Bijdrage Ouwehand: dertigle­den­debat over land­bouw­pes­ti­ciden die scha­delijk zijn voor bijen


28 september 2017

Bijdrage Ouwehand: dertigledendebat over landbouwpesticiden die schadelijk zijn voor bijen

De voorzitter:
Aan de orde is het dertigledendebat over landbouwpesticiden die schadelijk zijn voor bijen. Ik geef mevrouw Ouwehand als eerste spreker namens de Partij voor de Dieren het woord.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Zo'n twintig jaar geleden zijn er nieuwe vormen van bestrijdingsmiddelen geïntroduceerd: systemische middelen. Dat betekent dat je het in de bodem injecteert, of je dompelt de zaadjes erin onder, en dan zit de hele plant die eruit groeit, vol met dat gif. Onafhankelijke wetenschappers hebben gewaarschuwd voor de gevaren daarvan en die zagen we op een gegeven moment ook optreden. Wereldwijd is de bijenpopulatie hard achteruitgegaan sinds de introductie van die systemische middelen.

Omdat de waarschuwingen ook doordrongen tot in de Kamer, heeft zij in 2013 een motie aangenomen die het kabinet opriep om in te zetten op een compleet Europees moratorium op het gebruik van deze middelen: neonicotinoïden en fipronil. En toen later bleek dat dit moratorium onvoldoende groot zou worden, heeft deze Kamer gezegd dat we in elk geval nationaal maatregelen moesten nemen, dus een nationaal moratorium.

Het Europees moratorium kwam er, maar heel beperkt. En nu er na verloop van tijd nieuwe studies zijn gekomen, heeft de Europese Commissie geconcludeerd dat dit moratorium in elk geval moet blijven en moet worden uitgewerkt. Het kabinet steunt dat. Dat is op zich goed nieuws, maar het is wel achter de feiten aanrennen, dat willen wij maar gezegd hebben. En dit alles op basis van nieuw gepubliceerde studies in Science, die in juli voor ons aanleiding waren om dit debat aan te vragen. Er zijn nieuwe herevaluaties van de EFSA. Dat is allemaal hartstikke goed. Op 19 september is ook de taskforce voor deze systemische pesticiden met haar tweede editie gekomen, een evaluatie van 500 studies sinds 2014. De conclusie daaruit, die dus heel recent is, laat eigenlijk geen enkele ruimte meer voor het gebruik van deze stoffen.

Daarmee kom ik op de eerste vraag aan het kabinet. Het is mooi dat de lijn van de Europese Commissie wordt gesteund, maar deelt het kabinet de visie van de Partij voor de Dieren dat de studies van die taskforce aanleiding geven om te pleiten voor een volledig moratorium? Dat zou ook in lijn zijn met een eerder aangenomen motie van deze Kamer.

De heer Von Martels (CDA):
Mevrouw Ouwehand weet zelf ook wel, denk ik, dat bijengezondheid een samenspel van factoren is. Het laatste onderzoek dat heeft plaatsgevonden, was aanleiding om een debat aan te vragen. Kent u de uitslagen daarvan goed? Ik weet niet hoe u deze interpreteert, maar ik heb er een heel andere interpretatie bij.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, dat gebeurt vaker, dat de Partij voor de Dieren en het CDA net even iets anders naar wetenschappelijke studies kijken. De Partij voor de Dieren heeft eerder de neiging om onafhankelijke wetenschappelijke evaluaties van groter belang te vinden dan conclusies op basis van studies van de industrie die we niet mee hebben mogen beoordelen. Dat is een eerste verschil. Het tweede is dat ik de studies, zoals gepubliceerd in Science, hoog heb zitten. Bij die Task Force on Systemic Pesticides zitten ook studies van de industrie. In totaal zijn het 500 studies. De hele evaluatie is nog niet openbaar, maar de conclusies zijn al wel tot ons gekomen. Die zijn helder genoeg. Er moet een volledig moratorium komen op het gebruik van neonicotinoïden en fipronil, omdat het onaanvaardbare gevaren met zich brengt voor de kwaliteit van ons water, voor de biodiversiteit, voor de bijen, voor de veiligheid van ons voedsel, en noem maar op.

