Bijdrage schrif­telijk overleg met de minister van LNV ten behoeve van de Landbouw en Visserij Raad


1 mei 2007

De leden van de Partij voor de Dieren hebben met interesse kennisgenomen van het verslag van de minister over de L&V raad van 16-17 april, de geannoteerde agenda voor de L&V raad van 7-8 mei en de bijbehorende fiches.

Diertransporten (Verslag L&V raad 16-17 april)
De minister geeft aan dat zij aandacht wil voor de eigen verantwoordelijkheid van de sector en voor een strenge aanpak van overtreders. Verder onderkent de commissie het belang van groter bewustzijn, strikte handhaving en communicatie.
Ondertussen zijn er weer misstanden gemeld van diertransporten waarbij kalveren op ernstige wijze zijn mishandeld en is door VION aangegeven dat het transport van levende varkens de komende jaren zal verdubbelen als gevolg van een hogere productie in Nederland. Dit kan tot nog meer welzijnsproblemen leiden en daarnaast grote risico’s hebben voor de uitbraak van dierziekten.

Kan de minister aangeven:

  • wat zij bedoelt met grote eigen verantwoordelijkheid van de sector? Kan zij aangeven welk resultaat zij verwacht van het benadrukken van de eigen verantwoordelijkheid van de sector wanneer het gaat om het uitbannen van misstanden met de transporten van levende dieren zoals deze zich ook recent nog hebben voorgedaan?
  • op welke wijze zij de strenge aanpak van overtreders in de praktijk brengt in termen van controle, handhavingscapaciteit en sancties? Kan zij voorbeelden geven van hoe overtreders zijn opgespoord en aangepakt?
  • of de sancties hebben geleid tot een significante vermindering van het aantal overtredingen en geconstateerde misstanden met diertransporten?
  • of zij een nog strengere aanpak van overtredingen ambieert en zoja, wanneer en op welke wijze zij deze gaat implementeren? Kan zij daarbij ook aangeven welke ruimte Nederlandse autoriteiten hebben om bovenop de Europese normen tot een strengere aanpak te komen?
  • wat de commissie verstaat onder een groter bewustzijn? Welk bewustzijn moet bij wie worden vergroot? En hoe gaat de commissie dit oppakken?
  • in hoeverre de onderkenning van de commissie wat betreft het belang van strikte handhaving in de praktijk wordt gebracht? Op welke wijze wordt er gehandhaafd? Is dit volgens de minister voldoende? Op welke wijze kan de handhaving verbeterd worden?
  • in hoeverre de commissie voornemens is om naast bewustwording, communicatie en handhaving strengere voorschriften te implementeren en hogere sancties op te leggen?
  • of zij de huidige EU voorschriften en sancties voldoende acht ter voorkoming van misstanden tijdens de transporten van levende dieren?
  • of zij zich in wil zetten voor een hardere aanpak en strengere, in de bedrijfsvoering voelbare, sancties van veetransporteurs in overtreding?
  • of zij voornemens is de transportrichtlijn weer op de Europese agenda te zetten, in het licht van onder meer de verwachte uitbreiding van het aantal transporten van levende dieren en de ernstige misstanden die zich recentelijk opnieuw hebben voorgedaan (zoals de onlangs gerapporteerde misstanden met het kalvertransport naar Rusland en het biggentransport naar Rusland vanuit Denemarken)?
  • of zij het vervoer van levende dieren vanuit Nederland op termijn wil beperken om dierenleed te voorkomen en de uitbraak van dierziekten tegen te gaan?

Herstelmaatregelen Europese aal (geannoteerde agenda L&V raad 7-8 mei, Verslag L&V raad 16-17 april)
De minister heeft zelf aangegeven dat het zaak is om op korte termijn een akkoord te bereiken op Europees niveau voor een herstelplan voor de Europese aal. Uit het verslag van de L&V raad van 16-17 april blijkt dat er toen geen overeenstemming is bereikt vanwege bedenkingen van Spanje en Frankrijk ten aanzien van het reserveren van glasaal voor uitzet. De doelstelling van het Europese voorstel is dat op de lange termijn 40% van de schieralen de kans moet hebben om te ontsnappen naar zee. Het is daarom noodzakelijk dat glasaal wordt gereserveerd en uitgezet.

  • Is de minister bereid om zich tijdens de komende L&V raad van 7-8 mei in te spannen voor het bereiken van een compromis met Spanje en Frankrijk, en daarmee voor het bereiken van een akkoord?

