Bijdrage Ouwehand Debat over Natuur­ak­koord


16 februari 2012

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, daar versprak staatssecretaris Bleker zich even deze week. In een oplopende discussie met de Kamer wie nou moet zorgen voor herstel van de verwoeste natuur in Nederland, en vooral wie dat gaat betalen – het Rijk of de provincies – liet hij de Kamer weten dat ze zich nergens zorgen over hoefde te maken. Want, zo riep hij opgetogen over zijn plannetje om provincies verantwoordelijk te maken voor de natuur: “we zijn straks geen probleemeigenaar meer!”

Probleemeigenaar. De natuur.
U weet wel, de bron van al het leven op aarde,
de leverancier van alle producten die we gebruiken,
de groene zuiveraar van de lucht die we inademen, het water dat we drinken en de bodem die we gebruiken om ons voedsel te verbouwen,
de onmisbare bron van ontspanning en ontstressing,
de natuurlijke bestrijder van obesitas, hart- en vaatziekten en luchtwegproblemen,
de eeuwig fascinerende speeltuin waarin kinderen hun fantasie kwijt kunnen,
als een molensteen om de nek van het kabinet.

De natuur. Stel je voor dat de nationale overheid die zou moeten beschermen tegen veefabrieken, asfalt en nog meer kantoren voor de leegstand.
Dat kun je maar het beste onder valse voorwendselen van je afschuiven, vinden de rentmeesters van het CDA - in een overigens kansloze missie de boerenstem terug te winnen.

Het kabinet heeft, op voorspraak van de CDA en VVD-woordvoerders intensieve veehouderij de heer Koopmans en mevrouw Snijder-Hazelhoff, een probleem met de natuur.

Maar voorzitter, dat zal me eerlijk gezegd worst zijn.
Veel belangrijker is dat de natuur een probleem heeft met dit kabinet.

De natuur in ons land is er ronduit slecht aan toe. Postzegelnatuur die wordt overspoeld met mest uit de bioindustrie, en wordt drooggepompt om het de omliggende industrie-agrariërs makkelijker te maken. 80% van de Nederlandse natuur is in slechte staat van instandhouding, zoals dat heet in het jargon. Het gevolg van jarenlange vervuiling, het voortdurend laten prevaleren van de korte termijnbelangen van de bioindustrie en de hardrijdende Nederlander.

De natuur heeft een groot probleem. En het kabinet ook. Want de regering heeft er duidelijk geen trek in om maatregelen te treffen om de natuur te beschermen en te herstellen na alle schade die al is aangericht. Maar ja, Nederland heeft beloofd om juist goed voor de natuur te zorgen. Tal van internationale en Europese Verdragen met de Nederlandse handtekening eronder. De natuur interesseert het kabinet helemaal niks, maar misschien wel de vervelende uitspraken van het Europese Hof en de miljoenenboetes die gaan komen als Nederland nog langer doorgaat de natuur te vernietigen.

En als dat gebeurt, als het spel eindelijk uit is, als er koppen moeten gaan rollen voor het falende natuurbeleid, moet iemand anders de schuld krijgen dan een CDA-minister.

En dus moet het Nederlandse natuurbeleid een onoverzichtelijke kluwen worden van verschillende bestuurslagen die eindeloos naar elkaar kunnen blijven wijzen voor de uitvoering van de afspraken. Net zo lang tot niemand er iets meer van begrijpt en er voor verantwoordelijk bewindspersonen en gedeputeerden altijd een uitweg te vinden is als blijkt dat er sprake is van ernstig schendingen van de internationale natuurbeschermingsverdragen.

En dus bedacht staatssecretaris Bleker het maffiose plan de provincies een aanbod te doen dat ze niet konden weigeren:
De natuur is er slecht aan toe, het kabinet gaat door met vervuiling en verwoesting, maar jullie, zei staatssecretaris Bleker tegen de provincies, jullie gaan mijn natuurdoelen halen.
En nee, zei hij tegen de provincies, je mag geen verbindingszones meer aanleggen om die doelen te kunnen halen.
En nee, je krijgt ook het geld niet dat ervoor nodig is om de schade die wij aanrichten weer ongedaan te maken.
En nee, je mag ook geen nee zeggen.

