Inbreng Partij voor de Dieren SO Mili­euraad d.d. 15 juni


3 juni 2015

Inbreng Partij voor de Dieren SO Milieuraad d.d. 15 juni

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennis genomen van de geannoteerde agenda van de Milieuraad, en van de overige geagendeerde stukken. Zij willen graag nog enkele vragen stellen.

Mondiale klimaatonderhandelingen

Klimaatverandering is een van de grootste bedreigingen die onze generatie het hoofd moet bieden. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie waarderen het dat de staatssecretaris op papier blijft vasthouden aan de 2-graden-doelstelling: het streven om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden Celsius. Maar zelfs met maatregelen die door een welvarend land als de onze genomen worden ligt het klimaatbeleid nog niet op koers om dit Erkent de staatssecretaris dat? En welke consequenties verbindt zij daaraan?

Het jongste IPCC-rapport luidt de noodklok. De huidige vermindering van broeikasgassen is onvoldoende om de opwarming van de aarde binnen de nog net acceptabele 2°C te houden. De grootste kans voor vermindering van broeikasgassen ligt bij de vraagzijde, dus bij wat we kopen en wat we consumeren, aldus het IPCC. En zij zijn niet de enigen die daarop wijzen: talloze wetenschappers en adviesraden adviseren om ook consumptiepatronen bij het klimaatbeleid te betrekken. Zo pleit het PBL al langer voor meer actief overheidsbeleid om het eten van vlees te ontmoedigen om het klimaat te ontzien. Op welke manier is of gaat de staatssecretaris met deze adviezen aan de slag?

De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat het oplossen van de klimaatcrisis niet kan door vast te houden aan business as usual. Alleen met fundamentele veranderingen in onze manier van produceren, consumeren en handelen kunnen we het uit de hand lopen van klimaatverandering voorkomen. Op welke wijze is de staatssecretaris van plan om dit in te brengen in de onderhandelingen over een nieuw mondiaal klimaatakkoord, en in het eigen, Nederlandse klimaatbeleid?

Welke verwachtingen heeft zij van de onderhandelingen in Parijs? Op welke wijze is zij nu, in aanloop van de COP, al bezig om het ambitieniveau van andere landen omhoog te schroeven? In de onderhandelingen over het Europese klimaat- en energiepakket lag Nederland samen met een klein aantal andere landen dwars bij de – in de ogen van de PvdD-fractie al veel te magere – reductiedoelstellingen van de Europese Commissie. Graag krijgen zij de verzekering dat van dergelijk verzet tegen ambities die –nogmaals: al veel te mager zijn – geen sprake zal zijn.

Niet alleen op het vlak van mitigatie van klimaatverandering, maar ook op het gebied van adaptatie missen de leden van de PvdD-fractie ambitie van het kabinet. Achim Steiner, hoofd van het milieuprogramma van de Verenigde Naties, pleit er ook voor om adaptatie en mitigatie aan elkaar te koppelen. Duidelijk is dat er in grote delen van de wereld veel geld tekort komt om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden. De vervuiler betaalt is ook voor dit kabinet een leidend principe. De landen die (historisch en nu) veel bijdragen aan de opwarming van de aarde moeten dan ook bijdragen aan het opvangen van die gevolgen. Dat moet volgens de leden van de PvdD-fractie dan ook duidelijk additioneel geld zijn, en niet betaald worden uit de al veel te magere budgetten voor ontwikkelingssamenwerking. Is de staatssecretaris bereid om daarin voor de komende begroting van 2016 veel meer geld voor vrij te maken, zodat de afspraken die Nederland daar eerder over heeft gemaakt in ieder geval worden nagekomen? En is zij bereid om in de komende milieuraad ook bij andere lidstaten aan te dringen op meer klimaatfinanciering om de grote kloof tussen de nu toegezegde adaptatiegelden en de sommen die daadwerkelijk nodig zijn om bijvoorbeeld Afrika voor te bereiden op klimaatverandering te overbruggen?

Hormoonverstorende stoffen
In 2009 is in Europees verband afgesproken om alle hormoonverstorende stoffen uit te faseren, en om eind 2013 met criteria te komen om die hormoonverstoorders te definiëren. Vervolgens hoorden we er niets meer over. Op verzoek van de Kamer heeft Nederland zich aangesloten bij de rechtszaak van Zweden of de Europese Commissie te dwingen snel met deze criteria te komen. Daarvoor danken de leden van de PvdD-fractie de staatssecretaris.