"De lange termijn" voor het bereiken van een ontsnappingspercentage van 40% moet volgens de Partij voor de Dieren nader worden gespecificeerd. Volgens onderzoek zijn er 3 generaties aal nodig om weer een gezonde visstand te bereiken. Dit is 45 jaar.

Is de minister bereid om zich ervoor in te spannen:

  • dat in het Europese akkoord de termijn voor het bereiken van een ontsnappingspercentage van 40% nader gespecificeerd wordt?
  • dat in het Europese akkoord tussentijdse monitoringsmomenten worden opgenomen om de voortgang te bewaken?

Wetenschappers bevelen aan de huidige inspanningen als referentiepunt te nemen en geen ruimte te laten voor het vissen voor kwekerijen tijdens het sluitingsseizoen. De International Council for the Exploration of the Sea (ICES) stelt dat de exploitatie van de Europese aal zo dicht mogelijk naar 0 zou moeten gaan.

  • Kan de minister aangeven of zij deze aanbevelingen zal volgen?

De minister schrijft dat het voorgestelde pakket voldoende flexibiliteit biedt voor een nationale invulling. Binnen deze flexibiliteit is er dus ruimte voor een voortrekkersrol van Nederland.

  • Kan de minister aangeven of zij bereid is in deze een voortrekkersrol te vervullen?

Herstelmaatregelen blauwvin tonijn (geannoteerde agenda L&V raad 7-8 mei)
De minister geeft aan dat zij een spoedige implementatie wil van de in EU verband gemaakte afspraken. Daaronder vallen ook de in ICCAT-verband gemaakte afspraken. De Partij voor de Dieren is het hier mee eens, temeer omdat de blauwvin tonijnpopulatie zich al geruime tijd op een gevaarlijk laag niveau bevindt en wetenschappers al lang waarschuwen voor het ineenstorten van de visbestanden. Hoewel de Partij voor de Dieren het voornemen van de minister om zich kritisch op te stellen over de kwijtschelding van quotaoverschrijdingen verwelkomt, willen wij de minister toch nog een aantal vragen stellen.

  • Is zij bereid om het voorstel van de Europese Commissie om de aanbevelingen van ICCAT om te zetten in Gemeenschapsrecht te steunen?
  • Kan de minister aangeven op welke wijze zij van plan is om bij te dragen aan de implementatie van het ICCAT-herstelplan voor blauwvin tonijn?
  • Kan de minister aangeven welke gevolgen de implementatie van het ICCAT herstelplan zal hebben voor de quotatoewijzing van Nederlandse vissers?
  • Volgens de Europese Commissie moet de Europese verordening zo snel mogelijk in werking treden, ten laatste op 13 juni 2007. Is de minister het met de Europese Commissie eens? Zo ja, op welke wijze is zij van plan om deze inwerkingtreding te realiseren? Zo neen, waarom niet?
  • Is de minister bereid om zich in te spannen voor het opnemen in de verordening van een verbod op het vissen op blauwvin tonijn in de Middellandse Zeegebieden waar deze vis zich voortplant?
  • Is de minister bereid de aanbevelingen van wetenschappers te steunen om deze voortplantingsgebieden een beschermde status te geven? Is zij bereid om zich op Europees niveau in te spannen voor navolging van deze aanbevelingen?

Voorstel voor welzijnsrichtlijn voor vleeskuikens (geannoteerde agenda L&V raad 7-8 mei)
Er bestaat momenteel geen EU richtlijn voor vleeskuikens. Vleeskuikens zijn de meest gehouden dieren in Europa. Per jaar worden 5 miljard vleeskuikens in Europa gehouden waaronder 400 miljoen in Nederland. Niet alleen de huisvesting is problematisch, ook de rassenkeuze en de ver doorgevoerde genetische selectie heeft geleid tot grote welzijns- en gezondheidsproblemen. Zoals pootproblemen, sudden death, ademhaling en slijmvliesproblemen en zeer krappe bewegingsruimte. Nederland is koploper wat betreft de dichtheid van het aantal kilo vleeskuikens per vierkante meter. Hier worden soms bezettingsgraden van 55kg per m2 aangetroffen! In zuidelijke landen is dat beduidend minder.

