Inbreng op de initi­a­tiefnota Nationaal Bomenplan van GroenLinks en SP


18 februari 2020

De leden van de Partij voor de Dierenfractie danken de initiatiefnemers voor hun uitgebreide initiatiefnota over het bosbeheer in Nederland. De leden zijn van mening dat het huidige bosbeheer in Nederland tekortschiet. Zij constateren dat de initiatiefnemers een aantal goede voorstellen doen om bossen en bomen beter te beschermen en ervoor te zorgen dat er bomen bij komen. Wel missen de leden een grondige analyse van de oorzaken van ontbossing in Nederland en concrete voorstellen om deze ontbossing te stoppen. Zij hebben hier nog enkele vragen bij.

Allereerst willen de leden van de PvdD-fractie benadrukken dat de grootschalige kap van bomen in ons land zo snel mogelijk gestopt dient te worden. Zij maken zich ernstige zorgen over het feit dat er in Nederland per jaar gemiddeld 3000 hectare bos gekapt wordt, oftewel op een gemiddelde werkdag worden er zo in Nederland 18 voetbalvelden aan bos gekapt. Bomen worden gekapt om uiteenlopende redenen. Feit is echter wel dat als we niets doen aan deze ontbossing, het planten van bomen dweilen met de kraan open zal zijn. Het planten van bomen is erg belangrijk om ook op de lange termijn een gezonde en robuuste natuur te hebben, maar jonge aanplant kan geen compensatie zijn voor het kappen van bestaand bos, zowel niet op het gebied van biodiversiteit als dat van natuurwaarden van oud bos versus nieuwe aanplant. Delen de initiatiefnemers deze visie?

De leden van de PvdD-fractie missen in de voorliggende nota enkele grondoorzaken van ontbossing, zoals te hoge stikstofuitstoot. De natuur staat zwaar onder druk door stikstof afkomstig uit de intensieve landbouw, verkeer en industrie. Hierdoor groeien heide- en stuifduingebieden dicht. Ruim 38 procent van de Nederlandse ontbossing in de periode 2013-2017 vond plaats om deze kwetsbare natuur te laten overleven. Bomen kappen om deze gebieden weer open te maken zonder de stikstofuitstoot omlaag te brengen is dweilen met de kraan open. Delen de initiatiefnemers deze visie?

Slechts 13 procent van Nederland bestaat momenteel uit beschermd (Natura 2000) natuurgebied, waarvan bovendien een groot deel in zee ligt. Het is op zo’n klein oppervlak niet mogelijk om zowel kwetsbare natuur én bomen te behouden, vandaar de noodzaak tot omvorming. De leden van de PvdD-fractie zijn van mening dat het grote belang van het uitbreiden van het bosareaal en het belang van de bescherming van de kwetsbare natuur niet tegen elkaar uitgespeeld mogen worden, maar allebei de ruimte moeten krijgen die ze verdienen. De leden van de PvdD-fractie zijn van mening dat een bossenstrategie alleen succesvol kan zijn als de oorzaken van ontbossing aangepakt worden, en pleiten daarom voor het aanwijzen van meer natuurgebieden en het onmiddellijk fors reduceren van de stikstofuitstoot. Delen de initiatiefnemers deze visie?

De leden van de PvdD-fractie missen in de voorliggende nota concrete voorstellen om deze vorm van ontbossing te stoppen. De initiatiefnemers doen enkele suggesties, zoals het realiseren van de biodiversiteitsdoelen buiten de huidige natuurgebieden en, indien bomen toch gekapt moeten worden, een ruimhartige compensatie. Echter, deze suggesties komen niet terug in het ‘overzicht van beslispunten’. Waarom niet?

De leden van de PvdD-fractie pleiten voor het in kaart brengen van mogelijkheden om de biodiversiteitsdoelstellingen te halen zonder daarvoor bomen te kappen, door expliciet de mogelijkheden te verkennen om gronden die nu nog een niet-natuurbestemming hebben bij de natuur te betrekken. Ook pleiten zij voor het invoeren van een compensatieplicht voor het kappen van bomen in het kader van Natura2000 maatregelen. Kunnen de initiatiefnemers hierop reflecteren?

Een andere oorzaak van ontbossing in ons land vindt plaats in het reguliere bosbeheer, door het creëren van kaalkapvlaktes. De initiatiefnemers stellen terecht voor om over te stappen van een bosbeheersysteem van kaalkap en herplanten naar kleinschalige bosbeheervormen zoals natuurvolgend bosbeheer. De leden van de PvdD-fractie zijn van mening dat kaalkap verboden moet worden en dat in de praktijk betekent dat ook ‘kleine’ kapvlaktes van een halve hectare tot de verleden tijd gaan behoren. Het ecosysteem wordt vernietigd door kaalkap, ook als het gekapte gebied ‘slechts’ 5000 m2 groot is, oftewel een klein voetbalveld. Er kunnen geen oude bomen ontstaan en de aftakelingsfase kan niet optreden, terwijl die fase juist heel waardevol is voor de biodiversiteit. Bovendien wordt de bodem, vaak zelfs machinaal, omgewoeld. Dat leidt tot het vrijkomen van in de bodem gebonden CO₂ en tot verlaging van de bodemvruchtbaarheid. Kunnen de initiatiefnemers hierop reflecteren? Hebben de initiatiefnemers een verbod op kaalkap en het omwoelen van de bodem overwogen?

