag van Groningengas waardoor een geleidelijker winning mogelijk is;

verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat de inwoners boven de gasopslag Norg gebruik kunnen maken van het nieuwe schadeprotocol,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder, Van Veldhoven, Wassenberg, Nijboer, Van Tongeren, Graus, Dik-Faber en Beckerman.

Zij krijgt nr. 373 (33529).

(…)

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Graus, Baudet en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 374 (33529).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, de aardbevingsgerelateerde schade in Groningen te erkennen, af te handelen en te vergoeden als mijnbouwgerelateerde schade,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Graus, Wassenberg, Baudet en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 375 (33529).

(…)

De heer Nijboer (PvdA)
Ik heb een paar moties mede ondertekend maar ben zelf niet zo motie-indienerig. Ik heb van harte de motie van de heer Wassenberg die op 20 april in stemming is gebracht en bij Kamermeerderheid is aanvaard, nogmaals ondertekend. Als die motie wordt aangenomen, vind ik dat wat erin staat echt moet gebeuren. Ik vind het ook een opdracht aan de Kamer als geheel. Ik heb bij een andere bewindspersoon weleens gehad dat ik een motie niet heb ondertekend maar dat ik, hoewel ik het er niet mee eens was, wel vond dat de minister haar had uit te voeren. Dat vind ik hier ook echt van.

Beantwoording minister

Minister Kamp:

In de motie-Wassenberg c.s. op stuk nr. 362 wordt de regering verzocht om voor het einde van het zomerreces invulling te geven aan de aangenomen motie en met een plan te komen om de verschillende belangen rond de winning van delfstoffen bij verschillende ministeries te beleggen. Ik denk dat ik daarvoor ook even moet ingaan op hetgeen de heer Nijboer bij herhaling heeft gezegd, namelijk dat het kabinet de aanbevelingen van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid, het rapport uit 2015, niet zou willen opvolgen. Wij hebben gezegd: we volgen alle aanbevelingen op. Nu zegt hij: dat doen jullie niet. Op dit punt is de Onderzoeksraad Voor Veiligheid met drie aanbevelingen gekomen. Ten eerste, zorg dat ook andere ministeries betrokken worden bij de besluitvorming. Ten tweede, zorg dat het burgerperspectief structureel en herkenbaar meegenomen wordt in de besluitvorming door provincie en gemeenten een rol te geven. Ten derde, versterk de onafhankelijkheid van het Staatstoezicht op de Mijnen ten opzichte van het ministerie en de sector. De drie aanbevelingen zijn allemaal opgevolgd. We hebben de andere ministeries op een structurele manier via de onderraad en de ministerraad — zo moet dat — betrokken bij de besluiten die sindsdien genomen zijn. Wij hebben het burgerperspectief vormgegeven door wijziging van de Mijnbouwwet, waardoor de provincie en de gemeenten een rol hebben gekregen en we hebben de onafhankelijkheid van het Staatstoezicht op de Mijnen versterkt op de manier zoals ik dat in eerste termijn heb aangegeven.

Vervolgens is de OVV in zijn evaluatierapport met iets extra's gekomen. Hij heeft namelijk gezegd dat het veiligheidsbelang als eigenstandig belang bij een ander ministerie zou moeten worden belegd. Naar mijn overtuiging is dat niet in het belang van de veiligheid van de Groningers. De Groningers zijn er het meest bij gebaat als de lessen die getrokken worden uit de beleidsvorming en de lessen die getrokken worden uit het toezicht, elkaar kunnen beïnvloeden. We moeten ervoor zorgen we de lessen vanuit het SodM benutten om ons beleid aan te passen en we moeten ervoor zorgen dat het SodM bij zijn adviezen rekening kan houden met de ervaringen bij de beleidsvorming en de beleidsuitvoering. Ik denk juist dat het in het belang is van de mensen in Groningen om niet te doen wat in tweede instantie aanvullend door de OVV werd geadviseerd. Ik ben het daar gewoon inhoudelijk niet mee eens. Vanuit mijn verantwoordelijkheid die ik sterk voel voor de mensen in Groningen, heb ik namens het kabinet op 30 juni een brief geschreven waarin ik mijn mening nog wat nader heb toegelicht. Om deze reden ontraad ik de motie van de heer Wassenberg c.s. op stuk nr. 362.

De voorzitter:
De heer Wassenberg heeft hier nog een vraag over.