Maar wat blijkt: journalisten zijn er achter gekomen dat de ambtenaren van DG Milieu in Brussel in 2013 prima op schema lagen met het opstellen van criteria voor hormoonverstorende stoffen. Maar vanwege lobbypraktijken van de industrie die die rotzooi gebruikt, is hun rapport in de prullenbak verdwenen. Een rapport op basis waarvan er alleen al 31 soorten landbouwgif verboden hadden kunnen – en moeten – worden. Een rapport waaruit ook blijkt dat het op de markt houden van deze middelen de samenleving honderden miljoenen euro’s kost aan gezondheidsschade. In reactie op vragen van de leden van de PvdD-fractie hierover heeft de staatssecretaris navraag gedaan bij de Europese Commissie hierover. De Europese Commissaris ontkent dat het uitblijven van een aanpak tegen hormoonverstorende stoffen iets te maken zou hebben met de zware lobbydruk van de industrie. Vindt de staatssecretaris dat zelf geloofwaardig? In de tussentijd heeft Corporate Europe Observatory (CEO) in samenwerking met een journalist een rapport[1] opgesteld over de gang van zaken rond de hormoonverstorende stoffen. Daaruit blijkt duidelijk dat het niet publiceren van de reeds opgestelde criteria, werd ingegeven door lobby vanuit de industrie. Uit het rapport blijkt ook dat TTIP – het vrijhandelsverdrag tussen de EU en de VS waar momenteel helaas over wordt onderhandeld – een grote drijfveer was voor de Europese Commissie om zich niet aan zijn beloftes te houden om op korte termijn hormoonverstorende stoffen uit te faseren.

Want wat blijkt? De Europese Commissie wil nu, in plaats zich te houden aan de eerder afspraken om criteria op te stellen om vast te kunnen stellen welke stoffen hormoonverstorend zijn, een impact assessment uitvoeren. De impact assessment gaat deze zomer van start en zal volgens de Commissie zeker tot 2016 duren. De Europese Commissie zelf geeft geen duidelijke reden voor deze plotselinge verandering van beleidsaanpak, zo constaterende de leden van de PvdD-fractie. Zij krijgen graag een uitgebreide reactie op het rapport van A Toxic Affair: How the chemical lobby blocked action on hormone disrupting chemicals van CEO.

De leden van de PvdD-fractie vinden het niet aanvaardbaar dat er nu opeens voor een impact assesment wordt gekozen en vragen de staatssecretaris of zij deze mening deelt. Het uitgangspunt moet toch zeker zijn: stoffen waarvan we weten dat ze de gezondheid schaden, moeten zo snel mogelijk verboden worden. Het EU-beleid is niet voor niets gebaseerd op het voorzorgbeginsel. Dat wil dus ook zeggen dat het niet een afweging is tussen de economische kosten van een verbod enerzijds en de volksgezondheid anderzijds, is de staatssecretaris dat met deze leden eens? Welke vervolgstappen gaat zij nemen om snel te komen tot een spoedige uitfasering van hormoonverstorende stoffen? In Frankrijk is bisfenol A in verpakkingsmateriaal dat in contact komt met voedsel verboden, omdat dit zeer waarschijnlijk hormoonverstorend werkt. Is de staatssecretaris bereid om zo’n verbod ook op korte termijn in Nederland in te voeren? En is zij bereid om de tussentijd voorlichting te geven aan zwangere vrouwen over de risico’s van bisfenol A? Zo nee, waarom niet?

Deelt de staatssecretaris de opvatting dat met betrekking tot hormoonverstorende stoffen het lastig is om de werking van deze stoffen doorgronden en dat het zo complex is dat geen veilige doses kunnen worden vastgesteld? En dat het dus beter is om te kijken of een middel mogelijk een gevaar vormt en zo ja, dit middel te verbieden, de zogenaamde ‘hazard approach’? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is zij bereid zich ervoor in te zetten dat dit op zo kort mogelijke termijn inderdaad gebeurd?

[1] http://corporateeurope.org/food-and-agriculture/2015/05/toxic-affair-how-chemical-lobby-blocked-action-hormone-disrupting