Inbreng Schrif­telijk Overleg Partij voor de Dieren Ontwerp­be­sluit verbod op deelname met wilde dieren aan circussen


14 januari 2015

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met veel vreugde kennis genomen van het Ontwerpbesluit verbod op deelname met wilde dieren aan circussen. Het kabinet regelt in dit besluit dat het gebruik van wilde zoogdieren in circussen met ingang van 15 september 2015 in Nederland verboden zal zijn. De Partij voor de Dieren-fractie is blij dat met dit besluit invulling wordt gegeven aan de belofte in het regeerakkoord om een verbod in te stellen op het gebruik van wilde dieren in circussen. Deze fractie merkt op dat veel mensen zich afvroegen waarom het zo lang duurde voordat deze afspraak in het regeerakkoord leidde tot een daadwerkelijk verbod. Ook de Partij voor de Dieren-fractie heeft de staatssecretaris herhaaldelijk verzocht het beloofde verbod te realiseren. Het is de hoogste tijd dat Nederland het gebruik van dieren in circussen aan banden gaat leggen en de Partij voor de Dieren-fractie dankt de staatssecretaris dan ook voor het voorliggende besluit. De leden van deze fractie willen hier graag een aantal opmerkingen over maken en nog enkele vragen stellen.

Kentering in het denken over dieren

Allereerst willen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie hun grote waardering uitspreken voor de onderbouwing van het besluit. Niet alleen dierenwelzijn, maar ook respect voor het dieren is grondslag voor het besluit. Het kabinet erkent in de nota van toelichting de maatschappelijke trend dat de belangen van dieren steeds zwaarder meewegen op basis van de intrinsieke waarde van het dier. Nog los van de problemen die het leven in een circus opleveren voor het welzijn en de gezondheid van de dieren, is het de vraag of je dieren in hun intrinsieke waarde zou mogen aantasten ten behoeve van het vermaak van de mens. Het kabinet constateert terecht dat dat in de samenleving steeds minder toelaatbaar wordt geacht, en sluit zich daarbij aan. Zij komt tot de conclusie dat de aantasting van het welzijn en de integriteit van niet-gedomesticeerde zoogdieren in het circus niet kan worden gerechtvaardigd door de belangen van de circussen, trainers en publiek, zijnde traditie, economisch belang en vermaak, omdat de aantasting van het welzijn en de integriteit voor deze dieren substantieel zijn en de belangen van de circussen, trainers, verhuurders en publiek beperkt. Het kabinet is van mening dat een verbod voorts recht doet aan de groeiende tendens in de samenleving dat het belang van het dier zwaarder wordt gewogen dan het belang van de mens, indien het belang van de mens vermaak betreft.

De leden van de PvdD-fractie zijn het daar van harte mee eens en merken met instemming op dat het kabinet blijk geeft van de bereidheid vanuit een fundamenteler perspectief te kijken naar diergebruik en de problemen die dat met zich meebrengt en de weging over de toelaatbaarheid van het gebruik van dieren niet te beperken tot de aantasting van het welzijn en de gezondheid van de betreffende dieren. Ook de intrinsieke waarde van het dier telt, en hoewel deze erkenning al sinds de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren een wettelijke grondslag biedt om diergebruik aan banden te leggen, is daar de afgelopen decennia nauwelijks gebruik van gemaakt. De Partij voor de Dieren-fractie vindt het een goed teken dat in het besluit om het gebruik van wilde zoogdieren in circussen te verbieden expliciet duidelijk wordt gemaakt dat menselijke belangen niet per definitie een rechtvaardiging kunnen zijn voor het gebruik van dieren als de integriteit van het dier daardoor wordt aangetast. De Partij voor de Dieren-fractie is verheugd dat het kabinet hier erkent dat het menselijke belang van vermaak en traditie niet zwaarder weegt dan de intrinsieke waarde van het dier, en moedigt het kabinet aan dit perspectief ook bij andere vormen van diergebruik explicieter te hanteren. De door het kabinet zelf geconstateerde verschuiving in de maatschappelijke opvattingen over de omgang met dieren kan zo breder worden ingebed in het denken over dieren door de Nederlandse regering.

