Inbreng Schrif­telijk Overleg Fiche Mede­deling actieplan tegen het toenemend gevaar van anti­mi­crobiële resis­tentie


9 februari 2012

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennis genomen van de reactie van het kabinet op de Europese mededeling over het toenemend gevaar van antimicrobiële resistentie. Deze mededeling wordt een ‘actieplan’ genoemd, maar de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren begrijpen niet waarom, want zowel de mededeling als het fiche van het kabinet geven geen enkele blijk van onderkenning van de noodzaak om nu snel actie te nemen. Dat is gelet op het grote gevaar wat de voortgaande antibioticaresistentie met zich meebrengt voor de volksgezondheid onverantwoord.

In het fiche staat meermalen genoemd dat Nederland actief bijdraagt aan de oplossing van de problemen die antibioticaresistentie met zich meebrengt. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren missen hierbij de erkenning dat Nederland vooral zeer actief heeft bijgedragen aan het ontstaan van dit probleem, door het ongebreidelde antibioticagebruik in de veehouderij decennialang te negeren, en door vervolgens nu het oplossen van dit probleem aan de sector zelf over te laten. Erkent het kabinet dat Nederland een groot aandeel heeft in het ontstaan van (multi)resistente bacteriën zoals MRSA en ESBL in de veehouderij, door de grote omvang van de vee-industrie in Nederland en het hoge antibioticagebruik hierin? Zo nee, waarom niet? Zo ja, deelt zij de mening dat Nederland dan ook de verantwoordelijkheid heeft om een flinke stap harder te lopen dan de andere landen om dit probleem op te lossen?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen graag een overzicht van de mate waarin antibioticaresistentie in de veehouderij een probleem is in de verschillende lidstaten van de Europese Unie. In Nederland is 99% van de kip die te koop is in de supermarkt besmet met ESBL-producerende bacteriën. Kan het kabinet aangeven in welke andere landen deze bacterie ook een dermate groot probleem is? Zo nee, waarom niet? In Nederland waren in 2009 88% van de kalverhouderijen en 66% van de varkensbedrijven besmet met de MRSA-bacterie. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen of het kabinet meer recente cijfers kan geven van de besmettingspercentages in de Nederlandse vee-industrie en of dit naast cijfers uit andere landen gelegd kan worden.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren constateren dat er in het strategisch plan van de Commissie geen concrete nieuwe maatregelen worden aangekondigd. Dit terwijl er in de mededeling wel wordt geconstateerd dat de huidige inspanningen volstrekt niet volstaan om het probleem van antibioticaresistentie op te lossen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen graag van het kabinet horen of zij de mening deelt dat slechts het aanscherpen van de een paar oude maatregelen, waarbij ook nog wordt gewacht op al geplande herzieningstrajecten van deze maatregelen in de toekomst, volstrekt onvoldoende is om dit urgente probleem aan te pakken. Is het kabinet bereid om op zeer korte termijn zowel een strenge nationale aanpak neer te leggen, een aanpak die ook daadwerkelijk juridisch is geborgd, als in Europees verband erop aan te dringen om de benodigde wetgevende voorstellen snel in te dienen? Zo nee, waarom niet?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen hun verbazing uitspreken over het grote gebrek aan consistentie in de verschillende brieven die de Kamer ontvangt over de aanpak van de antibioticaresistentie die ontstaat door onverantwoord antibioticagebruik in de veehouderij. Het kabinet doet het voorkomen alsof zij alle maatregelen die de Gezondheidsraad heeft aanbevolen in haar advies “Antibiotica in de veeteelt en resistente bacteriën bij mensen” heeft overgenomen en opvolgt. Maar ook uit het nu voorliggende fiche blijkt dat het kabinet nu juist de belangrijkste adviezen van de gezondheidsraad negeert, en haar eigen voornemens niet waarmaakt. Graag een reactie hierop. In september schreef het kabinet nog: “wij zullen op EU-niveau bepleiten dat het gebruik van 3e en 4e generatie cephalosporinen en quinolonen verdergaand verboden wordt. Tevens zullen wij onderzoeken of en hoe het mogelijk is om, vooruitlopend op deze Europese aanscherpingen, op nationaal niveau dwingender te kunnen optreden” (KS 22112 nr. 1299). Waarom lezen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hier niets over terug in de kabinetsreactie op de Europese mededeling over het toenemend gevaar van antimicrobiële resistentie? Wat heeft het kabinet al gedaan om in Europees verband een verbod op het gebruik van derde en vierde generatie middelen te bewerkstelligen? In het fiche stelt het kabinet dat zij in de voorstellen van de Europese Commissie aandacht mist voor ESBL -producerende bacteriën op levensmiddelen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren missen deze aandacht ook, maar vinden het daarom ook des te opmerkelijker dat het kabinet in haar inzet op deze mededeling zelf de derde en vierde generatie antibiotica helemaal niet noemt, terwijl deze toch verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van de ESBL-producerende bacteriën op levensmiddelen. Graag een reactie.

