Bijdrage Thieme Algemene Politieke Beschou­wingen 2014


17 september 2014

Mevrouw Thieme (PvdD):
Voorzitter. De wereld staat in brand maar bij ons gaat alles nog relatief goed. Dat is de boodschap van dit kabinet. Juist in dat relatieve schuilt het gevaar. Zeker, ons land ligt gunstig in de delta van het Europese achterland. We hebben aardgas, we hadden kolen, we hebben in het verleden wat reserves opgebouwd met activiteiten overzee, en we hebben een goed opgeleide beroepsbevolking. We zijn spaarzaam en hardwerkend. Wie doet ons wat, zou je zeggen. We hebben goede contacten bij de NAVO en als de Europese Commissie een bob nodig heeft, dan vragen ze onze Frans Timmermans. We zijn de slager en de melkboer van de wereld, en we scharrelen zelf ons kostje wel bij elkaar. Kijk om je heen: het zijn de hamsterweken van Albert Heijn en de XXL-weken van Lidl. We zijn een voorbeeld voor anderen op het gebied van recht en rechtvaardigheid. Zelfs het kabinet kan redelijk onbezorgd doorregeren, al kan het in de peilingen nog maar rekenen op de steun van een kwart van de kiezers.

Dat we het nog relatief goed hebben, is te danken aan de reserves die we hebben opgebouwd of ons hebben toegeëigend uit de beperkte voorraad die de aarde nog biedt. Een auto rijdt net zo comfortabel als de tank vol is dan als deze op reserve rijdt, met één belangrijk verschil: wie rijdt op reserve, heeft nog maar weinig comfortabele kilometers te maken. In die situatie zitten wij nu. De minister van Financiën projecteerde ons land vanochtend op Radio 1 als een droge plek in een financieel moeras. Het kabinet kijkt mijmerend om zich heen maar weigert in actie te komen om dat moeras droog te leggen of om bruggen te slaan naar een duurzame toekomst. We kunnen doen alsof het niet zo is, we kunnen hopen op een wonder, we kunnen denken "wie dan leeft, wie dan zorgt", maar feit is dat Nederland ook met deze Miljoenennota een voorschot neemt op een zeer onzekere toekomst. Sterker nog, het kabinet legt de Miljoenennota neer bij dieren en mensen in een kwetsbare positie: ouderen, zieken, mantelzorgers, gehandicapten en mensen in ontwikkelingslanden. Dat zijn de kinderen van de rekening in deze Miljoenennota. In de zorg staan 100.000 banen op de tocht en de honderdduizenden mensen die van die zorg afhankelijk zijn, zijn hun zorg niet zeker meer. Wie nu hulp verleent, kan straks zomaar zelf afhankelijk zijn van een uitkering omdat het kabinet het niet georganiseerd krijgt om de stijgende zorgvraag te koppelen aan extra banen voor echte hulpverleners. In de gezondheidszorg staat niet langer de mens centraal maar de rekening. Ook buiten de zorg moet er langer en harder gewerkt worden, met minder zekerheid, minder besteedbaar inkomen en meer stress met een explosie van arbeidsgerelateerde zieken en burn-outs, zo stelde het Sociaal en Cultureel Planbureau onlangs. Dat beeld is helaas zeer herkenbaar. Tienduizend ouderen staan op de wachtlijst van een verzorgingstehuis terwijl er tegelijk verzorgingshuizen gesloopt worden. Die ouderen heten "wenswachtenden" in het nieuwe marketingtaaltje van zorgbestuurders. Leve de privatisering, lang leve de wenswachtende. Mantelzorg is het nieuwe mantra, nadat we vorig jaar zijn klaargestoomd voor de participatiesamenleving. Mantelzorg is eigenlijk ontmantelzorg; eerst wordt de zorg geheel ontmanteld en vervolgens moeten mantelzorgers in hun vrije tijd de zorg overnemen waarvoor zij naast tijd ook nog eens heel veel geld moeten inleveren.

Volgende generaties moeten doorwerken tot hun 70ste, waarna zij kunnen genieten van een gehalveerd pensioen, om daarna in aanmerking te komen voor een vervroegde dood omdat zij te duur worden voor de zorg. Dat schreef Marcel van Dam in de Volkskrant. Problemen die veroorzaakt zijn door de kortetermijnfocus van het kabinet. Ook met betrekking tot het klimaatprobleem constateert het Planbureau voor de Leefomgeving dat er binnen de politiek veel te weinig aandacht is voor de periode na 2020. Over zes jaar weten wij al niet meer hoe wij verder moeten. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving rijden wij op reserve en zijn wij de laatste generatie die nog iets aan de opwarming van de aarde kan doen. De eerste asielstatus is verleend aan een familie klimaatvluchtelingen, omdat hun land, het eiland Tuvalu, langzaam onderloopt.

Sommigen zitten nog in de ontkenningsfase. De VVD-fractie denkt dat de opwarming van de aarde niet zo'n vaart zal lopen en dat de voorspelde stromen van klimaatvluchtelingen wel door Fred Teeven zullen worden tegengehouden, als hij zich een beetje breed maakt. Onze handelsgeest zal ons vast wel weer uit het dal kunnen helpen. Wie dan leeft, wie dan zorgt. De toekomst is nu, stelt het PBL. Het stelt tevens vast dat de meeste politici vooral op de rem gaan staan als een transitie naar een duurzamere samenleving pijn doet. Transitiepijn is ongemakkelijk voor politici, omdat zij bang zijn als brenger van het slechte nieuws te worden afgestraft door de kiezer. Wanhoop niet, straks hebt u weer allemaal werk, inkomen, pensioen en scholing. Kortom: er wordt gedaan alsof wij nog steeds in het land van de onbegrensde mogelijkheden wonen. Regeren is niet langer vooruitzien. Regeren is vooruitschuiven geworden en afschuiven van verantwoordelijkheden. Onze groei- en schuldverslaving zit zo diep dat de meeste partijen zich geen wereld zonder groei en schuld meer kunnen voorstellen. Zij komen met greenwashing-begrippen als groene groei en duurzame transitie, maar lijken niet te willen toegeven dat voor een wereld die consumeert zoals wij dat doen vier aardbollen nodig zijn. Oneindige economische groei op een eindige planeet is simpelweg onmogelijk.

De Miljoenennota ademt een sfeer van symptoombestrijding zonder zicht op de toekomst. Wie dan leeft, wie dan zorgt. Dit kabinet blijft wegen aanleggen en verbreden, terwijl alle experts zeggen dat die binnenkort overbodig zullen zijn. De nieuwe generatie maakt steeds minder gebruik van auto's. Laten wij leren van het feit dat, toen wij als een kip zonder kop kantoren bleven bouwen, die al vaak na de oplevering niet meer vol kwamen maar leeg bleven staan. Het kabinet blijft schaarse grondstoffen vrijstellen van belasting, zodat die letterlijk tegen bodemprijzen worden aangeboden. Wij maken klein geld van bodemschatten. Wij gedragen ons alsof wij bij een buffet vooraan in de rij staan en vier borden tegelijk opscheppen, terwijl wij weten dat er niet genoeg zal overblijven voor de mensen achter in de rij. Is dat sterk en sociaal? Is dat liberaal? Of is dat ronduit asociaal?