Voorzitter, ik sta hier niet om op te komen voor de provincies, want die hebben ook niet zulke schone handen in het natuurdossier, maar deze chantage, over de rug van de natuur, is een dieptepunt waarvoor ik me als volksvertegenwoordiger plaatsvervangend sta te schamen. We horen hier het algemeen belang te dienen. Niet de achterhaalde partijpolitieke vernietigingsstrategie van het CDA.

Voorzitter, er zijn veel vragen en onduidelijkheden over het natuurakkoord. Om het anders te zeggen: het is een puinhoop. De staatssecretaris is met zoveel Blekertjes, verdraaiingen en schofferingen te werk gegaan dat de minister van Binnenlandse Zaken en zelfs de minister-president er met stoffer en blik achteraan moesten om de scherven op de vegen en de boel met dikke klodders aan elkaar te lijmen.

Andere partijen zullen vast nog heel veel vragen stellen over de financiering, de hectares, de onduidelijkheden in de afspraken en de verantwoordelijkheid voor de natuurdoelen. Voor de Partij voor de Dieren was, is, en blijft duidelijk dat dit natuurakkoord onhoudbaar en onuitvoerbaar is. En een bezuiniging van 72% is ronduit immoreel. Ik heb dan ook maar één vraag aan de staatssecretaris: zou hij, als hij het natuurakkoord straks gaat verdedigen, het kunnen opbrengen om een keer niet te liegen?


Interrupties andere partijen:

De heer Dijkgraaf (SGP): Namens vele anderen, denk ik, merk ik op dat ik er ook grote moeite mee heb dat er gesproken wordt over "maffiose plannen" van een kabinet. Wij hebben hier een parlement. Wij controleren het kabinet. Wij zijn gewend om met wederzijds respect met elkaar en over elkaar te spreken. Ik zou mevrouw Ouwehand willen verzoeken om dat voortaan ook gewoon te doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik hoor de vraag. Dit is trouwens niet de eerste keer. In een algemeen overleg heb ik precies dezelfde woorden gebruikt, maar toen keken er misschien wat minder mensen mee of waren er andere redenen. Ik vind het opmerkelijk dat dit nu aan de orde wordt gesteld door de SGP.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wat ik over het kabinet zei, geldt natuurlijk in hoge mate voor de CDA-fractie, zolang de heer Koopmans over de natuur mag gaan: het interesseert ze eigenlijk niks. Laat ik daarom een vraag stellen over een punt dat bij het CDA misschien wel pijn doet: de positie van de boeren. De heer Koopmans heeft wel lef om over de Peel te beginnen, waar 40% van het aantal varkens en kippen in Nederland zit en waar het natuurgebied acht tot tien keer meer ammoniak te verstouwen krijgt dan het aankan. We weten dat dit onhoudbaar is. Gaat de CDA-fractie ook een keer tegen de boeren zeggen: joh, dat elastiek dat we nu al zo lang proberen op te rekken in het natuurbeleid gaat een keer keihard in jullie gezicht knappen; we weten dan helemaal niet hoe hoog de kosten daarvan zijn en of jullie nog wel kunnen doorgaan? Wanneer wordt het CDA daar eerlijk over?

De heer Koopmans (CDA): Ik zou tegen collega Ouwehand willen zeggen: vanuit Katwijk mag u dat best allemaal zeggen; dat is goed te doen. Ik woon er midden tussen en ik stond er vanmorgen midden tussen. Daar lopen nogal wat mensen rond die miljoenen hebben moeten en willen investeren in een vermindering van milieu-uitstoot. Zij hebben dat gedaan op een manier die verantwoord is, die past binnen regelgeving en die daar ook vaak op vooruitliep. Daar is de CDA-fractie trots op. Samen met onder meer de VVD en de PVV heeft de CDA-fractie een tienpuntenplan opgesteld voor het nieuwe mestbeleid, dat, met overigens weer extra kosten voor de boeren, ook weer leidt tot een verbetering van de milieukwaliteit. Wie daarbij de verbeteringen van de waterkwaliteit in Nederland in de afgelopen twintig jaar ziet, moet en kan niet anders dan de conclusie trekken dat de Nederlandse agrarische sector, die voor de helft verantwoordelijk is voor ons exportoverschot, met respect behandeld kan worden en dat deze sector regelmatig is aangesproken op zijn verantwoordelijkheid, ook door onze fractie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De vraag ging niet over wat het CDA de boeren allemaal heeft laten doen en heeft laten investeren. De vraag was wanneer de CDA-fractie eens eerlijk wordt naar de boeren. De CDA-fractie heeft die boeren die miljoenen laten investeren terwijl zij wist dat het niet genoeg was voor de verplichtingen uit de natuurafspraken, waar de handtekening van het CDA onder staat. Is het CDA bereid om tegen de boeren te zeggen: ik ga doen alsof we het natuurbeleid verder kunnen oprekken, maar houd er rekening mee dat het een grote gok is en dat het jouw geld is en dat we eigenlijk jouw belangen in het casino gooien?

