Inbreng SO Eindadvies Beheer Advies Commissie Oost­vaar­ders­plassen


26 maart 2015

Inbreng Partij voor de Dieren Eindadvies BeheerAdviesCommissie Oostvaardersplassen

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben het advies van de BeheerAdviesCommissie Oostvaardersplassen gelezen, evenals de reactie van de staatssecretaris daarop. Deze leden hechten eraan allereerst te benadrukken dat de Partij voor de Dieren tegenstander is van het uitzetten van dieren in de natuur. Herstel van verloren gegane natuurwaarden in Nederland begint met het wegnemen van schadelijke bronnen –zoals stikstofuitstoot door de veehouderij-, het opnieuw verbinden van versnipperd geraakte natuurgebieden en eventuele bovenmatige vervuiling weg te nemen, waarna de natuurcondities zich kunnen herstellen en er weer sprake is van natuur die tegen een stootje kan en waarin natuurlijke processen zich zoveel mogelijk zonder bemoeienis van de mens kunnen voltrekken. Op die manier worden de omstandigheden gecreëerd waarin dieren zich uit zichzelf kunnen vestigen in een bepaald gebied.

Bij de Oostvaardersplassen is een andere route gevolgd en de Partij voor de Dieren zou dat plan daartoe destijds nooit hebben gesteund. Daar is het nu te laat voor, maar de leden van de Partij voor de Dieren-fractie zouden, gelet op de moeilijke situatie die in de Oostvaardersplassen is ontstaan, wel graag van de staatssecretaris weten of zij bereid is ervoor te zorgen dat dergelijke herintroducties van dieren in de natuur niet nog een keer zullen plaatsvinden. Graag een reactie.

Nu de grote grazers nu eenmaal –al langere tijd- leven in de Oostvaardersplassen is de opdracht wat de Partij voor de Dieren betreft om de intrinsieke waarde van de dieren centraal te stellen bij de zoektocht naar de juiste vorm van beheer van het gebied.

De leden van de PvdD-fractie verwelkomden daarom de komst van twee internationale onafhankelijke commissies. In opdracht van de regering heeft de commissie-Gabor in 2006 en 2010 aanbevelingen gedaan voor het welzijn van de grote grazers in de Oostvaardersplassen. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hechten grote waarde aan deze adviezen, omdat het om onafhankelijke oordelen gaat van dierenwelzijns- en natuurexperts en het welzijn van de grote grazers centraal staat in de adviezen. De commissie-Gabor was heel duidelijk in haar advies en herhaalde aanbevelingen die in 2006 al waren gedaan: de grote grazers in de Oostvaardersplassen hebben meer ruimte en meer beschutting nodig. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie wijzen met regelmaat op de noodzaak om de aanbevelingen van de commissie Gabor in zijn geheel uit te voeren, dus ook deze conclusies dat de Oostvaardersplassen verbonden zouden moeten worden met omliggende bospercelen zoals het Hollandse Hout en dat er een corridor zou moeten komen met de Veluwezoom. Het is treurig te moeten constateren dat een politieke meerderheid onder aanvoering van VVD, CDA en PVV deze maatregelen tot nu toe heeft weten tegen te houden, ten koste van de dieren. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie dringen er bij de staatssecretaris op aan vast te houden aan de adviezen van de commissie-Gabor voor vergroting van het gebied, onder meer door de aangenomen motie-Ouwehand voor openstelling van het Hollandse Hout uit te voeren en zich te blijven inzetten voor een verbinding met de Veluwezoom.

In 2010 werd door de toenmalig staatssecretaris een Beheer Advies Commissie (BAC) ingesteld, met als taak te evalueren in hoeverre de aanbevelingen van de commissie Gabor zijn uitgevoerd. Ook in hun onlangs uitgebrachte rapport wordt geconstateerd dat de aanbevelingen slechts ten dele zijn uitgevoerd. De leden van de PvdD-fractie willen daarom graag vragen stellen aan de staatssecretaris.

In zowel 2006 en 2010 is door de onafhankelijke commissies geadviseerd om de Oostvaardersplassen met andere natuurgebieden te verbinden, zoals het Horsterwold. Dit kan door de aanleg van de zogenaamde Oostvaarderswold, een ecologische zone die de gebieden met elkaar verbindt. De BAC concludeert dat mits alle overige bepleite maatregelen in acht zijn genomen deze verbinding momenteel niet noodzakelijk is voor het welzijn van de grote grazers. De leden van de PvdD begrijpen niet hoe de BAC tot deze conclusie heeft kunnen komen, aangezien de commissie-Gabor een totaalpakket aan aanbevelingen heeft opgesteld voor het welzijn van de grote grazers in de Oostvaardersplassen, en geen keuzepakket waarin naar believen kan worden ‘geshopt’. Het kabinet kan er niet zomaar voor kiezen om aanbevelingen niet uit te voeren en maakt nog altijd bezwaar tegen het besluit om dat toch te doen. De leden vinden het onbegrijpelijk dat afgewogen aanbevelingen van twee onafhankelijke commissies-Gabor worden genegeerd door de staatssecretaris. Temeer omdat deze commissies zijn opgesteld door de staatssecretaris zelf. De leden van de PvdD vragen de staatssecretaris hoe de conclusie van de BAC en het besluit van de staatssecretaris strookt met de aanbevelingen van de commissie-Gabor? De leden van de PvdD-fractie wijzen op de grote waarde van het vergroten en verbinden van natuurgebieden waardoor meer ruimte ontstaat voor natuurlijke processen. Daarmee wordt de natuur versterkt en ontstaan condities waarin dieren zelfstandig betere leefmogelijkheden hebben. Is de staatssecretaris bereid zich in te zetten voor een sterke natuur en de verbinding tussen de Oostvaarderplassen met Horsterwold in de toekomst te heroverwegen?