Als wij hulp geven, is dat vanachter de toonbank van de BV Nederland. Je zult als voormalig milieuactivist bij Greenpeace, vol idealen overgestapt naar de politiek om eindelijk echte veranderingen te bewerkstelligen, jezelf maar terugvinden in een kabinet, waarin je samen met de VVD alles mogelijk moet maken waar je vroeger tegen gevochten hebt.

In eigen land belasten wij overvloedig aanwezige arbeid zwaar met zeer onverstandige loonheffingen. Het kabinet zegt dat te willen aanpakken via verlaging van de loonkosten. Probleem is alleen dat de PvdA en de VVD het wel eens zijn over de melodie van het lied met de tekst "verlaag de loonkosten", maar het niet eens kunnen worden over de tekst van het lied. Nu dreigen zij dat lied te blijven neuriën tot aan de volgende verkiezingen, zonder dat dit tussentijds veel banen oplevert. Herman Wijffels stelde deze maand in deze Kamer het volgende. "Er is een transitie nodig om de aarde minder te belasten. Daar zijn inmiddels heel veel burgers en ondernemers van overtuigd. Eigenlijk lopen er maar twee partijen achter: de politiek en de financiële sector. Zij moeten die transitie faciliteren. De belasting die nu binnenkomt, die onze schatkist vult, is afhankelijk van de wegwerpeconomie en de overbelasting van de aarde. Dat zijn geen houdbare belastinggrondslagen."

Het kabinet trekt de bezitsverhoudingen in de wereld nog schever dan ze al zijn. De rijkste 85 mensen op deze planeet bezitten samen meer dan de armste 3,5 miljard mensen. Die verhouding wordt nog schever, nu het kabinet een warm pleitbezorger is van vrijhandelsakkoorden tussen "ons soort mensen", tussen de EU, de VS en Canada: meer, meer, meer voor minder in alle opzichten. De prijs voor de minimale economische groei die de akkoorden misschien opleveren, is torenhoog. De kwaliteit van ons voedsel, de dierenwelzijnsnormen en de milieunormen dreigen te worden aangepast aan de soepele Amerikaanse regels: ruim baan voor schaliegas, hormoonvlees en de chloorkip. De vrijhandelsakkoorden zullen de moordende concurrentie op grondstoffen in de ontwikkelingslanden verder opjagen.

De vrijhandelsakkoorden maken bovendien investeerders belangrijker dan het parlement, belangrijker dan de burger, belangrijker dan de democratie. Investeerders kunnen een regering aanklagen, als die het milieu beter wil beschermen dan in het vrijhandelsakkoord is afgesproken. Daarmee leg je de democratie lam. Toen Duitsland vorig jaar na de ramp in Fukushima besloot om te stoppen met kernenergie, werd het land met een beroep op het bilaterale vrijhandelsverdrag voor 700 miljoen euro aangeklaagd door het Zweedse bedrijf Vattenfall. Kan het kabinet garanderen dat de soevereine besluitvorming over milieu, voedselveiligheid, privacy en dierenwelzijn niet onder de vlag van het vrijhandelsakkoord de facto wordt overgedragen aan het bedrijfsleven?

Ons land snakt naar een visie van dit kabinet op de rol van klimaatverandering op toekomstige conflicten en vooral op wat onze eigen rol daarin is. Welk effect heeft ons landbouw- en handelsbeleid op de voedselzekerheid in de wereld? Erkent het kabinet dat gebrek aan voedsel, water en andere essentiële hulpbronnen een grote bron van conflicten kan worden en nu al is op veel plaatsen in de wereld, dat de schaarste in de toekomst alleen maar zal toenemen en dat de strijd om fossiele brandstoffen een zeer grote rol speelt in de conflicten die momenteel de wereld beheersen? Graag een reactie.

In een wereld die in brand staat, waarin conflicten grensoverschrijdend zijn zonder duidelijke scheiding tussen goede en kwade krachten, wordt door het ministerie van Buitenlandse Zaken gekeken naar oplossingen zoals die al eerder geprobeerd zijn: militair ingrijpen. Tot nu toe heeft dit ingrijpen in verre landen met andere culturen dan de onze conflicten vooral verergerd en landen in chaos achtergelaten. Wie zijn onze vrienden, bondgenoten en vijanden precies en welke landen staan er dubbel in? We kennen de voorbeelden van wapens die naar Irak, Afghanistan en Libië zijn gegaan en inmiddels in handen zijn van strijdende partijen die onmogelijk als bondgenoten geduid kunnen worden. Welk effect hebben sancties? Hoe zijn terreurdaden het beste te bestrijden? Is dat met straaljagers of zijn er andere middelen? Dit kabinet komt nog niet met een begin van de antwoorden op deze vragen, de defensielobby wel. Zij maakt gebruik van het gevoel van onveiligheid om zo meer geld te krijgen voor defensie: wapens als antwoord op vragen die nog niet eens gesteld zijn, vragen over de voedingsboden van de conflicten en onze rol daarin. De geopolitieke belangen lijken vaak zwaarder mee te wegen dan mensenrechten, die vooral als alibi dienen om zware wapens in te zetten. Machten die orde op zaken willen stellen in Irak, zouden als eerste de inkomstenstromen uit olie stil moeten leggen, nu belangrijke delen van de olie-industrie in handen zijn van IS. Maar kennelijk is het vooral van belang die olievelden zelf ongeschonden in handen te krijgen en is het bombarderen van andere doelen efficiënter met het oog op de plannen van de "bevrijders".

Er is een coalition of the willing gevormd van PvdA, VVD, D66, ChristenUnie en SGP, die getekend hebben voor het heel houden van dit kabinet, en er worden drieste maatregelen genomen zoals meedoen aan een oorlog in Irak. Bijna alle partijen in dit huis zijn bereid daarvoor in de houding te springen. We mochten heus wel meepraten in de strijd tegen IS, maar het vergaderzaaltje was te klein. Maar we gaan voor een herkansing in een groter zaaltje dat inmiddels gevonden is, zoals we begrijpen van de minister van Defensie. Het bombarderen van doelen in Irak met Nederlandse F-16's kan binnenkort van start gaan als het aan dit kabinet ligt.

Oorlog, racisme, intolerantie: hoe kun je in zo'n turbulente wereld pleiten voor het welzijn van dieren? Ex-Citibank CEO Philip Wollen heeft daar vorige week het volgende over gezegd. Vrede is niet alleen afwezigheid van oorlog, het is ook de aanwezigheid van rechtvaardigheid en rechtvaardigheid moet blind zijn voor ras, huidskleur, religie en soort.

