Bijdrage Ouwehand AO Landbouw en Visse­rijraad 26 januari 2015


24 januari 2015

Mevrouw Ouwehand (PvdD): We zijn blij dat u er bent, voorzitter. Ik zou zeggen: kom even rustig op adem. Ik heb de volgende vraag aan de VVD-fractie. Is zij ermee bekend dat de natuur zelf vrij efficiënte mechanismen heeft om populaties onder controle te houden? Als je een beetje hebt opgelet tijdens de biologieles, weet je dat roofvogels muizen eten. Is de VVD er dan ook voorstander van om de roofvogelvervolging in Nederland aan te pakken? Het is ontzettend onhandig dat de prooidieren nu zo welig kunnen tieren omdat de vogels die hen normaal gesproken zo af en toe vangen, worden vervolgd in ons land.

De heer De Liefde (VVD): De mens maakt ook deel uit van de natuur. Hij heeft zich ontwikkeld en is heel goed in staat om plagen te bestrijden, maar door milieuwetgeving kan en mag dat soms niet. Ik denk dat er op dat punt het snelst winst kan worden geboekt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De VVD-fractie spreekt zichzelf nu behoorlijk tegen. Zij zegt dat de mens het allemaal zo goed heeft bedacht, maar zij zit hier wel te klagen over een muizenplaag. Volgens mij vindt ook de mens, of in elk geval de meerderheid van het politieke bestel, het prima dat er wordt gejaagd op roofdieren, waardoor je af en toe populaties prooidieren ziet exploderen. Als de VVD-fractie van mening is dat de mens zo goed ontwikkeld is, dan vraag ik haar om daar eens op te reflecteren, want we zitten elkaar op die manier in de weg.

De heer De Liefde (VVD): Het moet mij van het hart dat vooral linkse mensen in de weg zitten. Zij komen met zware milieumaatregelen waardoor boeren die last hebben van plagen, niet in staat zijn om die te bestrijden met methoden die door mensen ontwikkeld zijn.

...........................

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. De Staatssecretaris heeft een dierenwelzijnstop georganiseerd met Duitsland en Denemarken. Zij heeft daar verslag van gedaan. Het is een mooie eerste poging om het Europese dierenwelzijnsniveau naar een hoger plan te tillen. Ik dank haar daar dus voor. Naar onze mening mag dat natuurlijk nog een stuk ambitieuzer worden. Er ligt nu een belangrijke vraag voor, zeker na het debat dat we gisteren hebben gevoerd, namelijk: wat heeft het voor zin om hier uit te spreken dat we dierenwelzijn belangrijk vinden, dat we onze normen willen verhogen en in elk geval willen handhaven, als we in de tussentijd met de Verenigde Staten en Canada in overleg zijn over de handelsakkoorden waarin letterlijk staat dat we maar niet moeten denken dat we importrestricties kunnen stellen op basis van dierenwelzijn? In het geval van Canada hebben we al kunnen zien dat dit erin staat. Ik zou dus heel graag van de Staatssecretaris willen horen dat zij staat voor haar ambitie om hetgeen we in Europa beschaafd vinden met betrekking tot de omgang met dieren realiteit te laten worden en in de praktijk te brengen. We moeten nog een lange weg afleggen om dat allemaal te doen. Als zij daarvoor staat, hoe moeten we de inzet van het kabinet ten aanzien van de vrijhandelsakkoorden dan zien? We hebben de Staatssecretaris gisteren gehoord tijdens het debat over paardenvlees. Het kabinet zegt daarvan dat de beelden inderdaad verschrikkelijk zijn, dat je tranen in je ogen krijgt van de dierenmishan-deling en dat het niet voldoet aan hetgeen wij in Europa met onze producenten hebben afgesproken. Het kabinet zegt vervolgens doodleuk: we kunnen er niets tegen doen; we kunnen hier onze eigen eisen stellen,maar we zien het er niet zo snel van komen dat er binnen de WTO een traject wordt ingesteld om ook dierenwelzijn als grond voor een import-verbod te kunnen hanteren. Het kabinet zegt dat het daar wel op inzet, maar dat het op dit moment niets kan doen. Achter de schermen wordt dan ook nog onderhandeld over het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) en het verdrag met Canada, dat er gewoon al ligt. Ik vraag de Staatssecretaris dus: wat gaat het kabinet nu doen? Gaat het eerlijk zeggen: dierenwelzijn schrijven we voor altijd af; dieren zijn gewoon dingen en we kunnen met ze doen wat we willen, want de rest van de wereld doet dat ook? Of is het voor het kabinet echt belangrijk om achter die ambitie te blijven staan en zegt het: zo’n verdrag met Canada kunnen wij dus niet steunen, want er staat rechtstreeks in dat wij geen eisen mogen stellen met betrekking tot dierenwelzijn aan importeurs?

