Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- en Visse­rijraad 16-17 december


12 december 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik bedank de staatssecretaris voor haar inzet voor de tonijn. Onze zorgen zijn zeker nog niet weg, maar de inzet van de staatssecretaris kan rekenen op onze steun. Ik hoop dat zij dit volhoudt. Van het Europees Parlement moeten wij het in elk geval niet hebben. Wederom wordt de diepzeevisserij niet ingeperkt. Dat is erg, want diepzeevisserij is heel schadelijk. Wij maken ons grote zorgen over de ecosystemen die hierdoor worden aangetast.

Dat brengt mij op de voorstellen van de Europese Commissie met betrekking tot de vangstquota voor het komende jaar. Wij zijn toch wel wat teleurgesteld over de inzet van de staatssecretaris. Zij zegt: voor bestanden waarover weinig kennis is, moeten wij het voorzorgprincipe volgen. Vervolgens zegt zij echter: een automatische reductie van de TAC met 20% vind ik te ver gaan. Waarom gaat dat te ver? Als je het voorzorgprincipe wilt volgen, moet je ook doen wat daarbij hoort. Het gaat dan over schar en bot. Dezelfde teleurstelling heb ik over de inzet van de staatssecretaris met betrekking tot de vangstquota voor de horsmakreel. Als de Europese Commissie zegt dat er 40% reductie nodig is, dan zou ik hopen dat de staatssecretaris dit gewoon volgt.

De Partij voor de Dieren maakt zich grote zorgen over het fiche over de exoten. Ik hoor graag van de staatssecretaris dat zij van mening is, en zich hiervoor ook wil inzetten, dat er geen dictaat van Europa mag komen om dieren uit te roeien, maar dat hierover nationaal beslist wordt, dat preventie vooropstaat en dat wij ruimte houden voor voortschrijdend wetenschappelijk inzicht. Zo kunnen wij nu besluiten dat wij niet langer jagen op de wasbeerhond. Voor het geval de staatssecretaris niet bereid is op dit punt te bewegen, heb ik een motie klaar liggen.

In Brussel is onderhandeld over de herkomstetikettering van vlees. Uit de media begrijp ik dat onder het huidige voorstel het land van geboorte niet op het etiket hoeft te staan. Dat vinden wij raar. Is de staatssecretaris het met ons eens dat herkomstetikettering niet compleet is zonder vermelding van het land van herkomst? Heeft zij daartegen gestemd? Is zij met ons van mening dat wij de grote fraude met vlees moeten aanpakken en dat wij de consument transparantie en keuzevrijheid moeten bieden? Daar hoort een volledige herkomstetikettering bij.

Klopt het dat er een bepaling in het diergezondheidspakket zit die de varkensexport binnen de Europese Unie zal doen versoepelen doordat exportkeuringen worden afgeschaft? Is de staatssecretaris bereid om de Kamer nader te informeren over de inhoud van de bepaling? Voor welke diersectoren gaat die op? Wat is het standpunt van Nederland? Wat zijn de eventuele bezwaren van andere lidstaten? In een volgend AO kunnen wij dit dan nader bespreken.

In verband met de tijd kom ik niet toe aan bespreking van het teeltvoorstel. Ik doe dat graag de volgende keer.

Ik kom op de promotie van landbouwproducten. Wij zijn het met de staatssecretaris eens dat met het promotiebudget voor landbouwproducten vooral sturing gegeven moet worden aan verantwoorde consumptie. Ik zou denken dat sierteelt daar niet bij hoort. Wat ons betreft gaat het budget niet omhoog. Als je hieraan geld uitgeeft, moet je aandacht geven aan producten die milieu- en diervriendelijk zijn geproduceerd. Dierlijke producten moeten dus worden uitgesloten van de regeling, met uitzondering misschien van dierlijke producten die biologisch zijn geproduceerd. Graag een reactie.

In oktober hebben wij de staatssecretaris gevraagd om een stand-van-zakenbrief over gentech. Het blijft lang stil, maar achter de schermen lijkt er van alles te gebeuren. Heeft zij die brief inmiddels klaar? Wij willen heel graag weten of er over de toelating van teelt van gentechmaïs 1507 -- het klinkt al eng -- in een schriftelijke procedure zal worden gestemd. De Landbouwraad van januari is immers geannuleerd. Klopt het dat er voor februari gestemd moet worden omdat anders de Europese Commissie zal besluiten om de aanvraag goed te keuren? Wij willen natuurlijk graag weten hoe de staatssecretaris zal stemmen. Hierover is een motie ingediend en aangenomen. Wij willen dat zij tegenstemt.

