Bijdrage Ouwehand AO jaar­wis­seling 2014-2015 en vuurwerk


4 juni 2015

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De jaarwisseling in Nederland is helaas allang niet leuk meer. Daar zou je veel analyses op los kunnen laten, maar ik hecht waarde aan de analyse van de VVD-burgemeester van Den Haag dat dit alles te maken heeft met de ontspoorde vuurwerktraditie in Nederland. In het buitenland wordt daar gek naar gekeken. De Amerikaanse ambassade waarschuwt standaard dat burgers die rond oud en nieuw in Nederland op straat lopen, er rekening mee moeten houden dat zij ernstig gewond kunnen raken, omdat jongeren vuurwerk hebben en dat op straat naar elkaar gooien als je pech hebt. Er wordt gek gekeken naar hoe wij dat hier gewend zijn te doen. De schade is ieder jaar enorm. In de nieuwjaarsnacht is er veel geweld tegen hulpverleners. Er zijn veel veelal jonge slachtoffers die voor de rest van hun leven een oog kwijt zijn of op een andere manier beschadigd zijn geraakt. Het is tijd dat we die traditie gaan herzien. De JOVD, ook al niet per se opgericht om vooraan te staan om tradities te veranderen, zegt terecht dat we in Nederland al een vuurwerkverbod hebben. Dat is logisch, want het is gevaarlijk om burgers munitie in handen te geven die zij zomaar kunnen afsteken en waar andere mensen gewond van kunnen raken. Er is een uitzondering gemaakt. Op oudejaarsdag tot het begin van de nieuwjaarsnacht geven we mensen wel de gelegenheid om dat te doen. De vraag is of dat nog gerechtvaardigd is. Over dat debat gaat het vandaag. Voor de Partij voor de Dieren wegen de voordelen allang niet meer op tegen de nadelen. De schade die het vuurwerk ieder jaar nalaat, is ook te meten. Is het wel redelijk dat de kosten van het oplossen van de vuurwerkschade oplopen tot gemiddeld ongeveer € 250 per Nederlander, zoals is berekend? Alle belastingbetalers worden daarmee opgezadeld, voor die paar mensen die vuurwerk willen afsteken. De waarschuwingen lopen op over de immateriële schade, de vele gewonden en de overlast die mensen en dieren ervaren. Het rondetafelgesprek dat de Tweede Kamer heeft georganiseerd over het gebruik van vuurwerk, leverde hoopgevende perspectieven op. Zeer hoopgevend is dat de burgemeester van Hilversum druk bezig is om toe te werken naar een vuurwerkvrije jaarwisseling. Er zijn veel positieve geluiden over dat beleid. Het geweld tegen hulpverleners is daar substantieel afgenomen, sinds open vuren zijn verboden. Als de Minister van V en J het geweld tegen hulpverleners serieus wil aanpakken, zou het naar zijn mening wel helpen als mensen niet met explosieven op straat staan, met drank in hun lijf, op oudjaarsnacht. Burgemeesters, de politie en de brandweer roepen het kabinet op om maatregelen te nemen. Een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking zegt ook: laten we overstappen op professionele vuurwerk-shows in plaats van dat jaarlijkse gedoe, met die overlast, die gewonden en die schade. De oproep aan het kabinet is om deze signalen serieus te nemen. Op dit moment gedraagt dit kabinet zich een beetje als de bezemwagen, bijna letterlijk, om alle puinzooi weer op te ruimen die na de nacht van oud en nieuw is ontstaan, maar ook weer niet echt, want het probleem wordt doorgeschoven naar gemeenten, die met de bezemwagen aan de slag moeten om de rotzooi op te ruimen. Waarom is het kabinet niet bereid om te luisteren naar de oproep van burgemeesters, brandweer, politie en een meerderheid van de bevolking, om toe te werken naar een vuurwerkvrije jaarwisseling, uiterlijk in 2020, wat de Partij voor de Dieren betreft? Dan kunnen we goede voorbeelden zoals in Hilversum en in andere gemeenten volgen en verder uitwerken. Laten we gemeenten in de tussentijd de gelegenheid geven om echt vuurwerkvrij te gaan, als zij dat willen. Laten we de afsteektijden verder beperken, bijvoorbeeld van 23.00 uur tot 01.00 uur, als aanloop om de traditie te veranderen, zodat de jaarwisseling weer gezellig en veilig wordt voor iedereen, met profes-sionele vuurwerkshows in plaats van met consumentenvuurwerk.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Tijdens het rondetafelgesprek werd er door prof. Smalhout, die door de VVD nog weleens wordt geciteerd, op gewezen dat vuurwerk gevaarlijk is voor omstanders en dat dit bijna niet in de hand te houden is. Hij zei terecht dat dit gevaarlijk is en dat mensen daardoor beschadigd raken. Zijn voorstel is dat je niet zomaar vuurwerk mag afsteken, zonder dat je daar eerst een diploma voor hebt gehaald. Is dat volgens de VVD een manier om veilig met vuurwerk te kunnen omgaan, als je de traditie van consumentenvuurwerk niet wilt afschaffen?

