Bijdrages Ouwehand debatten Mali


11 december 2013

Bijdrage Algemeen Overleg

Voorzitter. Ik zat op een christelijke school waar regelmatig gesproken werd over de missie. Die missie ging altijd over hulp en nooit over oorlog, voor zover ik mij dat goed kan herinneren uit mijn kindertijd. Missies zijn aan het begin van de 21ste eeuw een stuk gecompliceerder geworden. Het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking is inmiddels omgedoopt tot het ministerie van "Hulp = Handel". Steeds vaker gaan missies gepaard met geweld en worden de werkelijke bedoelingen van missies meer omfloerst weergegeven. Wat wel lijkt vast te staan, is dat onze missies steeds vaker strategische belangen en handelsbelangen lijken te dienen en dat het te bestrijden leed lang niet altijd de voornaamste reden van onze inmenging is. Vorige week tekende Jos Collignon een pijnlijke cartoon waarin Nederlandse militairen toekijken hoe een vrouw wordt opgetild en hoe andere mannen stenen verzamelen, vast en zeker om de huizenbouw onder primitieve omstandigheden vorm te geven, zoals zij dat van ons geleerd hebben tijdens ons beschavingsoffensief tijdens de Kunduzmissie. O nee, wacht, Afghanistan voert een wet in om vrouwen te stenigen als ze van overspel worden beticht. Dat werpt een ander en pijnlijk licht op de zaak.

Weer een nieuwe oorlog, en ook ditmaal is de uitnodiging niet aan ons gericht om meisjes naar school te helpen, andere vormen van akkerbouw te promoten en regionale voedselvoorziening te bevorderen. De vraag die we onszelf zullen moeten stellen is of en, zo ja, waarom we opnieuw willen meedoen aan een conflict dat niet te winnen is, zoals een buitenlandcommentator onlangs terecht stelde. Jarenlang hebben onze Amerikaanse bondgenoten Malinese milities getraind en van wapens voorzien. En ja, die zijn nu overgelopen naar de rebellen in het noorden. De geschiedenis herhaalt zich. Westerse landen, aangemoedigd door hun militair industrieel complex, creëren hun eigen monsters en moeten vervolgens vaststellen dat dat hen in onoplosbare conflicten trekt, en daarmee ons. De Partij voor de Dieren is van mening dat we dit onder ogen moeten zien en dat we daaruit lessen moeten trekken.

De CIA creëerde de moedjahedien en later de taliban. De man die 11 september bedacht, was door de Amerikanen opgeleid om de Russen te bevechten. Saddam Hoessein was onze vriend in de strijd tegen Iran, totdat ... Het heeft er alle schijn van dat de geschiedenis zich in Mali dreigt te herhalen. Wat kun je met een paar commando's in een onmetelijk groot land zonder wegennet? Waar gaan we onze mannen en vrouwen aan blootstellen en vooral, met welk doel doen we dat? Wat kunnen we geloven van het voorgespiegelde doel na de eerdere oorlogsmissies waar we ingerommeld zijn?

Opeens lijkt Mali de achtertuin van Nederland waar terroristen bestreden moeten worden die ons leven en welzijn zouden bedreigen. Mali stond niet eerder hoog op de Kameragenda, maar opeens is er dringend actie nodig. Alsof de moeder van alle terroristenbolwerken zich daar zou bevinden. Sinds 11 september weten we dat aanslagen worden gepleegd door terroristen die in Duitsland wonen en in de VS zijn opgeleid, niet in Mali. Terrorisme is niet plaats- of regimegebonden. Je zou de vraag kunnen stellen of er al plannen zijn om een missie te sturen naar Somalië, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Syrië, Jemen, Libië of andere broeinesten van onrust die, als je de redenering van het kabinet volgt, met net zoveel recht en reden zouden kunnen zitten te springen om een Westerse missie als Mali. Wat is er gekomen van eerdere missies? Hoe vaak moesten we achteraf horen dat het doel van missies in werkelijkheid compleet anders was dan ons van tevoren was verteld?

De Partij voor de Dieren heeft grote twijfels bij deze missie, zoals zij die ook had bij eerdere missies. Als Nederland vrede en veiligheid wil bevorderen zijn er andere manieren dan militaire missies. Die moeten we spoedig gaan inzetten. De klimaatverandering, die wij mede veroorzaken, leidt tot meer brandhaarden en tientallen miljoenen klimaatvluchtelingen die hun land moeten verlaten om hun heil te zoeken in Noord-Europa, met gevaar voor eigen leven. Het is saillant dat juist de partijen die zulke fervente voorstanders zijn van militaire missies, in veel gevallen de partijen zijn die niet geloven in klimaatverandering en de desastreuze gevolgen daarvan voor mensen wereldwijd en ook weinig voelen voor de opvang van vluchtelingen. Vrede en veiligheid zijn niet gebaat bij geweld met gecamoufleerde doelstellingen, maar bij een beleid waarin duurzaamheid en mededogen centraal staan.

