Inbreng Partij voor de Dieren SO Ctgb-besluit ten aanzien van het grond­ont­smet­tings­middel metam-natrium


23 september 2014

Inbreng Partij voor de Dieren Schriftelijk Overleg Ctgb-besluit ten aanzien van het grondontsmettingsmiddel metam-natrium

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met grote zorg kennis genomen van het besluit om het grondontsmettingsmiddel metam-natrium weer toe te staan. De Partij voor de Dieren-fractie vraagt zich af waarom de staatssecretaris het gebruik van dit omstreden middel weer toestaat, nadat ze eerder, met goede reden én op verzoek van een meerderheid van de Kamer, had ingegrepen. De Partij voor de Dieren vraagt zich af op welke gronden de staatssecretaris meent dat het gebruik van metam-natrium nu wel verantwoord zou zijn, terwijl de beoordeling eerder was dat de risico’s te groot zijn. De Partij voor de Dieren-fractie heeft daarom een schriftelijk overleg met de staatssecretaris aangevraagd, om vragen te kunnen stellen over haar besluit.

Metam-natrium is een zeer giftig bestrijdingsmiddel dat, zo erkent zelfs de Land- en Tuinbouworganisatie LTO, al het bodemleven doodt. Naast de zeer negatieve gevolgen voor natuur, milieu en de dieren die leven op en rond de akkers waarop metam-natrium wordt gebruikt, is er bovendien een groot risico voor de volksgezondheid. Metam-natrium is immers een middel dat in de grond wordt geïnjecteerd, waar het giftige gassen vormt die gemakkelijk kunnen ontsnappen. Als omwonenden en voorbijgangers deze gassen binnenkrijgen, kunnen zij daar ernstig ziek van worden, zo weten we uit de wetenschappelijke literatuur en is, helaas, ook uit verschillende incidenten gebleken. In Drenthe en Friesland hebben mensen ernstige gezondheidsklachten opgelopen doordat zij in hun eigen huis of tuin werden blootgesteld aan giftige metam-natrium gassen.

De incidenten met metam-natrium waren mede aanleiding voor de Partij voor de Dieren om in 2011 aan te dringen op maatregelen tegen het gifgebruik in de landbouw. In reactie op dat pleidooi liet het kabinet weten de Gezondheidsraad om advies te vragen. Dat advies is begin 2014 verschenen en bevat de heldere conclusie dat de gezondheid van omwonenden en passaten van landbouwgronden die met gif worden bewerkt niet gegarandeerd is. De Gezondheidsraad beveelt duidelijk aan om omwonenden en passanten beter te beschermen tegen de gevaren van landbouwgif. Dan ligt het dus niet voor de hand om een van de meest omstreden en meest giftige middelen nog altijd te handhaven in het bestrijdingsmiddelenpakket dat mag worden gebruikt bij de teelt van –in dit geval- lelies, aardbeien en aardappelen, snijbieten, zaaiuien, groenten en vaste planten. Veel verstandiger zou zijn om het middel in zijn geheel te verbieden. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie wijzen de staatssecretaris er nogmaals op dat metam-natrium al in 1991 door de overheid is aangemerkt als een gevaarlijke stof waarvan het gebruik zo snel mogelijk moet worden afgebouwd. Dat is, ondanks latere beperkingen op Europees niveau, in Nederland nooit gebeurd. Op aandringen van de Partij voor de Dieren heeft de staatssecretaris uiteindelijk in mei 2014 besloten het gebruik van metam-natrium (voorlopig) te schorsen. Nu staat zij op het punt het gebruik van metam-natrium toch weer toe te staan. Ze stelt wel strengere voorwaarden aan het gebruik, maar die zijn in de ogen van de Partij voor de Dieren, wetenschappers en omwonenden niet voldoende om de risico’s te kunnen wegnemen.

