Inbreng SO imple­men­tatie EU-wijzi­gings­richt­lijnen prio­ri­taire stoffen en grond­water


17 maart 2015

Inbreng Partij voor de Dieren Schriftelijk Overleg ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009 en het Waterbesluit (implementatie EU-wijzigingsrichtlijnen prioritaire stoffen en grondwater)

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hechten groot belang aan schoon grond- en oppervlaktewater. Helaas moeten zij nog steeds concluderen dat het in Nederland niet goed gesteld is met de waterkwaliteit. De grootste vervuiling van ons water komt vanuit de landbouw: meststoffen en landbouwgif vormen een grote bedreiging voor ons water. Deze leden hebben met belangstelling kennis genomen van het ontwerpbesluit waarin de waterkwaliteitsnormen verder worden aangescherpt, maar zijn van mening dat deze implementatie van de EU-richtlijnen op zichzelf niet voldoende is om de waterkwaliteit in Nederland echt te verbeteren. Zij willen graag nog vragen stellen aan het kabinet.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) toonde al in 2012 aan dat slechts 40% van de Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen in 2027 gehaald zullen worden. Met landbouw als belangrijkste veroorzaker van verontreining, maakt aanscherping van het mestbeleid op korte termijn noodzakelijk om de doelstellingen te halen. De Partij voor de Dieren-fractie heeft in reactie op dit rapport een motie ingediend waarin de regering werd verzocht zorg te dragen voor het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KS 27625, nr. 293). Deze motie is door een meerderheid van de Kamer aangenomen. De leden van de PvdD-fractie zien echter nog geen uitvoering van deze motie. Sterker nog, deze week kwam de Europese Commissie met een haar implementatie-rapporten over de KRW. Hierin wordt Nederland opgeroepen om een duidelijkere strategie te ontwikkelen om vervuiling uit de landbouw aan te pakken. Nog steeds is verontreinig van water door landbouw een groot probleem in Nederland en in Europa. Maatregelen op het gebied van landbouw ontbreken of zijn te vrijblijvend, zegt de Europese Commissie. De leden van de PvdD-fractie kunnen dat alleen maar onderschrijven. Op welke wijze gaat het kabinet reageren op het rapport en de aanbevelingen van de Europese Commissie? Welke extra maatregelen gaat zij nemen om de KRW-doelen wél te behalen, conform de aangenomen motie? En kunnen deze maatregelen geplaatst worden in een integrale strategie?

Het kabinet schrijft zeer terecht in de Nota van Toelichting dat niet van de gestelde deadlines en doelen in de Kaderrichtlijn Water mag worden afgeweken ‘behalve wanneer de natuurlijke omstandigheden van dien aard zijn dat de doelstellingen niet binnen die termijn kunnen worden bereikt’.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zien dat de zeer intensieve landbouw in Nederland de grootste factor is in het niet behalen van de waterkwaliteitsdoelen in Nederland. Deelt het kabinet de mening dat de grote vee-industrie in Nederland - waardoor er veel meer mest wordt geproduceerd dan verantwoord kan worden afgezet op landbouwgrond, en waardoor er dus veel vervuiling van het water met meststoffen optreedt - niet onder ‘natuurlijke omstandigheden’ kan worden geschaard, en dat dit dus ook niet zal worden geaccepteerd als reden waarom Nederland niet eind dit jaar zal voldoen aan de Kaderrichtlijn Water? Zo nee, waarom niet, en op welke manier heeft het kabinet hier al uitsluitsel over gekregen van de Europese Commissie? Bovendien staat Nederland in de top drie wereldwijd bij het gebruik van landbouwgif per hectare. Een groot gedeelte van dat landbouwgif komt in het oppervlaktewater terecht. Deelt het kabinet de mening dat ook dit feit niet een ‘natuurlijke omstandigheid’ is die uitstel van het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water zou rechtvaardigen? Zo nee, waarom niet en is het kabinet van mening dat de Europese Commissie dit wél als natuurlijke omstandigheid ziet?

In hoeverre voldoet Nederland nu al aan de eisen onder de nu geldende prioritaire stoffen? Van welke stoffen gaat Nederland de gestelde deadlines om aan de normen voor de stoffen te voldoen? Bij welke stoffen blijkt de gestelde deadline een probleem? En op welke wijze wil het kabinet de gestelde deadlines alsnog halen, welke extra maatregelen gaat zij daarvoor instellen?