Mevrouw Tellegen (VVD): Nee, dat voorstel gaat de VVD wat ver. De VVD neemt al langer het standpunt in dat goede voorlichting en informatie heel belangrijk zijn. Daarin kunnen de overheid, de vuurwerkbranche en de verkooppunten een belangrijke rol spelen. Ook daarvoor geldt dat eenieder die op straat staat, in de buurt van vuurwerk, zelf ook een verantwoordelijkheid heeft om na te denken over hoe hij of zij zich eventueel beschermt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zeker, maar dit lijkt mij toch een redelijk vrijblijvende oproep te zijn. Ik vraag me af welke criteria de VVD stelt. Veel van de slachtoffers zijn omstanders. Het zijn vaak jonge mensen. Ik waardeer het dat de VVD vraagt om meer aandacht voor de omstanders, maar welke criteria hanteert de VVD? Hoeveel onschuldige omstanders mogen er van de VVD nog gewond blijven raken als gevolg van dit beleid? Met hoeveel wil zij dat terugbrengen?

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het verbaast mij een beetje dat de heer Recourt zegt dat de Partij van de Arbeid geen voorstander is van een verbod op consumentenvuurwerk. Volgens mij heeft het congres van de Partij van de Arbeid daarover een andere uitspraak gedaan, maar goed, het is aan de fractie om die wel of niet op te volgen. De heer Recourt zegt dat Nederland geen eiland is. Dat klopt, maar je hoeft niet helemaal naar Australië te kijken voor een gezellige jaarwisseling. In België is het afsteken van vuurwerk in de steden verboden en wordt in plaats daarvan een professionele vuurwerkshow georganiseerd. Na de jaarwisseling wordt op het Belgische journaal gemeld dat het rustig was en dat er maar zeven autobranden waren. In het Belgische journaal vertellen ze dan ook hoeveel incidenten er in Nederland zijn geweest, hoeveel mensen er gewond zijn geraakt en hoeveel geweld er is gepleegd tegen hulpver-leners. Gaat er dan niet een lichtje branden bij de Partij van de Arbeid dat we het ook anders kunnen doen, door wel over te stappen op die professionele shows, zodat we gewend raken aan de gedachte dat niet burgers met vuurwerk rondlopen?

De heer Recourt (PvdA): De motie op mijn congres riep niet op tot een algeheel verbod, maar tot verder inkaderen. Dat hoort u mij ook bepleiten. Volgens mij valt dit binnen de kaders van de motie van het congres. Mijn fractievoorzitter vond nog wat anders, maar goed, hij bepaalt niet alleen wat er gebeurt.

De heer Oskam (CDA): Dat wordt een quote.