Tot slot het klonen van dieren. Ik hoop dat de staatssecretaris het met de Kamer eens is dat het klonen van dieren voor voedselproductie onaanvaardbaar is. Is het waar dat er binnenkort een nieuw voorstel komt over het etiketteren van producten van nakomelingen van gekloonde dieren? Is het waar dat in de eerste voorstellen hiervoor alleen sprake is van etikettering van vers vlees van nakomelingen van gekloonde dieren, en niet van het etiketteren van zuivel en bewerkt vlees en dat er niet wordt ingezet op het weren van deze producten van de Europese markt? Is de staatssecretaris bereid om met de aangenomen motie onder de arm in de komende Landbouwraad te pleiten voor maatregelen die voorkomen dat nakomelingen van klonen en producten van deze dieren niet op de Europese markt terechtkomen?

Beantwoording door de staatssecretaris van Economische Zaken

Staatssecretaris Dijksma: (…) Dan die 20% voor soorten waarover geen harde gegevens zijn. Een aantal leden vroeg waarom ik niet kies voor het voorzorgbeginsel en een reductie van 20%. Wij doen dat niet omdat de reductie op zichzelf arbitrair is. Er zijn immers weinig gegevens over bepaalde bestanden. Je moet een reductie zo goed mogelijk onderbouwen. Ik zoek eigenlijk een case-by-casebenadering. Ik wil het dus per soort bekijken en de adviezen van de regionale adviesraden meenemen. Zo komen wij bij schar en bot tot de conclusie dat er een roll-over kan plaatsvinden. Dat vloeit immers voort uit de adviezen van de regionale adviesraden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dus eigenlijk zegt de staatssecretaris: de Europese Commissie weet niet waarover zij het heeft met een voorstel voor 20% reductie?

Staatssecretaris Dijksma: Nee, ik maak een andere afweging. (…)
Mevrouw Dikkers en mevrouw Ouwehand hebben vragen gesteld over de diepzeevisserij. Op 10 december heeft het Europees Parlement het uitbannen van de schadelijke sleepnetvisserij in de diepzee níet overgenomen. Dit uitbannen was juist het pièce de résistance in het voorstel dat de Commissie in juli 2012 heeft gedaan. Nederland steunt dat commissievoorstel. Destijds hebben wij de Kamer al geïnformeerd over het voorstel voor aanpassing van de technische maatregelen. De Raad moet de zaak nu snel behandelen. Ik ondersteun Commissaris Damanaki van harte in het streven om hier ook in de Raad werk van te maken. Ik neem aan dat zij dit gaat agenderen. Daarin kan zij mij aan haar zijde vinden. Dit zal ook onderwerp zijn van de Global Oceans Action Summit die Nederland in het voorjaar van 2014 gaat organiseren. Mensen van over de hele wereld komen daar samen om te praten over "blue economy and the oceans", over duurzaamheid en de eiwitproductie voor de voedselvoorziening, die zo belangrijk is. Ik hoop dat de leden van deze commissie daar ook zijn. Als het goed is, hebben zij al een uitnodiging gehad. Ik ben heel trots dat wij deze prachtige bijeenkomst gaan organiseren.

(…) Voorzitter. Ik ga nu in op het promotiefonds. Eigenlijk alle leden hebben hun steun uitgesproken voor mijn kritische benadering. De voorstellen worden momenteel bestudeerd en de algemene kanttekening is dat deze regeling vooral sturing moet geven aan een verantwoorde consumptie. Dat betekent dat er vooral aandacht is voor producten die milieu- en diervriendelijk zijn geproduceerd. Regelingen moeten ook eenvoudig zijn. Ik ben geen voorstander van de ophoging van het budget die nu wordt voorgestel. Wij weten dat veel lidstaten het een briljant idee vinden, maar ik blijf hier kritisch over. Ik zal zo nog iets zeggen in antwoord op de vraag of ik het braafste meisje van de klas ben, mocht iemand hier dat nog denken. U zou eens met mijn leraren moeten praten! In elk geval denk ik dat onze belangen gediend zijn met het huidige budget.

