Inbreng Partij voor de Dieren Schrif­telijk Overleg over dieren­wel­zijns­richt­lijnen in de circus­branche


25 april 2007

Inbreng Partij voor de Dieren ten behoeve van een schriftelijk overleg met de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de beantwoording van schriftelijk vragen van het lid Ouwehand (PvdD) en van het lid Van Velzen (SP) over dierenwelzijnsrichtlijnen in de circusbranche (kamervragen 2060709370 resp. 2060709170 en antwoorden).

De leden van de Partij voor de Dieren hebben met teleurstelling kennisgenomen van de antwoorden van de minister op haar kamervragen over het gebruik van wilde dieren in het circus en de richtlijnen die de Vereniging van Nederlandse Circusondernemingen (VNCO) hieromtrent heeft opgesteld. Om deze reden heeft de partij dit schriftelijk overleg aangevraagd.

De Partij voor de Dieren is van mening dat het hoog tijd is om spoedig een nationaal verbod in te stellen voor het houden en tentoonstellen van wilde dieren in circussen. Dat de huisvesting van dieren als olifanten, tijgers, leeuwen, giraffen en zeeleeuwen en de acts die zij gedwongen worden uit te voeren in het circus indruisen tegen de vrijheid om hun natuurlijke gedrag te mogen vertonen , is voor iedereen overduidelijk. Ook het vrij zijn van fysiek en fysiologisch ongerief en van angst en chronische stress zijn vrijheden die in het geding zijn in de circusomgeving. Niet alleen nationaal, maar ook internationaal en op verschillende niveaus zijn ontwikkelingen gaande die pleiten voor een verbod op het gebruik van wilde dieren in het circus.

Allereerst de wetgeving in diverse andere landen: in Kroatië, Costa Rica, Israël, Singapore en Oostenrijk is reeds een nationaal verbod van kracht. In Duitsland en Engeland zal op korte termijn een voorstel hiertoe worden besproken. Bij laatstgenoemd land is hiertoe overgegaan nadat meer dan 220 gemeenten een lokaal verbod hadden ingesteld. Verder gelden in onder andere Denemarken, Finland, Zweden, Slowakije en Malta verboden voor een groot aantal diersoorten, waaronder olifanten, giraffen, apen.

Ook in diverse gemeenten binnen Nederland groeit de behoefte aan adequate wetgeving om circussen met wilde dieren buiten de gemeente te kunnen houden. De gemeenten Winschoten en Veendam hebben in het afgelopen jaar het initiatief genomen om een plaatselijk verbod in te stellen en in tientallen andere gemeenten gaan dezelfde geluiden op. Begin dit jaar bepleitte burgemeester Job Cohen van Amsterdam een nationaal verbod, vanwege het feit dat dit door gemeenten lastiger te realiseren is. Onder de Nederlandse bevolking is er overigens een groot draagvlak voor een verbod: in een representatieve opiniepeiling van RTL 4 stemde 78% van de stemmers hiervoor.

Dan tot slot het advies van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) ten aanzien van de richtlijnen die de VNCO heeft opgesteld. De minister was zeer optimistisch in haar antwoord op onze kamervragen door te stellen dat de RDA de richtlijnen ziet als een eerste aanzet om tot degelijk onderbouwde richtlijnen te komen. In haar advies stelt de RDA namelijk dat de huidige richtlijnen veel vragen oproepen, omdat de motivering en onderbouwing te summier zijn of ontbreken. Ook wordt volgens de RDA op diverse relevante aspecten niet of onvoldoende ingegaan, en zijn onderdelen met elkaar in tegenspraak. Er wordt daarnaast onvoldoende rekening gehouden met soortspecifieke eigenschappen en welzijnsbehoeften van de dieren. Als klap op de vuurpijl geeft de RDA aan weinig vertrouwen te hebben in het zelfregulerende vermogen van de VNCO om het welzijn van de dieren in circussen te waarborgen. Een duidelijk oordeel, lijkt ons: de VNCO is zelf niet in staat om regels op te stellen die het welzijn van dieren in het circus kunnen garanderen.

Op basis van deze argumenten is er wat de Partij voor de Dieren betreft maar één conclusie mogelijk. Wij vragen de minister dan ook of zij bereid is om haar eerdere antwoord te herzien en te komen tot een nationaal verbod op het gebruik van wilde dieren in het circus. Tevens vragen wij de minister of zij bereid is artikel 65 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in te vullen en in werking te laten treden. Wij overwegen een motie daarover in te dienen wanneer de minister blijft bij haar standpunt.

Wij verzoeken de minister voor 1 juni te antwoorden op onze vragen.