Na jarenlang onderhandelen en het naar beneden bijstellen van de normen lijkt er nu eindelijk een akkoord te komen voor een welzijnsrichtlijn voor vleeskuikens. Het belangrijkste element uit het voorstel bestaat uit het voorschrijven van een maximale bezettingsgraad voor vleeskuikens van 32 kg/m2. Lidstaten kunnen een derogatie aanvragen om een dichtheid tot 40 kg/m2 toe te staan mits ondernemers aantonen dat zij beschikken over betere stalinrichting en beter management, blijkend uit een lagere sterfte van vleeskuikens gedurende een aantal jaren.

Deze eisen lijken een verbetering voor de situatie in Nederland omdat hier de dichtheden doorgaans een stuk hoger liggen. Het is echter een verslechtering vergeleken met het vorige voorstel onder Fins voorzitterschap dat uitging van 30 kg per vierkante meter. Het rapport over het welzijn van vleeskuikens van The Scientific Committee on Animal Health and Animal Welfare van het Wetenschappelijk Veterinair Comité van de Europese Commissie, komt tot de conclusie dat bij een bezettingdichtheid van 25 kg/m2 en lager het welzijn van vleeskuikens redelijk is. Bij een bezetting boven de 30 kg/m2 is er een sterke stijging van ernstige problemen. Dit is ook het geval bij zeer goede klimaatregulatie systemen. De extra verhoging van de bezetting met 2 kg/m2 leidt dus tot meer welzijnsproblemen. De Partij voor de Dieren stelt de beoogde welzijnsverbetering bij een dichtheid van 32kg per vierkante meter ter discussie en vraagt de minister zich in te zetten voor een hogere standaard.

Daarnaast vindt de Partij voor de Dieren het discutabel dat voor de voorgestelde richtlijn alleen regels worden opgesteld ten aanzien van huisvesting. Richtlijnen voor de gebruikte rassen blijven achterwege terwijl de rassen en de doorgeschoten selectie juist de meeste welzijns- en gezondheidsproblemen veroorzaken.

Het stellen van minimale eisen aan de dichtheid van het aantal kilos vleeskuikens per vierkante meter is wat de Partij voor de Dieren betreft dan ook slechts een begin dat ondanks de geringe welzijnswinst zo snel mogelijk dient te worden ingevoerd. Zij wil de minister uitdrukkelijk vragen om in Europees verband te pleiten voor een verdere (gefaseerde) aanscherping van de welzijnsregels voor het houden van pluimvee.

De minister geeft in haar brief aan dat zij wil komen tot een EU welzijnsrichtlijn voor vleeskuikens en dat zij level playing field zeer belangrijk vindt.

Kan de minister aangeven:

  • Of zij erkent dat Nederland de meest hoge dichtheid van het aantal vleeskuikens heeft in termen van kg per m2?
  • Of zij van mening is dat wat betreft de implementatie van de voorgestelde vleeskuiken richtlijn in Nederland, het principe van level playing field zal resulteren in een lagere dichtheid van vleeskuikens in Nederland, gemeten in kilos per m2?
  • Of zij na goedkeuring van het voorstel ondubbelzinnig en voortvarend de implementatie van de richtlijn in Nederland zal oppakken, ook al betreft het voor Nederlandse vleeskuikenhouders een aanpassing van hun bedrijfsvoering en dat zij daardoor met lagere dichtheden moeten gaan werken?
  • Of zij zal trachten de invoering van een maximum bezettingsgraad uit te stellen door in te zetten op voorstellen die mogelijk verder gaan wat betreft dierenwelzijn en diergezondheid, maar waarvoor nog geen politiek akkoord op EU niveau bereikt is?
  • Hoe zij staat tegenover het nu voorliggend voorstel en of zij vindt dat het welzijn van vleeskippen hiermee voldoende gegarandeerd wordt; ook gezien de gesignaleerde problemen wat betreft welzijn en gezondheid die naast huisvesting veroorzaakt worden door het ras dat wordt gebruikt en gezien de bevindingen van The Scientific Committee on Animal Health and Animal Welfare van het Wetenschappelijk Veterinair Comité van de Europese Commissie?
  • waaruit zij kan opmaken dat het welzijn van vleeskippen door de richtlijn aanzienlijk wordt verbeterd of dat zij van mening is dat aanvullende maatregelen (op termijn) nodig zijn om de omstandigheden van vleeskuikens daadwerkelijk te verbeteren?
  • Of zij van mening is dat door het schrappen van de registratie van voetzoolaandoeningen, een belangrijke indicator voor het welzijn van vleeskuikens in relatie tot het management wordt gemist en dat deze indicator op nationaal niveau alsnog een belangrijke aanvulling kan zijn op de EU richtlijn?
  • Hoe zij de richtlijn voor Nederland gaat invullen en of zij en zo ja onder welke welzijnsvoorwaarden derogatie gaat aanvragen om een maximum bezetting toe te kunnen staan?
  • Op welke wijze zij pluimveehouders die in aanmerking komen voor een hogere dichtheid van het aantal kg’s vleeskuikens per vierkante meter (waarvoor de derogatie geldt) gaat controleren en gaat sanctioneren als blijkt dat aan de eisen niet meer wordt voldaan?
  • Op welke wijze zij de welzijnseisen die in de richtlijn worden gesteld gaat waarborgen, mede gezien het feit dat in de richtlijn geen waarborgen en procedures zijn ingebouwd om tot een verlaging van de bezettingsgraad te komen als pluimveehouders niet aan de eisen voldoen?
  • Op welke wijze controle, handhaving en sanctionering zal plaatsvinden? De richtlijn schrijft geen criteria voor de registratie en post mortem inspectie van uitval door een erkend dierenarts. Hoe gaat de minister dit in de Nederlandse situatie invullen en gaat zij pleiten om alsnog tot een Europese invulling te komen?
  • In hoeverre de richtlijn zal worden gekoppeld aan een verplichte etiketteringsregeling zoals in artikel 5 van de het voorstel wordt aangekondigd en in hoeverre zij een regeling tot verplichte etikettering ondersteunt?

