Inbreng Schrif­telijk Overleg Vervroegd mest uitrijden


17 februari 2012

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met verbazing kennis genomen van het besluit van de staatssecretaris om op het laatste moment toch toestemming te verlenen voor het vervroegd uitrijden van mest op het land. Waarom is dit besluit genomen, en waarom op dit tijdstip, namelijk twee dagen voordat de periode voor het mest uitrijden begon? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren constateren dat de staatssecretaris zegt dat het vervroegd uitrijden van mest, onder de gebruikelijke voorwaarden dat er geen mest mag worden uitgereden op een bevroren of besneeuwde bodem, milieukundig verantwoord kan gebeuren, en zij vragen om een wetenschappelijke onderbouwing van deze stelling.

Bodem, oppervlakte- en grondwater in Nederland hebben ernstig te lijden onder het enorme mestoverschot uit de bio-industrie dat op het land gedumpt wordt. Nederland voldoet al jaren niet aan de vereisten van de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water, kan de staatssecretaris dat bevestigen? Is hij van mening dat het verlengen van het seizoen waarin mest kan worden uitgereden ten goede komt van het wel halen van deze milieudoelstellingen? Zo nee, hoe is dit besluit dan te verantwoorden?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren constateren dat het besluit van de staatssecretaris om eerder het uitrijden van mest toe te staan, tijdens een periode waarin het in Nederland erg koud was en er veel sneeuw was gevallen, heeft geleid tot een grote inzet van de politie om te controleren of de voorwaarden voor het uitrijden van mest wel werden nageleefd. De bodem was in grote delen van het land in deze periode bedekt met sneeuw, of bevroren, kan de staatssecretaris dat bevestigen? Kan hij de kosten voor de extra handhavinginspanning die door dit besluit geleverd moest worden uiteenzetten, zowel door de politie als door de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit? Zo nee, waarom niet?

De leden van de staatssecretaris hebben verschillende berichten in de media voorbij zien komen over geconstateerde overtredingen van het Besluit meststoffen. Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel overtredingen van dit Besluit in de afgelopen twee weken zijn geconstateerd, en welke sancties hierbij werden opgelegd? Had de staatssecretaris niet kunnen voorzien dat het vroeger openen van het uitrijseizoen, zeker onder deze weersomstandigheden, tot onaanvaardbare milieubelasting zou leiden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom heeft hij dan toch dit besluit genomen?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de staatssecretaris om de regels met betrekking tot het uitrijden van vaste mest uiteen te zetten wanneer er sprake is van een beheerovereenkomst. LTO stelt dat het uitrijden van vaste mest op bevroren grond toegestaan is wanneer er sprake is van een beheerovereenkomst, bijvoorbeeld in het kader van weidevogelbeheer (Nieuwe Oogst, 01-02-2012). Kan de staatssecretaris aangeven of dit klopt, en op grond van welke wetenschappelijke onderbouwing dit dan wel toegestaan zou zijn? De reden dat mest niet op bevroren grond mag worden uitgereden is het risico op uitspoeling, kan de staatssecretaris dat bevestigen? Dit risico is toch niet kleiner in gebieden met een beheerovereenkomst? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren krijgen graag een heldere uitleg met een wetenschappelijke onderbouwing van de regels hierover.

Graag krijgen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren ook een reactie op het oordeel van de Raad van State dat het uitrijden van drijfmest in Natura2000 gebieden vergunningsplichtig is, zoals blijkt uit haar uitspraak over de Eilandspolder waarbij de Stichting Open Polders in het gelijk is gesteld. De Raad van State heeft geoordeeld dat het uitrijden van drijfmest in het Natura 2000-gebied een activiteit is die de kwaliteit van het beschermde habitattype veenmosrietland kan verslechteren. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hebben hier niet handhavend tegen opgetreden, hoe beoordeelt de staatssecretaris dat? Welke consequenties heeft de uitspraak van de Raad van State naar de mening van de staatssecretaris voor andere Natura2000 gebieden in Nederland, omdat gebleken is dat ruim driekwart van de Nederlandse Natura2000 gebieden een te hoge belasting van stikstof kennen? Is het waar dat het ministerie heeft gemeld dat onder de nieuwe Wet Natuur uitrijden van drijfmest zonder meer wordt vrijgesteld van vergunningsplicht, ongeacht of er sprake is van bestaand gebruik (Nieuwe Oogst, 11-02-2012)? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat dit betekent dat de Europese natuurbeschermingsverdragen niet correct geïmplementeerd worden, en krijgen hier graag een juridisch onderbouwde reactie op.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben uit de media begrepen dat de staatssecretaris in Brussel nu al zijn eerste blauwtje heeft gelopen in het mestdossier. Het gebruik van mineralenconcentraat als kunstmestvervanger mag pas op zijn vroegst in 2014, zo heeft de Eurocommissaris van Milieu aangegeven. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben vanaf de aankondiging van de nieuwe mestaanpak van de staatssecretaris steeds gewezen op de afhankelijkheid hiervan van toestemming van Brussel, en op het feit dat het niet voor de hand lag dat een land dat de Europese richtlijnen op het gebied van mest al jaren aan zijn laars lapt, nu volop medewerking zou krijgen aan een plan dat geen enkele wetenschappelijke onderbouwing heeft.