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd of het vooral biologische producten zijn. De sector moet zelf plannen indienen. Wij bepleiten producten met een toegevoegde waarde. Ik moet eerlijk zeggen dat ik nu niet kan overzien wat dat betekent voor sierteelt, waar mevrouw Lodders naar vroeg. (…)
Mevrouw Ouwehand wil graag nader geïnformeerd worden over de nieuwe diergezondheidsverordening. Dat lijkt mij een goed idee. Misschien kan ik dat in de kwartaalrapportage doen. Ik heb begrepen dat er voor het kerstreces nog zo'n rapportage naar de Kamer komt. Wij zouden daarin alvast iets kunnen opschrijven. Wij voeren het debat dan niet helemaal vandaag, als mevrouw Ouwehand dat niet erg vindt. Wij leveren de laatste stand van zaken aan en de Kamer heeft dan weer een tekst waarvan zij iets kan vinden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dank voor deze toezegging. Waarschijnlijk vraag ik dit ten overvloede, maar ik neem aan dat de staatssecretaris ons even informeert als de besluitvorming in Europa toch sneller gaat. Dank ook dat de staatssecretaris in die rapportage de boel wat nader kan duiden, zodat wij het daarover met elkaar kunnen hebben voordat stukken in Europa worden afgekaart.

Staatssecretaris Dijksma: Zeker. Dat zal ik doen, maar de verwachting is niet dat het sneller zal gaan.

Mevrouw Ouwehand heeft ook gesproken over de teelt van ggo-maïs 1507. Ik weet dat de Kamer vooraf betrokken wil worden bij besluitvorming over markttoelating van ggo's. Dat is overigens ook in de motie van de heer Klaver uitgedrukt. De Europese Commissie heeft inderdaad voorgesteld om te stemmen over de toelating voor teelt van genetisch gemodificeerd maïs. Het voorzitterschap heeft dit naar de Milieuraad gebracht. Aanvankelijk zou men dit agenderen voor de Milieuraad van 13 december, maar men heeft dat niet gedaan. Het is niet duidelijk wanneer en op welke wijze dit dossier voor stemming geagendeerd wordt. De Landbouwraad in januari gaat niet door. Staatssecretaris Mansveld heeft in dezen het voortouw, maar zodra er sprake is van agendering, zullen wij de Kamer zeker een brief sturen, nog voor de stemming. Dat lijkt mij de kern. Ik vermoed dat dit nu niet via de Landbouwraad zal verlopen, maar via de Milieuraad. Ik verwijs de Kamer dan ook naar debatten daarover.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Hoewel ik al een vermoeden heb wat de staatssecretaris gaat zeggen, vraag ik het toch: weet de staatssecretaris al hoe Nederland wil stemmen? Het zou mooi zijn als zij al wist dat wij tegen gaan stemmen, want dan zijn wij daarover tenminste duidelijk. Kan de staatssecretaris ook zeggen of de brief over de stand van zaken op het gentechdossier in Europa nog voor de kerst komt? Ik heb namelijk het gevoel dat wij onze grip daarop aan het verliezen zijn.

Staatssecretaris Dijksma: Die brief komt niet voor kerst. Dat is geen onwil, maar er is al een stapel brieven die nog voor de kerst verstuurd moeten worden. De Kamer krijgt de brief wel gewoon. Mijn antwoord op de eerste vraag is inderdaad dat de Kamer de brief moet afwachten.

Mevrouw Ouwehand en de heer Smaling hebben aandacht gevraagd voor de invasieve uitheemse soorten. Nederland kampt met diverse problemen rondom de invasieve uitheemse soorten. De leden kennen het voorbeeld van de huiskraai en de rosse stekelstaart. Nederland is voor Europese regelgeving op het gebied van de invasieve uitheemse soorten. Na een lang voorbereidend traject heeft de Europese Commissie een voorstel gepubliceerd voor een verordening voor invasieve uitheemse soorten. Dit voorstel heeft tot doel om de negatieve grensoverschrijdende effecten van de invasieve uitheemse exotische soorten voor bedrijven, burgers, overheidsinstanties en milieu aan te pakken. Het is de bedoeling dat wij tot een Europese effectieve bestrijding komen die bijdraagt aan het behalen van de biodiversiteitsdoelen. Wij hopen dat de kosten voor bestrijding en schadebeperking daardoor ook gaan dalen. Hiervoor moeten inderdaad wetenschappelijke inzichten worden benut. Dat zeg ik de Kamer toe. Het gaat dus vooral om preventie en niet alleen om eliminatie, plat gezegd. Dat is het minste wat wij kunnen doen. Daarmee is niet gezegd dat je niet af en toe moet bestrijden, maar wij willen liever voorkomen dan genezen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb twee korte vragen. Kan de staatssecretaris toezeggen dat haar inzet zal zijn dat er geen Europees dictaat komt voor bestrijdingsmaatregelen en dat dit een nationale bevoegdheid blijft? Het is mooi dat preventie vooropstaat. Daarnaast heb ik de staatssecretaris gevraagd om een einde te maken aan het afschieten van de wasbeerhond. Juist hier is sprake van voortschrijdend inzicht. De wasbeerhond zorgt niet voor noemenswaardige schade en het afschieten is niet effectief. Laten wij daar dus mee stoppen.