De heer Koopmans (CDA): Mevrouw Ouwehand vertelt dit verhaal al zolang zij hier in de Kamer zit. In de periode dat zij er zit, is het voor de meeste aannemers in de stallenbouw buitengewoon druk geweest. Ons beleid is succesvol geweest. Er zijn nogal wat nieuwe stallen gebouwd. Uiteraard gebeurde dat met vergunningen, want in Nederland kun je geen stallen bouwen zonder vergunningen. Door die nieuwe stallen is de uitstoot volstrekt verminderd, is het dierenwelzijn verbeterd en zijn arbo-omstandigheden voor de boer -- mevrouw Ouwehand praat overigens nooit over arbo-omstandigheden voor de boer -- verbeterd. Dat hebben wij gedaan en dat hebben wij meegemaakt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit is precies wat ik zojuist beschreef. Zo gaat het in het casino ook. In het begin win je wat om je lekker te maken. Deze vergunningen zijn echter onhoudbaar. Het CDA weet dat. De beheerplannen komen niet van de grond. De vragen die de heer Koopmans hier stelt, zijn ongegrond. Het gaat niet over de betaalbaarheid. De natuurverplichtingen moeten worden nageleefd. Zolang de heer Koopmans niet in staat is om die verplichtingen uit te gummen in Europa, staan die gewoon. Er komt dus een dag dat de Raad van State en het Europees Hof oordelen dat de veestapel moet krimpen. Waar blijven de boeren dan, die op aandringen van het CDA hebben geïnvesteerd? Eerlijk, alstublieft!

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris zei zojuist dat hij in overleg is met LTO. Ik herinner hem graag aan zijn eerdere juichstemming. Hij heeft namelijk eerder geroepen dat er met LTO een aanvullend akkoord over stikstof zou zijn, en nog geen vijf minuten later zei LTO: nee hoor, daar is helemaal niets van waar. Wat is dus de status daarvan?

De staatssecretaris beweert hier opnieuw dat hij de Natura 2000-gebieden robuuster maakt. Heeft hij enig idee van de achtergronddepositie die is opgebouwd in de gebieden -- de ammoniak -- en wat dat betekent voor de ontwikkelruimte die hij hier schetst?

Staatssecretaris Bleker: Daar heb ik wel een idee van. Het verschilt heel erg per gebied. In sommige gebieden moeten bijvoorbeeld de piekbelasters worden aangepakt. Zij moeten worden geholpen om de piekbelasting terug te brengen. In andere gebieden is het probleem al opgelost met het simpel toevoegen van 25 ha rond een Natura 2000-gebied met een goede afwatering en een goede sloot. Het is dan 25 ha keer €50.000, dus dan weet je waar je het over hebt. Een beetje graafwerk en een beetje grond verzetten en je komt een heel eind. In een ander geval is het veel ingewikkelder. Het ligt allemaal per gebied verschillend, ook al naar gelang de natuurdoelen. Daarom is het ook zo mooi dat de provincies het voor het zeggen krijgen, want die kennen de gebieden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris weet niet hoe het werkt of hij durft niet toe te geven dat er helemaal geen ontwikkelruimte komt. En omdat hij eerder heeft gezegd dat hij het allemaal zo ingewikkeld vindt, die natuur, en dat je ervoor gestudeerd moet hebben, probeer ik het duidelijk te maken. De veehouderij plempt al jaren ammoniak in natuurgebieden. Vergelijk het met een buurman die iedere dag zijn vuilniszak over de schutting in je tuin leeg gooit. Dat vind je vervelend. Dan zeg je tegen die buurman: doe dat eens niet. Dan zegt hij: weet je wat, dan gooi ik voortaan niet mijn melkpakken over de schutting, maar de rest wel. Die stapel groeit en groeit en groeit en groeit, en stinkt. En die gaat dus niet weg als je de depositie, de vuilniszakken, iets kleiner maakt. Dat betekent dat die depositie eerst opgeruimd moet worden, wil je überhaupt kunnen spreken van nieuwe ontwikkelruimte. En dat opruimen, dat gaat de staatssecretaris helemaal niet doen.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Volgens mij is de staatssecretaris klaar met zijn betoog. Hij heeft het even kort gehad over de verdeling van de bevoegdheden. Dat is nogal een belangrijk punt en de staatssecretaris zegt dat hij dit in de wet gaat vastleggen. Kan de staatssecretaris schetsen hoe dit zal gaan? Ik heb het nu over het leggen van de verantwoordelijkheid bij de provincies voor internationale doelen, bijvoorbeeld in de situatie dat Brabant en Limburg gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een gebied als de Peel. Wat nu als het niet lukt om de doelen daar te halen? Kan de staatssecretaris dit voor de Kamer schetsen?