Toelating
Allereerst vraagt de Partij voor de Dieren zich af op basis van welke methoden en modellen voor risicobeoordeling nu besloten is om metam-natrium op nieuw toe te laten tot de Nederlandse markt. Het College Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb) dat dit besluit genomen heeft, stelde in mei van dit jaar immers nog dat op basis van de beschikbare gegevens een risico voor omwonende kinderen niet kan worden uitgesloten en dat daarmee de lopende ‘essential use’-toelatingen niet aan de toelatingscriteria voldoen. Hoe reflecteert de staatssecretaris, om te beginnen, op die constatering? Wat vindt zij ervan dat er in Nederland kennelijk een bestrijdingsmiddel is toegelaten, terwijl er sterke aanwijzingen bestaan dat de toelating van dit middel niet aan de daarvoor gestelde criteria voldoet? Heeft zij in beeld voor welke andere middelen er dergelijke aanwijzingen zijn en zo nee, waarom niet?

Toen het Ctgb op basis van de constatering dat waarschijnlijk niet aan de toelatingscriteria was voldaan het besluit nam om gebruik van het middel te schorsen, stelde zij ook vast dat de modellen die in Nederland worden gebruikt om risico’s voor omwonenden in te schatten niet geschikt zijn voor blootstelling aan gasvormige stoffen, zoals de MITC-gassen die bij metam-natrium ontstaan. Oók de aanvullende modellen uit Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, die risico’s voor omwonenden beter in kunnen schatten, zijn hiervoor ontoereikend, omdat zij de blootstelling van omwonenden aan deze gassen kunnen onderschatten.

De Partij voor de Dieren vraagt zich af welk model het Ctgb dan heeft gebruikt bij haar besluit om metam-natrium toch weer toe te staan, zij het onder aanvullende voorwaarden. Kan de staatssecretaris uiteenzetten hoe met bovenstaande gebreken in een adequate risicobeoordeling van de gevaren van metam-natrium voor omwonenden is omgegaan? Welk model heeft het Ctgb nu toegepast, in aanvulling op de Duitse en Britse modellen die naar eigen zeggen onvoldoende waren om de gevaren voor blootstelling van omwonenden te ondervangen? Op welke wijze is het model dat het Ctgb nu heeft toegepast getoetst in de praktijk? En op welke manier houdt dit nieuwe –tot nu toe onbekende- toetsingsmodel van het Ctgb rekening met verschillende soorten gifstoffen waaraan omwonenden kunnen worden blootgesteld en die tot een opeenstapeling kunnen leiden, de zogenaamde cumulatieve effecten? Of heeft het Ctgb eventuele cumulatieve effecten niet betrokken bij haar besluit?

Naast het gebruikte model roepen ook de nieuw aangeleverde gegevens vragen op bij de leden van de PvdD-fractie. Het besluit van het Ctgb om tot schorsing over te gaan in mei 2014, was gebaseerd op de constatering van het Ctgb dat “op basis van de beschikbare gegevens geen maatregelen kunnen worden bepaald die tot veilig gebruik zullen leiden.” In het besluit van het Ctgb van mei werd gesteld dat veldstudies nodig waren, om de risico’s voor toepassers, werkers, omstanders en omwonenden accuraat te kunnen vaststellen. Op basis van de toen bekende veldstudies concludeerde het Ctgb dat een risico voor omwonende kinderen niet kon worden uitgesloten, ook niet bij een bufferzone van 150 meter. Een zorgwekkende constatering, vindt de Partij voor de Dieren.