Mevrouw Dikkers (PvdA): Ik heb over het algemeen grote waardering voor de collega’s van de Partij voor de Dieren, want zij agenderen heel goede zaken, maar ze mogen de Staatssecretaris nu toch wel complimen-teren. We mogen toch zeggen dat er voor het eerst in jaren echt grote stappen worden gezet op het gebied van dierenwelzijn. Ik vind het echt te ver gaan om de Staatssecretaris nu aan te vallen en te zeggen dat wij het dierenwelzijn loslaten en geen enkele ambitie meer hebben. Ik vind dat daarmee geen recht wordt gedaan aan de inspanningen van deze Staatssecretaris.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil graag het volgende van het kabinet horen. Is dit daadwerkelijk een reële route of volgt het kabinet twee sporen en mag deze Staatssecretaris ambities uitspreken op het gebied van dierenwelzijn, maar is de conclusie aan het eind van het liedje gewoon dat we handtekeningen zetten onder vrijhandelsakkoorden die het per definitie onmogelijk maken om nog een kansrijke route in de richting van de WTO te volgen en onze producenten te beschermen tegen de import van producten die met veel lagere dierenwelzijnstandaarden zijn gemaakt en waarin ook nog eens wordt geregeld dat we onze eigen standaarden niet verder mogen verhogen? De Staatssecretaris zal zeggen dat dit ook aan Minister Ploumen is, maar zij gaat zelf over het realiseren van dierenwelzijnsambities. Ik wil dus graag duidelijkheid van het kabinet hierover. Ik wil dat de ambities van de Staatssecretaris – je kunt dan ook nog debatteren over deze ambities zelf en over de vraag of zij wel goed genoeg zijn – staan voor het kabinet en dat het niet de lijn volgt dat vrijhandel voor alles gaat. Ik wil eigenlijk wel weten hoe de Partij van de Arbeid daartegenover staat.

De voorzitter: U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Oh, de PvdA-fractie heeft geen vervolg-vraag meer. Ik heb ook allerlei andere vragen over het Europese dierenwelzijnsbeleid, maar heeft het nog zin om dat met elkaar te bespreken of zegt de Staatssecretaris tegen de Kamer: u kunt beter gaan papierprikken voor uw zuurverdiende salaris? Ik stel de vragen toch maar, in de hoop dat we niet akkoord gaan met vrijhandelsverdragen die het volgende allemaal in de weg zitten. De Partij voor de Dieren maakt zich zorgen over de formulering die in de verordening over de officiële controles staat. Inspecties moeten worden uitgevoerd door een deskundige of een deskundige moet toezicht houden op de inspecties, maar dat hoeft niet door een dierenarts te worden gedaan. Dat kan ook worden gedaan door een microbioloog of een levensmiddelentechnoloog. Gaat dat wel werken? Houden die wel goed in de gaten of het dierenwelzijn niet wordt geschaad? Kan de Staatssecre-taris zeggen dat het wel de bedoeling is dat de controles effectief zijn?

We hebben ook grote zorgen over het fokvoorstel. De voorliggende verordening doet daar niets aan af. We zien al dat dieren steeds verder worden aangepast aan een verhoogde productie. Zeugen worden gefokt om meer biggen te produceren, soms wel tot 35 per jaar. Dat gaat gewoon ten koste van het welzijn van het dier. Is de Staatssecretaris van mening dat ook ethische gronden in zo’n verordening moeten worden opgenomen zodat we het ook vanuit een ethisch oogpunt bekijken en de dieren niet aanpassen aan onze wensen om zo veel mogelijk te produ-ceren? Op die manier laten we dieren in hun waarde laten en bouwen we de productie daaromheen. Dan kom ik op de visserij. De Staatssecretaris heeft geschreven dat het Lets voorzitterschap een aantal prioriteiten heeft, waaronder de voortgang van het sluiten van akkoorden met derde landen. De Partij voor de Dieren heeft dit liever niet. Is de Staatssecretaris bereid om aan het Lets voorzitterschap duidelijk te maken dat er in deze Kamer zorgen leven over dit soort akkoorden? We hebben het de vorige keer al gehad over het meerjarenplan voor visserij in de Oostzee. Zoals we in het fiche lezen en de Staatssecretaris zelf ook heeft gezegd, worden de MSY-doelstellingen voor 2015 niet gehaald. Er lijkt nu echter sprake te zijn van het verschuiven van de deadline, terwijl de voorwaarden daarvoor niet zijn geregeld. Dat mag alleen als lidstaten kunnen aantonen dat de sociaaleconomische duurzaamheid van de betreffende vloot wordt bedreigd. Dat moet je dus aantonen met voldoende bewijs en argumenten. Wij hebben die niet gezien. Ik krijg graag een toelichting van de Staatssecretaris op dat punt. Ik kom op de Omnibusverordening. We zien dat de enorme hoeveelheid discards in de Nederlandse sector ...

De voorzitter: Wilt u afronden, mevrouw Ouwehand. U hebt al vijf minuten gesproken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik was er al bang voor dat ik niet alles zou kunnen zeggen. Ik sluit af met twee punten over de visserij. Tijdens het vorige AO heeft de Staatssecretaris gezegd dat ze nog terugkomt op de invulling van artikel 17 van het nieuwe visserijbeleid. Ik hoor graag wanneer dat gebeurt. De vorige keer heb ik ook vragen gesteld over de horsmakreel. Kan de Staatssecretaris zeggen of in de Raad gesproken is over dit bestand? Ik zal mijn andere punten laten zitten.