Staatssecretaris Bleker: Er ligt een wetsvoorstel voor een wet natuurbescherming bij de Raad van State. Dat hebben wij getoetst op de vraag of het qua verantwoordelijkheidsverdeling conform het akkoord is en conform de uitwerkingsafspraken daarvan.

Die toets is van onze kant positief uitgevallen. We hebben ook overleg gehad met het IPO over de Wet natuurbescherming en daar zijn de formele verantwoordelijkheden op deze manier verdeeld. Ingeval van ingebrekestelling of van internationale verplichtingen die provinciegrensoverschrijdend zijn -- dat kan in sommige gevallen -- zullen we in redelijkheid moeten beslissen naargelang de omvang van betrokkenheid van het gebied waarvoor het geldt. Over ingebrekestelling hebben we het echter nu niet. Wij gaan volop aan het werk om het voor elkaar te krijgen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zou dit toch wel graag helder krijgen. Het is immers nogal wat om internationale doelen te delegeren aan de provincies. Stel nou dat er in Brabant een natuurvriendelijk college is en in Limburg niet. In Limburg zijn ze misschien wel trots op hun intensieve veehouderij en geven ze makkelijker vergunningen af voor megastallen. Of in Limburg worden de boeren door een zekere staatssecretaris opgeroepen om soepeltjes om te gaan met de wet. Stel, de depositie is te hoog en Brabant heeft zich netjes aan de richtlijnen gehouden en Limburg niet, wat heeft de staatssecretaris dan concreet in zijn zak om ervoor te zorgen dat Limburg de afspraken nakomt in deze situatie?

Staatssecretaris Bleker: Het akkoord. In het akkoord staat namelijk dat de middelen waar we hier over spreken -- dat is grond en dat zijn een hoop andere middelen -- gericht ingezet gaan worden voor het realiseren van de Natura 2000-doelen. A contrario redenerend: als een provincie dat niet doet en er is sprake van ingebrekestelling, dan is dat een dure zonde van de provincie in kwestie tegen het akkoord. Dan wordt de rekening namelijk bij de provincie gelegd. Provincies zijn heel verstandig. Die doen dat niet.

Voorzitter. Ik heb nog één punt, de Westerschelde.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Er was eens een gedeputeerde die werd uitgemaakt voor de Napoleon van Vlagtwedde en daar was hij naar eigen zeggen nogal trots op. Waarvan akte.

Ik heb geconstateerd dat de natuur voor deze coalitie van geen enkel belang is. Dat is pijnlijk en beschamend. Maar op de punten waar zij zelf wel belang aan zegt te hechten, zien wij dat het CDA, om te verhullen dat er grote, juridische open einden liggen in de PAS-constructie, een poging doet om de uitvoering van Natura 2000 en dit Natuurakkoord allemaal nog ingewikkelder te maken, zodat het de boeren niet opvalt dat de vergunningen die zij straks krijgen, uiteindelijk zullen worden geschorst. Wij zien dat de VVD lachend instemt met een gat van 400 mln. "Orde op zaken" noemen ze dat geloof ik daar. En we zien dat de PVV niet zo veel heeft met dit dossier en dan maar roeptoetert wat de vrienden zeggen. Ik hoop dat de kiezers van deze partijen meeluisteren en het opschrijven.

Ik heb één motie, omdat ik op geen enkele wijze de indruk wil laten bestaan dat de Partij voor de Dieren dit Natuurakkoord heeft laten passeren zonder er iets van te zeggen.