Inhoud van het verbod

Het besluit regelt dat vanaf 15 september 2015 geen olifanten, tijgers, leeuwen en giraffen meer door Nederland mogen worden rondgetrokken ten behoeve van optreden in circustenten, op evenementen of in (reclame)films. Dat betekent dat het verbod op het gebruik van deze wilde dieren niet alleen geldt voor optredens in circussen, maar ook op anderssoortige evenementen. Deze dieren mogen daartoe ook niet langer meer worden verhuurd. De Partij voor de Dieren-fractie is blij met de reikwijdte van het besluit op dit punt. Wel vragen deze leden zich het volgende af.

In het regeerakkoord is aangekondigd dat er een verbod zou komen op het gebruik van wilde dieren. Waarom heeft het kabinet ervoor gekozen om zich bij het realiseren van het aangekondigde verbod te beperken tot zoogdieren? Zou het, mede gelet op de onderbouwing van het besluit, niet logischer zijn om ook vogels en reptielen onder het verbod te laten vallen, omdat ook bij het gebruik van deze dieren er eveneens sprake is van aantasting van integriteit en welzijn van het dier? Is het kabinet bereid het verbod uit te breiden naar vogels en reptielen?

Gelet op de erkenning dat wilde (zoog)dieren in circussen ernstig lijden door onder meer de onmogelijkheid natuurlijk gedrag te vertonen, dieronvriendelijke trainingsmethoden, ruimtegebrek en frequente en langdurige transportsituaties wekt het voorts de nodige verbazing dat kamelen, lama’s, alpaca's en dromedarissen –veel gebruikte dieren in circussen en bij evenementen- niet onder het verbod vallen zoals het kabinet nu voorstelt. In het Dierentuinenbesluit worden deze dieren als wilde zoogdieren gedefinieerd. Waarom kiest de staatssecretaris ervoor om een verbod in te voeren op het gebruik van wilde zoogdieren in circussen, maar niet op alle wilde zoogdieren? De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vinden dat niet logisch en wijzen erop dat ook voor deze wilde zoogdieren geldt dat hun welzijn en integriteit in het geding zijn voor het vermaak van de mens, terwijl het kabinet redeneert dat dat niet gerechtvaardigd is. De leden van deze fractie dringen er dan ook bij de staatssecretaris op aan om deze omissie te herstellen en het gebruik van kamelen, lama’s, alpaca’s en dromedarissen alsnog onder het verbod te laten vallen.

De leden van de PvdD-fractie vinden dat het verbod op het gebruik van wilde zoogdieren in entertainment op korte termijn een kritische bezinning rechtvaardigt op soortgelijke vormen van diergebruik. De meest in het oog springende is daarbij het gebruik van zeezoogdieren in het dolfinarium. De Partij voor de Dieren-fractie heeft gemerkt dat veel mensen zich naar aanleiding van het nieuws over het voorliggende verbod op het gebruik van wilde circussen hebben afgevraagd waarom het in gevangenschap houden van dolfijnen wat het kabinet betreft niet ter discussie is gesteld. Deelt het kabinet de mening dat de rechtvaardiging van het gebruik van zeezoogdieren in dolfinaria voor het vermaak van mens ook toe is aan een kritische beoordeling? Zo nee, waarom niet?

Opvang van de dieren

De leden van de PvdD-fractie hebben vernomen dat de dierenbeschermingsvereniging Wilde Dieren de Tent Uit opvang aanbiedt voor alle wilde dieren in circussen in Nederland. De opvang van de dieren is niet geregeld in het voorliggende besluit. Kan de staatssecretaris aangeven of zij afspraken heeft gemaakt met Wilde Dieren de Tent Uit over een goede opvang voor de dieren die nu nog in circussen worden gebruikt of op andere manieren waarborgt dat deze dieren op een goede opvangplek terechtkomen? De leden van de Partij voor de Dieren-fractie krijgen graag een uiteenzetting van de plannen op dit punt.