Met het centraal stellen van ego's boven de ecologie en door van geld een doel in zichzelf te maken, is het niet verwonderlijk dat dieren de afgelopen decennia geofferd zijn aan dit menscentraal denken en nauwelijks aan bod komen, opnieuw niet in het voorliggende kabinetsbeleid: nu eerst even de mensenproblemen oplossen, dan komen de dieren daarna wel weer. Of niet. Zo is het altijd geweest.

Een samenleving waarin mededogen en duurzaamheid vooropstaan, begint met een respectvolle omgang met wezens die niet tot je eigen soort behoren. Het kabinet wijdde in het regeerakkoord mooie woorden aan het dierenwelzijn. Wilde dieren zouden niet langer toegestaan worden in circussen. We wachten nog steeds op het wetsvoorstel. Er zou een grens gesteld worden aan het aantal te bouwen megastallen, maar het tegendeel is het geval. Het kabinet geeft provincies en gemeenten alle ruimte voor een ongekende "megamorfose" van het platteland. Zowel de VVD als de PvdA hebben beloofd dat het voor de lol doden van dieren zou worden afgeschaft. Het tegendeel blijkt uit het voorgenomen kabinetsbeleid. Inmiddels zijn we zo ver dat zwijnen die door de brandweer uit de vaart gered worden door een zogenaamde jachtopziener ter plekke doodgeschoten worden. Dat is geen incident, want in ons land wordt 70% van alle zwijnen afgeschoten, 50% van alle herten op de Veluwe en 30% van alle zwanen. Het gebeurt buiten beeld, dat wel. Dus zorgt het voor minder verontwaardiging. Maar voor de dieren maakt het geen enkel verschil. Dieren zijn opnieuw het kind van de rekening in dit kabinetsbeleid.

Het kabinet zet met volle overgave in op export van landbouwproducten, terwijl de productie volledig afhankelijk is van importen van fosfaat, kunstmest en veevoer. Dat betekent megastallen en het nog verder intensiveren van de productie, desnoods met behulp van landbouwgif en gentech. De problemen die deze met zich meebrengen voor omwonenden moeten weggecommuniceerd worden of over de heg worden gedecentraliseerd. Onze bestuurders organiseren handelsmissies met onze koning en koningin als boegbeeld naar China, Indonesië, Brazilië, Vietnam, Oekraïne en Ivoorkust, waarbij we mensen in opkomende economieën wijsmaken dat Joris Driepinter onze hoop voor hun toekomst is. Dagelijks ervaren mensen op het platteland hier in Nederland de gevolgen van het megalomane exportdenken van dit kabinet. Ze kijken 's morgens uit het raam en maken zich er zorgen over of zij er volgend jaar de koeien nog zien rondlopen. Zij maken zich er zorgen over of zij de volgende keer de horizon niet vervuild zien met varkens- en kippenfabrieken. De buurvrouw kan haar was niet meer buitenhangen. Ramen opendoen zit er sowieso al niet in vanwege de stank. Haar zoon met astma beleeft het platteland letterlijk als verstikkend. Haar collega zit al een aantal jaren zonder werk thuis, omdat hij chronisch ziek is geworden door de Q-koortsepidemie. In de omgeving wordt intensief gespoten met landbouwgif en de Gezondheidsraad plaatst vraagtekens bij de aanvaardbaarheid van de gezondheidsrisico's. Kleine gezinsbedrijven worden kapotgeconcurreerd door de oprukkende schaalvergroting. Elke dag stoppen zeven boeren met hun bedrijf. De leegstand van agrarisch onroerend goed is in 2030 groter dan de nu al massale leegstand van kantoren en winkels.

Het zou allemaal zo veel beter kunnen, maar daarvoor is het nodig dat we, voordat we onze reserves erdoorheen gejaagd hebben, inzien dat geld niet eetbaar is. Koerswijziging is onze enige kans om uit de vicieuze cirkel van economische groei, schuld en koopzucht te stappen. Met dit kabinet ziet dat er niet naar uit. De wedstrijd is verkocht via politieke matchfixing. Dat is onverstandig en zeer in het nadeel van ons eigen welzijn en dat van komende generaties. Dit kabinet zet in op "wie dan leeft, wie dan zorgt" en legt de rekening nu al neer bij de zwaksten, mensen en dieren.

De Partij voor de Dieren is van mening dat er een einde moet komen aan de ontmanteling van de zorg, een einde aan de oorlogsretoriek van de wapenlobby, een einde aan de vernietiging van de leefomgeving en de uitputting van hulpbronnen, een einde aan het uit de markt prijzen van arbeid én een einde aan de bio-industrie.

Interrupties bij andere partijen

De heer Zijlstra (VVD): (…)
Als er de afgelopen twintig jaar nou één kabinet is geweest dat keuzes heeft gemaakt, dan is het dit kabinet wel. Dat vind ik eerlijk gezegd prijzenswaardig. Wederom heeft het kabinet in de brief over de belastingstelselwijziging als eerste stap aangegeven dat heel veel deuren die in het verleden op slot waren, nu geopend worden. Verdere ontwikkeling daarvan moet gebeuren op basis van zorgvuldigheid. (…)

Mevrouw Thieme (PvdD):
Mijn fractie vindt het van groot belang dat we heel snel werk maken van het verlagen van de belasting op arbeid. De heer Zijlstra zegt dat er geen taboes zijn op dat onderwerp. Hij wil graag in gesprek met fracties in deze Kamer om te kijken hoe we dat kunnen bewerkstelligen. Hij weet ook dat mijn fractie vindt dat we de belasting op arbeid kunnen verlagen — dat is heel goed want we hebben een overvloed aan arbeid, dus moeten we dat vooral niet gaan belasten — maar dat we schaarste, namelijk grondstoffen, moeten belasten en het "de vervuiler betaalt"-principe doorvoeren. Is het voor de VVD-fractie een taboe om hierover na te denken?

De heer Zijlstra (VVD):
De VVD is nooit tegen het principe geweest dat vervuilers betalen, ook nu niet. Daarbij is de uitvoering wel van belang. Maar als u mij vraagt of ik daar in principe tegen ben en dat daarover dus niet mag worden gepraat, dan is het antwoord: nee, ik ben daar in principe niet tegen. Ik schat echter in dat we van opvatting kunnen verschillen over de uitvoering.

Mevrouw Thieme (PvdD):
In Nederland geeft het kabinet, met daarin ook de VVD, voor 5 miljard euro aan milieuvervuilende subsidies. Ik denk dat het dus nog wel een worsteling gaat worden. Ik vind het echter wel een goed teken — laat ik het positief formuleren — dat de heer Zijlstra in ieder geval wil kijken naar het belasten van grondstoffen. Dat is nodig voor een duurzame samenleving. Ik hoor graag aan welke grondstofbelasting hij denkt.

