Inbreng Schrif­telijk Overleg over de fiscale agenda


18 mei 2011

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met belangstelling kennis genomen van de fiscale agenda. Zij willen graag enkele vragen stellen en enkele voorstellen doen en krijgen daarop graag een reactie.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zien dat de regering het voornemen heeft het belastingstelsel ‘lean and mean’ te maken door een flinke vereenvoudiging door te voeren. Ook de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zien veel mogelijkheden voor vereenvoudiging van het fiscale stelsel, maar maken daarin fundamenteel andere keuzes dan de regering. Waarom zet de regering niet in op Lean, Mean &Green, volgens de ambities die de MP in 2008 formuleerde als de Groenrechtse agenda Hoe valt de ontgroening van het regeringsbeleid te rijmen met die ambities, de huidige tijdgeest en de wens van de Eerste Kamer om over de duurzaamheidsaspecten van elke belastingmaatregel geïnformeerd te worden. Naast het genereren van inkomsten voor de staat, hecht de Partij voor de Dieren sterk aan de instrumentale werking die er van het fiscale systeem uit kan gaan om gedragsverandering aan te moedigen. Vergroening van het belastingsstelsel is volgens de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren strikt noodzakelijk om tegemoet te komen aan de uitdagingen waar wij voor staan in termen van het leefbaar houden van de aarde voor huidige en toekomstige generaties mensen en het waarborgen van de biodiversiteit. Diverse rapporten geven aan dat de mensheid risico’s loopt op grote, onomkeerbare schade aan het klimaat en de voorraad natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit. Deze risico’s zijn uit oogpunt van het voorzorgbeginsel niet te verantwoorden. Bovendien zijn de kosten van niet-ingrijpen veel hoger dan de kosten van het wel ingrijpen door middel van een effectief beleidspakket, kan de regering dat bevestigen? Deelt u de mening dat het begrip “veroorloven” breder bezien dient te worden dan veroorloven in financiële zin, en dat dus het achterwege laten van voldoende duurzaamheidscriteria in het te voeren beleid heel wel een werkwijze zou kunnen zijn die we ons “niet kunnen veroorloven” in grootheden die meer waard zijn dan geld?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen toe naar een samenleving waarin vervuilers moeten betalen voor de maatschappelijke problemen die ze veroorzaken en waar een duurzame keuze wordt beloond uit de opbrengst van die maatregelen. Het belasten van vervuilende activiteiten is een makkelijke en zeer kosteffectieve manier om dit vervuilende gedrag tegen te gaan, deelt de regering die mening? Kunt u aangeven waarom vervuilend gedrag ‘gesubsidieerd’zou moeten worden via het niet in rekening brengen van de daarmee samenhangende maatschappelijke kosten? Bent u bereid tot het instellen van een breed externaliteitenonderzoek, om te bezien waar de overheid ten onrechte de kosten van vervuilend, of ander gedrag met negatieve consequenties, voor haar rekening neemt waar in principe de veroorzaker van die externaliteiten geacht zou moeten worden de kosten daarvan voor eigen rekening te nemen? Ter Haar toont in zijn essay Nieuwe paden voor vergroening aan dat verdere groei van milieubelastingen een substantiële bijdrage kan leveren aan het duurzaamheidsvraagstuk en tegelijkertijd zo vormgegeven kan worden dat de stabiliteit voor de schatkist niet in het geding is. Hij stelt dat milieubelastingen efficiënt zijn als de heffingshoogte gelijk is aan de marginale maatschappelijke kosten, kan de regering deze stelling bevestigen en onderschrijven? Tevens stelt Ter Haar dat het beprijzen van maatschappelijke kosten, ongeacht de bereikte milieueffecten, maatschappelijk efficiënt is omdat op die manier een juiste afweging kan worden gemaakt door consumenten over de hoeveelheid te consumeren milieuvervuilende goederen. Deelt de regering deze mening?

