Algemeen Overleg Kennis­making OCW


25 april 2007

Algemeen Overleg Kennismaking OCW
26 april 2007
Partij voor de Dieren, Esther Ouwehand

Voorzitter,

Allereerst wil ik de bewindslieden zeggen dat ik het prettig vind om via dit AO kennis met hen te maken. We zien uit naar een goede samenwerking de komende periode, en naar alle beleidsvoorstellen die nog zullen volgen. Tijdens dit algemeen overleg wil de Partij voor de Dieren graag specifiek stilstaan bij een van de agendapunten: leren en innoveren in de kenniseconomie. We kennen de voorliefde voor innovatie van de minister, en daarom willen wij de minister graag een kans voorleggen op het gebied van innovatie. Het Europees Parlement stemde eind vorig jaar in grote meerderheid voor een resolutie waarin gesteld wordt dat de ontwikkeling, validatie en aanvaarding van methodes zonder dierproeven versneld moeten worden. De vraag is dan niet of, maar wanneer Europa Nederland via een nieuwe richtlijn zal dwingen meer werk te maken van alternatieven voor dierproeven. De vraag die vervolgens voorligt is deze: gaat Nederland de kans benutten om koploper te worden op dit steeds belangrijker wordende onderzoeksterrein, of nemen we genoegen met een midden- of zelfs achterhoedepositie? We weten dat er veel goede ideeën voor innovatief alternatievenonderzoek op de plank blijven liggen omdat er veel te weinig budget beschikbaar is. De minister van OCW financiert proefdieronderzoek aan universiteiten, wat betekent dat hij ook een verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het alternatievenbeleid. Op dit moment is de bijdrage van OCW aan het budget voor alternatieven voor dieproeven bijzonder mager, 187.000 euro om precies te zijn. Uw voorganger heeft gezegd dat ze vindt dat OCW wel genoeg doet op het gebied van alternatieven. Mijn vraag aan de minister is: bent u het met uw voorganger eens, of gaat u een ambitieuzer beleid voeren zou op dit terrein?

Het alternatievenbeleid van OCW is verder niet specifiek gericht op alternatieven in het onderwijs. Wij ontvangen regelmatig berichten van scholieren die op morele gronden geen dierproeven willen doen, maar niet kunnen of durven weigeren in het biologielokaal. Wat is uw visie hierop?

Dan wil ik graag meer specifiek vragen naar de voortgang op het gebied van experimenten met apen. In 2001 is door de toenmalige minister aangegeven dat er vanuit het Ministerie van OCW gestreefd zou worden naar het beëindigen van experimenten op apen. De praktijk toont echter aan dat in de daaropvolgende vier jaar het aantal proeven op apen slechts met 28 is afgenomen. Kunt u aangeven wat de voortgang is met betrekking tot dit beleidsvoornemen?

Het BPRC in Rijswijk valt onder verantwoordelijkheid van uw ministerie. In 2003 is er vanuit het Ministerie van OCW een aantal beleidsvoornemens gepresenteerd met betrekking tot het BPRC, onder andere voor vernieuwde huisvesting, het uitplaatsen van chimpansees, het terugbrengen van het aantal proefdieren en het ontwikkelen van alternatieven. In het jaarverslag OCW over 2004 werd er nog gerapporteerd over de voortgang van de uitvoering van die beleidsvoornemens, maar in 2005 en daarop volgende jaren is er niet veel meer over de voortgang terug te vinden. Hoe is de stand van zaken op dit moment?

Toezeggingen van de Minister van OCW n.a.v. de vragen van de Partij voor de Dieren

De minister heeft toegezegd om de Kamer schriftelijk te informeren over de volgende zaken:

  • De bijdrage van het Ministerie van OCW aan het budget voor de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven
  • De aanvragen voor subsidiëring van onderzoek naar alternatieven voor dierproeven
  • De voortgang m.b.t. het beleidsvoornemen proeven op apen te beëindigen
  • De voortgang van de uitvoering van de beleidsvoornemens m.b.t. het BPRC
  • De visie van de minister op het ontwikkelen van alternatieven voor dierproeven in het onderwijs.

Toelichting m.b.t. de stand van zaken bij het primaten-experimentencentrum BPRC in Rijswijk

Uit het jaarverslag 2003 van OCW:

Primatenonderzoek wordt in Nederland ondermeer uitgevoerd bij het Biomedical Primate Research Centre (BPRC). Doel van het primatenonderzoek is biomedisch onderzoek ten behoeve van de volksgezondheid, waarbij gebruik gemaakt wordt van primaten. De conclusies van een advies van de KNAW commissie voor primatenonderzoek hebben geleid tot de constatering dat onderzoek met chimpansees in Nederland niet meer nodig is en dat de chimpansees van het BPRC moeten worden
uitgeplaatst. Onderzoek met kleinere primaten ten behoeve van de volksgezondheid is echter nog steeds nodig. Een en ander heeft geleid tot de volgende doelstellingen van beleid:

  • volledige vernieuwing van de huisvesting van de apen in de jaren 2002 tot en met 2004;
  • verbod van onderzoek met chimpansees en andere mensapen;
  • uitplaatsen van alle chimpansees uit het BPRC;
  • afsluiten van het commerciële standaard testonderzoek;
  • terugbrengen van het aantal proefdieren in de periode 2002–2005 van 400 naar 230 en vermindering van de omvang van de kolonie van 1600 naar 1000 dieren;
  • oprichting door het BPRC van een afdeling voor de ontwikkeling van alternatieven voor proeven met primaten.

Bij het laatste bezoek aan BPRC werd gemeld dat BPRC op dit moment 1.250 apen heeft. Zij willen groeien naar een kolonie van 1.500 apen. Hoeveel proeven het BPRC doet op apen is geen openbare informatie.

  • De vernieuwing van de huisvesting voor resusapen in het BPRC is inmiddels voltooid.
  • Sinds het najaar van 2003 geldt er in Nederland een verbod op het doen van dierproeven met mensapen, waaronder chimpansees. De chimpansees die in het BPRC werden gebruikt, zijn inmiddels grotendeels overgeplaatst naar nieuwe locaties zoals dierentuinen en dierenverzorgingscentra waar er niet meer op hen wordt geëxperimenteerd. De laatste groep chimpansees die op dit moment nog in het BPRC zit wordt volgens plan deze zomer geherhuisvest in Beekse Bergen.
  • Het Ministerie van OCW meldde in 2005 dat een deel van de wetenschappelijke capaciteit van het BPRC wordt ingezet voor onderzoek naar alternatieven. Onduidelijk is hoe dat onderzoek precies wordt aangepakt.