Uit het nieuwe besluit van augustus om de schorsing weer in te trekken, wordt duidelijk dat de producent na de schorsing nieuwe gegevens heeft aangeleverd om de schorsing ongedaan te krijgen. Het blijkt hier echter om gegevens te gaan die uit het buitenland zijn verkregen, en bovendien resulteren uit studies waarbij andere toepassingsmethoden van metam-natrium gebruikt worden dan hier in Nederland het geval is. Je zou je af kunnen vragen hoe bruikbaar deze gegevens zijn, zeker gezien het feit dat het Ctgb deze gegevens heeft afgezet tegen een studie uit 2006, zo lezen we in de stukken. Samenvattend gaat het dus om gegevens uit praktijksituaties die niet vergelijkbaar zijn met de manier waarop metam-natrium in Nederland wordt toepast, die zijn getoetst aan een studie van 8 jaar oud. Heeft de staatssecretaris zelf de indruk dat de meest recente en beste wetenschappelijke inzichten zijn gebruikt voor het besluit om metam-natrium weer toe te staan. Zo ja, hoe onderbouwt zij dat? Vindt zij dat er voldoende zekerheid is dat de volksgezondheid hiermee goed genoeg is beschermd? Welke zekerheid is er dat de nu vastgestelde bufferzone van 150 meter afdoende is om omwonenden te vrijwaren van het risico op gezondheidsschade? Is de staatssecretaris bereid het Ctgb opdracht te geven om de nieuwe studies die door de producent (toelatingshouder) zijn aangeleverd openbaar te maken zodat andere wetenschappers kunnen reflecteren op de kwaliteit en de bruikbaarheid van deze studies, en op het besluit van het Ctgb dat hierop is gebaseerd? Deelt de staatssecretaris de mening dat onderlinge beoordeling van onderzoek (peer-review) door wetenschappers van cruciaal belang is voor de totstandkoming van de beste wetenschappelijke inzichten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom wordt deze werkwijze nog steeds niet toegepast bij onderzoek dat de basis vormt voor besluiten om gevaarlijke stoffen toe te laten in de Nederlandse landbouw? De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen de staatssecretaris bij de beantwoording van deze vragen ook de aangenomen motie Ouwehand/Schouw te betrekken die verzoekt tot openbaarmaking van de onderbouwingen van toelatingen (KS 27858 nr 129).

Handhaving
De leden van de Partij voor de Dieren zien dat er in het besluit om metam-natrium weer toe te laten aanvullende beperkingen gesteld zijn in de gebruiksvoorschriften. Ook daarover willen zij graag enkele vragen stellen.

Het Ctgb heeft bepaald dat er een bufferzone van ten minste 150 meter moet toegepast worden “tussen de te behandelende velden en de kadastrale grens van woningen en overige verblijfplaatsen waar mensen langere tijd verblijven, zoals scholen, winkels, bedrijven en kantoren”. Het Ctgb geeft hier wel richting aan, maar geen limitatieve opsomming van het soort locaties dat ontzien moet worden middels een bufferzone. Deelt de staatssecretaris de mening dat het belangrijk is alle gevoelige locaties moeten worden ontzien via een bufferzone? De Partij voor de Dieren wijst onder meer op speeltuinen, -sportvelden, kampeerterreinen, maneges, zwembaden of ander zwemwater, fiets- en wandelroutes (met name die, die gebruikt worden door schoolgaande kinderen), natuurgebieden, weilanden waar dieren hobbymatig worden gehouden, zorgboerderijen, volks- en moestuinen en biologische bedrijven, omdat niet alleen de gifvrije kwaliteit van producten daar bedreigd wordt, maar op deze bedrijven bovendien vaak mechanisch of handmatig onkruid wordt gewied? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat zij dit breed kenbaar te maken? En meer in het algemeen, nu de opsomming van het Ctgb in het besluit zo vaag en open is, op welke wijze kan en zal de NVWA hierop handhaven?

Ook met de aanvullende beperkende voorschriften blijft het gebruik van metam-natrium volgens de Partij voor de Dieren omgeven met grote risico’s. De incidenten waarbij metam-natrium mogelijk tot gezondheidsschade heeft geleid vonden veelal plaats ten gevolge van blootstelling buitenshuis: werken in de tuin en op het eigen land, kinderen die speelden naast een akker. Kan de staatssecretaris dat bevestigen, en kan zij hierop reflecteren?

Deelt de staatssecretaris de mening van de Partij voor de Dieren dat het voor burgers van belang is om te weten waar zij risico lopen te worden blootgesteld aan gifstoffen? Zo nee, waarom niet? In het geval van metam-natrium zouden omwonenden en passanten gewaarschuwd moeten worden voordat zij in de buurt komen van een behandeld perceel en de kans lopen gifstoffen in te ademen, vindt de Partij voor de Dieren. Deelt de staatssecretaris die mening? Zo nee, hoe kunnen burgers dan voorkomen dat zij worden blootgesteld aan risico’s als het Ctgb stelt dat de minimale afstandsnorm tussen mens en metam-natrium 150 meter moet zijn? Is de staatssecretaris bereid om als extra aanvullend gebruiksvoorschrift voor te schrijven dat de gebieden die met metam-natrium behandeld zijn in het land worden gemarkeerd, bijvoorbeeld door het hijsen van een rode vlag in het veld, of het oprichten van een waarschuwingsbord aan het begin van het perceel? Zo nee, waarom niet en op welke wijze wil zij omwonenden en passanten dan in staat stellen om zichzelf en hun kinderen adequaat te beschermen?