De heer Wassenberg (PvdD):
Heel kort, want ik ga het debat niet overdoen. De OVV heeft in 2017 geconcludeerd dat de aanbeveling uit 2015 om de verschillende belangen bij verschillende ministeries te beleggen, niet is opgevolgd. De minister heeft vervolgens gezegd dat er in de ministerraad een klap op zal worden gegeven. Nu parafraseer ik even. De NAM zegt: nee, de beslissing is feitelijk genomen binnen het ministerie van EZ en daarna wordt het even afgetikt in de ministerraad. Nogmaals, dat is mijn parafrasering. Wij zeggen dus dat de aanbeveling niet is opgevolgd. Vandaar de motie waarin wordt verzocht om dat wel te doen.

Minister Kamp:
Wat de heer Wassenberg zegt, is volstrekt onjuist. De oorspronkelijke drie aanbevelingen zijn allemaal perfect opgevolgd, omdat wij er ook van overtuigd waren dat we dat moesten doen. Die hebben we dus echt goed opgevolgd. De OVV is bij zijn evaluatie met een ander punt gekomen. Daar zijn we inhoudelijk op ingegaan. In het belang van de Groningers wil het kabinet niet doen wat daar aanvullend door de OVV werd opgemerkt.

In de motie-Wassenberg c.s. op stuk nr. 363 wordt de regering verzocht om een schadefonds op te richten met als uitgangspunten onafhankelijkheid en een rechtvaardige schadebepaling. Ik heb al gezegd hoe ik tegen het schadefonds aankijk. Wat in de motie wordt gezegd, heeft geen meerwaarde. Vandaar dat ik de motie als overbodig beschouw en dus ook ontraad.

In de motie op stuk nr. 364 van de heer Wassenberg en mevrouw Van Tongeren wordt de regering verzocht zich in te spannen voor een verbod op gasaansluiting in de nieuwbouw. Ik heb de belangrijke stap gezet om geen aansluitplicht meer te laten gelden. Ik heb gezegd dat we bij de uitwerking van de Energieagenda aangeven hoe we de vervolgstappen willen zetten, ook bij de Warmtewet. Als we die eerste stap gaan bespreken, zullen we daar verder met elkaar over van gedachten kunnen wisselen. Ik heb nu de eerste stap heb gezet en ik heb ook aangegeven dat ik in de Energieagenda het vervolg daarop verder uitwerk. Ik heb ook als doelstelling aangegeven dat we in het jaar 2050 alle woningen van het gas af willen hebben, dat we dus tussen nu en 2050 200.000 woningen per jaar eraf moeten zien te krijgen. Die taakstelling is glashelder. Die is heel groot. Ik heb de motie daar echt niet voor nodig. De motie heeft geen meerwaarde. Ik geef de heer Wassenberg nog in overweging om zijn motie aan te houden tot de behandeling van de wijziging van de Warmtewet. Dan kan hij bekijken of de hele discussie hem bevredigt en of hij daar genoegen mee kan nemen of dat hij toch nog een signaal wil afgeven. Als hij de motie aanhoudt, hoef ik niet te zeggen dat ik haar zal ontraden indien zij niet wordt aangehouden.

In de motie op stuk nr. 365 is van de heer Wassenberg, mevrouw Beckerman en mevrouw Van Tongeren wordt de regering gevraagd een scenario uit te werken waarin de gaswinning wordt verlaagd tot 12 miljard m3 per jaar. Laat ik het nog een keer glashelder zeggen: dit zou gewoon heel slecht zijn voor de veiligheid in ons land. In de eerste plaats is het slecht voor de veiligheid van de mensen in het land als wij denken dat wij met 12 miljard m3 kunnen volstaan, terwijl we zeker weten dat we mensen in de kou laten zitten als we dat doen, met allerlei schadelijke gevolgen voor de veiligheid van mensen in het land. Dat is het eerste. Het tweede is dat als we van jaar tot jaar enorme fluctuaties op de koop toe nemen, dit grote negatieve effecten heeft voor het SodM en voor de veiligheid van de mensen in Groningen. Ik vind deze motie dus echt onverantwoord. Ik ontraad haar.

De voorzitter:
Minister, ik wil u even onderbreken. De heer Wassenberg heeft een vraag.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik wil mijn motie op stuk nr. 364 graag nog even aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Wassenberg stel ik voor, zijn motie (33529, nr. 364) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Minister, ik wil u even onderbreken. De heer Wassenberg heeft een vraag.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik wil mijn motie op stuk nr. 364 graag nog even aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Wassenberg stel ik voor, zijn motie (33529, nr. 364) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.