Dierenwelzijnsetikettering (geannoteerde agenda L&V raad 7-8 mei)
De Partij voor de Dieren is verheugd over de mededeling van de minister dat de Commissie een rapport over de mogelijkheden van etikettering en dierenwelzijn op gaat stellen en dat hierover een debat gaat plaatsvinden. Etikettering is een mooi streven als ook nadrukkelijk negatieve etikettering tot de mogelijkheden behoort zodat voor consumenten veel inzichtelijker wordt welk dierenleed gepaard gegaan is met de productie van verschillende producten .
Verder wil de Partij voor de Dieren de minister er op wijzen dat zij moet voorkomen dat etikettering in Europees verband leidt tot labels met loze beloften waarbij gemakkelijk kan worden gesuggereerd dat het goed gesteld zou zijn met dierenwelzijn. Er moeten eisen of criteria worden opgesteld waaraan de producenten die het label gebruiken moeten voldoen.

Kan de minister aangeven:

  • Of zij zich in de Landbouwraad in wil zetten voor het opstellen en waarborgen van de dierenwelzijnscriteria die ten grondslag liggen aan de etikettering?
  • Of zij zich in wil zetten voor etikettering waarvoor een hogere standaard van dierenwelzijnseisen geldt dan de eisen die nu in EU verband worden gesteld zodat producenten die het beter doen daadwerkelijk voordeel kunnen hebben bij etikettering?
  • of zij kansen ziet voor negatieve etikettering (1) op het gebied van dierenwelzijn en op welke wijze zij die kansen wil benutten?
  • of zij zich er voor in wil zetten dat in het rapport van de Commissie ook de mogelijkheden van negatieve etikettering (vergelijk met boodschappen op rookwaren) zullen worden behandeld?
  • of zij zich tijdens de komende Landbouw en Visserijraad in wil zetten voor het verkennen van mogelijkheden voor etikettering waarbij aangegeven wordt hoe dieren worden gehouden, met daarbij ook aandacht voor aspecten als ruimte, ingrepen en medicijngebruik?

Diversen

a) WTO-onderhandelingen (geannoteerde agenda L&V raad 7-8 mei, Verslag L&V raad 16-17 april)
De minister geeft aan dat zij nogmaals aandacht heeft gevraagd voor het belang van non-trade concerns zoals dierenwelzijn. De Partij voor de Dieren ondersteunt de inspanningen van de minister en wil meer inzicht in hoe haar inspanningen zich vertalen naar concrete mogelijkheden binnen de WTO.