De heer Zijlstra (VVD):
Voor mij als liberaal is het principe leidend dat belastingen zijn bedoeld om inkomsten te genereren. Daarnaast kun je via het fiscale instrument iets doen daar waar gedrag storend en schadelijk is voor anderen. Daarin kunnen we elkaar wellicht vinden. We moeten kijken naar de manier waarop, maar dit is wel de lijn die wij hanteren en die ook regelmatig is terug te zien.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dan ben ik erg benieuwd wat de heer Zijlstra ziet als schadelijk voor milieu en samenleving. Welk gebruik van grondstoffen wil hij gaan aanpakken? Wij zijn een groen-rechtse fractie en willen graag de schouders eronder zetten.

De heer Zijlstra (VVD):
Ik ga niet op detailniveau zeggen wat er moet gebeuren. Ik heb het principe genoemd waar we van uitgaan. Wellicht komen we elkaar op een mooi punt tegen.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dit kabinet en de fractie van de heer Zijlstra pretenderen groen te zijn. Ik heb de partijleider van de heer Zijlstra regelmatig horen pleiten voor een groen-rechtse partij. Dan verwacht ik van deze fractievoorzitter om weliswaar niet in detail maar in hoofdlijnen aan te geven welke vervuilende activiteiten hier in Nederland moeten worden belast om ervoor te zorgen dat wij een duurzame en gezonde samenleving nalaten aan toekomstige generaties. Ik vraag niet om details maar om een visie. Dat is toch wel het minste wat je kunt verwachten van de leidende regeringsfractie?

De heer Zijlstra (VVD):
Ik gaf net aan wat de leidende visie is. Neem energieverbruik. We hebben niet voor niets milieubelasting. We zullen er ook niet voor pleiten om deze af te schaffen. Hierbij gaat het immers om zaken die belastend kunnen zijn. We zijn ook voor een CO2-systeem, maar dan wel eenduidig en niet met allerlei andere subsidiepotjes eromheen, dus een werkend systeem. Wie weet vinden we elkaar, de tijd zal het leren.

(…)

De heer Van Haersma Buma (CDA): (…)
Voorzitter. Door de internationale onrust moeten we ons ook herbezinnen op andere strategische sectoren, vooral energie en voedsel. In 25 jaar is Europa sluipenderwijs afhankelijk geworden van Russisch gas. Die afhankelijkheid kan op de langere termijn niet voortduren. Er moet een alternatieve energiemix worden ontwikkeld. Zo veel mogelijk energie moeten we dicht bij huis opwekken, maar wind en zon zijn te weersafhankelijk om energiezekerheid te bieden. Ons gas raakt op. Vanaf 2025 worden we importeur van gas. Kolen zijn te vervuilend. Daarom moet in de overgangsdecennia naar echt hernieuwbare energie ook kernenergie op de kaart blijven staan. Is het kabinet bereid om in de energiemix voor de komende decennia ook plaats in te ruimen voor kernenergie? (…)

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het CDA zegt dat we zelfvoorzienend moeten worden, en ook minder afhankelijk van energie en van gas uit Rusland. Het is dan wel heel vreemd dat zijn partij zo heeft gepleit voor en geïnvesteerd in die gasrotondes voor Russisch gas. Het is dan toch eigenlijk wel een beetje vreemd als je nu tot de ontdekking komt dat dit zeer onverstandig is, want Rusland is instabiel en we weten niet of we daar een goede relatie mee behouden. Ik vroeg mij het volgende af: waar denkt de heer Buma uraniummijnen in Nederland te kunnen aanleggen?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Voor zover mij bekend, is er geen uranium beschikbaar in de Nederlandse grond. Ik heb de indruk dat u nu denkt dat dit een buitengewoon slimme vondst van u is. Ik ben benieuwd naar wat uw vervolgvraag wordt.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Precies, dat is nou precies het probleem: het is niet in Nederland te verkrijgen. Weet u waar het wel te verkrijgen is?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ja, in Afrika, bijvoorbeeld in Namibië.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Precies, in instabiele landen: in Kazachstan, in het Midden-Oosten. U wilt toch zo graag niet afhankelijk zijn van dat soort regimes?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
En in Namibië. Ja, en daarom zeg ik ook dat we een veel bredere energiemix moeten hebben, in plaats van alles uit Rusland te halen. Even voor de goede orde: inderdaad begon ik niet aan mijn plan, denkend dat wij ons uranium uit de Nederlandse boden gingen halen, wetend dat u naar voren zou komen met de vraag of ik weet waar het vandaan komt. Ook ik verzin graag wat er gaat gebeuren. Maar mijn antwoord is "ja". En dan blijf ik zeggen dat wij, als wij in 2030 een energievoorziening willen hebben die Nederland de energie geeft die het nodig heeft, dat niet kunnen doen met doorgaan op de manier zoals we dat nu doen. Daar hoort het denken over kernenergie bij. Het verbaast mij dat u alle vieze bronnen in Nederland akkoord vindt maar de meest schone als het om CO2-uitstoot gaat niet.

Mevrouw Thieme (PvdD):
De heer Buma weet niet waar de kerncentrale moet komen en wat we met het afval moeten doen. Hij denkt dat we nog steeds uranium kunnen halen uit instabiele landen om vervolgens te zeggen dat we onafhankelijk zijn van dat soort regimes. Ik geloof niet dat de heer Buma echt goed nagedacht heeft over zijn proefballonnetje dat we echt weer moeten gaan inzetten op kernenergie. Sorry.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik had de hoop dat na dit debat twee leden van de Partij voor de Dieren bij het CDA zouden kunnen aansluiten, maar ik merk nu al dat dit niet gaat lukken. Dat was overigens helemaal geen uitlokking. Mijn collega's worden trouwens heel nerveus nu ik dit zeg.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Terecht. De voorzitter van de CDA-fractie had ook gezegd dat we zelfvoorzienend moeten zijn op het gebied van voedsel. Dan vraag ik hem toch hoe dit te rijmen is met het feit dat we hier 500 miljoen dieren in de bio-industrie voeden met veevoer uit verre landen. Hoe kunnen we dan in godsnaam ervoor zorgen dat voedsel zelfvoorzienend wordt, als we daar nu zo afhankelijk van zijn?

De voorzitter:
Dat is eigenlijk een nieuw punt. Ik dacht dat u uitgelokt was op dat andere punt.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dit is een bruggetje, dat ikzelf niet zo mooi had kunnen verzinnen, naar mijn volgende punt.

De voorzitter:
De vraag is nu gesteld en ik sta die nu toe, maar de volgende keer doen we het niet op deze manier.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dan hecht ik er toch aan om deze vraag te beschouwen als een bruggetje naar datgene wat ik over dit onderwerp zo dadelijk ga zeggen.