De heer Von Martels (CDA):
Ik hecht ook uitermate veel waarde aan wetenschappelijk onderzoek, maar juist dit onderzoek liet eigenlijk geen heel opvallende uitkomsten zien. Integendeel. Er waren 258 meetpunten; 238 hadden geen effect, 9 hadden negatief effect en 7 hadden een positief effect. Bij u klinkt nu wel heel erg selectieve verontwaardiging door, maar de positieve effecten noemt u dus niet. Er was nauwelijks effect tijdens dit onderzoek, dus het verbaast mij ten zeerste dat u juist dit onderzoek aangrijpt om nu te pleiten voor een debat en voor totale afschaffing van de neonicotinoïden. In het vervolg van het debat zal ik nog even toelichten waarom ik dit zeg, maar dan weet u dit alvast.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het voorzorgsbeginsel is natuurlijk wel belangrijk. Daarom vragen wij niet voor het eerst om een moratorium op neonics, maar hebben wij dat al eerder gedaan. Ten tweede lijkt het er toch een beetje op dat het CDA hetzelfde trucje toepast als in de klimaatdiscussie: de consensus die er op basis van zeer veel verschillende studies en evaluaties is, wordt door het CDA in twijfel getrokken omdat er volgens één wetenschapper of één studie niet zo'n scherp effect zou zijn. Dat vinden wij wel een heel gekke manier van omgaan met de wetenschap.

De voorzitter:
Ik zie dat u wilt interrumperen, mijnheer Von Martels, maar dat sta ik niet toe.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Mijn vraag aan het kabinet is dus of het op basis van de evaluatie van de taskforce ook bereid is om stappen verder te zetten en dus niet alleen maar de lijn van de Europese Commissie wil steunen, maar ook wil oproepen tot een volledig verbod. Er is een tweede vraag; daarom hadden wij de staatssecretaris van I en M uitgenodigd, maar die is helaas niet afgevaardigd. Ik hoop dat de minister deze vraag kan beantwoorden. Het kabinet heeft aangekondigd een wetswijziging voor te bereiden opdat het voor toegelaten gifstoffen nationaal beperkende maatregelen kan nemen. Dat gaat in dit geval over de verkoop van Roundup aan particulieren. Op dit moment is daar nog geen juridische grondslag voor. Het kabinet werkt aan een wetswijziging om dat wel mogelijk te maken. Kan het kabinet toezeggen dat het de wetswijziging omarmt die ruimte creëert voor een nationaal moratorium op neonicotinoïden, mocht het Europees moratorium er in de komende periode niet komen? Daar heeft deze Kamer al om gevraagd.

Interruptie 1:

De heer Graus (PVV):

Aangezien ik ook woordvoerder ben in het AO over luchtvaart dat op dit moment gehouden wordt, ben ik de hele tijd op en neer aan het rennen. Dus wanneer iemand voor mij spreekt als de minister niet om wil gaan, ben ik bereid eventuele moties mee te tekenen. Ik zie mevrouw Ouwehand al knikken. Dus als er goede moties worden ingediend, zou ik die graag mee willen tekenen, aangezien ik niet weet of ik de tweede termijn hier ook nog aanwezig kan zijn.

De voorzitter:
Ook als u die moties niet gezien heeft?

De heer Graus (PVV):
Nou, ik ken de minister wel een beetje. Daarom.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Er ligt al een aangenomen motie van de Kamer voor een volledig Europees moratorium en ik ga er gewoon van uit dat de minister die heel goed kent en we dus geen nieuwe motie op dat punt hoeven in te dienen.

De heer Graus (PVV):
Inderdaad. Ik had daar ook graag een reactie op gehad, in de zin hoe het daarmee staat. We hebben die motie ook gesteund. Mevrouw Ouwehand knikt bevestigend. Die hebben we gesteund en dan is het mogelijk niet nodig. Ik ken de minister als iemand die, zoals ik altijd zeg — dat bedoel ik een beetje grappend — de souplesse heeft van een zeecontainer. Hij is vrij strak. Hij is niet vlug over te halen of warm te krijgen voor iets. Hij wijkt niet vlug van zijn beleid af. Ik hoop dat hij dat nu wel doet. Ik zie hem vriendelijk lachen. Dit is in ieder geval een van zijn laatste dagen als minister van Economische Zaken, want ik hoop dat hij er nog heel lang mag zijn. Dan hoop ik dat we hem nu een keer aan onze kant kunnen krijgen hiermee.

