Inbreng Ouwehand Algemeen Kennis­ma­king­overleg met Minister LNV


21 maart 2007

Mevrouw Ouwehand: Ook namens de Partij voor de Dieren welkom in het eerste officiële overleg met de Kamer. Gefeliciteerd met uw aanstelling als nieuwe minister van LNV, maar ik vraag me wel af of dat nou een leuke job is in een land waar we ieder jaar 500 miljoen dieren over de kling jagen. Het moet wel enorm motiverend zijn om met open vizier dit onhoudbare massavernietigingssysteem te hervormen tot een duurzame landbouw waarin we dieren in hun waarde laten, natuur en milieu ontzien, boeren de kans geven weer een goede boterham te verdienen en ons beslag op de wereldvoedsel- en zoetwatervoorraad drastisch te verkleinen
We zijn zeer benieuwd welke plannen u heeft met de intensieve veehouderij. Mocht u besluiten vast te houden aan de intensieve veehouderij, dan voeg ik -niet als politica, maar als mens- graag aan mijn felicitaties toe: veel sterkte. Want in dat geval zult u een beleid moeten verantwoorden dat desastreuze gevolgen heeft voor dierenwelzijn, klimaat, natuur, boeren in Nederland en kwetsbare groepen mensen wereldwijd.

De veehouderij in Nederland staat al jaren onder een grote maatschappelijke druk. De misstanden ten aanzien van dierenwelzijn zoals het versnipperen van 30 miljoen eendagskuikens per jaar, het korte en ellendige leven van plofkippen op een te klein oppervlak, het onverdoofd castreren van miljoenen biggen en het couperen van hun staarten omdat een handje stro als afleidingsmateriaal teveel gevraagd lijkt. 3 miljoen nertsen die lijdzaam afwachten in kleine kooitjes om tot bontkraagjes te worden verwerkt.

Naast de misstanden op het gebied van dierenwelzijn blijkt steeds duidelijker dat de Nederlandse veehouderij een onredelijk groot beslag legt op andere delen van de wereld. Alleen al voor de productie van soja is een gebied van 1 miljoen hectare elders gemoeid dat ten koste is gegaan van het tropisch regenwoud en de daar aanwezige biodiversiteit. Dat is de helft van Nederland.

Boeren zijn veroordeeld tot een bedrijfsvoering die steeds grootschaliger wordt. De marginale bulkproductie verdringt kleine, regionale familiebedrijven en het water staat veel boeren aan de lippen. Ik kan niet genoeg benadrukken dat die problemen niet veroorzaakt zijn door de opkomst van een beweging die de belangen van dieren behartigt, maar door het desastreuze landbouwbeleid van de afgelopen decennia waarin boeren voorgespiegeld werd dat de bomen tot in de hemel zouden kunnen groeien. In werkelijkheid werd hen het contact met hun dieren afgenomen, werden ze veroordeeld tot marginale bedrijfsvoering en stegen hun schulden vaak tot enorme hoogte.

Ook wordt steeds duidelijker dat de veehouderij een belangrijke bijdrage levert aan de uitstoot van broeikasgassen, maar liefst 18%! Dat is meer dan de uitstoot van alle auto’s, vrachtwagens en ander vervoer bij elkaar.

De bezwaren stapelen zich op, maar de politiek heeft tot nu toe nauwelijks gereageerd.

Met een toename van de mondiale vleesconsumptie van 3% slaan we een doodlopende weg in .. Transitie naar een meer plantaardig voedselpatroon is niet alleen wenselijk vanuit dierenwelzijnsoogpunt, maar absoluut noodzakelijk om de toekomstige generatie met niet nog grotere problemen op te zadelen.

Wat heeft de afgelopen regering en de minister van landbouw met deze kennis gedaan? Héél weinig, zo moeten we vaststellen:

  • Landbouwdieren kunnen nog steeds niet of nauwelijks hun natuurlijke gedrag vertonen en zelfs steeds meer koeien wordt via het permanent opstallen hun natuurlijk graasgedrag ontnomen
  • Het verbod op onverdoofd castreren is wederom onder grote druk van de landbouwlobby uitgesteld.
  • De verrijkte kooi als antwoord op de legbatterij is een doekje voor het bloeden waar geen kip beter van wordt.
  • Voor slachtkuikens zijn er amper eisen opgesteld en de situatie in Nederland is wellicht nog erger dan in andere landen?
  • Alleen in Nederland en Denemarken is afleidingsmateriaal voor biggen niet in regels vastgelegd en wordt volstaan met een ketting waarvan uit onderzoek blijkt dat deze startbijten nauwelijks voorkomt.

Ik kan nog even doorgaan, maar het moge duidelijk zijn dat met het langer worden van de lijst we minder tijd overhebben om vol goede moed de toekomst in te kijken.

Want, in tegenstelling tot het ministerie, hebben andere partijen gelukkig niet stilgezeten. Bovendien blijkt ook vanuit de samenleving de roep om een aanpak van de misstanden in de landbouw steeds luider en duidelijker te weerklinken. Niet alleen via een diervriendelijke meerderheid in de tweede kamer, maar zoals gisteren bleek dat meer dan 100.000 burgers de moeite hebben genomen om mee te werken aan een burgerinitiatief.

Zo presenteerde Milieudefensie gisteren een prachtig plan om de Nederlandse veehouderij te verduurzamen, het welzijn van dieren centraal te stellen bij de productie van vlees, de klimaatbijdrage van de veehouderij te verminderen, familiebedrijven in de landbouw een kans te geven op een perspectiefrijke toekomst en een aantrekkelijk en vitaal platteland te realiseren. Het LEI heeft hiervoor twee studies op gesteld die de plannen van Milieudefensie onderbouwen.