Voor het vergroenen van het belastingstelsel moeten er naar de mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren twee zaken geregeld worden. Ten eerste moeten energiebelasting en CO2 gerelateerde belastingen in sectoren zoals verkeer, landbouw en gebouwde omgeving verbreed en verhoogd worden, en ten tweede moeten niet duurzame fiscale subsidies en kortingen afgeschaft worden.

De regering stelt voor geleidelijk een uniforme btw-heffing in te voeren, waardoor zaken als voedsel niet meer onder de 6% zullen vallen. Dit zou gecompenseerd kunnen worden door een verlaging van de belasting op inkomen. De leden van de Partij voor de Dieren hebben bij herhaling gepleit voor een verlaging van de belasting op arbeid en een omgekeerd evenredige verhoging van de belasting op grondstoffen, in het bijzonder milieubelastende grondstoffen en kunnen dus voor een groot deel meegaan in de redenering van de regering. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren menen echter dat een uniform tarief niet redelijk en niet effectief zal zijn, maar dat het goed zou zijn om de voedingswaren die een onevenredig hoog beslag op natuurlijke hulpbronnen leggen, wel onder het hoge BTW tarief te plaatsen. Hiermee doelen zij in de eerste plaats op producten als vlees, zuivel en eieren. Deze producten brengen bij de productie ervan zeer veel milieuschade toe. Deze schade levert een kostenpost op, die door de consumenten van deze producten opgebracht zou kunnen en moeten worden. We moeten de werkelijke kosten van de productie van ons voedsel tot uitdrukking laten komen in de prijzen. Kan de regering in dit kader aangeven hoe ze de Vettax beoordeelt zoals die aan de orde is in landen als Denemarken, Roemenië, Spanje en Canada ook in het licht van de visie van de WHO op onverzadigde vetten, EU subsidies en volksgezondheid? De leden van de fractie pleiten daarnaast ook voor het instellen van een klimaattaks. Het duurder maken van met name fout vlees heeft twee doelstellingen. Ten eerste is er het punt van de maatschappelijke kosten, die nu op de belastingbetaler worden afgewenteld. In Nederland betalen wij onvrijwillig tussen de €100 en €120 per bewoner mee aan de maatschappelijke kosten die met de veehouderij gepaard gaan. Dat zit in de beprijzing van de producten. Verder blijkt uit onderzoek van CE Delft dat er duidelijk een verandering in het koopgedrag van mensen optreedt bij een vermindering van het prijsverschil tussen biologisch vlees en fout vlees. Als wij biologisch vlees goedkoper maken, zou dat ten koste gaan van boeren, natuur en milieu. Door juist het foute vlees duurder te maken, is het makkelijker om over te schakelen op biologisch vlees. De echte prijs van varkensvlees zal volgens het Instituut voor Milieuvraagstukken tot €4,50 per kilo hoger moeten liggen dan nu het geval is, als wij de kosten van negatieve externe neveneffecten zouden doorberekenen. Waarom laten wij de vervuiler niet betalen, maar moet de burger de vervuiler subsidiëren? Het punt is dat de maatschappelijke kosten integraal onderdeel van de kostprijs gaan vormen, en niet langer gesubsidieerd worden. Als de vervuilende component in producten een prijs krijgt, neemt de vraag vanzelf af. Een simpele rekensom leert dat we in Nederland 3 miljard per jaar aan accijnzen zouden binnenhalen wanneer we elke kg vlees met 2 euro vleestaks belasten. Voor kaas, ook zeer milieubelastend, geldt dat wanneer we 2 € heffen op elke kilo, dat een accijnsopbrengst oplevert van meer dan een half miljard euro. Is de regering bekend met het artikel ‘Greenhouse gas taxes on animal food products: Rationale, tax scheme and climate mitigation effects ’ van Wirsenius et al., waarin geconcludeerd wordt dat een belasting op vlees en melk in de Europese Unie een daling van de uitstoot van broeikasgassen van zeven procent kan bewerkstelligen? Een belasting van 60 euro per ton CO2 zou de consumptie van rundvlees met 15 procent kunnen verminderen, volgens hun schatting. De auteurs concluderen tevens dat er door deze maatregel veel landbouwgrond beschikbaar kan komen voor andere doelen, zoals de productie van biomassa, wat tot een nog groter positief klimaateffect kan leiden. Heeft dit Kabinet de ambitie om de vleesconsumptie in Nederland te verminderen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat zijn de beleidsinstrumenten? Heeft deze regering de ambitie om op Europees niveau een beleid te formuleren dat leidt tot een vermindering van de europese vleesconsumptie? Zo ja, wat vindt de regering van het voorstel van Wirsemius et al om een belasting van 60 euro per ton CO2 te heffen?