De voorzitter:
Mevrouw Thieme, dan kunt u daarop terugkomen als de heer Buma daar in zijn verhaal over komt te spreken.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Het kan overigens zijn dat ik dan iets zeg waar mevrouw Thieme nog steeds niet tevreden over is.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dan doen we het zo.

De heer Van Haersma Buma (CDA): (…)
De voedselvoorziening is vandaag nog geen acuut probleem, net als de energievoorziening dat eerder niet was. We weten echter dat voedsel, in een wereld waarin 10 miljard mensen moeten worden gevoed, wel een probleem gaat worden. We moeten nu dus beginnen met het formuleren van een antwoord daarop. In Nederland moeten we daarom niet verdergaan met het omzetten van vruchtbare landbouwgrond in natuur. Ook hebben we een krachtig Nederlands en Europees landbouwbeleid nodig dat gericht is op het produceren van ons voedsel in de komende eeuw.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik had toch echt graag een visie van de heer Buma gehoord over de wijze waarop we dan zelfvoorzienend kunnen worden met betrekking tot voedsel. Als er iets is waar wij niet zelfvoorzienend in zijn, is het wel voedsel. We importeren massa's veevoer om 500 miljoen dieren in de bio-industrie te voeden. We exporteren heel veel van die producten naar instabiele regimes. Zodra dat misgaat, zie je dat we al die producten moeten opkopen en dat boeren moeten stoppen met hun bedrijf. Ik vraag de heer Buma hoe hij zijn oproep om zelfvoorzienend te worden ten aanzien van voedsel rijmt met het tegelijkertijd in stand houden van een bio-industrie die volledig van het buitenland afhankelijk is ten aanzien van grondstoffen, zoals veevoer?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Een van de aandachtspunten voor onze landbouwsector is dat je bijvoorbeeld voor soja voortdurend ver weg moet. Een van de dingen die wij meer moeten gaan ontwikkelen en die nu ook ontwikkeld worden, is dat soja in Europa verbouwd gaat worden, in plaats van slechts aan de andere kant van de wereld. Daar worden nu al experimenten mee gedaan, ook in Nederland. Als andere sectoren het moeilijk hebben, kun je naar andere sectoren overgaan. Het kan dus wel degelijk. Dit geldt voor de langere termijn: hoe staan wij hier over 25 jaar? Wij zien allemaal hoe onzeker de gasvoorziening is en hoe onzeker de voedselvoorziening kan worden. Wij moeten dus ons eigen voedsel kunnen produceren. Ik heb nooit gezegd dat het alleen Nederland betreft; het gaat natuurlijk om Europa.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik vind het geweldig dat de heer Buma zegt dat wij ons veevoer dan regionaal moeten gaan produceren. Dat betekent namelijk dat wij de veestapel met 70% moeten inkrimpen omdat er simpelweg niet genoeg grond is in Europa om al die dieren te voeden, alleen al in Nederland niet. Ik ben dus blij dat ik de heer Buma aan mijn zijde vind om ervoor te zorgen dat wij minder dieren houden in Nederland, waardoor de milieudruk afneemt en wij minder veevoer hoeven te halen uit landen als Brazilië en Argentinië. Ik denk dat het CDA zich wel bij de Partij voor de Dieren kan aansluiten.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Het is apart dat mevrouw Thieme meteen weer in de overdrive schiet. Zij doet alsof er geen goed beleid mogelijk is waardoor er vlees kan worden geproduceerd — dat is een product dat mensen al sinds het ontstaan der mensheid eten — waardoor wij veel beter weten waar ons voedsel vandaan komt en waardoor wij de mix van waar ons voedsel vandaan komt en waar ons veevoer vandaan komt, veel beter kunnen maken. Mevrouw Thieme zegt dat er geen agrarische productie meer uit Nederland komt. Ik kan haar zeggen dat Nederland de hoogste standaard ter wereld heeft voor dierveiligheid. Het wordt er alleen maar slechter en ongezonder van. Die kant wil het CDA niet op. Wij willen juist waarborgen dat ons eten over 25 à 30 jaar veilig is. Wij willen geen rotzooi uit landen waar niet zulke hoge normen worden gesteld als hier. Ik zeg niet dat dat is wat de Partij voor de Dieren wil, maar ik waarschuw hiervoor, wetende hoe groot het risico is.

Mevrouw Thieme (PvdD):
De heer Buma haalt er echt van alles bij. Het gaat erom dat wij niet meer afhankelijk willen zijn van grondstoffen uit andere landen. Dat was het pleidooi van de heer Buma. Ik geef aan dat dit niet kan als wij niet op een andere manier gaan produceren. Vervolgens krijg ik een hele tirade over dierveiligheid en dierenwelzijn. Daar heb ik het helemaal niet over! Ik vraag aan de heer Buma hoe hij die zelfvoorziening van voedsel dan voor zich ziet. Daar krijgen wij gewoon geen antwoord op. Dus lijkt ook dit weer een proefballonnetje te zijn.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Toch krijgt u dat antwoord wel, want net als bij gas en energie moeten wij een mix hebben waar wij ons voedsel vandaan halen en veel meer zelf gaan produceren. Dat vind ik echt van groot belang. Het gevolg van het beleid dat we voeren is dat het produceren van voedsel niet meer rendabel is en dat wij dat elders doen, maar vergeet één ding niet. China koopt in de hele wereld grond op om zijn miljard mensen de monden te voeden. Amerika subsidieert om het leven, net als Japan. Europa hangt straks achteraan. Ik blijf zeggen dat voedselvoorziening over 30 jaar net zo belangrijk is als nu. Als wij nu de knoppen niet omzetten, hebben we straks een probleem. Dat is alles wat ik wilde zeggen.

De voorzitter:
Mevrouw Thieme, tot slot.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Wat gaat er volgens de heer Buma gebeuren met de prijzen van grondstoffen, juist vanwege opkomende economieën zoals China en India, die inderdaad steeds meer vlees gaan produceren? Die prijzen kan Nederland helemaal niet meer betalen. Het probleem is nu juist dat we ervoor moeten zorgen dat wij alternatieven hebben voor de voedselproductie die wij op moment hebben. We moeten af van de afhankelijkheid van veevoer uit andere landen. De heer Buma blijft maar rondjes draaien. Hij geeft geen antwoord op de vraag hoe we die toekomstbestendige landbouw gaan realiseren.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik zou niet weten hoe ik het nog preciezer zou kunnen zeggen.