De initiatiefnemers merken op dat Staatsbosbeheer sinds ‘het kabinet Rutte I, en staatssecretaris Bleker, […] een verzelfstandigde rijksdienst is geworden […] flink [is] gekort op de publieke middelen” maar gaan verder niet in op de gevolgen hiervan. De leden van de PvdD-fractie vinden het onwenselijk dat Staatsbosbeheer deels afhankelijk is van inkomsten uit de houtoogst en biomassa om haar natuurgebieden te beheren. [1] Het is duidelijk dat de verschillende taken van Staatsbosbeheer, zoals de bescherming van bossen en de biodiversiteit, het exploiteren van de bosgebieden en houtkap, niet altijd samengaan en zelfs tegenstrijdige belangen kunnen zijn. Delen de initiatiefnemers deze visie?

De leden van de PvdD-fractie stellen dat de gevolgen zeer zorgwekkend zijn. Staatsbosbeheer heeft keiharde financiële belangen bij het kappen van bomen en het afvoeren van biomassa. Als gevolg is de term multifunctioneel bos bedacht. Dat is feitelijk natuurbos waar bomen gekapt worden en biomassa wordt afgevoerd om geld aan te verdienen. Dit is onwenselijk omdat de natuur niet gebaat is bij houtoogst en de afvoer van biomassa, zeker wanneer dit met zwaar materieel of in het broedseizoen gebeurt.

De leden vinden dat geld verdienen met houtoogst een perverse prikkel vormt voor een organisatie als Staatsbosbeheer, met als belangrijke taak bos te beschermen. Zij vinden dan ook dat de bezuinigingen teruggedraaid moeten worden en Staatsbosbeheer weer in dienst van het Rijk komt. Tevens zijn zij van mening dat Staatsbosbeheer moet stoppen met het kappen van bomen en het afvoeren van biomassa in natuurbos, zeker in het broedseizoen. De leden zijn er niet van overtuigd dat slechts het vernieuwen van de gedragscode, zoals de initiatiefnemers voorstellen, tot de gewenste omschakeling in het bosbeheer zal leiden. Een gedragscode is een vorm van zelfregulering. Het vormt niet voldoende waarborg dat het beschermen van de natuur écht voorop zal komen te staan. Kunnen de initiatiefnemers hierop reflecteren?

De leden van de PvdD-fractie delen de opvatting van de initiatiefnemers dat hout altijd in de eerste plaats hoogwaardig gebruikt dient te worden. De initiatiefnemers willen daarom dat er een duurzaamheidskader voor biomassa wordt gecreëerd om te verankeren dat hout altijd in de eerste plaats hoogwaardig wordt toegepast en dat kronen en takken niet in het geheel worden gebruikt voor biomassa. De leden van de PvdD-fractie vrezen echter dat zo’n duurzaamheidskader de ruimte biedt om het kappen en stoken van (delen) van bomen duurzaam te noemen, hoewel de negatieve klimaateffecten van het stoken van hout groter zijn dan bij het stoken van steenkool. Zeker omdat de Europese Commissie het kappen en verbranden van bomen voor de energieproductie officieel als CO₂-neutraal (en daarmee ‘duurzaam’) heeft gelabeld, met de redenering dat bomen gedurende hun leven CO₂ hebben vastgelegd, zodat hun levenscyclus CO₂-neutraal genoemd kan worden, zodra de als hout opgeslagen CO₂ via verbranding weer vrijkomt. De leden van de PvdD-fractie constateren dat er bij het stoken van hout veel CO₂ vrijkomt, en dat dit bijdraagt aan de klimaatverandering, ongeacht welk label eraan gehangen wordt. Delen de initiatiefnemers deze opvatting? En welke garantie vragen zij van de regering om te voorkomen dat er ook in de toekomst bomen gekapt worden voor de productie van energie, waarbij de uitstoot van CO₂ ‘omgekat’ wordt naar duurzaam?

Zijn de initiatiefnemers het met de leden van de PvdD-fractie eens dat tijdens het verbranden van hout in korte tijd veel CO₂ vrijkomt? En dat de CO₂ die vrijkomt bij de natuurlijke sterfte en het vergaan van bomen in het bos minder bijdraagt aan de klimaatverandering dan bij verbranding, omdat bij het vergaan van bomen de opgeslagen CO₂ in tientallen jaren vrijkomt en bovendien deels in de bodem blijft opgeslagen in de vorm van organisch materiaal? Delen de initiatiefnemers bovendien de opvatting dat het niet opruimen van dood hout veel ander planten- en dierenleven mogelijk maakt en zo een positieve bijdrage levert aan de biodiversiteit en aan een gezond en robuust ecosysteem?

[1] 27,4 miljoen oftewel 13,8% van de bedrijfsopbrengsten in 2017. Zie het jaarverslag Staatsbosbeheer 2018.