De regering is voornemens de inkomsten die gegenereerd zouden worden door een verhoging van het lage BTW-tarief te gebruiken voor het afschaffen van een aantal ‘kleine’ belastingen, zoals de verpakkingsbelasting. Naar mening van de leden van de Partij voor de Dieren is dit niet logisch en niet constructief. De verpakkingsbelasting maakt deel uit van de milieubelastingen die goed gedrag aansporen, en is nodig in het verminderen van de druk op schaarse grondstoffen en milieugebruiksruimte. Kunt u aangeven of en op welke wijze de adviezen van de werkgroepen Brede Heroverweging in deze zin zijn geïmplementeerd of zullen worden geïmplementeerd? De leden van de Partij voor de Dieren zien dat de wens tot vereenvoudiging ook op andere manieren gerealiseerd kan worden, bijvoorbeeld door het heffen van een algemene CO2 belasting. Hiermee kunnen producten worden belast naar de mate waarin zij schade toebrengen aan het klimaat. Ook de door de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren voorgestelde belasting op vlees, zuivel en eieren zou in een dergelijk systeem kunnen passen. Op deze wijze kan Nederland een eigen klimaatbelasting invoeren. Naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hoeven de administratieve lasten van een dergelijk systeem niet hoog te zijn en kunnen zij ruimschoots gecompenseerd worden door de opbrengsten van een dergelijke belasting, wat het systeem zeer efficiënt kan maken. Deelt de regering die mening? Zo nee, waarom niet? Andere lidstaten hebben een dergelijk systeem al ingevoerd, of zijn voornemens dat te doen. Kan de regering aangeven welke ervaringen met het heffen van CO2 belasting er zijn in de Europese Unie? Is zij bereid de mogelijkheden voor het heffen van een CO2 belasting in kaart te brengen? Is het de regering bekend in hoeverre andere verdergaande milieubelastingen zijn ingevoerd door andere lidstaten? Kan de regering een overzicht bieden van de milieubelastingen die verschillende lidstaten opleggen, en daarbij ingaan op de verschillende heffingsgrondslagen die daarbij mogelijk zijn, zoals het vetgehalte van producten (Denemarken) en het CO2 gehalte van producten?