(…)

De heer Samsom (PvdA): (…)
De PvdA is daarom blij met het omvangrijke kabinetsplan om het belastingstelsel te herzien. In dat nieuwe stelsel moet werken meer gaan lonen. Dat is rechtvaardig, het zorgt voor ten minste 100.000 banen extra en leidt dus tot minder werkloosheid. Mensen die werken, gaan minder belasting betalen en krijgen een groter deel van wat zij verdienen zelf in handen. Het wordt dus ook goedkoper voor bedrijven om werknemers in dienst te nemen. Zo keren wij de trend dat schoonmakers, bouwvakkers en mensen die werken in de thuiszorg met onzekere flexbanen genoegen moeten nemen. Ook zij kunnen dan gewoon weer in loondienst met een fatsoenlijk arbeidscontract.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het is natuurlijk een mooie droom die de heer Samsom hier schetst, maar gezien de brieven van het kabinet en de Miljoenennota, staat er tot nu toe nog niets concreet op papier om het daadwerkelijk mogelijk te maken dat datgene wat wij in overvloed hebben, namelijk arbeid, goedkoper wordt en datgene wat schaars is, duurder. Daar is nog geen begin mee gemaakt. De heer Samsom heeft waarschijnlijk mijn interruptiedebatje met de heer Zijlstra gehoord. De heer Zijlstra zei daarin dat hij ervoor openstaat om te kijken naar grondstoffenbelasting. Dat moet het groene hart van de heer Samsom toch harder doen kloppen, net als dat van mij? De kansen zijn er dus kennelijk om nu ook de verduurzaming van het belastingstelsel vorm te gaan geven. Gaat het gebeuren?

De heer Samsom (PvdA):
Als het aan ons ligt wel, en als het plan van het kabinet in de juiste aarde valt, als het bijvoorbeeld op het juiste draagvlak in de Kamer valt, zouden wij daarvan best iets terug kunnen zien. In detail staat het er niet in. Mevrouw Thieme zei net dat er niets van te zien is, maar er is heel veel van te zien. Wij zien een enorme belastingschuif, van 10 miljard, en een nettolastenverlichting van 3 tot 5 miljard. Bij elkaar gaan de lasten op arbeid dus 13 tot 15 miljard euro omlaag. Dat is nog nooit vertoond. Het is ook hard nodig.

En ja, een deel daarvan, welk deel precies gaan we met z'n allen bespreken, zou terecht kunnen komen in consumptie of milieuvervuiling, bijvoorbeeld door in de btw wat tarieven te harmoniseren of uitzonderingen te schrappen. Dat is een voorbeeld dat wordt genoemd: hartstikke concreet. Het wordt nog niet morgen ingevoerd, maar is wel nu al klaar om in te voeren zodra de lastenverlichting er is. Die is namelijk wel nodig, daar staat mijn partij pal voor.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik vind het heel erg belangrijk dat ik hoor wanneer wij de concrete plannen te zien krijgen. Dat vraag ik aan het kabinet. Ik lees echter nu al in de brief over het belastingplan dat er wat betreft de grondstoffenbelasting vooral gewezen wordt naar de Europese Unie. Het moet op Europees niveau gaan gebeuren. We gaan het niet nationaal doen, terwijl we op nationaal niveau tot wel 5 miljard euro zouden kunnen besparen op allerlei vrijstellingen, zoals verlaagde tarieven voor de gasgrootverbruikers, verlaagde tarieven voor de glastuinbouw en vrijstellingen voor de energie-intensieve industrie. Dat zijn allemaal nationale vrijstellingen die we nu al zouden kunnen aanpakken. Ik neem aan dat de heer Samsom tegen dit kabinet zegt: de PvdA-fractie gaan er niet mee akkoord dat er simpelweg alleen maar wordt gewezen naar Europa en dat daar eventueel moet worden gekeken naar een grondstoffenbelasting; nee, wij zullen in Nederland afkomen van die vrijstellingen.

De heer Samsom (PvdA):
Dat lijstje is illustratief, want het grootste bedrag erop betreft de vrijstelling op kerosine. Dat is niet eens een Europees probleem; het betreft een wereldwijde afspraak in een verdrag ergens ver weg in Montreal afgesloten. In dat verdrag hebben alle landen ter wereld met elkaar afgesproken — of ik het nou leuk vind of niet; ik kreeg geen gelijk — dat kerosine vrijgesteld is van accijns en zelfs van btw. Tja, dan heb je inderdaad een enorm lagere last op die brandstof. Ik zou die graag willen verhogen. Vliegen binnen Nederland vind ik sowieso niet zo heel verstandig; vliegen doe je vooral internationaal en daar zullen we dus echt internationaal afspraken over moeten maken.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik heb het niet over de vrijstelling voor kerosine. Die is inderdaad 1,7 miljard euro, daar zijn op Europees, internationaal niveau afspraken over gemaakt. Daar heb ik het niet over; ik heb het over de 3,5 miljard aan vrijstellingen die op Nederlandse grond, hier, worden vastgesteld door dit kabinet en die door dit kabinet nog steeds worden geaccepteerd. Ik heb het over het verlaagde tarief voor gasgrootverbruikers van 1,5 miljard, over het verlaagde tarief voor de glastuinbouw van 90 miljoen en het verlaagde tarief voor elektriciteitsgrootverbruikers van nota bene 1,8 miljoen euro. Dat zouden we nu kunnen bezuinigen. Daar zouden we verlaagde belasting op arbeid mee kunnen bekostigen. Ik vraag de heer Samsom nogmaals of hij bereid is om te kijken naar deze nationale vrijstellingen, die we volgens het Planbureau voor de Leefomgeving nu kunnen en moeten afschaffen.

De heer Samsom (PvdA):
Ook daar geldt echt een internationale context. Wij stellen bedrijven vrij van tarieven die we zelf vrij hoog hebben gesteld voor kleinverbruikers. Daar ben ik overigens trots op, want dat stimuleert ons allemaal tot enige energiebesparing. Sommige bedrijven echter, bijvoorbeeld Tata Steel, concurreren in de internationale wereld. Mevrouw Thieme spreekt over banen. Bij Tata Steel werken ongeveer 6.000 mensen. Dat zijn 6.000 heel goede redenen om nog even na te denken over de snelle afschaffing van die vrijstellingen. Dan zitten we namelijk met een groter probleem. Graag werk ik samen met mevrouw Thieme om de milieulasten wat te verhogen en de lasten op arbeid wat te verlagen. Over die koers verschillen wij niet van mening. Ik kijk echter ook naar ons bedrijfsleven en de mensen die daar werken. Ook die gun ik een goede toekomst.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dit zijn exact de woorden die de heer Samsom een aantal jaar geleden hoorde toen hij daarboven op de publieke tribune zat. Destijds hoorde hij de politici zeggen: we gaan eerst meer geld verdienen; we moeten eerst de concurrentiepositie van Nederland verbeteren voordat we aan het milieu toekomen. Toen zei de heer Samsom, op die tribune: ik zou nu het liefst naar beneden springen omdat de urgentie om iets aan het klimaat te doen zo groot is; de mensen daar beneden in de plenaire zaal weten helemaal niet waarover zij het hebben. Ik hoor nu de heer Samsom exact hetzelfde zeggen als die politici destijds. De idealen zijn dus gestrand, omdat de heer Samsom zo graag wil samenwerken met de VVD, een van de meest milieuonvriendelijke partijen van dit land. Zo zonde!

