Inbreng Ontwerp­be­sluit tot wijziging van het Besluit uitvoering crisis- en herstelwet, vierde tranche


28 februari 2012

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren keuren het sterk af dat de regering nog steeds doorgaat met de uitvoering van de crisis- en herstelwet. Zij hebben met teleurstelling kennis genomen van wijzigingsvoorstel crisis-en herstelwet waardoor nog meer projecten niet hoeven te voldoen aan de geldende milieu-, natuur en inspraakregels in ons land. In de ogen van deze leden is de regering er met deze wet niet in geslaagd de economische crisis aan de ecologische crisis te verbinden, en is er ook nog niets gebleken van de grote voordelen die deze wet zou moeten hebben in het aanpakken van de economische crisis, wat toch steeds de verdediging is geweest van de ‘noodzaak’ om natuur- en milieuregels drastisch te versoepelen via de crisis- en herstelwet. Graag een reactie.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben grote bezwaren tegen het voorstel van de regering om alle grote mestvergisters onder bijlage I van de crisis- en herstelwet brengen. Kan de regering bevestigen dat dit betekent dat de bouw van industriële mestvergisters niet meer tegen is te houden door gemeenten, provincies en de omwonenden van deze mestvergisters? Dat de regering deze ingrijpende wijziging doorvoert onder het mom van ‘verduurzaming van de landbouw’ stuit de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren tegen de borst. Het vergisten van dierlijke mest, om het zo te kunnen exporteren of op andere manieren af te zetten is wat de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren betreft het tegenovergestelde van een duurzame landbouw. Bij duurzame landbouw staat het sluiten van kringlopen centraal volgens de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren. Deelt de regering die mening? Mestvergisting maakt ons land afhankelijk van de bio-industrie voor warmte en stroom, en houdt de onduurzame praktijk in stand van het importeren van tonnen veevoer waarvoor in andere landen steeds meer natuur en biodiversiteit verloren gaat. Dit is dus op geen enkele wijze behulpzaam bij het verduurzamen van de landbouw. Graag een reactie.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft aangegeven dat hij mestverwerking ziet als een project van nationaal belang, waarmee het onder de crisis- en herstelwet zou kunnen vallen, kan de regering die uitspraak onderbouwen? Waarom zou mestverwerking een project van nationaal belang zijn? Op welke manier is de Nederlandse burger gebaat bij het op industriële schaal verwerken van de resten van de bio-industrie? Kan de regering bevestigen dat het van ‘nationaal belang’ noemen van industriële mestvergisting alleen maar wordt gedaan omdat de ‘aanpak’ van de staatssecretarissen van Landbouw en van Milieu zonder het verplichten van mestverwerking geen enkele concrete maatregel biedt om het enorme mestoverschot van Nederland aan te pakken? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen nogmaals benadrukken dat zonder een wettelijk plafond voor de productie van mest, ook met grootschalige inzet van mestvergisting, Nederland nooit zal kunnen voldoen aan de milieueisen van de Europese Unie, en dat het geen enkele zin heeft om de hoop voor de oplossing van dit hoofdpijndossier te vestigen op mestverwerking. Graag een reactie.

Kan de regering aangeven welke gevolgen het toevoegen van industriële mestverwerking op bijlage I van de crisis- en herstelwet heeft voor burgers, en specifiek voor de omwonenden van nieuw te vestigen mestvergisters? Welke mogelijkheden hebben zij nog om inspraak te leveren op plannen voor nieuwe mestverwerkinginstallaties in hun directe woonomgeving?

Kan de regering een overzicht geven van de procedures die omwonenden hebben aangespannen tegen verleende vergunningen voor mestvergisters, en welke gronden zij hierbij aanvoeren? Is de regering van mening dat bezwaren van omwonenden tegen de bouw van (industriële) mestvergisters per definitie van tafel kunnen worden geveegd? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom maakt de regering het burgers en gemeenten dan nu onmogelijk om de komst van mestvergisters tegen te houden? Welke mogelijkheden hebben gemeenten nog om een vergunning voor deze industrie te weigeren? Welke veranderingen treden er verder op in het vergunningverleningproces? Kan de regering aangeven welke criteria zij hanteert bij de keuze om gebruik te maken van haar doorzettingsmacht, en wanneer zij voornemens is om deze doorzettingsmacht te gebruiken bij de bouw van mestvergisters op industriële schaal? Welke bijdrage moeten grootschalige mestverwerkers leveren aan het bestrijden van de economische crisis? Onderschrijft de regering dat de Nederlandse natuur en het milieu nog steeds overbelast worden door de grootschalige veehouderij en dat het mogelijk maken van grootschalige mestverwerking dan ook het verkeerde signaal afgeeft? Kan de regering haar antwoord in deze toelichten?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden het onverantwoord om weer een groot aantal projecten aan bijlage II van de crisis- en herstelwet toe te voegen. Op basis van welke informatie wordt besloten dat opname op de projectenlijst van bijlage II de inperking van beroepsmogelijkheden en inspraakmogelijkheden en het afwijken van de geldende milieuregels rechtvaardigt? Vindt er bij verzoeken van gemeentes voor aanwijzing van ontwikkelgebieden en innovatieve projecten een afweging plaats op de uitgangspunten van de wet, namelijk bestrijding van de economische crisis? Zo ja, via welk kader? Zo nee, waarom niet, schiet de uitvoering dan niet het doel van de wet voorbij? Op welke manier kan de regering verantwoorden dat de landelijke overheid gemeentes weg zet door grootschalige projecten in de crisis- en herstelwet op te nemen, zodat beroep onmogelijk wordt? Hoe verhoudt zich dit tot het uitgangspunt van de regering dat taken van het bestuur op een zo dicht mogelijk bij de burger gelegen niveau worden gelegd? Wordt er bij de plaatsing van gebieden van onderdeel B onder 2 rekening gehouden met de enorme leegstand van kantoren en winkelruimtes alsmede de vastgelopen huizenmarkt? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? Deelt de regering de mening dat door het bijbouwen van woningen, kantoren en winkelruimtes een vastgoedcrisis steeds dichter bijkomt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom wordt er dan steeds weer voor gekozen om dit soort projecten onder de werking van de crisis- en herstelwet te brengen? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben zich er vooral over verbaasd dat de Rotterdamsebaan in Den Haag ook op bijlage II van de crisis- en herstelwet wordt geplaatst. Waarom is de Rotterdamsebaan opgenomen op bijlage II, terwijl en nu net een bemiddelaar is aangesteld tussen de betrokken gemeentes? Is de regering bereid de Rotterdamsebaan van bijlage II te halen, om het proces hiervan niet te verstoren? Zijn er meer projecten op de bijlage van de crisis- en herstelwet opgenomen, waarbij van tevoren bekend was dat niet alle betrokken overheden achter het project stonden? Zo ja, welke en op basis waarvan worden deze projecten dan toch opgenomen? Is ten aanzien van de aanwijzingen van voormalig vliegbasis Soesterberg als ontwikkelingsgebied en de bouw van woningen het de bedoeling dat het bedrijventerrein Soesterberg-Noord binnen tien jaar weg is? Zo nee, hoe zit het dan met de geluidsbelasting? Wanneer zal deze weer binnen de normen vallen?

Uit alles blijkt maar weer volgens de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren dat de regering de crisis- en herstelwet misbruikt om gelegenheidsplannetjes van boeren en projectontwikkelaars er doorheen te drukken, waarbij burgers, de natuur en het milieu buitenspel worden gezet. Zij vinden dit onverantwoord, en vragen de regering de voorgestelde wijzigingen in te trekken. Graag een reactie.