De heer Recourt (PvdA): U vreest een quote, maar dat denk ik niet. De tweede vraag betrof België. Het is evident dat België het beter doet dan Nederland. Ik ken die cijfers niet, maar ik neem aan dat ze kloppen. Ik zeg ook niet dat we er zijn. Daar begon ik mee. Het moet echt een stuk beter. Ik roep ook burgemeesters op om dat beter te organiseren. Die bevoegdheid ligt daar. Dat centrale vuurwerk afsteken staat in Nederland in de kinderschoenen, maar dat mag veel meer gebeuren. Ik zeg erbij dat het illegale zware vuurwerk wel voor een belangrijk deel uit België komt. Ik vind het een beetje gek dat België Nederland daarbij de maat neemt. Het zou ons erg helpen als het zelf wat restrictiever omging met hun vuurwerkverkoop.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Volgens mij neemt België ons niet de maat; ik vertel gewoon waar het journaal op 1 januari mee opent. In België wordt dat illegale vuurwerk inderdaad wel verkocht, maar in de grote steden mag je geen vuurwerk afsteken. Daar is een professionele vuurwerkshow. Het resultaat is dat er zeven autobranden zijn en dat was het dan. En dan wordt op het journaal verteld wat een drama het in Nederland was. Niemand neemt elkaar de maat, maar het zijn de feiten die nogal contrasteren. Is dat ook een route die de Partij van de Arbeid zou willen bewandelen? De SP begon er ook al over. Het is de vraag wat de gemeenten wel of niet kunnen. Het totaal vuurwerkvrij verklaren van de gemeente, met eventueel een plek waar burgers zelf vuurwerk mogen afsteken of een professionele vuurwerkshow, is dat wat de Partij van de Arbeid aan de Minister wil vragen; of dat tot de mogelijkheden behoort en of hij dat wil faciliteren?

(...)