...............................

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik wil graag in vier blokken antwoorden. Allereerst sta ik stil bij de muizenschade in Friesland. Daarna volgt een blok over dierenwelzijn. Ik betrek de vrijhandelsakkoorden daar ook bij. Het derde blok gaat over vragen met betrekking tot visserij. Ten slotte kom ik op het gemeenschappelijk landbouwbeleid. In dat blok behandel ik alle onderwerpen die in de eerdere blokken niet genoemd zijn. Ik kom allereerst op de muizenschade. De heer De Liefde heeft gevraagd: wat gaat u nu doen; mag er al gras gescheurd worden? We kunnen allemaal vaststellen dat hetgeen zich nu afspeelt in Friesland een hard gelag is voor de boeren daar. Daar moet zeker aandacht voor zijn in Den Haag. Een en ander moet wel in gezamenlijkheid met de provincie worden bekeken – ik zag de gedeputeerde uit Friesland hier al zitten – want een deel van de verantwoordelijkheden die vroeger bij de rijksoverheid belegd waren, ligt daar natuurlijk niet meer. Het begint er toch mee dat we een plan moeten hebben waarin staat hoe we hiermee omgaan. Het is immers niet de eerste keer dat de provincie te maken heeft met een muizenramp zoals de heer Geurts het noemt. In mijn beantwoording wil ik daar de focus op leggen. Ik denk dat het goed is dat ik een uitgebreide brief opstel waarin ik de vragen die in de Kamer al zijn gesteld en die zoals gisteren is afgesproken nog zullen worden gesteld, zal beantwoorden. Ik kan de heer De Liefde zeggen dat het scheuren van gras op basis van het vijfde actieprogramma, al met ingang van 1 februari a.s. kan plaatsvinden. Dat is dus al heel snel. Er is op dit moment overigens wel een aantal praktische problemen. Door de regen van de afgelopen week zijn veel percelen heel nat. Ik heb begrepen dat zij soms te nat zijn voor het gebruik van landbouwmachines. Het is ook erg koud voor de groei van graszaad. Net als de heer De Liefde heb ik de reactie gelezen van de Commissie, van Commissaris Vella om precies te zijn, op de inbreng van Europarlemen-tariër Huitema met betrekking tot de calamiteitenregeling. Wij hebben destijds bij de totstandkoming van het vijfde actieprogramma niet alleen met de Commissie, maar ook met de sector overlegd over de vraag wat daarin moest komen te staan. Er is toen inderdaad met name ingezet op emelten en engerlingen. Ik heb begrepen dat de heer Vella heeft gezegd dat hij openstaat voor toevoegingen aan dit deel van de calamiteitenre-geling. Ik pak die handschoen natuurlijk graag op. Als de Commissie zegt dat zij daarvoor openstaat, terwijl zij doorgaans dingen liever niet in regelingen wil opnemen, moeten we die deur natuurlijk openhouden. Dat ga ik dus doen. Ik zal dat gesprek aangaan.

Staatssecretaris Dijksma: Wij zijn natuurlijk wel gehouden aan de afspraken die we in het vijfde actieprogramma met de Commissie hebben gemaakt, ook over dit soort zaken. Het verzoek om het grasland te mogen scheuren is inderdaad eerder gedaan. Dat was in het najaar. De heer De Liefde suggereerde in zijn inbreng dat het tijdstip waarop het verzoek werd gedaan een heel groot verschil had kunnen maken. Ik betwijfel helaas of dat zo is. De Kamer heeft gevraagd om in Brussel ruimte te creëren voor de calamiteitenregeling. Ik ga zo nog in op een aantal andere suggesties die door de heer De Liefde en andere Kamerleden zijn gedaan. Dat is belangrijk, maar ik denk dat het ook belangrijk is dat we ons allemaal beter voorbereiden op dit soort plagen. Dat geldt ook voor de sector zelf. Het is immers niet de eerste keer dat dit gebeurt. Er heeft eerder een schadeloosstelling door het Faunafonds plaatsgevonden. Dat was in 2005. Daar is toen bij gezegd: dit is wel eenmalig. Er is toen ook gezegd: je moet je voortaan voorbereiden op het feit dat dit weer kan gebeuren en dan moet het je dus niet als het ware overkomen. Dat is wel de historie van dit onderwerp. Ik denk dat het goed zou zijn om in overleg met de sector te bekijken hoe wij ons daar beter op kunnen voorbereiden. Ik zou zelf willen voorstellen dat wij bekijken of we iets kunnen ontwik-kelen naar analogie van de schadeverzekering die we kennen: de brede weersverzekering. Zouden de partijen in de sector met deze aanpak onderling een stap kunnen zetten? Wij kunnen daar natuurlijk een rol bij spelen als aanjager. De heer Geurts maakte opmerkingen over de genoemde garantieregeling. Ik zou willen bezien of hetgeen hij noemt een optie is. Ik zeg tegen de heer Geurts dat ik daar wel voorzichtig mee ben, omdat dit ook afhankelijk is van de wijze waarop met name de banken hiertegenover staan. De heer Geurts heeft ten slotte gevraagd of het niet goed zou zijn als ik zou komen kijken. Dat lijkt mij een goed idee. Misschien kan ik dat samenmet de commissieleden doen? Ik heb begrepen dat niemand van ons daar tot op heden is geweest. Dat kunnen we dan dus in één keer samen goedmaken.