De leden van de PvdD-fractie verwijzen naar de wijziging van de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden, waarmee in 2011 is de watertoets geschrapt werd (KS 32372). Met deze watertoets werd bekeken nationaal niveau bekeken of de toelating van een nieuw bestrijdingsmiddel niet zal leiden tot een overschrijding van de norm van deze stof in het oppervlaktewater. In de Europese toets, de enige toets die toen nog overbleef, hoeft alleen gekeken te worden naar de prioritaire stoffen. Op deze lijst staat een aantal stoffen dat in Nederland voor grote normoverschrijdingen in het oppervlaktewater zorgt, zoals imidacloprid, niet vermeldt. Er worden dus nog steeds gifstoffen toegelaten voor grootschalig gebruik in de Nederlandse landbouw, terwijl deze stoffen voor grote normoverschrijdingen zorgen in het Nederlandse oppervlaktewater. De vervuiling van water met deze stoffen zorgt voor risico’s voor de volksgezondheid en draagt onder andere ook bij aan de zorgwekkend hoge sterfte onder bijen en andere dieren. De leden van de Partij voor de Dieren verschillen van mening met het kabinet over de juridische mogelijkheden om naast de Europese toetsing ook de eigen verantwoordelijkheid in te vullen door de drinkwatertoets weer in te voeren. Maar zij hebben ook bij de behandeling van de wet waarin deze toets werd geschrapt in 2011 een motie ingediend en aangenomen gekregen om de Europese toetsingslijst van stoffen naast de lijst van probleemstoffen in het Nederlandse oppervlaktewater te leggen en een lijst op te stellen van stoffen waarbij de drinkwaternorm regelmatig wordt overschreden maar waar niet op getoetst hoeft te worden, en om deze probleemstoffen zo snel mogelijk aan de Europese toetsingslijst toe te voegen (KS 32 372, nr. 24). De leden van de PvdD-fractie hebben al herhaaldelijk naar de uitvoering van deze motie gevraagd, maar moeten tot hun grote teleurstelling constateren dat de stoffen die op grote schaal een probleem vormen in ons oppervlaktewater niet aan de lijst met prioritaire stoffen zijn toegevoegd. Kan het kabinet uitleggen wat zij voor de uitvoering van deze aangenomen motie heeft gedaan? Waarom wordt imidacloprid niet toegevoegd aan de prioritaire stoffen? Waarom staat glyfosaat niet op de lijst? Hoe zit dat met de andere stoffen die in ons water op grote schaal voor vervuiling zorgen? Graag ontvangen de leden van de PvdD-fractie de lijst van probleemstoffen in het Nederlandse water en het verschil met de Europese prioritaire lijst van stoffen. Daarnaast vragen zij een gedetailleerd overzicht van de actie van het ministerie om deze motie uitgevoerd te krijgen, en de reden(en) waarom dat kennelijk nog niet gelukt is, en de vervolgacties die het kabinet van plan is te ondernemen om alsnog de lijst van prioritaire stoffen in lijn te krijgen met de stoffen die een probleem vormen in het Nederlandse oppervlaktewater.

Graag vragen de leden van de PvdD-fractie ook een update rond de uitvoering van de aangenomen motie Ouwehand over het uitvoeren van onderzoek naar de effecten van niet-prioritaire stoffen op de ecologische criteria voor waterkwaliteit voor de Kaderrichtlijn Water (KS 27625 nr 293). Kan de minister aangeven wat hier tot dusverre mee gebeurd is, en welke acties hiervoor nog op stapel staan?

Kan de regering nader toelichten hoe de zogenaamde aandachtstoffenlijst gaat werken? Hoe komt deze lijst tot stand, welke invloed heeft Nederland daarop? Op basis van wat wordt deze lijst geactualiseerd? En hoe wordt bepaald wanneer stoffen van de ‘aandachtlijst’ naar de lijst met prioritaire stoffen worden verplaatst?

De staatssecretaris van Economische Zaken heeft de Kamer toegezegd dat de monitoring van vervuilende stoffen beter zal worden georganiseerd, en dat deze gegevens sneller beschikbaar zouden komen (KS 27858 nr 276). Kan het kabinet aangeven hoe het daar nu mee staat?