Minister Van der Steur: Voorzitter. Allereerst dank ik u voor de gelegenheid om hier te spreken over de afgelopen jaarwisseling. Twee van de leden hebben er een opmerking over gemaakt dat we dit in de zomer bespreken. Toen ik hier naartoe liep en langs het Plein wandelde waar een heleboel mensen bezig waren met activiteiten die ver af staan van de jaarwisseling, en die vooral van de zon genoten, toen dacht ik: wat is het toch bijzonder om als Minister van Veiligheid en Justitie over vuurwerk te mogen spreken op een moment dat je eigenlijk helemaal geen herinnering meer hebt aan die jaarwisseling, want die is inmiddels zolang geleden dat je niet eens meer weet hoe dat was. Ik zal uiteraard antwoord geven op de vragen die door de leden zijn gesteld, maar ik maak ook even een paar algemene opmerkingen. In de brieven die mijn ambtsvoorgangers, de heren Opstelten en Blok, aan de Kamer hebben gestuurd, is conform de afspraken al heel veel informatie gegeven over hoe de jaarwisseling is verlopen. We mogen vaststellen dat de jaarwisseling iets beter is verlopen dan in de jaren hiervoor. Er waren minder incidenten en het lijkt zo te zijn, zeg ik voorzichtig, dat de beperking van de afsteektijden heeft geleid tot minder overlast. Er is gevraagd of wij dat zeker weten. Nee, dat weten we natuurlijk niet zeker. Daarmee zullen we echt wat meer ervaring moeten opdoen. Ik hoop dan ook dat we die lijn zullen terugzien bij de jaarwisseling komend jaar. In de brief van 13 maart is de Kamer uitgebreid geïnformeerd over de enquête die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is gehouden. Deze laat ook zien dat gemeenten zich daarin herkennen. Volgens de gemeenten bestaat er een causaal verband tussen de beperking van de afsteektijden en het aantal incidenten. Er is hard gewerkt door de gemeenten, de politie, het Openbaar Ministerie en de brandweer, maar ook door heel veel andere mensen, zoals ambulancemedewerkers en artsen, om de jaarwisseling zo goed mogelijk te laten verlopen. Net als mevrouw Kooiman spreek ik mijn waardering uit voor al die mensen die op zo’n avond ervoor zorgen dat heel veel mensen veilig en op een plezierige, feestelijke manier het nieuwe jaar kunnen inluiden en het oude jaar kunnen uitluiden. Het is goed om te zien dat het intensieve overleg met alle betrokkenen en de maatregelen die in de afgelopen jaren zijn genomen, hun vruchten afwerpen, maar we moeten wel de vinger aan de pols houden. Hierover vindt al jaren een debat plaats met de Kamer en aan de hand daarvan worden maatregelen genomen. In de hoorzitting heeft de vertegenwoor-diger van de Nationale Politie de Kamer bijgepraat over alles wat de politie op grond van haar expertise constateert en adviseert. Die infor-matie betrekken wij ook bij onze keuzes, bijvoorbeeld als het gaat om de verkoop van vuurwerk waardoor letsel wordt veroorzaakt. Collega Mansveld zal nader ingaan op de vragen die daarover zijn gesteld. Het komt er naar mijn mening op neer dat de gezamenlijke inspanningen die wij plegen, onverminderd moeten worden voortgezet. Wat mij betreft is er geen reden om het gevoerde beleid opnieuw aan te passen of te wijzigen, vooral omdat we nog niet zeker weten of er een causale samenhang is tussen dat beleid en de effecten die we zien. Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd of ik bereid ben toe te werken naar een algeheel verbod op consumentenvuurwerk. Ik kan zeggen dat het kabinet geen voorstander is van een algeheel vuurwerkverbod. We moeten niet vergeten dat het een diepgewortelde traditie is om vuurwerk af te steken, waar heel veel mensen die dat over het algemeen op een heel veilige manier voor zichzelf en voor hun omgeving doen, heel veel plezier aan ontlenen, zoals mevrouw Tellegen, de heer Oskam en de heer Recourt ook hebben gezegd. Het kabinet ziet geen reden om dat te wijzigen. We moeten vaststellen dat Nederland geen eiland is, zoals de heer Recourt ook zei, verwijzend naar Australië. Als je al naar een vuurwerk-verbod toe zou willen, zou je serieus de vraag moeten stellen of dat effectief kan zijn, omdat er in Duitsland en België geen sprake is van een vuurwerkverbod. Vuurwerk is daar vrijelijk beschikbaar, evenals via internet, ook al doen wij heel veel om dat te voorkomen. Daarnaast is het van belang dat de gemeenten zelf oppassen dat zij niet binnen een bepaalde regio heel ander beleid voeren. Dit is echt een zaak die bij de gemeenten zelf ligt, maar zij zullen rekening moeten houden met vuurwerktoerisme. Gemeenten kunnen in hun algemene plaatselijke verordening vanwege specifieke lokale omstandigheden een uitzondering maken op het Vuurwerkbesluit en zij doen dat in veel gevallen ook. Die uitzonderingen kunnen worden gemaakt in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast. Het spreekt voor zich dat dit belang dan aantoonbaar moet zijn. Het is ook logisch dat die uitzonderingen niet het gehele grondgebied van een gemeente kunnen betreffen, want daarmee zou je feitelijk een totaalverbod in een gemeente kunnen afkondigen. Lokaal mag je niet iets verbieden wat landelijk is toegestaan. Mevrouw Tellegen en mevrouw Kooiman hebben gevraagd of die vuurwerkvrije zones hebben bijgedragen aan minder overlast.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dank voor de beantwoording van de Minister van de vraag hoe dat zit met de ruimte die gemeenten hebben. Ik heb al eerder aan het kabinet gevraagd of het klopt dat een gemeente alleen maar plekken mag aanwijzen waar geen vuurwerk mag worden afgestoken, bijvoorbeeld in de buurt van een bejaardentehuis. Er is behoefte bij burgemeesters om dat andersom te doen, dus de hele gemeente vuurwerkvrij en een afgelegen veld aanwijzen waar je wel vuurwerk mag afsteken. Voelt de Minister ervoor om dat ook mogelijk te maken voor de gemeenten die daarvoor willen kiezen?

Minister Van der Steur: Ik heb dat eigenlijk al gezegd. Ik heb de woorden van mevrouw Ouwehand gehoord. Elke gemeente, elke burgemeester of college van burgemeester en wethouders, moet voor zichzelf die afwegingen maken, maar iets wat legaal is kun je niet bij gemeentelijke regelgeving verbieden. Een gemeente kan niet zeggen dat het helemaal nergens mag of maar op één plek wel mag. Vuurwerk is iets wat legaal mag worden afgestoken binnen de geldende wet- en regelgeving. Daar kunnen dergelijke beperkingen niet aan worden verbonden. Dat is ook al eerder door de rechter uitgesproken in een zaak die ging over cannabisge-bruik, als ik mij goed herinner, waarbij een gemeente dat ook langs die lijn probeerde. Vervolgens zei de rechter dat dit niet zo ging. Omdat het voorhanden hebben en het gebruik van dat product niet illegaal is, kan een gemeente daar geen verbod aan verbinden. Wat mevrouw Ouwehand wil, kan alleen als je het in principe landelijk verbiedt en dan zegt dat men het op dat veld alsnog mag doen. Dan zou je een verbod krijgen met een soort uitzonderingsregels voor gemeenten. Daar ben ik niet toe bereid, om de reden die ik in mijn inleiding heb toegelicht.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vind het jammer dat de Minister zo afsluit, want ik vind het best een goed idee om het zo te regelen. De gemeenten die zich verantwoordelijk voelen voor de openbare orde en de veiligheid, kunnen dat afzetten tegen de behoefte van de bevolking aan consumentenvuurwerk, want de Minister zegt dat het kabinet er geen voorstander van is om dat af te schaffen. Omdat je het omdraait is het besluit waar dat mag, veel meer in overeenstemming met die verantwoor-delijkheid die gemeenten voelen om de openbare orde en de veiligheid te bewaken. Waarom wil het kabinet dat niet omdraaien? Dan blijft de mogelijkheid om consumentenvuurwerk af te steken toch nog steeds aanwezig in Nederland?