De BAC concludeert net als Gabor dat proactief beheer, oftewel jacht, geen geschikte beheervorm is in de Oostvaardersplassen. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie onderschrijven die conclusie van harte. Bij jacht worden gezonde dieren afgeschoten en natuurlijke groepsstructuren en dynamiek binnen de groep ruw verstoord. Jacht is niet alleen dieronvriendelijk, maar ook ineffectief: de plek van afgeschoten dieren wordt razendsnel opgevuld door nieuwe aanwas. De BAC concludeert in lijn met de onafhankelijke commissies dat vroeg reactief beheer de meest geschikte vorm van beheer is. Dit betekent dat pas als blijkt dat een dier de winter niet zal overleven, deskundige beheerders voorkomen dat het dier onnodig lijdt. Hierbij wordt niet gejaagd. De vrijheid en het natuurlijke gedrag van de kudde wordt niet aangetast en het onnodig lijden van individuele dieren wordt geminimaliseerd. Deze vorm van beheer, evenzeer een van de aanbevelingen van de commissie-Gabor, is een balans tussen het beginsel om in het wild levende dieren zoveel mogelijk met rust te laten, en de bijzondere zorg die voor de grote grazers in de Oostvaardersplassen geldt omdat de dieren daar zijn uitgezet terwijl de natuurlijke condities onvoldoende op orde waren.

De leden van de PvdD maken zich daarom ernstig zorgen over de aankondiging van de staatssecretaris om in de omliggende bossen Het Hollandse Hout, Oostvaardersveld en het Kotterbos voor ándere vormen van beheer te kiezen. In haar begeleidende brief die zij meestuurde met het BAC-rapport, noemt zij dieronvriendelijke beheermethoden zoals “het verdrijven en/of uitvangen van dieren en beheer gericht op aantallen”. Kan de staatssecretaris toelichten wat zij bedoelt en van plan is? Is zij werkelijk van plan om jacht toe te staan? Zo nee, hoe moet haar aankondiging om te gaan beheren ‘gericht op aantallen’ dan worden uitgelegd? De leden van de PvdD-fractie maken groot bezwaar tegen de introductie van nieuwe vormen van beheer die vanuit het oogpunt van dierenwelzijn door de commissie-Gabor nog werden afgewezen. Hoe verhoudt het besluit van de staatssecretaris zich tot de gedeelde conclusie van de commissie-Gabor en BAC dat reactief beheer de meest geschikte vorm van beheer is?

Het gebrek aan beschutting is een van de welzijnsproblemen van de dieren in de Oostvaardersplassen die zijn aangegeven door de commissie-Gabor. Beschutting is noodzakelijk voor de dieren om hun hoognodige vetreservers te sparen in de winter. Een aanbeveling van de commissie-Gabor was daarom aangrenzende bossen open te stellen voor de grazers. Zij onderstreepten vooral het belang van openstelling van het Hollandse Hout. De leden van de PvdD-fractie hebben zich de afgelopen jaren ingezet voor deze openstelling, maar liepen op tegen verzet van een meerderheid in de Tweede Kamer en in de gemeente Lelystad. De leden begrijpen niet hoe deze belangrijke maatregel voor het welzijn van de dieren in de Oostvaardersplassen kan worden tegengehouden. Momenteel wordt de mogelijkheid voor het deels openstellen van het Hollandse Hout opnieuw onderzocht. De leden vragen zich af hoe de staatssecretaris van plan is openstelling van Hollandse Hout aan te moedigen?

Het opstellen van een maatschappelijke adviescommissie, zoals voorgesteld bij de staatssecretaris in de begeleidende brief, is een van haar voorstellen om om te gaan met de maatschappelijke gevoeligheid omtrent het beheer van de dieren in de Oostvaardersplassen.

De leden vragen zich af wat de samenstelling van deze commissie wordt? De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vinden het zeer onwenselijk als jagers hierin een rol zouden krijgen en roepen de staatssecretaris dat niet te laten gebeuren. Jagers hebben hun eigen belangen die haaks staan op het belang van dierenwelzijn en de intrinsieke waarde van het dier. Graag een toezegging van de staatssecretaris op dit punt.

De leden van de PvdD-fractie vinden dat de staatssecetaris haar beleid moet blijven ijken aan de onafhankelijke adviezen van de commissie-Gabor, omdat die het welzijn van de grote grazers in de Oostvaardersplassen het beste dienen. Is de staatssecretaris bereid deze commissie opnieuw om advies te vragen, zodat de nieuwe inzichten en evaluatie van het lopende beheer opnieuw kunnen worden bekeken door de onafhankelijke experts? Zo nee, waarom niet?