.....................................................

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Er zijn verschillende vragen gesteld over het dierenwelzijn. De heer Geurts heeft gevraagd of er niet is gesproken over het omgaan met het vlees van gevaccineerde dieren. Hij had daar al eerder om gevraagd. Ik heb dat aan de orde gesteld, ik heb het geagendeerd. We hebben vastgesteld dat we daar tijdens een volgende vergadering langer met elkaar over willen spreken. We moeten dat dus oppakken in de toekomst. Die bereidheid is er ook bij de andere twee lidstaten, dus bij de Deense en de Duitse Minister. De heer Geurts merkte op dat dierenwelzijn eigenlijk toch ook een criterium moet zijn voor import in Europa. We hebben daar gisteren een uitgebreid debat over gevoerd. Mevrouw Ouwehand heeft daar ook aan gerefereerd. We hebben met elkaar vastgesteld dat het hierbij gaat over zaken die in WTO-verband spelen. Zolang het dierenwelzijn niet als een non-trade concern is erkend, kan de EU daar dus geen eisen aan stellen,

behoudens bijvoorbeeld aan de plaatsen waar de slacht van dieren plaatsvindt. We kunnen daar wel in bilaterale akkoorden afspraken over maken. In die zin staat daar niet op voorhand iets in de weg. Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar de stand van zaken van TTIP in relatie tot dierenwelzijn. De onderhandelingen in het kader van TTIP gaan de achtste ronde in. Dat zal zijn in de week van 2 februari. Tijdens deze ronde zullen er zowel van de zijde van de Europese Unie als vanuit de Verenigde Staten tekstvoorstellen worden gedaan met betrekking tot sanitary and phyto-sanitary zaken, het zogenaamde SPS-hoofdstuk. De EU wil bepalingen over dierenwelzijn in dat hoofdstuk hebben. Dat hebben we hier ook steeds ingebracht. Minister Ploumen heeft dat ook meerdere keren gezegd. Het is dus niet zo dat ik het dierenwelzijn op de agenda zet, en Minister Ploumen de handel. Nee, wij doen dat altijd beiden. Dat is de grap ervan. Dat is niet alleen omdat het kabinet met één mond spreekt, maar ook omdat wij daar allebei zeer van overtuigd zijn. Overal waar ik kom, ben ik, naast het bevorderen van het dierenwelzijn, ook met handel bezig. Minister Ploumen doet dat vanuit haar verantwoordelijkheid andersom net zo goed. We hebben in het onderhandelingsmandaat van de Commissie opgenomen dat we streven naar equivalentie op dierenwelzijnsterrein als onderdeel van een zogenaamd TTIP-akkoord. Dat betekent dus dat we ervoor gaan om dierenwelzijn op een bevredigende wijze in die TTIP-afspraken opgenomen te krijgen. Dat zal inderdaad een lastige opgave zijn, want er is gewoon verschil in zienswijze tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Nederland en de EU moeten natuurlijk ook hun beleidsvrijheid op het terrein van dierenwelzijn behouden. Wij willen op dat gebied geen achteruitgang vanwege dit verdrag. Dat is in de Kamer ook vaak tegen ons gezegd. Wij willen dus voorkomen dat Europese dierenwelzijnsnormen door TTIP ondermijnd worden. Wanneer equiva-lentie van dierenwelzijnstandaarden niet direct mogelijk is, zullen we andere afspraken en maatregelen bespreken om te voorkomen dat TTIP het dierenwelzijnsniveau in de EU ondermijnt.

Mevrouw Ouwehand heeft ook naar Canada gevraagd. Zij vraagt zich af of praten over dierenwelzijn nog wel zin heeft. Natuurlijk heeft dat altijd zin. Wij zullen op alle mogelijke fronten blijven aandringen op het belang daarvan, onder meer bij de EU en bij de WTO. Gisteren hebben wij daarover uitgebreid met elkaar gesproken. De Tweede Kamer maakt mij duidelijk dat dit belangrijk is en dringt hier bij mijn weten ook op aan bij Buitenlandse Zaken. In onderhandelingen met de VS als grote producent zetten wij in op een level playing field van dierenwelzijn. Zoals gezegd hebben wij daarvoor een strategie. Mevrouw Ouwehand heeft ook gevraagd naar de verordening en de officiële controles. Op het moment dat het nodig is om een dierenarts in te zetten als toezichthouder, gebeurt dat, ook al is het niet verplicht.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ken de inzet van het kabinet in de onderhandelingen over die vrijhandelsakkoorden. De Staatssecretaris heeft in het kader van TTIP en het rapport van het Europarlement erkend dat er grote risico’s kleven aan het sluiten van een vrijhandelsakkoord met de VS, maar dat dit onze inzet is. Dat is prachtig, maar op een gegeven moment heb je een resultaat. Ik wil graag duidelijkheid wat de positie van het kabinet is over het al dan niet instemmen met het eindresultaat. De Staatssecretaris zegt dat de Europese Unie haar eigen beleidsvrijheid moet houden om wetgeving ter bescherming van mens, dier, plant en milieu op te stellen, maar voor zover ik nu weet is dat slechts een inzet. Het zou mooi zijn als het kabinet die inzet ook als criterium hanteerde om zo’n verdrag, als het er eenmaal ligt en niet aan die inzet tegemoetkomt, af te wijzen. Bij TTIP weten wij dat nog niet, maar bij Canada wel. Daarover ging mijn vraag. Wijzen wij dat verdrag af, omdat daarin letterlijk staat dat wij wel kunnen fluiten naar importrestricties voorproducenten die niet voldoen aan de Europese normen? Dat zou betekenen dat de ambities en de inzet van dit kabinet daadwerkelijk tot de eindstreep bleven gelden. Daarover wil ik duidelijkheid.

