Inbreng nader verslag wijziging mest­stof­fenwet


26 augustus 2013

Inbreng Partij voor de Dieren nader verslag wijziging meststoffenwet

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met afkeuring kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel en de nota van wijziging daarop en willen graag enkele opmerkingen maken en enkele vragen stellen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren wijzen er –met tal van wetenschappers- op dat het huidige mestoverschot en de daarmee gepaard gaande milieu- en natuurproblemen niet worden opgelost door middel van het voorliggende wetsvoorstel. Zeker wanneer de dierproductierechten en de melkquota worden afgeschaft in 2015, zal de mestproductie in Nederland niet worden afgeremd, wat hard nodig is, maar juist kunnen toenemen. Hier wijzen verschillende wetenschappelijke studies ook op. Het voorliggende wetsvoorstel voorziet niet in de mogelijkheid om op de productie van mest te sturen, en laat daarmee het mestoverschot nog verder groeien. Onverantwoord, vindt de fractie van de Partij voor de Dieren.

Doel en aanleiding nota van wijziging
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren lezen dat het kabinet zich met het mestbeleid ten doel stelt om schoon grond- en oppervlaktewater en een schone lucht te realiseren. Deze fractie constateert dat dit doel nog steeds niet behaald is. Sterker nog, de verwachting van het Planbureau voor de Leefomgeving is dat de doelen die de Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt aan de waterkwaliteit, zelfs met de door Nederland gevraagde derogatie van die doelen tot 2027, bij lange na niet gehaald zullen worden. Vermesting is daar de belangrijkste factor in. Kan de regering bevestigen dat het mestoverschot van Nederland, de ruime bemestingsnormen en de overtredingen van de mestwet die op grote schaal voorkomen, het halen van de doelen van zowel het mestbeleid als de KRW ernstig belemmert? Zo nee, waarom niet, en waarom zijn de doelen met betrekking tot waterkwaliteit dan nog steeds buiten bereik? Zo ja, waarom heeft de regering er niet voor gekozen om middels het voorliggende wetsvoorstel strenge regels te stellen aan zowel de kwantiteit van de Nederlandse mestproductie als de normen voor bemesting, zodat deze doelen wel binnen bereik komen?

Naast de zorgen om de waterkwaliteit maken de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zich grote zorgen om de fosfaatcrisis. Het op een zorgvuldige wijze beheren van de schaarse fosfaatvoorraden in de wereld zou volgens de Partij voor de Dieren-fractie eveneens een doel moeten zijn van het voorliggende wetsvoorstel en de nota van wijziging. Immers, fosfaat is een essentiële grondstof, en de voorraden in de wereld zijn schaars. Daarom is het van groot belang om deze grondstof op een verantwoorde wijze te gebruiken, en ervoor te zorgen dat de kringloop van fosfaat gesloten is, zodat er niets verloren gaat. Deelt de regering die mening? Zo ja, waarom zet zij dan in op be- en verwerking van mest, waardoor er fosfaten verloren gaan, bijvoorbeeld via de verbranding van kippenmest? Is de regering bereid om zorgvuldig gebruik en hergebruik van fosfaten tot onderdeel van het doel van het mestbeleid, inclusief het voorliggende wetsvoorstel, te maken, en dit wetsvoorstel te herzien zodat verspilling van fosfaten niet langer gestimuleerd wordt middels het mestbeleid?

In het voorliggende wetsvoorstel worden een aantal AMvB’s aangekondigd, kan de regering inzicht verschaffen in de termijnen waarin deze gereed zullen zijn? De leden van de PvdD-fractie willen graag weten hoever het wetsvoorstel dat de dierproductierechten behoudt en uitbreidt naar koeien ondertussen gevorderd is, en wanneer de regering verwacht dat dit wetsvoorstel gereed is.

Mestverwerkingsplicht
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren wijzen erop dat het ‘stelsel verantwoorde mestafzet’ stoelt op de be- en verwerking van mest, terwijl in hun ogen de enige verantwoorde manier van mestafzet een gesloten mestkringloop inhoudt.Deelt de regering de mening dat alleen een gesloten kringloop verantwoord te noemen is? Zo nee, waarom niet? Kan het kabinet uitleggen wat er ‘verantwoord’ is aan het aanvoeren van grote hoeveelheden veevoer uit andere continenten, om hier aan dieren voeren en de mest die deze dieren produceren vervolgens weer te verbranden? Op welke wijze draagt deze aanpak bij aan het sluiten van de mineralenkringloop en het in zorgvuldig gebruik van eindige fosfaatvoorraden? Kan de regering toelichten hoeveel kilogram fosfaat er jaarlijks wordt geïmporteerd via het veevoer, en kan zij daarin een onderscheid maken tussen hoeveel fosfaat er van binnen en van buiten de Europese Unie wordt aangevoerd? Kan de regering tevens toelichten hoeveel de milieubelasting is van de productie en het gebruik van de kunstmest die er in de veevoerproductiegebieden moet worden gebruikt om de fosfaat die wij importeren weer aan te vullen? Deelt de regering de mening dat het klimaat- en milieutechnisch veel beter zou zijn om regionaal het veevoer te produceren, zodat de kringlopen gesloten kunnen worden en kunstmest niet langer nodig is? Zo ja, op welke wijze is zij van plan dit te realiseren?

