Inbreng SO Ener­gieraad 13 juni 2014


4 juni 2014

Inbreng Partij voor de Dieren Schriftelijk Overleg Energieraad 13 juni 2014

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennis genomen van de geannoteerde agenda voor de Energieraad en willen graag nog enkele vragen stellen.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden het gebruik van biobrandstoffen waarvan de productie direct danwel indirect concurreren met de productie van voedsel zeer zorgwekkend. Zij zouden het gebruik van dit soort biobrandstoffen het liefst zo snel mogelijk tot nul reduceren. Het voorliggende compromisvoorstel van het voorzitterschap waarin het gebruik van dit soort biobrandstoffen nog mag toenemen tot 7% van de brandstoffenmix moet dan ook naar mening van deze leden verworpen worden door het kabinet. In de geannoteerde agenda lezen zij dat het kabinet de onderhandelingen over dit compromisvoorstel nog afwacht, en nog geen beoordeling geeft van het voorstel. Waar hangt de goedkeuring dan wel afwijzing van het voorstel voor het kabinet van af? Een subdoelstelling voor een inspanningsverplichting voor 0,5% van de meest geavanceerde biobrandstoffen maakt het bijmengen van 7% ordinaire biobrandstoffen, waarvan de productie een grote bedreiging is voor het klimaat, de biodiversiteit en de voedselzekerheid toch zeker niet goed? Graag een reactie. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie willen voor de minister afreist naar Brussel graag de garantie dat hij niet in zal stemmen met het voorliggende compromisvoorstel als deze 7% niet fors naar beneden wordt bijgesteld.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren informeren tevens naar de voornemens van dit kabinet mochten de richtlijnen onverhoopt toch zo aangenomen worden dat een verdere groei van conventionele biobrandstoffen op Europees niveau mogelijk gemaakt wordt. Behoudt Nederland zich het recht voor om op nationaal niveau de zaken zo te regelen dat het gebruik van conventionele biobrandstoffen in Nederland niet verder mag groeien dan het huidige percentage, en dat er tevens een korte termijn wordt gesteld waarbinnen het gebruik van conventionele biobrandstoffen helemaal wordt gestopt? Zo ja, op welke wijze en termijn wil het kabinet dat realiseren? Zo nee, waarom niet, en hoe verhoudt zich dat tot de ambities van het kabinet op het gebied van het stoppen van het mondiale biodiversiteitsverlies en het garanderen van voedselzekerheid?