Op basis van het eerder genoemde heb ik de volgende vragen aan de minister:

  • Hoe denkt zij de maatregelen en kansen in het advies van Milieudefensie, die een nadrukkelijke aansluiting hebben bij het regeerakkoord, de komende vier jaar te gaan implementeren?

De minister sprak al over de erfenis van haar voorganger. Ik kan me voorstellen dat ze enorm in haar maag zit met alle dieronvriendelijke maatregelen door minister Veerman zijn getroffen, en zou haar willen vragen hoe ze die erfenis wil gaan aanpakken. Ik denk dan aan:

  • Een nertsenfokverbod: waarbij het voorgestelde verbod in 2003 ongedaan is gemaakt
  • Verbod op onverdoofde castratie en couperen van staarten en het verplicht stellen van echt speelmateriaal voor varkens
  • Verbod op versnippering van eendagskuikens
  • Een stimulans aan een meer plantaardig voedselpatroon om bij te dragen aan de aanpak van het klimaatprobleem
  • Daadwerkelijke aanpak van aviaire influenza, MKZ en varkenspest door niet alleen het toestaan van vaccinatie maar ook een aanpak van een van de grootste oorzaken van dierziektencrises: het veelvuldige gesleep met dieren in langeafstandstransporten.

De minister sprak zojuist over smaaklessen op scholen. Jongeren wordt geleerd hoe voedsel smaakt en waar het vandaan komt. Ook CDA en VVD spraken hier zojuist erg enthousiast over. Wat ik van de minister wil weten is hoe eerlijk die lessen zullen zijn. Wordt bij een karbonaadje wel eerlijk verteld dat er een kans bestaat van 50% dat het dier dat dit stuk vlees ‘geleverd’ heeft zonder verdoving is gecastreerd? En dat vrijwel zeker zijn tanden zijn afgeknipt, en zijn staart?

Dan de Gezondheid- en welzijnswet voor dieren. Deze wet is na een aanloop van twintig jaar in 1992 in werking getreden. Eindelijk een wet die de intrinsieke waarde van dieren onderkent en de mogelijkheid biedt om dieren een bepaalde mate van bescherming te bieden. In deze wet zijn regels opgenomen voor onder andere de huisvesting, ingrepen, het fokken, doden, verkopen en verloten van dieren. Dankzij het ‘nee, tenzij’-principe zijn de meeste deze handelingen verboden, tenzij expliciet toegestaan. De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is een kaderwet, die nog niet volledig is ingevuld.

Oud-minister Veerman heeft in 2006 kenbaar gemaakt de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren te willen vervangen door de wet Dier en dierlijke productie. Een wet die voor de dieren uitermate onwenselijk is. Wanneer het bijvoorbeeld gaat om handel in honden, kan er nu eenmaal niet uitgegaan worden van de zelfregulerende werking van de markt. De bestaande Gezondheids- en welzijnswet voor dieren zou juist verder ingevuld moeten worden en het toezicht op de handhaving hiervan dient aangescherpt te worden.

Om in actie te kunnen komen tegen malafide hondenhandel en de groei van het aantal zwerfdieren op straat en in dierenasielen, is het noodzakelijk om een algehele Identificatie & Registratieplicht in te voeren voor honden en katten, onder andere via het plaatsen van chips. Doordat zwervend aangetroffen dieren op deze manier direct naar hun eigenaar kunnen worden teruggebracht, bespaart dit veel geld en opvangcapaciteit bij de dierenopvangcentra. Door middel van de Identificatie & Registratieplicht kan tevens een basis worden gelegd voor een meer diervriendelijke aanpak van de zogenaamde agressieve dieren, door bijtincidenten direct te registreren.

Ik wil van de minister weten wat haar de plannen zijn omtrent de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en het voorstel voor de nieuwe wet Dier en dierlijke productie?
En in haar antwoord op onze kamervragen van 6 februari 2007 heeft de minister aangegeven niet over te willen gaan tot een Identificatie & Registratieplicht indien het niet of niet voldoende bijdraagt aan de beoogde doelen waaronder het tegengaan van malafide hondenhandel. Hierbij is toegezegd de effectiviteit en efficiency van verplichte I&R te onderzoeken. Wij willen de minister vragen wat de exacte vragen zijn waar dit onderzoek zich op zal richten en wat de criteria zijn voor het niet of niet voldoende bijdragen aan de beoogde doelen.

Tot slot, voorzitter, wil ik stilstaan bij de visserij , en dan in het bijzonder bij kabeljauw.

Biologen pleiten al een aantal jaar voor het drastisch verlagen van het kabeljauwquotum. De International Council for the Exploration of the Seas bepleit zelfs een vangstverbod, onder andere in de Noordzee. Toch is door de Europese ministers van Visserij het quotum voor 2007 slechts met 14% gereduceerd, terwijl na jaren overbevissing de kabeljauw in 2003 als bedreigde diersoort werd erkend tijdens de OSPAR-HELCOM ministersconferentie die van 23 t/m juni in Bremen plaatsvond. Het herstel van de visstanden is alleen mogelijk indien er gekozen wordt voor een lange termijn benadering en een investering in innovatieve vismethoden. Wat zijn de plannen van de minister ten aanzien van de kabeljauwvangst in de Noordzee? En hoe gaat de minister zich op Europees niveau inspannen om het kabeljauwquotum verder te reduceren?

Dank u wel.