Kan de regering bevestigen, dat voor be- en verwerking van mest, het noodzakelijk is om de mest op te vangen? Onderkent het kabinet dat het verplicht stellen van be- en verwerking van mest niet zal bijdragen aan uitzicht op meer vrije uitloop van dieren in de veehouderij? En dat het tegengestelde het geval zal kunnen zijn, namelijk dat dieren steeds meer binnengehouden worden, en niet meer beschikken over buitenloop? Kan de regering bevestigen dat het voorliggende wetsvoorstel dus meegaat in de duidelijk waarneembare trend dat steeds meer dieren jaarrond op stal worden gehouden? Hoe beoordeelt de regering dit? Vindt zij het jaarrond opstallen van dieren te verkiezen boven een veehouderij waarin dieren kunnen beschikken over buitenloop, en daarmee een groter gedeelte van het natuurlijk gedrag kunnen vertonen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom kiest de regering dan voor deze vorm van mestwetgeving?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren wijzen er bovendien op dat er nog steeds bij lange na niet genoeg mestverwerkingscapaciteit is om de huidige hoeveelheden geproduceerde mest te verwerken. Kan de regering dat bevestigen?

De leden van de PvdD-fractie hebben met zorg kennis genomen van de nota van wijziging waardoor er slechts achteraf gecontroleerd wordt of de veehouders zich houden aan de wet. Het vervoerbewijs dierlijke meststoffen wordt het bewijs van een mestverwerkingsovereenkomst. Deze leden menen dat dit systeem een papieren werkelijkheid in het leven roept die op geen enkele manier hoeft te corresponderen met de realiteit. Het verwerken van mest is een financiële belasting, en de afgelopen jaren hebben geleerd dat veel veehouders en mesttransporteurs de wet overtreden door teveel mest uit te rijden, mest illegaal te vervoeren en exporteren. Kan de regering bevestigen dat er veel overtredingen plaatsvinden? De leden van de PvdD-fractie menen dat het voorgestelde systeem zeer fraudegevoelig is, en worden daarin bevestigd door de zorgen van de Raad van State. De regering biedt daar geen adequaat weerwoord op, menen deze leden, en krijgen graag nog eens uiteengezet waarom de regering meent dat de regels die zij voorstelt handhaafbaar en controleerbaar zijn. Kan de regering tevens uiteenzetten welke handhavingskosten met de voorgestelde regels gemoeid zijn?

De Raad van State merkt ook op dat met het versoepelen van de regels risico’s worden gelopen bij de uitvoering van de Nitraatrichtlijn. Dat blijkt ook uit het feit dat de Europese Commissie nog niet wil besluiten over het Nederlandse verzoek voor derogatie totdat zij het hele mestbeleid van Nederland hebben goedgekeurd. De leden van de PvdD-fractie wijzen er nogmaals op dat de Europese Commissie al heeft aangegeven niet akkoord te zullen gaan met enkel end-of-pipe maatregelen. Be- en verwerking van mest is uiteraard slechts een end-of-pipe maatregel. De leden van de PvdD-fractie gaan er dan ook vanuit dat de Europese Commissie niet akkoord zal gaan met de Nederlandse plannen en verzoeken van Nederland, en zij horen graag van de regering waarom zij denk dat dit anders zal zijn. De leden van de PvdD-fractie willen tevens graag weten welke mestverwerkingspercentages vastgesteld gaan worden, waarop deze percentages gebaseerd gaan worden en wat de beoogde planning hiervan is.

Registratie voor intermediair en Bibob-toetsing
De leden van de PvdD-fractie constateren met opluchting dat de regering nu eindelijk erkent dat de intermedaire sector blijvend een risicogroep is. Zij vinden het positief dat de registratieverplichting versterkt wordt, waardoor een registratie ook geweigerd of geschorst kan worden. Zij vragen zich evenwel af waarom in het voorliggende wetsvoorstel niet is geregeld dat alle bestaande en toekomstige intermediairs standaard zullen worden getoetst op grond van de Wet Bibob. Graag een reactie. Een registratie kan geweigerd worden als er een kans bestaat dat er sprake zal zijn van misbruik of criminele activiteiten. Wordt er bij het beoordelen van deze kans ook gekeken naar het strafrechtelijk verleden van betrokken individuelen bij een nieuwe intermediair?

De leden van de PvdD-fractie lezen dat de boetes die gegeven kunnen worden bij overtredingen verhoogd worden. Kan de regering aangeven welke verhoging hiermee bereikt wordt, en wat de onderliggende redenering hierbij is geweest?