Het Ctgb stelt een beperking op het gebruik van metam-natrium tot een maximale oppervlakte van 1 hectare. Deelt de staatssecretaris de mening van de Partij voor de Dieren dat het niet de bedoeling is dat een perceel van bijvoorbeeld 15 ha. ettelijke stroken kent die behandeld worden met metam natrium? Dat zou namelijk tot gevolg kunnen hebben dat de ontsmettingen weliswaar over kleine stukken grond plaatsvinden, maar wel veel meer verspreid over een groter gebied, waardoor de invloedssfeer van metam-natrium de facto misschien wel groter wordt. Hoe gaat de staatssecretaris dergelijke situaties voorkomen? En hoe gaat zij voorkomen dat ieder jaar een strookje van een perceel wordt ontsmet met metam-natrium, waardoor omwonenden niet -zoals nu het geval is- een keer per drie tot vier jaar kunnen worden blootgesteld aan een geheel behandeld perceel, maar ieder jaar, of wellicht zelfs meermaals per jaar aan gedeeltelijk behandelde percelen. Graag een reactie van de staatssecretaris hierop.

De leden van de PvdD-fractie willen graag weten of er gekeken is naar de wisselwerking tussen metam-natrium en de middelen die op de 'bufferzones' zullen worden gebruikt? In de lelieteelt zijn daarvoor de bestrijdingsmiddelen Nemathorin en Vydate toegelaten, bij aardappelen het middel Mocap. Deze wisselwerking kan volgens de leden van de Partij voor de Dieren-fractie voor nieuwe problemen zorgen. Het middel Mocap moet bijvoorbeeld worden ondergewerkt na gebruik, terwijl metam-natrium met folie bedekt moet worden. Die verschillende bewerkingen zullen in het veld moeten worden gecombineerd. Deelt de staatssecretaris de mening dat dit nieuwe risico’s kan opleveren, zoals het scheuren van de folie waarmee de grond is bedekt die is ingespoten met metam-natrium, met de mogelijke gezondheidsrisico’s van dien? Op welke wijze is deze wisselwerking bekeken bij het besluit om metam-natrium opnieuw toe te staan, en op welke wijze is de NVWA hierover geïnstrueerd?

Hoe ziet de staatssecretaris de handhaving van de nieuwe gebruiksvoorschriften voor zich? Deelt zij de mening dat deze naar de letter moeten worden nageleefd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan zij schetsen hoe de NVWA deze voorschriften denkt te gaan handhaven, en hoeveel inzet dat zal vergen van de dienst? De fundamentele vraag is of zij vindt dat het verantwoord is om de inspectiedienst te belasten met de handhaving van gebruiksvoorschriften van een omstreden middel dat we ook, gelet op de risico’s voor de volksgezondheid, geheel zouden kunnen verbieden. Graag een reflectie op dit punt.

Heeft de staatssecretaris al contact gehad met de NVWA over de handhaving van deze gebruiksvoorschriften? Het is immers voor het eerst dat de NVWA moet controleren op naleving van maatregelen die werden genomen ter bescherming, in de meest directe zin, van omwonenden. Deelt de staatssecretaris de mening dat de NVWA daarbij ook goed moet luisteren naar de signalen van omwonenden zelf, en dat zij handhavingsverzoeken snel in behandeling moet nemen? Hoe moet de NVWA handelen bij overtreding van de regels? Gezien het risico dat de toepassing van metam-natrium voor de volksgezondheid oplevert moet er naar mening van de leden van de PvdD-fractie ook een protocol in werking treden om omwonenden bij overtreding te beschermen. Welke maatregelen moeten er getroffen worden wanneer de NVWA constateert dat er bijvoorbeeld geen, of een te kleine, bufferzone is ingesteld, of als het behandelde gebied niet goed is afgedekt? Worden omwonenden dan geevacueerd? Worden er metingen gedaan om de potentiele blootstelling vast te stellen? En welke sanctie staat op deze overtredingen?