Staatssecretaris Dijksma: Ik wil daar wel naar kijken, maar ik kan nu niet overzien wat het betekent als ik toezeg dat wij hiermee stoppen. Ik moet dit even uitzoeken. Een Europees dictaat zal er niet komen, maar er moet wel een zekere vorm van gemeenschappelijkheid zijn. De vraag is dan altijd hoeveel ruimte er overblijft. Dat kan ik nu niet voorspellen. Het lijkt mij dat dit onderwerp wel weer terugkomt. Wij zullen dan preciezer onze inzet en de stand van zaken formuleren. Ik kan dan ook ingaan op de twee punten die mevrouw Ouwehand heeft genoemd, namelijk op de vraag wat de nationale ruimte is en op de specifieke positie van de wasbeerhond en de laatste wetenschappelijke inzichten.(…)

Voorzitter. Er zijn twee vragen gesteld over etikettering: een vraag over herkomstetikettering en een vraag over etikettering van gekloonde dieren. Ik ken geen EU-voorstel op het terrein van gekloonde dieren. Zodra wij dit ontvangen, zal ik de Kamer informeren. Het standpunt van het kabinet is altijd nee, tenzij. Daarbij is het tenzij nog niet ingevuld. Wij moeten hier nog goed naar kijken. De Kamer krijgt die informatie als wij die hebben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voor de duidelijkheid wil ik even zeggen dat ik dit niet verzin. Wij lezen AGRA FACTS heel goed en daarin hebben wij gelezen dat Commissaris Borg al een discussiepaper heeft opgesteld. Ik ga ervan uit dat de staatssecretaris de aangenomen motie hierover meeneemt in de verdere stappen.

Staatssecretaris Dijksma: Dat zeker. Maar als er ergens een paper wordt opgesteld, wordt dat niet altijd meteen met de Raad gedeeld. Ook wij staan weleens achter in de rij. Daarmee is dit voor mij nog geen formeel voorstel.

Herkomstetikettering gaat over de vermelding van het land van geboorte. Er is niet gekozen voor vermelding van de plaats waar het dier is geboren. Dat heeft iets met kosten te maken. Hiervoor zou namelijk een aparte i&r nodig zijn. Overigens zeg ik alvast dat minister Schippers de eerstverantwoordelijke is op dit gebied. Herkomstetikettering moet goed uitvoerbaar en controleerbaar zijn. Consumenten blijken met name de plaats waar het dier wordt grootgebracht, heel belangrijke informatie te vinden. Dat weten wij met het bestaande i&r-systeem.

Het probleem bij de fraude is dat er gewoon een andere sticker op een product geplakt wordt. Je kunt wel een prachtige informatieve sticker hebben, maar als iemand er iets anders op plakt, moet je diegene op een andere manier te pakken nemen. Wij zijn het hartgrondig met elkaar eens dat dit aangepakt moet worden, maar ik kijk ook altijd naar effectiviteit. Wat werkt nu echt? Daarop moeten wij in deze discussie, die ongetwijfeld op een ander moment nog met de Kamer gevoerd zal worden, heel alert zijn. Je kunt wel hele boekwerken aan informatie meeleveren, maar als mensen verkeerde informatie in zo'n boekwerk zetten, heb je er geen snars aan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben het met de staatssecretaris eens dat het enorm zou helpen als wij de ketens korter maakten en niet langer vlees en levende dieren door heel Europa heen en weer zouden slepen. Ik geloof echter dat de staatssecretaris dit net iets anders invult dan de Partij voor de Dieren. Deze randvoorwaarden maken handhaving van goede herkomstaanduiding echter wel een stuk makkelijker.

Staatssecretaris Dijksma: Wij zijn het inderdaad niet over alles eens. Daarom zitten wij hier ook vanuit verschillende politieke achtergronden aan tafel. Wij zijn het echter wel met elkaar eens over het feit dat het verkorten van ketens de zaken overzichtelijker maakt. Dit heeft ook andere voordelen, die meer te maken hebben met verduurzaming of met het ondersteunen van lokale voedselproductie. Ik zie de toekomst van de zaken waarover wij het wel eens zijn, best zonnig in. Ik ben wellicht een optimist!

Tot zover mijn bijdrage.

De voorzitter: Er blijkt niet bij iedereen behoefte aan een tweede termijn, maar bij sommige leden wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik moet de vergadering verlaten in verband met de regeling van werkzaamheden. Ik vraag een debat aan over de mestproductie; dan weten de collega's dat. Ik wil het VAO graag handhaven.