Effecten van de nota van wijziging
De leden van de PvdD-fractie willen graag weten welke plannen de regering heeft voor de door haar genoemde differentiatie van het verwerkingspercentage naar diersoorten, mestsoorten en gebieden.

Naast dat de wet het mestoverschot en de daarmee gepaarde problemen niet zal oplossen, zal het wetsvoorstel naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren boeren dwingen tot investeringen die zij niet kunnen opbrengen en niet zullen terugverdienen. Graag een reactie hierop. Kan de regering bevestigen dat het verwerken van mest nog steeds economisch onrendabel is, en dat dit naar verwachting ook zo zal blijven? Kan de regering bevestigen dat zonder de miljoenen aan subsidie, die de belastingbetalers momenteel ongemerkt en ongewild bijdragen aan het wegmoffelen van het mestoverschot, geen enkele mestvergister in Nederland financieel uit zou kunnen? Kan de regering bevestigen dat de enige wijze om daadwerkelijk de druk op de Nederlandse mestmarkt te verlichten, simpelweg bestaat uit vermindering van de productie van dierlijke mest? Waarom is het beleid daar niet op gericht, nu de opeen lopende end-of-pipe maatregelen het mestoverschot nog altijd niet hebben weten op te lossen?

Kan de regering toelichten wat zij bedoelt met de zinsnede ‘dat bezien zal worden of het mogelijk is het mineralenconcentraat aan te merken als aparte categorie niet-dierlijke meststof?’

De handhaving van zowel de externe veiligheid bij mestvergisters, als de reststoffen die worden meevergist en waar in ieder geval in het verleden op grote schaal mee gefraudeerd bleek te worden, is volgens de leden van de PvdD-fractie een zeer heikel punt. Er loopt op dit moment een groot aantal bezwaar- en beroepsprocedures tegen afgegeven vergunningen voor mest- en biovergisters, kan de regering dat bevestigen? Kan zij zich er ook iets bij voorstellen dat omwonenden grote zorgen hebben over de komst van mest- en biovergisters, vanwege het explosiegevaar, de grote toename van transportbewegingen en de continue stank- en geluidsoverlast, die bij een aantal omwonenden zelfs tot ernstige gezondheidsklachten leidt? In hoeverre zijn de belangen van omwonenden meegenomen in de keuze om niet de productie van mest centraal te stellen en deze in toom te houden, maar volop in te zetten op potentieel gevaarlijke en overlastgevende vergisters? Op welke wijze zijn de omwonenden van huidige en vergunde vergisters gehoord bij de totstandkoming van het voorliggende wetsvoorstel?

De leden van de fractie van de PvdD willen graag weten wanneer het toegezegde maatregelenpakket voor de verbetering van de waterkwaliteit aan de Kamer wordt toegezonden. Zal dit nog voor de plenaire behandeling van deze wet zijn? Zo nee, waarom niet?

De leden van de fractie van de PvdD wijzen erop dat de derogatie en de langere uitrijperiode voor dierlijke mest, die deze regering ook weer heeft toegestaan, de waterkwaliteit ernstig in gevaar brengt. Kan de regering bevestigen dat de langere uitrijperiode voor dierlijke mest niets te maken heeft met de bodemvruchtbaarheid, maar er slechts op gericht is om de overvolle mestkelders leeg te maken? Waarom gaat de regering akkoord met dit verzoek, terwijl zij zich toch zal realiseren dat dit de toestemming die Nederland nodig heeft van de Europese Commissie voor het door de regering voorgestelde mestbeleid alleen maar in gevaar brengt?

Kan de regering bevestigen dat de derogatie eigenlijk alleen zou moeten gelden voor dieren die daadwerkelijk op grasland lopen, terwijl deze derogatie momenteel ook van toepassing is op bedrijven waarbij de dieren jaarrond op stal gehouden worden? Waarom staat de regering dit toe?

Afsluiting

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren concluderen dat het voorliggende wetsvoorstel het hoofdpijndossier mest niet zal oplossen, maar juist verder zal verergeren. De oplossing voor dit dossier is simpel: minder dieren, minder mest, minder problemen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren verwachten dan ook dat ook de regering zal concluderen dat de dierproductierechten niet opgeheven zullen kunnen worden, omdat de problemen niet opgelost zullen zijn in 2014. Waarom wil het kabinet de sector daarover in onzekerheid houden terwijl we dit scenario allang kunnen uittekenen? Graag een reactie.

De leden van de PvdD-fractie roepen de regering op om een nieuwe aanpak van het mestbeleid te ontwikkelen, die grondgebonden veehouderij, een goede kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, schone lucht, een vruchtbare bodem, optimaal dierenwelzijn en het sluiten van de kringlopen als uitgangspunt neemt. Dat betekent dat er in Nederland niet meer mest geproduceerd zou moeten worden dan er verantwoord op onze landbouwgronden kan worden afgezet, dat het mestbeleid buitenloop van dieren stimuleert in plaats van afremt, en dat het voorkomen van verliezen van fosfaat (door het sluiten van de kringloop) als uitgangspunt neemt. Graag een reactie.