(…)

De heer Pechtold (D66) (…)
Wat betreft kernenergie, hebben we goede afspraken gemaakt over de laatste centrale. Die bouwen we af en wat mij betreft beginnen we niet aan zo'n nieuw avontuur. Het probleem is dat je hem niet kunt uitzetten. Ook de investeringskosten zijn een probleem. Kijk naar Engeland, kijk naar Finland. De laatste centrale die daar is gebouwd, was uiteindelijk vier keer zo duur als begroot. Het is eigenlijk niet rendabel. Je zou er als overheid — dat zou u als liberaal moeten aanspreken — eigenlijk heel veel geld in moeten stoppen om de bedrijfstak te financieren. Met kolen hebben we fouten gemaakt in het verleden, ook D66.

Wij willen dat Europa gaat samenwerken op het gebied van duurzame energie. Daarom noemde ik zojuist Donald Tusk. Ik ben het met u eens dat wij de afgelopen jaren door wisselende kabinetten vaak van het een op het ander zijn gesprongen. Een voorbeeld is het afschaffen van de windmolenparken, waarvan de heer Buma al direct zegt: dat kan niet. Daar gooien wij het bijltje nog niet bij neer. Zo zijn er ook op het innovatieve vlak — we hebben dadelijk dat toekomstfonds — nieuwe mogelijkheden die je hier creëert om iets te doen in het mkb. Dat is niet de klassieke industrie van de fossiele brandstoffen.

(…)

Laat ik er een aan toevoegen waar we in Nederland huiverig voor zijn en terecht, omdat ons land dichtbevolkt is. Neem de Rotterdamse haven en de mogelijkheden voor de import van vloeibaar gas uit de Verenigde Staten. Laten we eerlijk zijn: het is wel schaliegas. Dat zijn mogelijkheden die ik in de transitie naar heel schone energie wil verkennen. Ik heb liever dat we het uiteindelijk met een boot uit Noord-Amerika laten komen dan met een pijpleiding van de heer Poetin uit Rusland. Kijk naar de Roemenen, die de leidingen nu omleggen. Voormalige Oostbloklanden gaan elkaar nu van gas voorzien in plaats van gas van Poetin. Als we dat samen afspreken, hebben we een lange weg te gaan. Maar zoals ik aangaf: tien jaar geen gas van Poetin en in de tussentijd hebben we ons eigen gas. We zijn op dit moment ook nog energie-exporteur. (…)

Mevrouw Thieme (PvdD):
De heer Pechtold sluit niet uit het prima te vinden dat schaliegas wordt geïmporteerd.

De heer Pechtold (D66):
O jee!

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik ben daar toch wel van geschrokken. De heer Pechtold weet met mij dat het zeer gevaarlijk is en ook niet duurzaam. Maar laten we ons concentreren op de dingen die ons wel binden en waar we overeenstemming over hebben. Een daarvan is de vergroening van het fiscale stelsel. Ik heb de heer Pechtold eerder deze avond horen zeggen dat hij heel graag wil weten wanneer het kabinet met plannen voor een belastingherziening komt. Ik vind het ook van groot belang om dat te weten. Is het voor de heer Pechtold een reden om het kabinet niet langer in het zadel te houden als dat niet voor 1 februari gebeurt, omdat hij er genoeg van heeft om er van begroting naar begroting bij geroepen te worden, het kabinet geen visie uitdraagt en niet met duidelijke echte hervormingen komt en dat slecht is voor het duurzame beleid waar hij voor staat?

De heer Pechtold (D66):
De oppositie houdt nooit een kabinet in het zadel. Een kabinet zet het ambitieniveau zelf neer. Ik heb zojuist mijn complimenten gegeven voor het in één jaar inlopen van jarenlang achterstallig onderhoud. Op de uitwerking kom ik nog terug, want die zal veel aandacht vergen. Ik ben tevreden over de wijze waarop het kabinet luistert naar partijen die meedenken, hun de ruimte geeft en kansen biedt. Zoals ik vandaag ook anderen heb horen uitspreken, geeft het aantal van 600.000 werklozen aan dat wij allen een ambitie moeten hebben. Wij komen er allen achter dat die niet alleen op het terrein van hervormingen van zorg, wonen en arbeid zit, maar met name op het terrein van de hoge belastingdruk in dit land. Dat is de hoogste in twintig jaar. De loonbelasting is in tien jaar van 25% naar 57% als overheidsinkomsten gestegen. Daar wil ik wat aan doen. Daar wil ik de vergroening in meenemen. Ik zie een kans om dat stelsel aan te grijpen om de economie te laten groeien en banen te creëren, met het kabinet. Ik ga echter niet dreigen, want ik hoor vandaag dat de taboes van tafel gaan en de plannen eraan komen. Als dat morgen ook nog vanuit vak-K wordt bevestigd, ben ik een positief mens en gaan wij kijken hoe wij daarmee doorgaan.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik ben met de heer Pechtold van mening dat het heel belangrijk is dat we die belastingherziening vorm gaan geven. Hij moet het echter met mij eens zijn dat het slecht is voor Nederland en dat we niet langer zo moeten doorgaan als deze twee coalitiepartners elkaar in een klem houden door hun totaal andere ideeën over de wijze waarop je het belastingstelsel moet hervormen. We zullen de belasting op arbeid moeten verlagen. Dan kan het niet zo zijn dat de heer Pechtold omdat hij een gedoogpartner is — het wordt ook wel de constructieve oppositie genoemd — dan toch dit kabinet in het zadel houdt door telkens constructief mee te denken en zo doormoddert van de ene begroting naar de andere zonder de echte bakens te laten verzetten.