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Op zich is het goede nieuws dat Den Haag een beetje in beweging is gekomen. Ik heb waardering voor de maatregelen die het kabinet heeft genomen. Als ik het vergelijk met andere jaren, dan valt me op dat de teneur dat iedereen het alleen maar op een verstandige manier moet doen en dat het juist het illegale vuurwerk is dat voor ellende zorgt, verdwenen is als basis voor het debat. Er is erkenning dat gewoon legaal vuurwerk voor slachtoffers zorgt en dat dit vaak omstanders zijn. De winst is dus dat de Kamer zegt: we zijn er nog niet, we moeten meer doen. Maar waar willen we dan heen? Hoeveel omstanders mogen er dan nog slachtoffer worden? Deelt het kabinet de lijn van de VVD, die eigenlijk zegt dat een omstander zichzelf ook moet beschermen? Moeten we echt die kant op? Moeten mensen die op oudejaarsavond op de fiets naar een feestje gaan, een vuurwerkbril op en op hun jas letten? Of staat de veiligheid van mensen om zich vrij over straat te bewegen, centraal voor dit kabinet? Als het kabinet de voorstellen van de Partij voor de Dieren niet wil volgen – waarvoor ik natuurlijk wel via moties zo veel mogelijk steun van de Kamer probeer te krijgen – wat wordt dan het einddoel van het kabinet, in termen van overlast, in termen van geweld tegen hulpverleners en in termen van aantallen slachtoffers, met de nadruk op de omstanders?

(...)

De voorzitter: Wij zijn gekomen aan het einde van dit algemeen overleg. Voordat ik afsluit, zal ik nog even de toezeggingen voorlezen.

?De Minister van Veiligheid en Justitie zal de Kamer, na raadpleging van de VNG, na de komende jaarwisseling nader informeren over de resultaten van vuurwerkvrije zones in gemeenten.

?De Minister van Veiligheid en Justitie zal de Kamer begin 2016 informeren over de brede evaluatie van supersnelrecht.

?De Minister van Veiligheid en Justitie zal de Kamer informeren over de uitkomsten van zijn gesprek met de Belgische Minister van Justitie over onder andere zwaar vuurwerk.

?De Minister van Veiligheid en Justitie zal de Kamer voor de jaarwisse-ling nader informeren over de inbeslagname van illegaal vuurwerk naar aanleiding van onderzoek van twee jaar geleden.

De voorzitter: Juist. Ik ga verder met de toezeggingen.

?De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu zal de Kamer na de komende jaarwisseling informeren over de effecten van de maatrege-len die genomen zijn om bepaalde vuurwerkproducten te verbieden. Daarbij gaat het over babypijltjes en Romeinse kaarsen.

?de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu zal het werkpro-gramma na de zomer naar de Kamer sturen. ?de Minister van Veiligheid en Justitie zal de Kamer nader informeren over de relatie tussen de daling van incidenten met 2% en de daling van het aantal aanhoudingen met 28%.

Ik dank de leden voor hun inbreng, de bewindspersonen voor hun beantwoording en de overige aanwezigen voor hun belangstelling. Ik hoor van mevrouw Ouwehand dat zij een voortgezet algemeen overleg wil. Dat zal worden aangevraagd met als eerste spreekster mevrouw Ouwehand.