De energiebelasting en de verschillende schijven die daarin gehanteerd worden geven in feite korting aan de grootverbruikers, terwijl huishoudens relatief veel belasting betalen over hun energieverbruik, ongeacht of zij voor groene of voor grijze stroom kiezen. Naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren levert dit systeem veel te weinig prikkels op voor energiebesparing –vooral bij de grote bedrijven- en voor keuze voor groene stroom –vooral bij de huishoudens. Zij pleiten voor een verhoging van de energiebelasting in de eerste schijf met 100% en voor het opheffen van de korting op energiebelasting door de tweede schijf gelijk te stellen aan de derde schijf. Zij menen dat hiermee een sterke prikkel naar energie-efficiency wordt gegeven, en dat de staat hiermee bijna vijf miljard aan opbrengsten kan genereren, kan de regering dat bevestigen? Waarom wordt er niet voor gekozen deze simpele maar effectieve maatregelen door te voeren? de regering maakt in de fiscale agenda melding van het convenant dat is afgesproken met de meest energie-intensieve producenten om de energie-efficientie te verhogen, waar dit lage energietarief deel van uitmaakt, maar zij vergeet naar mening van de leden van de Partij voor de Dieren daarbij te vermelden dat de industrie zich niet aan haar afspraken heeft gehouden en dat er van de beloofde energie-efficiëntieverbetering weinig terecht is gekomen, kan de regering dat bevestigen? Tevens pleiten de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren voor het differentiëren van de energiebelasting voor huishoudens naar de productiewijze van de stroom die wordt afgenomen. Grijze stroom wordt in dit systeem meer belast dan groene stroom, waardoor een prikkel ontstaat voor de consument om een duurzame keuze te maken. Welke effecten zou een dergelijke regeling kunnen hebben naar mening van de regering, zowel in termen van inkomsten voor de staat als in termen van klimaateffect? Deelt de regering de mening dat dit systeem een belangrijke prikkel kan zijn voor vergroening van onze energiehuishouding, en is zij bereid een dergelijk systeem in te voeren? Zo nee, waarom niet? Is de regering bereid de particuliere opwekking van hernieuwbare energie te stimuleren via BTW vrijstelling en met een regeling analoog aan de in Duitsland gehanteerde feed-in regeling? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Naast het uitstoten van broeikasgassen, het vervuilen van bodem, lucht en water en het gebruik van schaarse grondstoffen, is ook het gebruik van ruimte (en dus het onttrekken van open ruimte) een externaliteit te noemen die momenteel niet belast is. Dit, terwijl open ruimte in Nederland een steeds schaarser goed wordt. Welvaartseconomisch kan deze situatie rechtgetrokken worden door een heffing op het ontrekken van ruimte, waarbij de hoogte van de heffing kan worden bepaald door de maatschappelijke waarde van de verloren open ruimte, zo stelt ook Ter Haar in zijn essay. Deelt de regering de mening dat open ruimte een publiek goed is, en dat het onttrekken van deze open ruimte belast zou moeten worden? Een dergelijke belasting kan naar schatting 3,7 miljard aan inkomsten voor de staat genereren, kan de regering dat bevestigen? Is zij bereid een dergelijke maatregel in te voeren? Zo nee, waarom niet?

Op dit moment kent ons belastingstelsel meerdere fiscale regelingen die een negatief effect op het milieu hebben. Enkele voorbeelden hiervan zijn verlaagde tarieven energiebelasting voor de glastuinbouw, vrijstellingen en kortingen op brandstofaccijnzen (o.a. luchtvaart, scheepvaart, (rode) diesel, LPG), laag BTW-tarief voor vlees en sierteeltproducten etc, en de vrijstelling van een
Kolenbelasting. Kan de regering bevestigen dat er in Nederland 41 off-budget regelingen bestaan waarbij het gebruik van fossiele brandstoffen wordt gestimuleerd met nadelige gevolgen
voor milieu en klimaat? Zo ja, om welke regelingen gaat het? Zo nee, hoeveel van dergelijke regelingen kent Nederland dan wel? Is het waar dat het daarbij om circa 7,5 miljard euro aan steunmaatregelen per jaar en een uitstoot van 6 Mton aan broeikasgassen gaat? Deelt de regering de mening dat het wegnemen van deze niet duurzame subsidies een onlosmakelijk onderdeel is van de vergroening van het belastingstelsel en het duurzaamheidbeleid zou moeten zijn, en is zij bereid vergaande stappen te nemen om deze onduurzame prikkels weg te nemen? Kan de regering een overzicht geven van de Nederlandse kosten van de fiscale stimuleringen die een negatief effect hebben op het milieu, en daarbij in ieder geval ingaan op de genoemde voorbeelden van deze regelingen? Deelt de regering de mening dat het wegnemen van deze subsidies de administratieve lasten vermindert, bijdraagt aan een eenvoudiger belastingstelsel en fraude tegengaat?

