Inbreng SO Initi­a­tiefnota van het lid Geurts: “Een eerlijke boterham, over het versterken van de voeds


30 januari 2015

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met belangstelling kennisgenomen van voorliggende initiatiefnota over het versterken van de voedselketen waarbij er uit wordt gegaan van eerlijke prijzen. De leden van de fractie van de PvdD waarderen het dat de initiatiefnemer met deze initiatiefnota een stap zet om te komen tot een eerlijke prijs voor de boer dat kostendekkend is. Zij danken de initiatiefnemer voor de geleverde inspanning om deze nota tot stand te brengen. Naar aanleiding daarvan brengen zij de enige vragen en op- en aanmerkingen naar voren.

De leden van de fractie van de PvdD zetten zich al jaren in voor duurzaam, diervriendelijk en veilig voedsel voor iedereen en eerlijke voedselprijzen waarin alle kosten zijn verdisconteerd. Boeren voelen zich gedwongen om onder de kostprijs te produceren. Dat gaat ten koste van hun inkomen en heeft grote gevolgen voor de voedselveiligheid, het dierenwelzijn en het milieu.

De leden van de fractie van de PvdD delen de behoefte van de initiatiefnemer om te komen tot eerlijke afspraken (van boer tot consument) over duurzaamheid, dierenwelzijn en de prijs die daar tegen over gemaakt moet worden in de keten maar zetten vraagtekens bij de wijze waarop de initiatiefnemer dat tracht te bereiken, namelijk zelfregulering. Zij vragen de initiatiefnemer de recente ontwikkelingen van de Kip en het Varken van Morgen te beoordelen in het licht van zelfregulering? Erkent de initiatiefnemer dat vrijblijvende afspraken en marktwerking niet per definitie middelen zijn om te komen tot eerlijke prijzen maar dat regelgeving vanuit de overheid hierin een oplossing kan bieden? Graag een reactie.

De initiatiefnemer geeft weer dat de bulkproductie van producenten een gevolg is van de toenemende vraag naar grote volumes van een bepaald product. Betekent dit dat de initiatiefnemer zich in wil zetten voor een transformatie van de gehele productieketen waarin geen of veel minder ‘bulk’ meer wordt geproduceerd? Kan de initiatiefnemer aangeven wat hij vindt van aanbodbeperking? Immers het is mogelijk om onder de kostprijs vlees aan te bieden omdat het aanbod zo groot is. Erkent de initiatiefnemer met de leden van de fractie van de PvdD dat de ingezette koers op schaalvergroting niet langer houdbaar meer is en dat een trendbreuk naar een kleinschalige veehouderij noodzakelijk is voor het opheffen van de belemmeringen binnen de huidige markstructuur, het komen tot een eerlijk verdienmodel en een duurzame en diervriendelijke veehouderij?

Zoals de initiatiefnemer in zijn initiatiefnota aangeeft, draait het inkoopbeleid van supermarktketens voornamelijk om de goedkoopste prijs. Is de initiatiefnemer het eens met de leden van de fractie van de PvdD dat alle prijzen gestegen zijn met uitzondering van vlees waar steeds mee gestunt wordt? Zijn de initiatiefnemers van mening dat de prijs voor vlees aanzienlijk omhoog zou moeten om ook zo de kosten te kunnen doorberekenen en een eerlijke prijs te bewerkstelligen? De initiatiefnemer beredeneert in zijn initiatiefnota dat de voedselproductie het land word uitgedreven, waardoor afhankelijkheid toeneemt en prijzen mogelijk stijgen, ook voor de consument. De leden van de fractie van de PvdD hebben eerder kennisgenomen van het standpunt van de fractievoorzitter van de initiatiefnemer die in een opinieartikel pleitte voor regionalisering van de voedselproductie. Erkent de initiatiefnemer dat de productie voor de export uit de hand is gelopen en dat deze dus drastisch omlaag moet; dit tevens in het licht van een eerdere uitspraak die de fractievoorzitter van de initiatiefnemer gedaan heeft over de noodzaak van regionalisering van de Nederlandse voedselproductie? Kan de initiatiefnemer aangeven hoe zij de kabinetsreactie op de initiatiefnota in dit licht beoordeelt? De leden van de fractie van de PvdD vragen de initiatiefnemer te beoordelen op welke wijze zij de maatschappelijke kosten die nodig zijn voor de productie van vlees, inclusief de compensatie van de uitstoot van broeikasgas- en andere schadelijke stoffen, de kap van het tropisch regenwoud, het beslag op eindige zoetwatervoorraden, de bestrijding van dierziekten en de kosten van dierziektencrises, door zouden willen berekenen in de kostprijs van het vlees?

De leden van de fractie van de PvdD hebben vernomen dat de initiatiefnemer in zijn initiatiefnota meerdere malen verwijst naar het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Kan de initiatiefnemer uiteenzetten welke aanvullende regelgeving en/of maatregelen het Verenigd Koninkrijk en Duitsland hebben genomen om te komen tot een eerlijke prijs en wat de effecten hiervan zijn?

Met de indiener zijn de leden van de fractie van de PvdD van oordeel dat er meer geïnvesteerd moet worden in nieuwe voedingsmiddelen en verdienmodellen. Deelt de initiatiefnemer de mening van eerder genoemde leden dat vermindering van de vleesconsumptie een belangrijke bijdrage kan leveren aan lagere voedselprijzen en een eerlijker verdeling en benutting van de beschikbare voedingsmiddelen en andere grondstoffen in de wereld? Hoe kijkt de initiatiefnemer in dit licht tegen investeringen in plantaardige alternatieven als nieuwe voedingsmiddelen en verdienmodellen?

De leden van de fractie van de PvdD hebben kennis genomen van het zandlopermodel zoals is weergegeven in de initiatiefnota. De macht van de retail/supermarkten wordt hierin duidelijk weergegeven. Zowel boeren als consumenten vormen tevens een onderdeel van dit model. In de initiatiefnota wordt echter alleen de positie van de boer belicht. Voorgenoemde leden wijzen erop dat een evenwichtige keten tevens moet worden gekeken naar de kant van de consument; het gaat hier om eerlijke informatie, geen valse claims en een eerlijke prijs voor een diervriendelijk en duurzaam product. Kan de initiatiefnemer aangeven hoe hij het belang van de consument in dit voorstel wil versterken en hoe hij deze informatievoorziening naar de consument wil vormgeven? Op welke wijze kan de consument inzicht krijgen in de kosten die in de voedselprijs op eerlijke wijze zijn verdisconteerd?