De heer Pechtold (D66):
Ik denk dat door het beeld dat mevrouw Thieme nu schetst van politiek mensen het gevoel krijgen dat je twee kleuren hebt: als je in de oppositie zit weet je alles beter en is alles wat uit kabinet komt fout. Dat scheidt je voor een periode, totdat er een rolletje van een partij wisselt en dan is het andersom. Zo is de wereld niet. Tussen VVD en PvdA zit D66 met haar verkiezingsprogramma sociaaleconomisch vaak met raakpunten. Als het om bepaalde andere dingen gaat — we zien dat rond de rechtsstaat — gaat dat wat minder. Neemt u mij niet kwalijk dat ik namens de kiezers die ons hier voor deze periode hebben neergezet de kansen pak, mevrouw Thieme. Dan zegt u: trek de stekker eruit. Nou ja, dat met die stekker is hier al eens geprobeerd. Dat kan dus niet, dat is al een keer bewezen. Zo niet en ook niet op een andere wijze. Weet u wat ik zou willen? Er een tweede stekker in stoppen, om te zorgen voor goede energie en voor extra ambitie.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het gaat er natuurlijk om wat de kiezers, de mensen thuis, denken over dit hele circus rondom constructieve oppositie en gewone oppositie, waarbij er ook nog zoiets is als een kabinet. Mensen kunnen daar eigenlijk geen kaas van maken. De heer Pechtold zegt aan de ene kant in de media dat dit kabinet geen enkele visie heeft, dat het slecht is voor het land als wij zo door blijven modderen en dat er echt verandering in moet komen. Aan de andere kant steunt D66, de heer Pechtold, dit kabinet door telkens opnieuw een handtekening te zetten onder de begrotingen voor het komende jaar. Dat is ook niet uit te leggen, mijnheer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):
Als krantenkoppen alweer worden samengevat door mevrouw Thieme, die daar dan ook natuurlijk weer politiek mee bedrijft — u moet nu niet net doen alsof u er niet bij hoort want u bent hier ook als politica, mevrouw Thieme — dan zijn de hyperbolen wel groot. Er is een ambitie. Als je echter 600.000 mensen aan de kant hebt staan, is het hier geen tijd om te denken: ach, we hebben hervormd en achterstallig onderhoud gedaan en nu kunnen we wel tweeënhalf jaar wachten op die groei. Nee. Ik ben het met de liberalen eens dat de overheid geen banen creëert in de zin van het creëren van overheidsbanen. Ik ben echter aan de andere kant via het belastingstelstel graag bereid om ervoor te zorgen dat er in de markt door groei, bij de overheid door kansen en in het onderwijs door geld weer werkgelegenheid komt. Ik nodig u uit om een keer mee te praten, mevrouw Thieme.

(…)

De heer Slob (ChristenUnie): (…)
Ik heb een aantal vragen over de nota Werken aan groei. Ik heb begrepen dat daaraan op de heidag is gewerkt. Het is mooi dat er iets van een agenda voor de toekomst ligt. In die nota zie ik dat de stad als economische motor wordt genoemd. Dat is goed, maar wij hebben ook de regio als economische motor nodig, zeker bij die regio's in ons land waar de werkloosheid ver boven het landelijk gemiddelde ligt. Ik vraag het kabinet om uitvoering te geven aan moties die in de Kamer zijn ingediend en aangenomen om aan het werk te gaan met bepaalde regio's waar concrete banenplannen liggen. Ook moet wet- en regelgeving die werkgelegenheid in de weg staat, worden opgeruimd.

Het heeft mij verbaasd dat in de agenda voor de toekomst nauwelijks tot geen aandacht werd besteed aan de uitdagingen van de nieuwe economie van de toekomst, werken aan maatschappelijk ondernemen, duurzaamheid en schone energie. Daarover zou ik graag nog iets willen zeggen.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Wellicht gaat de heer Slob dat zo doen, want ik ken hem als iemand die ook graag wil verkennen in hoeverre we wel moeten focussen op economische groei en in hoeverre die oneindige economische groei wel past op een eindige planeet. Maar misschien was hij al van plan om daar iets over te zeggen.

De heer Slob (ChristenUnie):
Ik wilde eigenlijk iets over energie gaan zeggen. Dit is een heel ander onderwerp, dat op zich wel heel belangrijk is. Ik weet niet hoe laat het is. Hebben we nog wel tijd? Dit is natuurlijk een megaonderwerp. Aan de ene kant moeten wij inderdaad zorgen voor groei van onze economie. Die groei is belangrijk, ook voor de welvaart en het welzijn van mensen. Aan de andere kant weten we dat er beperkingen zijn aan datgene wat je kunt doen, bijvoorbeeld met natuurlijke hulpbronnen die op onze aarde aanwezig zijn.

Misschien kan ik daarmee het bruggetje maken naar energie. We zijn voor energie wel erg afhankelijk geworden van Russisch gas of van Arabische olie. We leunen met onze economie te zwaar op fossiele brandstoffen. Daar doelt mevrouw Thieme waarschijnlijk ook op. Dat is slecht voor onze leefomgeving en het is ook slecht voor de toekomst van onze economie, omdat die energieafhankelijkheid uiteindelijk te groot is. Daarom is mijn boodschap aan het kabinet — ik denk dat mevrouw Thieme daarin aan mijn zijde staat en gelukkig ook een aantal andere fracties in de Kamer — dat we volop werk moeten maken, misschien nog wel meer dan ooit door de geopolitieke situatie, van energiebesparing. We moeten werken aan snellere energietransitie, want we lopen echt mijlenver achter, zelfs met de al verlaagde doelstelling die dit kabinet had. Dat is niet goed. Daar moeten we iets aan doen: minder kolen en gas, meer zon en wind, investeren in innovaties voor de toekomst, schone initiatieven ondersteunen en vervuiling bij de bron aanpakken. Wat ons betreft, is er dan geen ruimte voor schaliegas en voor kernenergie, maar maken wij juist vaart met bijvoorbeeld windenergie op zee. Volgens mij vind ik mevrouw Thieme dan ook aan mijn zijde.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Zeker, daarin kunnen wij samen optrekken. Nu helpt de ChristenUnie dit kabinet bij het rondkrijgen van de begroting en weet het kabinet daarvoor in de Kamer steun te krijgen bij de ChristenUnie. Dit kabinet zet toch wel heel duidelijk in op business as usual. Het gaat verder op de ingeslagen weg en zorgt voor nog meer productie en nog meer consumptie zonder daar enige demping in aan te brengen, in ieder geval niet voldoende. Als ik uw woordvoerder op het gebied van groene groei goed heb beluisterd, dan vindt ook uw fractie dat we heel andere indicatoren moeten krijgen om een ander economisch systeem in de benen te helpen en dat niet het bnp het leidende beginsel moet zijn, maar dat we veel meer moeten kijken naar wat echte welvaart en echt welzijn is. Ik verbaas mij erover dat u wat dat betreft geen kritische punten plaatst bij het kabinetsbeleid.

De heer Slob (ChristenUnie):
Je moet soms kiezen welke onderwerpen je aan de orde stelt. Wij hebben in het verleden, volgens mij samen met u en ook met GroenLinks, zelfs met mevrouw Halsema, hiervoor aandacht gevraagd en bekeken of we ook op een andere manier beoordelingen van beleid zouden kunnen krijgen, dus niet alleen financieel-economisch. Daar zijn nog steeds geen Kamermeerderheden voor, maar laten we blijven strijden. Inderdaad, je moet verder kijken dan alleen maar economische groei, hoe belangrijk die in deze tijd ook is. Kijk naar de enorme aantallen werkzoekenden die nu nog langs de kant staan.