Staatssecretaris Dijksma: Ik wil hier wel iets over zeggen, maar nogmaals, als de Kamer een dergelijk debat over vrijhandelsverdragen wil voeren, zou zij minimaal mijn collega Ploumen moeten uitnodigen. Zij is namelijk de vooruitgeschoven post van het kabinet op dit terrein. Verder kent de Kamer onze inzet. Die is duidelijk en die heb ik volgens mij vrij helder neergezet bij de onderhandelingen rondom het verdrag met de Verenigde Staten. Ik loop niet vooruit op de uitkomsten. Uiteindelijk zal dit altijd binnen de Europese Unie als geheel worden afgewogen. In die balans moet ook worden afgewogen of ons land er in the end beter van wordt om zo’n verdrag te sluiten of niet. In die afweging zullen meerdere onderwerpen betrokken zijn. Ik heb geleerd dat je op als-danvragen over het algemeen beter geen antwoord kunt geven, want «als mijn groot-moeder wielen had, was zij een autobus», heb ik ooit weleens gehoord. Zo is het ook.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Er zijn ook minder beschaafde varianten van die als-danuitspraak, maar die worden meestal door de heer Graus geuit. Die is er vandaag niet, maar ik ga hier niet zijn inbreng leveren. Het is iets met een oom, een tante en een plassertje.De Staatssecretaris heeft natuurlijk gelijk dat Minister Ploumen hiervoor als eerste verantwoordelijk is, maar ik had deze vraag dus ook gisteren willen stellen. Er is discussie over de vraag of de lidstaten het verdrag met Canada dat nu voorligt, wel of niet mogen ratificeren. Wat betekent dit voor onze eigen ruimte om dierenwelzijnsnormen in Europees verband aan te scherpen, op te leggen en aan de grens af te dwingen? Ik zou daarover graag een brief van het kabinet krijgen. Ik kan mij zomaar voorstellen dat ik daarover ook een motie wil indienen en dat wij een VAO houden als die brief er is. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat zij samen met Minister Ploumen exact uiteenzet wat dit voorliggende verdrag betekent voor onze eigen dierenwelzijnsambities en beleidsvrijheid?

De voorzitter: Ik verzoek de leden om kort en bondig te formuleren, want dat bevordert het debat. Dat geldt overigens voor iedereen.

Staatssecretaris Dijksma: We hebben gisteren al vastgesteld dat er een bredere brief over dit onderwerp moet komen. Misschien kunnen wij dit onderwerp daarin meenemen, want ik blijf geen brieven schrijven. In die brief kunnen wij hierover ook meteen iets zeggen. De Minister kan haar rol daarin ook vervullen. Nogmaals, zij zit aan de onderhandelingstafel en ik niet.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Wij kijken uit naar die brief. Ik heb meteen een suggestie voor de Staatssecretaris. In artikel 2.2 van het TBT-agreement van de WTO, op basis waarvan destijds zeehondenbont en in een veel eerder stadium ook honden- en kattenbont geweerd zijn, staat dat wij daadwerkelijk eisen mogen stellen aan onder meer «protection of human health or safety, animal or plant life or health». Er staat uitgelegd dat de «EU public moral concerns» een rol mogen spelen bij het niet importeren van bepaald vlees, bijvoorbeeld vlees van paarden die een vrije lange afstand hebben afgelegd tot de slacht. Dat artikel gaat over zulke punten, zoals ook al aan de orde kwam in het plenaire debat over paardenvlees dat wij gisteren gevoerd hebben. Er zit dus absoluut ruimte om ook op basis van dierenwelzijn de grens dicht te houden voor bepaalde producten.