Kan de minister aangeven:

  • of er tijdens de vorige raad is gesproken over de wenselijkheid van non trade concerns bij andere lidstaten en bij de Commissie en in hoeverre non-trade concerns in een WTO akkoord haalbaar zijn?
  • in hoeverre de minister de inzet van de Commissie blijft ondersteunen, ook als zou blijken dat non-trade concerns lastig te realiseren zijn?
  • Wanneer uitsluitsel wordt verwacht over het wel of niet mogelijk zijn van non-trade concerns in het nieuwe WTO akkoord?
  • Kan de minister ook aangeven op welke wijze zij bij de ministers in de andere EU landen aan zal dringen op het belang van het opnemen van verplichte etikettering (ook voorzien van voor consumenten negatieve productinformatie) en de mogelijkheden voor groene Box steun met daarin het criterium dierenwelzijn mocht de weg van non-trade concerns niet haalbaar zijn?

b) Aviaire Influenza (geannoteerde agenda L&V raad 7-8 mei, Verslag L&V raad 16-17 april)
In Europees verband is nog steeds geen uitsluitsel over hoe het nu verder moet met het non vaccinatiebeleid. Ook is onduidelijk wat de inzet is van de verschillende landen om te komen tot een vaccinatieprogramma en of zo'n programma preventief ingezet zou moeten worden. Verder wordt vlees van gevaccineerde dieren in veel Europese landen nog niet geaccepteerd, waaronder Duitsland. Duitsland is het belangrijkste exportland voor Nederland.

Het Landbouw Economisch Instituut stelt in haar rapport van maart 2007 aan dat de bestrijding van de hoog pathogene vogelpest vanuit een ethisch maatschappelijk perspectief het beste kan plaatsvinden via vaccineren in combinatie met andere maatregelen. Hun verwachting is echter dat vaccinatie niet zal worden toegepast uit angst voor verlies van markt en andere economische consequenties. Dit is een ongewenste gang van zaken. Verder gaf de Animal Science Group van Wageningen Universiteit omlangs aan dat noodvaccinaties niet effectief zullen zijn in pluimveedichte gebieden waarvan Nederland er minstens twee kent (Gelderse Vallei en zuid Nederland). Preventieve vaccinatie is dus de enige acceptabele en haalbare weg om uitbraken en ruimingen te voorkomen. De Partij voor de Dieren wil de minister er nogmaals op aandringen preventieve vaccinatie en de afzet van gevaccineerd vlees op de agenda van de Europese Landbouwraad te zetten.

Kan de minister aangeven:

  • of, en zo ja, hoe zij dit onderwerp gaat agenderen tijdens de volgende Raad en op welke wijze zij zich gaat inzetten om de andere ministers te overtuigen van het belang van een voortvarend vaccinatiebeleid? Zo neen, kan zij aangeven waarom niet?
  • op welke wijze zij zich in gaat zetten voor de afzet van gevaccineerd vlees in andere landen?
  • welke maatregelen zij wil gaat nemen op nationaal niveau wanneer Europese maatregelen uitblijven of vertraging oplopen?

c) Veterinaire onderhandelingen met Rusland (geannoteerde agenda L&V raad 7-8 mei, Verslag L&V raad 16-17 april)
Over transporten van levende dieren heeft de Partij voor de Dieren onder het kopje ‘diertransporten’ al het een en ander opgemerkt. We willen hier benadrukken dat we diertransporten naar Rusland afwijzen om twee redenen:

  • de lange afstand waarover dieren vervoerd worden, de aantasting van het dierenwelzijn dat met de transporten gepaard gaat en de ernstige misstanden die kunnen ontstaan;
  • het ontbreken van controle en handhaving van dierenwelzijn volgens Europese normen op het Russische grondgebied waardoor de rechten van EU dieren niet kunnen worden gewaarborgd.

Kan de minister aangeven:

  • In hoeverre zij transporten van levende dieren naar Rusland een wenselijke ontwikkeling vindt?
  • In hoeverre zij zich in Europees verband in wil spannen voor het afschaffen van lange afstandstransporten van levende dieren naar Rusland?
  • In hoeverre zij zich in zal spannen voor een garantie van het welzijn en de gezondheid van dieren op Russisch grondgebied?
  • In hoeverre zij bereid is om een discussie over de wenselijkheid van lange afstandstransporten, mede gezien de verwachte stijging ervan, op de Europese landbouwagenda te plaatsen?

(1) Onder negatieve etikettering verstaat de Partij voor de Dieren eerlijke informatie over productiewijze, levensduur, leefruimte, ingrepen, medicijngebruik, voersamenstelling, etc. welke bij consumenten nu vaak niet bekend is en die bij kan dragen aan een grotere bewustwording over de verschillende aspecten van het produceren van dierlijke producten, waaronder ook de minder leuke kanten.