Inbreng Partij voor de Dieren SO Maat­schap­pelijk Verant­woord Inkopen


26 september 2017

Inbreng Partij voor de Dieren schriftelijk overleg Maatschappelijk Verantwoord Inkopen

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met belangstelling kennis genomen van de brief van de staatssecretaris met betrekking tot de voortgang van het maatschappelijk verantwoord inkoopbeleid (MVI).

De fractie van de Partij voor de Dieren hecht grote waarde aan een stevig MVI-beleid met eenduidige en scherpe criteria. De overheden moeten hierin absoluut het goede voorbeeld geven en kunnen met hun gezamenlijke inkoopkracht van 73 miljard euro per jaar een flinke bijdrage leveren aan de doorontwikkeling van de markt voor duurzame producten en diensten. Het is goed dat op dit gebied ambities worden getoond, maar de leden hebben hier nog wel enkele vragen bij.

Naar de mening van de fractie van de Partij voor de Dieren moet 100% duurzaam inkopen altijd de norm zijn. En dit gaat verder dan het kijken naar keurmerken om een keuze te maken tussen twee producten die op verschillende wijzen zijn geproduceerd. Dit vraagt om een andere manier van kijken naar productie, inkoop en consumptie. Er is een omschakeling nodig naar een echt duurzame samenleving, waarin een energietransitie op korte termijn een prominente plaats krijgt. Waarbij voorafgaand aan een grote inkooporder integraal wordt gekeken of er ook andere mogelijkheden zijn. Zijn de producten of diensten op deze schaal nodig of kan het ook anders? Kan er worden geïnvesteerd in een oplossing die op korte termijn wellicht duurder is, maar voor de langere termijn een betere oplossing biedt, voor de organisatie en/of de leefomgeving? Kan de staatssecretaris uiteenzetten in hoeverre overheden op dit niveau worden ondersteund bij het invullen van hun mvi-beleid?

De wijze waarop het beleid is vormgegeven, geeft de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren nog niet het vertrouwen dat op korte termijn de resultaten zullen worden behaald die in deze tijd noodzakelijk zijn, willen we de klimaatdoelstellingen behalen en onze westerse overconsumptie terugdringen. De eerdere doelstelling om 100% duurzaam in te kopen, werd niet behaald. Verschillende onderzoeken naar het inkoopbeleid van overheden wezen op onvoldoende resultaten en er werd geconcludeerd dat gemeenten onvoldoende zicht leken te hebben op de effecten van hun geformuleerde beleid. Op welke manier, met welke precisie en met welke consequenties gaat de benchmark en het monitoringssysteem van de pilot bij PIANOo waarbij bestaande gegevens als inkoopdata uit TenderNed worden verzameld en geanalyseerd hierbij helpen?

Het CLM concludeerde in een rapport van december 2016 dat de doelen die door de overheid zijn gesteld, slechts richtlijnen zijn en deze lijken beperkt in hun sturende werking. Kan de staatssecretaris toelichten hoe het gesignaleerde tekort aan sturing op dit dossier zal worden aangepakt?

Nu is er het Manifest MVI dat door overheden kan worden ondertekend. De leden vragen de staatssecretaris waarom dit manifest volgens haar beter zal werken dan de vorige afspraken. Hoe wordt er omgegaan met overheden die dit manifest niet ondertekenen? Of met overheden die nog geen actieplan hebben opgesteld?

Het is een goed initiatief dat betrokkenen binnen overheden worden opgeleid binnen de PIANOo Circulair Inkopen Academy. Kan de staatssecretaris toelichten op welke wijze in dit initiatief wordt geïnvesteerd? Hoeveel deelnemers kan de Academy opleiden en voor welke periode zal dit initiatief worden voortgezet?

Kan de staatssecretaris toelichten wat zij bedoelt met de passage in haar brief over de mogelijkheid om in de online module van de benchmark zelf in te vullen wat het verwachte effect is van de inkoop op onder meer de CO2 uitstoot en het grondstoffengebruik? Op welke manier wordt hier een kloppend overzicht van de impact van het inkoopbeleid uit gedestilleerd? Wil het systeem voldoende stimulerende werking hebben, dan zullen de ingevoerde gegevens uiteraard moeten kloppen.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de staatssecretaris of zij mogelijkheden ziet om deelnemende partijen via de benchmark inzicht te geven in de besparing die zij bewerkstelligen op langere termijn, zodat het zichtbaar loont om te investeren in producten of diensten met een langere levensduur. En in hoeverre kan hierin ook de werkelijke besparing worden meegenomen van grondstoffen en in klimaatimpact hier en elders?

In de beleidsstukken wordt gesteld dat alle overheden zelf hun speerpunten kunnen bepalen en kunnen kiezen waar voor hen de meeste impact kan worden gerealiseerd. Deelt de staatssecretaris de mening dat, ook buiten deze speerpunten, minimaal het basisniveau moet worden behaald in het totale inkoopbeleid?

Heeft de staatssecretaris de indruk dat overheden met het huidige instrumentarium de vertaalslag kunnen maken van vaak ambitieus inkoopbeleid naar concrete duurzame inkoopopdrachten? Waar blijkt dit uit? Kan de staatssecretaris toelichten hoe zij de huidige werking van de gunningsfactoren beoordeelt?

Voor wat betreft aanbestedingen wordt nu uitsluitend gewerkt met positieve wegingen voor criteria naarmate dit criterium duurzamer wordt ingevuld. Een 100% beloningssysteem derhalve. Acht de staatsecretaris het ook mogelijk dat er met negatieve scores wordt gewerkt?

Tot slot willen de leden ingaan op de aangekondigde herijking van de criteria voor catering en bedrijfsrestaurants. Hierbij wordt gekozen voor een integrale aanpak waarbij verschillende belangrijke thema's, waaronder klimaat, een rol gaan spelen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren juichen dit uiteraard van harte toe en zijn heel benieuwd hoe hier invulling aan zal worden gegeven. Kan de staatssecretaris dit nader toelichten? Hoe zal hierbij worden ingegaan op de noodzakelijke eiwittransitie, die in alle stukken wordt genoemd, maar waar nog weinig handen en voeten aan wordt gegeven?

In het huidige criteriadocument catering worden thema's als klimaatimpact van de consumptie van dierlijke eiwitten en het energiegebruik in de veehouderij wel genoemd, maar niet meegewogen als criterium maar zijn opgenomen als mogelijke gunningsfactoren. Is de staatssecretaris voornemens dit in de herijking te herzien, gezien alle kennis die op dit gebied inmiddels voorradig is?