Wanneer agrariërs gebruik willen maken van metam-natrium, moeten zij daarvan een melding doen bij de NVWA. Hoeveel meldingen heeft de NVWA op dit moment binnen? Hoeveel meldingen verwacht de NVWA nog dit kalenderjaar? Op welke wijze wordt er met de meldingen omgegaan? Wordt er bij elke melding ook een controle uitgevoerd? Dat laatste zouden de leden van de PvdD-fractie zich goed kunnen voorstellen, gezien de potentiele risico’s bij fout gebruik van het grondontsmettingsmiddel en de voor agrariërs wellicht complexe aangescherpte gebruiksvoorschriften. Graag een reactie hierop.

De Dieren wijst de staatssecretaris er op dat lokale overheden ook veel vragen en klachten hebben gekregen over het gebruik van metam-natrium in hun gemeente. Nu dit gif weer is toegestaan, zullen deze vragen, zorgen en klachten weer in aantal toenemen, zo schatten deze leden in. Deelt de staatssecretaris de mening dat het voor deze gemeenten van belang is om te weten waar en wanneer er in hun gemeenten metam-natrium wordt gebruikt, en is zij dan ook bereid om de meldingen die de NVWA daarvan binnenkrijgt, door te laten sturen naar de betreffende gemeenten? Dit zelfde geldt naar mening van de leden van de PvdD-fractie voor de lokale huisartsen. Is de staatssecretaris van mening dat de huisartsen in staat zijn om symptomen van eventuele blootstelling aan metam-natrium te herkennen en daarop adequaat te handelen? En zou het niet raadzaam zijn om daarover ook een meldplicht in te stellen, zodat het aantal incidenten met metam-natrium dit keer goed geregistreerd wordt? In Vlaanderen is al in 2008 een advies voor lokale hulpverleners en huisartsen uitgegeven over hoe om te gaan met incidenten met metam-natrium en metam-kalium (http://www.mmk.be/afbeeldingen/File/Metamnatrium.pdf). Is de staatssecretaris niet van mening dat een dergelijke brochure ook nodig is in Nederland, nu dit gevaarlijke middel weer gebruikt mag worden?

Eerder dit jaar, toen het gebruik van metam-natrium en de onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid daarvan al onderwerp van discussie waren en de staatssecretaris het Ctgb vroeg opnieuw naar dit middel te kijken, stelden LTO en Nefyto een bufferzone van 7,5 meter voor. Volstrekt onvoldoende natuurlijk. Toch kwam op het besluit van het Ctgb in mei om metam-natrium te schorsen forse kritiek vanuit de sector, en wordt er hard geklaagd over de moeilijkheden van de aanvullende gebruiksvoorschriften. Een dergelijke reactie laat de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) nu zien bij het verdwijnen van de toelating van Actellic voor de bollenteelt. Hoewel Syngenta als toelatingshouder zelf kennelijk inziet dat het middel veel te milieuvervuilend is, is de KAVB kennelijk heel verrast over het feit dat het middel straks niet meer gebruikt mag worden, en gaat het zelfs in hoger beroep tegen de afwijzing van de vrijstelling door het ministerie (Bron: Nieuwe Oogst, 13 september 2014, p. 28).

Deelt de staatssecretaris de conclusie van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie dat deze belangenvertegenwoordigers zichzelf op deze wijze diskwalificeren als logische gesprekspartners over het bestrijdingsmiddelenbeleid, en dat dit geluid van belangenbehartigers niet maatgevend kan zijn bij dit soort regelgeving?