Staatssecretaris Dijksma: Ik was eigenlijk niet van plan om het debat van gisteren over te gaan doen. Ik heb al toegezegd dat ik met een brief kom die hierop ingaat. Uiteraard zal ik dit voorbeeld daarin meenemen. Ik zal ook laten zien waar eventuele verschillen zitten en waarom je het ene onderwerp wel op basis van zo’n artikel kunt inbrengen, maar het andere wellicht niet. Nu ik er toch ben, kan ik meteen ingaan op het verzoek van mevrouw Dikkers om de Kamer in de geannoteerde agenda op de hoogte te houden over de ontwikkelingen rondom TTIP. Dat kan ik doen, voor zover dat niet al door Buitenlandse Zaken gedaan wordt. Ik wil niet dat wij vanuit verschillende departementen dezelfde stukken dubbel gaan sturen. Daar zullen wij scherp op zijn, maar als ik denk dat iets relevant is voor deze commissie, zal ik dat meenemen in de geannoteerde agenda. Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar het fokverbod en de ethische gronden in de verordening. Dit zit niet expliciet in de verordening. De verordening is gericht op de verbetering van de fokwaarden, de veeverbe-tering. Dat snapt mevrouw Ouwehand natuurlijk ook wel. Dat betekent dat de ethische waarden daarbij op zichzelf geen rol spelen. De heer Geurts heeft gevraagd naar voedselveiligheid en dierenwelzijn. Waarom nemen wij niet een en ander over uit de «egg law» die ze in Californië hebben aangenomen? De discussie die in Californië speelt, gaat over voedselveiligheid. Het gaat daarbij om consumptie-eieren en niet om eierproducten. Wij hebben overigens goede contacten, dus daar zit het hem niet in, maar de casussen zijn echt verschillend. Voor zover ik tot nu toe begrepen heb, heeft men vanuit Oekraïne nog geen beroep gedaan opde mogelijkheid om eieren onder bepaalde voorwaarden te importeren. Tot nu toe is dat niet aan de orde geweest. Dat betekent overigens niet dat het nooit gebeurt, maar het is wel belangrijk om dit te weten. Mevrouw Dikkers was blij met de top over dierenwelzijn en de zaken die daar zijn geagendeerd. Zij heeft specifiek gevraagd welke wetten wij op het oog hebben. Wij redeneren vanuit een level playing field. Wij hebben vastgesteld dat bijvoorbeeld de transportverordening dit niet biedt. Net als sommige andere lidstaten gaat Nederland hier beter mee aan de slag dan de Europese Unie zelf. Daarin zouden wij graag een verandering zien. Dat betekent concreet dat de 24 uur die genoemd werd, terug zou moeten naar de 8 uur die wij al kennen. Ook voor Duitsland en Denemarken is dat een heel belangrijk punt. Dit is slechts een voorbeeld van een veran-dering. Wij willen zaken die Europees nog niet zo goed geregeld zijn, als het ware naar ons niveau brengen. Denk ook aan bepaalde ingrepen bij dieren die bijvoorbeeld Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië niet meer willen en inmiddels misschien ook verboden hebben, terwijl dat Europees nog niet geregeld is. De Commissie heeft in haar werkpro-gramma voor 2015 geen voorstellen op het gebied van dierenwelzijn opgenomen. Waarschijnlijk komt dit op zijn vroegst in 2016 aan de orde. Wij zullen het komende jaar gebruiken om meer steun te verwerven voor de zaken die wij hebben geagendeerd, zodat er een meerderheid ontstaat. Ik kom nu bij het blokje over visserij. De heer De Liefde verzuchtte bijna: wanneer komen wij eindelijk in de tweede fase terecht met betrekking tot de roll-over van de tong-TAC? De Raad is in december akkoord gegaan met een roll-over van de TAC. Dat was overeenkomstig mijn inzet voor de Raad. De Kamer kent mijn inzet. Ik heb de heer Bosman daarover een plechtige belofte gedaan. De roll-over past in de MSY-benadering envoldoet volgens de Europese Commissie aan de doelstelling van het meerjarenplan voor schol en tong. De Commissie heeft een verklaring afgegeven dat wij nu al in de tweede fase zitten en dat het toekomstige beheer op basis van de maximale duurzame opbrengst zal plaatsvinden. Dat is dus een mooi verhaal geworden. Minder mooi is het verhaal over de aanlandplicht. Er is bij de lidstaten wel degelijk urgentie, maar voorzichtig geformuleerd is die urgentie in Brussel nog niet helemaal geland. De Raad heeft in december 2014 een heelhelder standpunt ingenomen over de Omnibusverordening. De tweede trialoog moet nu starten. Alle partijen hebben volgens mij wel het idee dat er iets moet gebeuren, maar dit hangt mede af van de flexibiliteit van het Europees parlement, dat in deze discussie ook een rol speelt. Wij bespreken intussen in regionaal verband hoe wij om kunnen gaan met de onduidelijkheid in de regelgeving. Ik heb vastgesteld dat het niet verstandig is om te gaan handhaven op iets wat niet te handhaven valt. Er zijn geen signalen dat andere lidstaten nu wel zwaar op controle hebben ingezet. Sterker nog, verschillende lidstaten hebben aangegeven dat zij net zoals Nederland zullen handelen. De heer De Liefde heeft ook een punt gemaakt van de kottervisserij en de aanlandplicht per 2016. Wij lopen hier uiteraard al op vooruit, want als wat nu in de pelagische sector gebeurt een voorbode is voor hoe het straks gaat, hebben wij echt een probleem. Dat heb ik ook wel met zoveel woorden aan de Commissie en mijn collega’s helder gemaakt. Het lijkt mij goed dat wij de Kamer via de kwartaalrapportages op de hoogte houden van eventuele voortgang. Wij zijn binnen de regionale groep druk bezig met een gezamenlijke aanbeveling voor de discardplannen. In april, bij de volgende kwartaalrapportage, zullen wij de Kamer hierover uitgebreid informeren. Mevrouw Ouwehand vroeg of er in de Raad ook over de horsmakreel gesproken is. De TAC’s zijn in december vastgesteld conform MSY en het voorzorgprincipe. De TAC’s zijn aanzienlijk verlaagd. Mevrouw Ouwehand vroeg verder om een toelichting op het voorstel voor de Oostzee. Het besluit om in de Oostzee in 2016 MSY voor kabeljauw te bereiken, heeft de Raad in oktober 2014 genomen bij de besluitvorming over de TAC en de quota. De Commissie was daarbij betrokken. Men heeft de positie van de lidstaten als voldoende gezien.