Interruptie 2:

Mevrouw Lodders (VVD):

Daarnaast zien we ook in de landbouw heel interessante ontwikkelingen. Neem de precisielandbouw en de driftreducerende technieken. Elk jaar weer worden hier belangrijke stappen in gezet. De VVD ziet graag dat de overheid de ruimte biedt voor ontwikkelingen op het gebied van precisielandbouw, waarbij regelgeving niet in de weg mag zitten, met maar één doel: op een verantwoorde manier met oog voor mens, natuur en milieu oogsten te laten slagen, zodat wij onze mooie Nederlandse producten kunnen consumeren. Dank u wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De VVD wijst naar gebruiksvoorschriften. Je doet een risicoanalyse en zegt: oké, als het middel op deze manier wordt gebruikt, dan kan het misschien wel veilig. Maar dat is een papieren werkelijkheid. We hebben in de praktijk gezien dat bijvoorbeeld imidacloprid, een van die gevaarlijke neonics, tot normoverschrijdingen in het oppervlaktewater leidde van wel 1.000 tot 4.000 keer. Als je dat zou willen voorkomen, als je zo stuurt op maximaal toelaten aan de hand van gebruiksvoorschriften, dan zou je een enorm toezichtsapparaat moeten optuigen, waar de VVD ook niet voor is. Leidt dat dan niet een keer tot de conclusie dat je vanuit dat voorzorgsbeginsel wat voorzichtiger moet zijn met het toelaten van allerlei middelen?

Mevrouw Lodders (VVD):
Er zijn in de afgelopen jaren natuurlijk ontzettend veel ontwikkelingen geweest. 10, 20 of 30 jaar geleden, bij de introductie van gewasbeschermingsmiddelen, waren er hele andere gebruiksvoorschriften. Toen ontbrak het ook aan kennis over de gevolgen daarvan. Er zijn de afgelopen jaren dus heel veel stappen gezet. Het gaat me gewoon vier stappen te ver om continu naar boeren en tuinders te wijzen alsof ze de gebruiksvoorschriften allemaal aan hun laars lappen. Dat is niet het geval. Op dat punt zijn stappen gezet, zeker als het gaat over de normoverschrijdingen waar mevrouw Ouwehand het over heeft. Boeren die dat willens en wetens doen, moet je aanpakken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mevrouw Lodders gaat niet in op mijn vraag. Ik zei dat het werken met toelatingen en het stellen van scherpe gebruiksvoorschriften nogal een papieren werkelijkheid is. Daar hoor ik de VVD ook wel over klagen, want het gaat om dikke stapels papier, waarbij de boeren moeten bedenken: "Oké, dit middel kan niet als het regent, wel als het waait, nee wacht, niet als het waait, als de zon schijnt, als de maan hoog aan de hemel staat ..." Dat is nogal een bureaucratie. Om die goed te handhaven, heb je dus ook een heel apparaat nodig. En voor die dingen is de VVD helemaal niet. Ik zou dus graag zien dat de VVD dat meeweegt in haar eigen kijk op de vraag wanneer we bestrijdingsmiddelen nou moeten toelaten, en hoe dan, en of dat in de praktijk ook zorgt voor de bescherming die ze, zo hoor ik mevrouw Lodders zeggen, wel degelijk van belang vindt.

Interruptie 3:

Minister Kamp:

Voorzitter. Mevrouw Ouwehand vroeg hoe het zit met de wetswijziging die aan de orde is. Zij vroeg of het mogelijk is om met de wetswijziging waar zij op doelde, ook nationaal beperkende maatregelen te nemen voor een verbod op verkoop aan particulieren. Ze noemde daarbij ook een ander middel, waarover op dit moment een discussie gaande is. Het is niet mogelijk om dat te doen. Ik vind het ook niet wenselijk om dat te doen. Ik vind het van groot belang dat we in heel Europa een geharmoniseerd gewasbeschermingsmiddelenbeleid hebben. Dat betekent dat we in Europa op dezelfde manier daarmee omgaan en dat we daar een Europese aanpak voor hebben met Europese richtlijnen en richtsnoeren, en een verordening als dat noodzakelijk is. Op die manier komen er vanuit Europa handvatten voor de middelen die door Europa goedgekeurd worden wat betreft de werkzame stof. Vervolgens kunnen wij op basis van die werkzame stof beslissen over de toelating en het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel. Ik denk dat dat systeem goed is en dat we dat moeten blijven hanteren. Ik ben er geen voorstander van als Nederland daar uitzonderingen op gaat maken en daarin een eigen lijn gaat volgen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het is geen geheim dat het kabinet daar geen voorstander van is. Daarom heeft de Kamer gezegd: dan is er blijkbaar een motie nodig. Die is in meerderheid aangenomen. Daarin vraagt deze Kamer om een nationaal moratorium op neonicotinoïden als de Europese beperkingen onvoldoende zijn; en dat vonden wij. Mijn vraag ging over het volgende. Deze Kamer heeft een soortgelijke motie aangenomen over de verkoop van Roundup aan particulieren. Toen heeft de staatssecretaris van I en M, na eerst andere maatregelen te hebben geprobeerd, aan de Kamer beloofd: ik zet een wetswijziging in gang om daar de juridische grondslag voor te regelen, want op dit moment kan ik dat niet uitvoeren. Mijn vraag was: zal die wetswijziging ook mogelijkheden bieden voor bijvoorbeeld het uitvoeren van de aangenomen motie over een nationaal verbod op neonicotinoïden? Dit dan even los van de vraag of je dat ook daadwerkelijk wilt. Maar zoals ik de staatssecretaris begrijp, is het doel van die wetswijziging dat die mogelijkheid in elk geval in onze nationale wetgeving wordt gecreëerd.

Minister Kamp:
Ik heb al gezegd dat ik het van belang vindt om aan het Europese gewasbeschermingsbeleid vast te houden en daar in Nederland geen uitzondering op te maken. Ik heb wat betreft het andere punt ook aangegeven dat ik van mening ben dat wij niet hier een eigen koers moeten gaan varen. Dat betekent dat ik tijdens dit debat niet vooruit wil lopen op de discussie rond glyfosaat en het middel dat daaruit komt, Roundup. Ik weet dat daar een discussie over gaande is. Het is wel van belang dat we daar bij gelegenheid van gedachten over wisselen. Daar ben ik ook graag toe bereid, maar ik ben nu naar de Kamer geroepen om te spreken over de neonicotinoïden en ik wil bij een andere gelegenheid spreken over glyfosaten en Roundup. Ik wil daar nu niet op vooruit lopen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat snap ik. Het gaat ook alleen maar over het punt dat de Nederlandse wetgeving op dit moment blijkbaar niet goed genoeg is om bijvoorbeeld — het is maar een voorbeeld — het verkoopverbod van Roundup daadwerkelijk te regelen. Daarom had ik ook graag de staatssecretaris van I en M bij dit debat gezien, voor die vraag. Nogmaals, ik snap dat het kabinet er geen voorstander van is, maar deze Kamer heeft een uitspraak gedaan en we zouden graag duidelijkheid krijgen over de juridische mogelijkheid daarvan. Misschien kan de minister aan de staatssecretaris van I en M vragen of zij de Kamer nog wat helderheid kan verschaffen waar die wetswijziging waar zij op inzet, op zal zien.

Tweede termijn:

De voorzitter:
We gaan nu naar de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik geef mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren het woord. De spreektijden zijn één minuut, inclusief het indienen van moties. Maar dat weet u natuurlijk heel goed, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Dat weet ik. Ik heb zelfs geen motie, want er zijn al moties die zijn aangenomen en ik heb er alle vertrouwen in, ook met de nieuwe studie waarover de minister zojuist zei dat hij die nog moet bekijken. Hartstikke mooi, want dat onderzoek onderstreept de conclusie nog eens die deze Kamer al heeft getrokken, namelijk dat een Europees moratorium echt het allerverstandigst is.

Ik ben dus benieuwd wanneer die recent verschenen evaluatie van de taskforce van systemische pesticiden door het kabinet en de EFSA beoordeeld kan worden. Kan de minister daar helderheid over verschaffen? Ik heb er alle vertrouwen in dat dit alleen maar leidt tot de conclusie dat we deze middelen echt aan banden moeten leggen.

Ik heb ook geen motie over het alternatieve traject dat inhoudt dat we moeten inzetten op meer agrodiversiteit, weerbare rassen en meer diverse landbouw. We moeten dus af van de monocultuur, omdat dit de stap vooruit is om helemaal zonder bestrijdingsmiddelen te kunnen werken. Daarover heeft deze Kamer ook al moties aangenomen, dus ik roep het kabinet eigenlijk op te doen wat volgens deze Kamer nodig is. Zij heeft dat in al haar wijsheid al voorspeld.