Inbreng SO Ontwerp­be­sluit tot wijziging van het Acti­vi­tei­ten­be­sluit mili­eu­beheer


27 januari 2015

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met belangstelling kennisgenomen van het Ontwerpbesluit tot wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer (rendementseisen kolencentrales). Zij willen nog enkele vragen stellen.

De leden van de PvdD-fractie vinden allereerst dat het energieakkoord veel te weinig ambitieus is om het hogere doel om de aarde leefbaar te houden voor toekomstige generaties binnen bereik te brengen. Deze leden wijzen erop dat de oplossing ligt in echte ambities van een kabinet dat leiderschap toont op het gebied van duurzaamheid. Fossiele energie is iets van de vorige eeuw waar Nederland van af moet zodat de echte prijs niet wordt doorgeschoven naar toekomstige generaties, die het gelag moeten betalen van onze CO2-uitstoot en de uitputting van onze grondstoffen. De leden van de PvdD-fractie vragen de minister dan ook wat zijn ambitie is om geen kolencentrales in ons land te hebben en wanneer en hoe hij dat wil gaan bereiken.

De leden van de PvdD-fractie zijn verheugd dat de meest vervuilende kolengestookte elektriciteitsproductie in Nederland eindelijk worden uitgefaseerd en hierdoor vervuilende elektriciteitsproductie met een zeer laag rendement niet langer mogelijk zal zijn. Zij vragen zich echter af of de minister er zeker van is of deze kolencentrales zullen sluiten in verband met risico dat deze verouderde jaren ’80 centrales aanpassingen zullen doorvoeren met betrekking tot het rendement om sluiting te voorkomen? Kan de minister dit toelichten? De leden van de PvdD-fractie hebben behoefte aan garanties over het sluiten van de meest vervuilende kolencentrales. Kan de minister garanderen dat de vijf kolencentrales zo spoedig mogelijk allen gesloten zijn?

De leden van de PvdD-fractie maken zich bovendien ernstig zorgen over de resterende kolencentrales die nog niet gesloten worden. Graag ontvangen de leden van PvdD een overzicht van alle overgebleven kolencentrales met bijbehorende locaties en rendementen. De leden van de PvdD-fractie vragen zich af wat de minister met deze centrales van plan is. Kan de minister schetsen hoe dat de komende vijf jaar zal gaan? Is de minister bereid de rendementseisen verder aan te scherpen zodat we niet nog twintig jaar vastzitten aan vervuilende kolencentrales uit de jaren ’90 en hoe denkt de minister dit te gaan bereiken? De leden van de PvdD-fractie vragen zich af hoe hoog de wetenschappelijke inzichten van de ‘Best Available Techniques’ (BAT) op dit moment zijn en hoeveel van de Nederlandse kolencentrales hieraan voldoen. Zij zouden graag zien dat dit kabinet de BAT serieus neemt onder andere vanwege de grote gezondheidsschade in de EU door overmatige uitstoot van fijnstof, SOx en NOx. Zij ontvangen graag een reactie van de minister op dit punt met specifieke informatie over de kolencentrales in Nederland die niet aan de emissie-eisen van de BAT voldoen.

De leden van de PvdD-fractie pleiten voor een goede monitoring en stellen voor dat de minister lid 5 van het besluit wijzigt in ‘Degene die de inrichting drijft legt jaarlijks gegevens over het netto elektrisch rendement voor aan het bevoegd gezag. Voor het eerst meteen na inwerkingtreding van dit besluit en tussentijds indien het bevoegd gezag daarom verzoekt’. Voorts zien de leden graag expliciet in de Toelichting opgenomen dat de provincies op de peildata zullen controleren of de bedrijven aan de verplichtingen uit het besluit voldoen en deze bevindingen binnen twee weken bekend maken. Is de minister hiertoe bereid? Kan de minister aangeven waarom er in de Nota van Toelichting is aangegeven dat het om ‘eenmalige informatieverstrekking’ gaat? De leden van de PvdD-fractie lezen graag een toelichting op dit punt.

De leden van de PvdD-fractie wijzen de minister op de afspraak dat de kolenbelasting pas wordt afgeschaft als de vijf centrales daadwerkelijk gesloten zullen zijn. Dan ligt het voor de hand dat de inhoud van de door de Kamer aangenomen motie (Jan Vos / Van Veldhoven, 30 196, nr. 281) wordt opgenomen in de Toelichting zodat de vrijstelling van de kolenbelasting wordt ingetrokken indien de vijf afgesproken kolencentrales niet gesloten zullen zijn. Is de minister daartoe bereid?