In Wanroij zou de staatssecretaris hebben gezegd dat ‘we het moeten doen’ met de ontstane vertraging (Boerderij, 07-02-2012). De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden dat een wat laconieke reactie, en willen er op wijzen dat de mestaanpak van de staatssecretaris in zijn geheel rust op het geaccepteerd krijgen van het mineralenconcentraat als kunstmestvervanger, kan de staatssecretaris dat bevestigen? In 2015 zullen zonder wijziging van het beleid zowel de dierproductierechten als de melkquota verdwijnen. Dat leidt, volgens voorspellingen van wetenschappers en experts op dit gebied, tot een nog verdere toename van de intensieve veehouderij en melkveehouderij in land, en dus tot een nog groter mestoverschot, kan de staatssecretaris dit bevestigen? Deelt hij de mening dat het nieuws uit Brussel dat er pas in 2014 duidelijkheid komt over de erkenning van het mineralenconcentraat als kunstmestvervanger, ertoe noodzaakt dat de mestproductieplafonds in ieder geval nog een aantal jaren in stand gehouden zullen moeten worden?

Veel veehouders anticiperen nu al op het loslaten van de mestproductieplafonds door het bouwen van grotere stallen. Wanneer in 2014 blijkt dat Brussel geen toestemming geeft voor het gebruiken van mineralenconcentraat als kunstmestvervanger hebben deze boeren deze investeringen voor niets gedaan, omdat zij dan alsnog, op het laatste moment, geconfronteerd zullen worden met het in stand houden van het mestproductieplafond, en dus hun veestapel niet zullen kunnen uitbreiden. Kan de staatssecretaris bevestigen dat deze situatie zeker niet uitgesloten zal zijn? Deelt de staatssecretaris de mening dat zowel het milieu als de veehouders al op dit moment gebaat zijn bij duidelijkheid hierover?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren constateren dat de staatssecretaris weer eens boeren met een dooie mus blij maakt, door onrealistische verwachtingen te wekken bij boeren, zonder wetenschappelijke onderbouwing hiervoor, en krijgen hierop graag een reactie. De realiteit is dat de Nederlandse veestapel nu al veel te groot is om de milieudoelen te kunnen behalen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren roepen de staatssecretaris op deze realiteit onder ogen te zien en nu maatregelen te nemen om de veestapel terug te brengen. Kan de staatssecretaris bevestigen dat Eurocommissaris Potocnik van milieu tegen hem heeft gezegd dat Nederland er goed aan doet om zich in het nieuwe mestbeleid meer te richten op preventieve maatregelen om stikstof in de veehouderij te verminderen, en dat end-of-pipe maatregelen alleen niet voldoende zullen zijn? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren doen deze oproep al jaren aan het kabinet, en zijn dan ook benieuwd wat de staatssecretaris de Eurocommissaris heeft geantwoord? Op welke manier is de staatssecretaris van plan om aan deze oproep te voldoen? Deelt hij de mening dat de huidige aanpak van de staatssecretaris zich alleen richt op end-of-pipe maatregelen, en dat het dus nu al duidelijk moet zijn voor het kabinet dat Brussel hier niet mee akkoord zal gaan? Wanneer kan de Kamer een nieuwe aanpak van het enorme Nederlandse mestoverschot tegemoet zien?

Ook de provincie Brabant heeft de staatssecretaris een dringende oproep gedaan om alles op alles te zetten om de milieudoelstellingen te halen. In delen van Brabant nemen de milieuproblemen toe en de provincie vreest dat deze trend doorzet. Om erger te voorkomen moet het beleid worden aangescherpt, zegt ook gedeputeerde Johan van den Hout. De laatste versie van de milieurapportage veehouderij ziet deze gedeputeerde als een wake up call voor de staatssecretaris. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hopen dat deze cijfers, die laten zien dat de milieudoelstellingen nooit gehaald zullen worden met het huidige beleid, er inderdaad toe leiden dat de staatssecretaris inziet dat de omvang van de huidige veestapel al onhoudbaar is in dit land, en dat een uitbreiding ervan dus zeker niet mogelijk is, en krijgen hierop graag een reactie.

Brabant roept de staatssecretaris wederom op om de mestplafonds niet af te schaffen. Op welke manier gaat de staatssecretaris hierop reageren? Hoe wil hij uitleggen aan deze door mest en ammoniak-overspoelde provincie dat hij niet bereid is om de problematiek onder ogen te zien en een realistische oplossing voor hun problemen aan te reiken?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zien dat de staatssecretaris het hoofdpijn-dossier dat mest al jaren vormt voor het ministerie nog lang niet heeft opgelost. Dat de aanpak die hij hiervoor vorig jaar presenteerde, nu al is ingehaald door de realiteit, en dat dit zowel het milieu en de natuur, als de veehouders zelf, in grote problemen brengt. Wanneer is de staatssecretaris bereid om toe te geven dat mestproductieplafonds een noodzakelijk instrument zijn? Hoelang wil hij veehouders tegen beter weten in nog valse hoop blijven bieden? Graag een reactie.