Ook heeft mevrouw Ouwehand gevraagd of ik bereid ben om de opvattingen over de akkoorden met derde landen bij het Lets voorzitter-schap onder de aandacht te brengen. Dat doe ik altijd. Ik heb dit ook de afgelopen tijd regelmatig gedaan. Als het nodig is om zorgen over te brengen over bijvoorbeeld de rechten van lokale vissers of de duurzaamheid, zal ik die onderwerpen uiteraard bespreken, niet alleen met het Lets voorzitterschap maar ook met de Commissie. Dat hoort erbij. Ik kom nu bij het GLB. De heer De Liefde heeft een vraag gesteld over de vereenvoudiging. De Commissaris voor landbouw heeft heel recent, op 14 januari, een brief aan de lidstaten gestuurd waarin hij ons verzoekt om vereenvoudigingsvoorstellen op het vlak van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Dit heeft ook voor mij prioriteit. Ik ga dus graag in op de uitnodiging van de Commissaris. LTO heeft aangegeven zich in dit kader sterk te willen maken voor vereenvoudiging rondom de duurzaamheids-certificaten. Daarbij kan ik mij absoluut iets voorstellen. Wel moeten wij ons realiseren dat dit op dit moment lastig zal zijn, omdat de kaders hiervoor al vastliggen in de basisverordening. Die kaders staan nu niet ter discussie. Dat is voor de Commissaris dan ook een gegeven, zoals hij vrij duidelijk heeft aangegeven. Het gaat dus om vereenvoudiging en terugdringing van administratieve, uitvoerings- en controlelasten binnen het kader. De verandering van middelvoorschriften naar doelvoorschriften zou nu dus niet kunnen plaatsvinden, maar het lijkt mij wel een goed idee. Zo ongeveer tijdens het Nederlands voorzitterschap komt er een evaluatie van het huidige GLB. Het lijkt mij een uitstekend idee om dit als belangrijk punt voor het Nederlands voorzitterschap op te pakken en daarmee ruimte te creëren.

Ik zie dat dit veel van mijn collega’s ook steekt. Soms wil je een aantal goede dingen doen, bijvoorbeeld op het terrein van vergroening. Wij hebben in Nederland een gecompliceerd debat gehad over het vaststellen van al die heggen en groenstroken. Dat was eigenlijk het enige waarover alle Kamerleden het eens waren, maar qua administratie is alles zo onmogelijk opgetuigd dat wij het maar heel langzaam kunnen invoeren.

Tegen ditzelfde probleem lopen ook andere lidstaten aan. Ik vind dat wij op dat gebied een slag moeten maken. Ik zou dit dus graag oppakken, maar wel op een moment dat het heel effectief is en wij kans maken om die stap te zetten. De Commissaris heeft de lidstaten gevraagd om over de vereenvoudiging expliciet het gesprek aan te gaan met de landbouw-sector en andere stakeholders. Dat ga ik zeker doen. Dat betekent dat ik op heel korte termijn een internetconsultatie over de vereenvoudiging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zal starten, via de website toekomstglb.nl. Eerder is daarvan veel gebruik gemaakt. Dit is een laagdrempelig instrument om concrete suggesties aan te dragen. Via de voorzitter wil ik ook de mensen die nu meeluisteren oproepen om hiervan gebruik te maken. De stakeholders en LTO kunnen eveneens hun input leveren, want in de tweede helft van februari organiseren wij ook een seminar over dit onderwerp. Ook daar kunnen mensen voorstellen aandragen. Eind februari hoop ik vanuit Nederland een stevig verhaal bij Commissaris Hogan te kunnen neerleggen. De heer De Liefde heeft gevraagd wat de stand van zaken van het voorstel voor nationale teelbevoegdheid is. Het Europarlement heeft dit voorstel goedgekeurd op 13 januari jongstleden. De laatste stap die nu volgt is instemming door de Raad. Het voorstel is overigens nog niet door een specifieke Raad geagendeerd. Het zal de Milieuraad zijn, zeg ik er voor de zekerheid bij. De Raad, de Commissie en het Europees parlement hebben intensief over dit voorstel onderhandeld. Collega Mansveld en ik hebben de Kamer hierover herhaaldelijk geïnformeerd. Wij zijn van plan om in te stemmen met het voorstel. Dat is ook in het schriftelijk overleg van 12 januari jongstleden opgenomen. De heer De Liefde heeft verder gevraagd wanneer Nederland zelf met een kader komt. Collega Mansveld heeft hierin de lead, maar zal dat samen met mij doen. Wij moeten hier even naar kijken en komen erop terug, zodat de Kamer een idee van het tijdstip krijgt. Ik kan dat nu nog niet noemen. Wij moeten dit nog even bespreken. I en M heeft in dezen het voortouw. De heer Geurts heeft gevraagd naar de maatregelen die nu nog gelden in het kader van de vogelgriep. De timing van de heer Geurts is optimaal, want ik stuur de Kamer daarover vandaag een brief. Nu wij toch bij elkaar zitten, kan ik de inhoud van die brief wel alvast met de Kamer delen. Nagenoeg alle maatregelen zullen worden opgeheven op donderdag om 0.00 uur, dus om middernacht van vandaag op morgen. Dat moment is gekozen omdat dan ook alle Duitse gebieden worden vrijgegeven. Wel zal de ophokplicht worden gehandhaafd. Met het bedrijfsleven gaan wij een zwaarder hygiëneprotocol vastleggen. Die twee dingen doen wij nog wel, maar verder worden de beperkingen opgeheven. De Kamer krijgt daarover vandaag nog een brief.