Om de landbouw en de chemische industrie meer prikkels te geven om te verduurzamen, en om de schaarse grondstoffen beter te waarderen, is het naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren raadzaam een aantal extra prikkels in te bouwen in het fiscale systeem. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen en kunstmest zou naar mening van deze leden zwaarder belast moeten worden. De negatieve effecten van deze inputs in de landbouw zijn zeer groot terwijl de prijzen van deze producten onwerkelijk laag zijn. Welke mogelijkheden zijn er om hier extra belastingen op te heffen, en welke mogelijkheden zou het instellen van een CO2belasting hiervoor bieden? Is de regering bereid dit te onderzoeken? Ook het gebruik van fosfaat, in kunstmest en veevoer, moet drastisch verminderd worden. Fosfaat is een eindige maar onmisbare grondstof, waar veel zuiniger mee om gegaan zou moeten worden, deelt de regering die mening? Er is gepleit voor een internationale fosfaatheffing, de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zien daar eveneens mogelijkheden voor. Is de regering bereid zich internationaal in te zetten voor het instellen van een dergelijke heffing? Zo nee, waarom niet?

In Europees verband wordt er gelukkig steeds meer nagedacht over een vergroening van het belastingstelsel, zo concluderen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren. De Europese Commissie zou voorstellen in voorbereiding hebben om de energiebelasting te hervormen, die ook gevolgen zouden hebben voor bijvoorbeeld de vrijstelling van rode diesel en de lage belasting van kolen, kan de regering dat bevestigen? Wat is de stand van zaken van dit voortstel, wat is de Nederlandse beoordeling hiervan en welke consequenties zal dit voorstel hebben voor het Nederlandse belastingstelsel?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden het belangrijk dat de Europese Unie en Nederland mogelijkheden hebben eisen te stellen aan producten die uit derde landen worden geïmporteerd. Vaak wordt de milieuschade van productie elders in zij geheel afgewenteld op de maatschappij en het ecosysteem daar. Omdat deze producenten tevens vaak aan veel minder strenge eisen moeten voldoen dan Europese producenten, hebben zij een flink concurrentievoordeel. Border tax adjustments kunnen dit nadeel voor Europese producenten opheffen en tegelijkertijd een stimulans bieden voor milieu- en diervriendelijker productie in deze derde landen. Kan de regering nader op dit instrument ingaan, en op de voor- en nadelen die zij ziet aan een dergelijk systeem? Deelt de regering de mening dat het instellen van dit systeem grote voordelen kan bieden, en is zij bereid voorstellen uit te werken hieromtrent? Joseph Stiglitz is een warm voorstander van dit systeem, is de regering bereid in contact met hem te treden over de mogelijkheden die zowel Nederland als de Europese Unie heeft om op deze wijze bij te dragen aan de wereldwijde verduurzaming van productie? Zo nee, waarom niet?

Kan de regering tenslotte een eerste analyse geven van de vastgestelde en te verwachten kwantitatieve en kwalitatieve effecten van de versobering van de vrijstellingsregeling voor Groenfondsen, in termen van deelname en van beschikbaarheid van investeringsbudget voor groene investeringen? Kan de regering ook aangeven in hoeverre deze geconstateerde en te verwachten effecten overeenstemmen met de verwachtingen die bij invoering van de versobering leefden?

[1]http://www.telegraaf.nl/binnenland/1748755/__Groenrechtse_koers_VVD__.html
[2] http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/05/13/brief-uitvoering-motie-koffeman.html
[3] Nieuwe paden voor Vergroening Essay t.b.v. “Studiecommissie Belastingstelsel” Bernard ter Haar, 22 december 2009 https://minfin.nl/dsresource?objectid=77639&type=org
[4] http://www.cafebabel.co.uk/article/32287/fat-tax-citiens-spain-denmark-romania-healthy-food.html
[5] http://www.who.int/bulletin/volumes/86/7/08-053728/en/
[6] Stefan Wirsenius, Fredrik Hedenus, Kristina Mohlin, 2011. Greenhouse gas taxes on animal food products: Rationale, tax scheme and climate mitigation effects . in Climatic Change