Tijdelijke vrijstelling Tracer
Naast het giftige metam-natrium worden er nog vele andere chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt in de landbouw. Ondanks de beleidsvoornemens in de Nota Duurzame Gewasbescherming (KS 27858 nr 146) om in te zetten op geïntegreerde gewasbescherming, waarbij chemische middelen pas als laatste redmiddel worden ingezet, wordt er nog steeds op grote schaal ingezet op chemische middelen, die vaak zelfs preventief worden toegepast en bovendien ten koste gaan van natuurlijke plaagbestrijding door natuurlijke vijanden. De leden van de PvdD-fractie hebben er kennis van genomen dat de staatssecretaris op 24 juni een tijdelijke vrijstelling heeft afgegeven voor het gebruik van Tracer in de onbedekte productieteelt van aardbeien en de teelt van bessen, braam en framboos (http://wetten.overheid.nl/BWBR0035273/geldigheidsdatum_22-09-2014)

Kan de staatssecretaris toelichten waarom dit middel, dat ook volgens de informatie van het Ctgb zelf zeer gevaarlijk is voor bijen en natuurlijke vijanden, nu ook in de onbedekte teelt van deze bloeiende fruitsoorten gebruikt mag worden? In het gebruiksvoorschrift staat: “Om de bijen en andere bestuivende insecten te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen” (http://www.ctgb.nl/toelatingen/toelating?id=12567). Hoe kan de staatssecretaris garanderen dat dit voorschrift nageleefd wordt, als zij nota bene in juni een vrijstelling verleent voor het gebruik van dit gif op aardbeien, bessen, braam en framboos? De leden van de Partij voor de Dieren-fractie willen ook heel graag weten hoe vaak de NVWA bij dit soort fruitbedrijven is langs geweest deze zomer, en hoeveel overtredingen van deze gebruiksvoorschriften daarbij zijn geconstateerd. Graag een reactie. Is de staatssecretaris bereid om nu vast aan te kondigen dat zij volgend jaar niet wederom een tijdelijke vrijstelling zal geven?

Afsluiting
De leden van de PvdD-fractie ontvangen tevens graag nader inzicht in de stand van zaken rond het komen tot een betere bescherming van omwonenden. Is het advies van de landsadvocaat met betrekking tot de mogelijkheden voor het instellen van spuitvrije zones inderdaad bijna gereed, aangezien de staatssecretaris aankondigde in de laatste brief hierover (KS 38969 nr 267)? En wordt daarbij ook de recente uitspraak van de Raad van State inzake een bestemmingsplan van de gemeente Houten betrokken (uitspraak 201308924/1/R2)? Deze leden willen de staatssecretaris vragen het advies zo snel mogelijk door te zenden aan de kamer, zodat het ook bij de behandeling van de Omgevingswet betrokken kan worden. Hoeveel van de huidige toelatingen heeft het Ctgb inmiddels herbeoordeeld aan de hand van de Duitse en Engelse methoden, en in hoeveel en welke gevallen is het daarbij van oordeel dat er aanvullende gebruiksvoorschriften ingesteld dienen te worden?

Afsluitend. De Partij voor de Dieren verzet zich tegen het opnieuw toelaten van dit gevaarlijke middel in de Nederlandse landbouw. De volksgezondheid mag niet op het spel worden gezet voor de economische belangen van onder andere de export van bloembollen en aardbeien. Deelt de staatssecretaris die mening? Zo ja, op welke wijze is dat te rijmen met het toestaan van een middel dat zo giftig is dat er vergaande beperkende maatregelen genomen moeten worden om ervoor te zorgen dat omwonenden daar niet ziek van worden. De staatssecretaris weet goed dat gebruiksvoorschriften van bestrijdingsmiddelen lang niet altijd netjes worden nageleefd. Het hernieuwd toestaan van metam-natrium zorgt bovendien voor grote maatschappelijke onrust. Ook lokale bestuurders zitten met de handen in het haar, en weten niet hoe zij de gezondheid van hun inwoners moeten beschermen. De leden van de Partij voor de Dieren vinden het risico op nieuwe incidenten met metam-natrium - met misschien wel chronische longaandoeningen tot gevolg-, onaanvaardbaar groot. Zij wijzen er op dat het, wanneer het gaat om het wegen van de belangen van volksgezondheid enerzijds en economische belangen anderzijds, altijd gaat om een politieke afweging. Zij vragen de staatssecretaris om het besluit van het Ctgb om metam-natrium opnieuw toe te staan, te herroepen en het middel zo snel mogelijk uit de handel te nemen. Graag een reactie.