................................

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik ben er in de eerste termijn niet aan toegekomen, maar ik wilde de Staatssecretaris nog bedanken voor het feit dat zij haar toezegging is nagekomen om duidelijkheid te geven over het voorstel voor teeltmateriaal. Zij heeft uiteengezet hoe dat in elkaar zit, waarvoor dank. Wij volgen dit met grote belangstelling. Hetzelfde geldt voor de verordening voor biologische landbouw en etikettering. Ik dank de Staatssecretaris voor haar inzet. Ook dit volgen wij met bovengemiddelde belangstelling. Mij is nog steeds niet duidelijk hoe het zit met het meerjarenplan voor de Oostzee en de positie van de Europese Commissie. De regels stellen dat je moet aantonen dat de vloot bedreigd wordt; anders krijg je geen uitstel om in te grijpen om de doelstellingen te halen, heb ik begrepen. Volgens mij volgt de Europese Commissie in dezen haar eigen regels niet. Wat weet de Staatssecretaris daarvan? Ik dank de Staatssecretaris ook voor de toezegging om samen met Minister Ploumen uiteen te zetten wat het voorliggende verdrag met Canada betekent voor dierenwelzijn en onze eigen beleidsvrijheid. Ik zou graag de mogelijkheid hebben om daarover een motie in te dienen, maar wij moeten even bekijken wanneer de verschillende brieven komen. Ik hoef in ieder geval niet deze week een VAO met stemmingen. Wij komen hier wel uit in de procedurevergadering. Wel wil ik de Staatssecretaris meegeven dat de maatschappelijke verontwaardiging over het mishan-delen van dieren voor kroketten en bitterballen of wat dan ook niet zal verdwijnen, ook niet als wij vrijhandelsakkoorden sluiten of het in WTO-verband niet voor elkaar krijgen om producten van onze markt teweren. Het is dus geen optie om te zeggen: wij schaffen de dierenwelzijn-seisen af, want wij hebben te maken met een vrije wereldmarkt en kunnen niet zo veel doen; daarom heffen wij ook de eisen aan onze eigen leveranciers maar op. Dat gaat voor heel grote problemen in de samen-leving zorgen. Dat wilde ik de Staatssecretaris meegeven; die kant moeten wij op. In het licht van de onderhandelingen die het kabinet voert, ben ik ervoor dat de ambities van deze Staatssecretaris leidend zijn bij het wel of niet afsluiten van dat soort vrijhandelsakkoorden. Als men er niet aan voldoet, zeggen wij als Nederland nee. Dat zou de oproep van de Partij voor de Dieren zijn.

.....................................

Ik dank mevrouw Ouwehand ervoor dat zij mij bedankte voor de uitleg over het teeltmateriaal. Ik stel voor dat ik in het verslag van het algemeen overleg dat hierop volgt meer uitleg over het meerjarenplan voor de Oostzee en de positie van de Commissie. Dat doet wat meer recht aan dit hele thema; de Kamer krijgt dan een uitgebreide versie van het verhaal. Mevrouw Ouwehand zegt dat de maatschappelijke verontwaardiging niet minder zal worden als paarden mishandeld worden en eindigen als onderdeel van vleesproducten in Europa. Dat begrijp ik heel goed. Onze eigen normen worden niet naar beneden bijgesteld, zoals mevrouw Ouwehand wel even suggereerde. Ik heb in mijn antwoord in eerste termijn ook steeds gezegd dat de inzet van onze regering, overigens evenals die van de Commissie en de EU-lidstaten, niet ondermijnd wordt door de vrijhandelsakkoorden die wij afsluiten.