Bijdrage Thieme AO Ontwik­ke­lingen Syrië


29 augustus 2013

Voorzitter,

De beelden van burgers die kennelijk zijn omgekomen door de inzet van gifgas hebben de wereld geschokt.

De verschrikking van onderdrukking en oorlog maakt pijnlijk duidelijk waartoe mensen in staat zijn als het gaat om macht, geld of een combinatie daarvan.

Nederland heeft lang de andere kant op gekeken als het ging om de levering van grondstoffen voor gifgas. Meer dan 10 jaar geleden werden we meerdere keren gewaarschuwd dat de levering van glycol aan Syrië gebruikt kon worden voor de vervaardiging van gifgas. Maar Nederland ging gewoon door met de export van grondstof voor gifgas naar Syrië, omdat andere landen dat ook deden.

Pas dit jaar, 10 jaar na de eerste waarschuwingen vanuit de VS heeft Nederland een verbod ingesteld op de export van glycol naar Syrië.

Het ministerie van Hulp=Handel had geen haast. Inmiddels, voorzitter, lijkt er wel haast te zijn met militair ingrijpen in Syrië.

Zoals we de tijd namen voor een exportverbod op de ingrediënten voor gifgas omdat andere landen die tijd ook namen, lijkt het vooral de besluitvorming in die andere landen die ons nu aanzet tot dit spoedoverleg en de druk om ingrijpen in Syrië te steunen.

Volkenrechtelijk is er geen basis voor ingrijpen. Geen resolutie van de veiligheidsraad, er is geen sprake van zelfverdediging, de verantwoordelijkheid om te beschermen kan niet gebruikt worden zonder VN resolutie en er is geen enkele zekerheid of de gevolgen van militair ingrijpen de situatie van de burgerbevolking in Syrië zal kunnen verbeteren.

De voormalige Secretaris Generaal van de NAVO Jaap de Hoof Scheffer zegt vandaag in de Volkskrant: “ik heb niet zo 1-2-3 een antwoord op de vraag waarom de Amerikanen zo’n geweldige haast hebben, maar je kunt nu eenmaal geen nee zeggen als de grote landen ja zeggen”

Hij verwoord daarmee een geluid dat dezer dagen vaker klinkt. We mogen elke afweging maken, zolang die maar hetzelfde luidt als die van de grote bondgenoten.

De les uit 2003 hebben we kennelijk niet getrokken. Toen werden we door de grote bondgenoot overtuigd van de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak.

Voor de toenmalige minister van buitenlandse zaken, de Hoop Scheffer, was dat reden politieke steun te geven aan militair ingrijpen in Irak. Een ingrijpen dat achteraf bleek te zijn gebaseerd op verzonnen bewijsmateriaal en weinig heeft bijgedragen aan de stabiliteit in de regio en de veiligheid van Iraakse burgers.

De conclusies van de commissie Davids die constateerde dat er geen sprake was van een volkenrechtelijk mandaat, luidde de val van het kabinet Balkenende-Bos in.

In het regeerakkoord is vastgesteld dat voor een bijdrage aan een internationale crisisbeheersingsoperatie een volkenrechtelijk mandaat nodig is, tenzij er sprake is van een humanitaire noodsituatie. Kan het kabinet aangeven hoe ze deze afspraak in dit geval en op dit moment duidt?

Voorzitter, oud VN inspecteur Blix roept op te wachten met actie, om te zorgen dat de geschiedenis uit 2003 zich niet herhaalt. Secretaris Generaal Ban Ki-moon roept met nadruk af te wachten tot de VN- inspecteurs hun werk in Damascus hebben voltooid. En om de regels van het VN handvest te respecteren. Kan het kabinet de verzekering geven dat ze deze oproep zal volgen?

Voorzitter, er is sprake van een patstelling in het Midden-Oosten. De Arabische lente is nergens tot bloei gekomen, de regio wordt verscheurd door godsdienstige tegenstellingen. We hebben te maken met een kruitvat waarin de belangen van het regime Assad, de Iraanse machthebbers, die van de Golfstaten, die van Israël en die van Egypte een uiterst explosief mengsel vormen. Het zou onverstandig zijn in dat kruitvat nu een lont te steken in de vorm van Tomahawk raketten of de nieuwe “stand-off weapons”, die van grote afstand gelanceerd kunnen worden en ongezien als lont in elk kruitvat kunnen dienen.