Het kabinet heeft tevens aangegeven dat “Nederland wil voorkomen dat bepaalde antibiotica, zoals carbapenems, en nieuw te ontwikkelen antibiotica in de toekomst als diergeneesmiddel kunnen worden toegelaten. Hiervoor is het nodig dat de Europese regelgeving wordt aangepast, opdat de risico’s voor de volksgezondheid zwaarder wegen bij de markttoelating van diergeneesmiddelen. Om het risico van resistentievorming als gevolg van versleping bij de productie van gemedicineerde diervoeders in te dammen zal Nederland bij de herziening van de richtlijn gemedicineerde diervoeders (90/167/EEG) pleiten voor veilige productiecriteria en normen.” (KS 22112 nr. 1299). Ook hier lezen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren niets over terug in dit fiche. Waarom is dat het geval? Staat het kabinet niet meer achter haar eigen voornemen? En waarom wordt er eigenlijk niet ingezet op een verbod op gemedicineerde diervoeders, zowel nationaal als in Europees verband, nu zij in dit fiche aangeeft zich zulke zorgen te maken over verspreiding van antibioticaresistentie via het milieu?

Het kabinet signaleert terecht dat handel, internationaal verkeer, en mogelijk ook milieu, bijdragen aan verspreiding van resistente micro-organismen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen hierbij benadrukken dat vooral ook handel en dus vervoer van Nederlandse varkens, pluimvee en kalveren heeft bijgedragen aan de snelle verspreiding van vee-gerelateerde MRSA, en naar zij aannemen ook ESBL. Kan het kabinet dat bevestigen? Deelt het kabinet dan ook de mening dat het vergaand inperken van de transporttijden voor levende dieren, naast het aanpakken van ernstige dierenwelzijnsproblemen, ook een positieve bijdrage kan leveren aan het inperken van het antibioticaresistentieprobleem? Zo ja, op welke wijze is zij voornemens dit in te brengen in de EU? Zo nee, waarom niet?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen graag ook een reactie op de constatering dat ook het exporteren van mest kan leiden tot een grotere verspreiding van het antibioticaresistentie probleem. Er blijkt immers uit onder andere rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Technische Commissie Bodem (TCB) dat via mest antibtiotiocaresistente bacteriën zich vestigen in de bodem en in sloten. Kan de regering dit bevestigen? Waarom zijn haar inspanningen er dan toch steeds weer op gericht om de export van mest te bevorderen en makkelijker te maken? Toen Duitsland meer hygiëne-eisen stelde aan de vanuit Nederland geïmporteerde mest, waren ook hier de inspanningen van het kabinet er alleen maar op gericht om het voor de ondernemers makkelijker te maken om de mest toch te exporteren, waar zij naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren Duitsland had moeten steunen in haar pogingen om de verspreiding van antibioticaresistentie via mest tegen te gaan. Graag een reactie.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren constateren dat het kabinet aangeeft dat zij in de mededeling “acties gericht op preventie van resistentievorming bij schimmels, parasieten en virussen, mede in relatie tot biociden, gewasbeschermingsmiddelen en andere chemische stoffen”, mist. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren ondersteunen dat van harte, omdat zij zich grote zorgen maken over wat al dit gif met de natuur en onze volksgezondheid doet. Kan het kabinet uiteenzetten welke zorgen zij heeft over de resistentievorming van onder andere schimmels tegen steeds meer soorten gif? Kan hierbij ook ingegaan worden op de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen op dit gebied? Op welke wijze wordt resistentievorming van onder andere planten, insecten, knaagdieren en schimmels gemonitord? Kan het kabinet aangeven welke acties zij nationaal en in Europees verband neemt om de resistentievorming van onder andere planten, insecten, knaagdieren en schimmels?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren concluderen dat zowel de mededeling van de Commissie als de reactie hierop van het kabinet blijk geven van een laisser-faire houding die in het licht van de urgentie van de antibioticaresistentieproblematiek compleet onverantwoord is. Zij krijgen graag een heldere reactie hierop, en vragen om een hernieuwde inzet om zowel op nationaal niveau, als in Europees verband, het antibioticagebruik drastisch terug te dringen.