We voelen weinig voor een missie naar Mali, maar we zijn nog te overtuigen van het tegendeel als het kabinet zonneklaar duidelijk kan maken dat we alleen gaan helpen zonder geweld, dat het doel van de missie boven de zojuist geformuleerde motieven verheven is, en dat het ditmaal niet gaat om de "hulp = handel"-modus, maar om louter humanitaire redenen en doelen. We hebben daarover zeer grote twijfels, maar horen graag waarom die twijfels ditmaal niet gerechtvaardigd zouden zijn. Tegelijkertijd willen we van het kabinet weten welke mogelijkheden het ziet om duurzaamheid en mededogen een centrale plaats te geven in ons buitenlandbeleid en onze handelsmissies. Wat gaan we doen om de wereld te voeden, om het klimaat te redden en om de belangen van de zwaksten te beschermen tegen het recht van de sterksten, waarbij we nadrukkelijk kijken naar onze eigen consumptie, die rechtstreeks ten koste gaat van de kwetsbaarste mensen in de wereld? Wij staan zeer open voor dit soort ideeën, hoewel wij sterk de indruk hebben dat ploegscharen daarin meer kunnen betekenen dan zwaarden.

Veel partijen in dit huis hebben in het verleden ingestemd met missies die zich enkel richtten op symptoombestrijding of het blussen van brandjes, wat niet gelukt is en ook niet tot oplossingen heeft geleid. De vraag die wij willen stellen is: moet die lijn worden doorgezet of zullen we bereid zijn om te leren van fouten uit het verleden?

Dank u wel.

Bijdrage eerste termijn plenaire behandeling

Voorzitter. Conflictsituaties, geweld en schrijnend humanitair leed doen ons pijn en verdriet en geven ons de drang om in te grijpen. Dat moet ook, want dat maakt ons mens. Het ontslaat ons echter niet van de plicht om zo goed mogelijk in te schatten of de actie die we willen ondernemen, een oplossing dichterbij brengt of juist nieuwe problemen creëert. Op die manier zit de Partij voor de Dieren in het debat over de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA. De Partij voor de Dieren is, mede gelet op de geschiedenis, de eerdere ervaringen met de bredere gevolgen van militaire actie, niet snel te overtuigen van de voorgespiegelde vruchten van de inzet van geweld, de effectiviteit van de voorgestelde terrorismebestrijding en de verwachtingen van de te trainen Malinezen. We beluisteren het kabinet goed. Het debat is nog niet afgerond, maar onze positie is gisteravond in de eerste termijn overgekomen als duidelijk zeer sceptisch. We wachten de laatste beantwoording van het kabinet af en zullen in de laatste termijn, aan het einde van het debat onze conclusies trekken.

Bijdrage tweede termijn plenaire behandeling

Voorzitter. Er zijn weinig waarden waarvan je je kunt voorstellen dat die beter moeten worden verdedigd dan vrijheid en veiligheid. Zoals gezegd, vindt de Partij voor de Dieren het ontzettend belangrijk om te kijken of de manier waarop we van plan zijn dat te doen, die vrijheid en veiligheid ook dichterbij brengt. De Partij voor de Dieren is zeer terughoudend en lastig te overtuigen van de voorgespiegelde vruchten van de inzet van geweld. Het debat heeft dat voor ons niet veranderd. De Partij voor de Dieren onderkent de situatie waarin Mali zich bevindt, maar gelooft niet dat deze missie een duurzame oplossing gaat brengen voor de bevolking daar. We steunen de missie dan ook niet. Wel wensen we de militairen, die in Mali een moeilijke taak gaan uitvoeren, en hun geliefden hier veel sterkte, alle goeds en veel succes.

Tot slot, de minister zei in het debat dat het argument dat je het een doet en het ander laat nooit zo valide is. Ik geef de minister van Buitenlandse Zaken daarin gelijk. Ik hecht er echter aan om op te merken dat iedereen die vindt dat vrede en veiligheid moeten worden verdedigd, het met ons eens moet zijn dat de vrede en veiligheid niet in gevaar mogen worden gebracht door ons handelen. Ik hoop dat iedereen in deze zaal dat ook vindt. In dat opzicht is het wrang dat dit kabinet nalaat om de grote gevaren aan te pakken die klimaatverandering met zich meebrengt voor vrede en veiligheid, de voorspelde conflictsituaties en de enorme ellende waarin mensen terechtkomen. Laat dat gezegd zijn voor toekomstige debatten over conflictsituaties.