Van wie verwachten we vrede in Syrië? Van de soennieten, de alewieten, de koerden, de druzen of de Assyriërs? Die vraag moet eerst beantwoord worden voordat welk besluit tot ingrijpen dan ook gesteund kan worden. Is de minister bereid zich in te zetten voor een internationaal wapenembargo? Kan hij aangeven wat hij heeft gedaan om de Europese raadsverklaring van afgelopen mei omtrent wapenleveranties aan de Syrische oppositie deze zomer op de agenda te krijgen ten einde deze verklaring te heroverwegen of de condities voor wapenleveranties aan te scherpen?

Democratie wordt niet met kruisraketten afgedwongen of bezorgd. Het afstraffen van staatsterreur heeft niet gewerkt in eerdere gevallen zoals in Libanon (1983-1984) en in Libië (1986). Er zijn geen voorbeelden waarin het straffen van leiders via militaire bliksemacties leidden tot gedragsverandering bij zittende regimes.

Het is zeer de vraag welk rechtvaardigheidsgevoel gediend is bij een ingrijpen waarvan op voorhand gezegd wordt dat het niet als doel heeft het regime van Assad te verdrijven, maar om een corrigerende tik uit te delen.

Voorzitter, als er sprake zal zijn van een militair ingrijpen in Syrië zonder volkenrechtelijk mandaat, is de minister er dan toe bereid om de patriots in Turkije per direct terug te halen om te voorkomen dat wij betrokken raken bij de illegale militaire acties?

Voorzitter, het gevoel van boosheid en onmacht die wij allemaal voelen is begrijpelijk maar rechtvaardigt niet ondoordacht militair handelen. Angst is een slechte raadgever, maar gevoelens van woede en vergelding zijn dat evenzeer.

Vragen waarop het antwoord alleen ja kan luiden, moeten gewantrouwd worden. De geschiedenis heeft ons dat geleerd en ons gezonde verstand bevestigt dat.

Vrede in het Midden-Oosten en in de rest van de wereld is een geweldig ideaal dat niet met geweld afgedwongen kan worden. Geld blijkt een machtig wapen.

De situatie in Syrië rechtvaardigt een breed maatschappelijk debat over de wijze waarop ons land financiële belangen steunt in de internationale wapenhandel. Pas dit jaar is het in ons land verboden aan pensioenfondsen om nieuwe investeringen te doen in de productie van clusterbommen en landmijnen.

We zullen met de internationale rechtsgemeenschap de situatie in Syrië nauwlettend moeten volgen, maar als wij echt mededogen willen betonen met de slachtoffers van de burgeroorlog, moeten we vooral hulp verlenen aan Syrische vluchtelingen.

Zolang Nederland minder Syrische vluchtelingen wil opnemen of wil steunen bij de opvang in de eigen regio dan er kruisraketten klaarstaan om in te grijpen, is er sprake van een ernstige onbalans in gevoel van rechtvaardigheid enerzijds en het gevoel van urgentie rond militair ingrijpen anderzijds.

Wij hebben als land een reputatie hoog te houden in het verstrekken van humanitaire hulp. Laten we stoppen met dralen om die hulp te verstrekken. Ruimhartig en onafhankelijk van wapengekletter van wie dan ook.

Ik ben het zeer eens met Bart Smout die gister in een opinie-artikel schreef: “'Ieder miljoen dat we besteden aan oorlogstuig gaat in vlammen op, ieder miljoen dat we besteden aan Syrische vluchtelingen kan een verschil maken.”

Wij kunnen een rol spelen in het bieden van oplossingen voor de humanitaire ramp die zich voltrekt rond vele duizenden onschuldige burgers die op de vlucht zijn voor een losgeslagen regime. Laten we dat doen, voorzitter. Tenten in plaats van kruisraketten. Voedsel in plaats van straaljagers. Medische hulp in plaats van bodybags. En diplomatie in plaats van oorlog.

Dank u wel!