Bijdrage Wetge­vings­overleg VWS over Jaar­verslag 2006


12 juni 2007

Voorzitter,

De Partij voor de Dieren is in het jaarverslag en het antwoord van de minister op aanvullende vragen over het jaarverslag, gecombineerd met vigerende wetgeving en uitspraken van het kabinet, een aantal tegenstrijdigheden tegengekomen. Het zal u niet verbazen dat het gaat over proefdieren en alternatieven voor dierproeven.

In 2006 zijn er 610.000 proefdieren gebruikt. Een schamel budget van slechts 9 ton is uitgegeven aan onderzoek naar en de toepassing van alternatieven voor dierproeven. En dat terwijl de wetgever dierproeven in beginsel verbiedt. Vermindering van dierproeven en stimulering van alternatieven is onder meer een opdracht die in de wet op de Dierproeven is geformuleerd. Uit de cijfers blijkt dat van deze doelstellingen niets terecht komt. In het jaarverslag lezen wij dat een streefcijfer van 600.000 proefdieren per jaar ook in de toekomst nog door de regering acceptabel gevonden wordt. Dit vinden wij vreemd, omdat het haaks staat op de wettelijke doelstellingen van vermindering en vervanging.

Hoe kan de minister dit verantwoorden, in relatie tot zijn antwoord op een van onze vragen naar aanleiding van het jaarverslag, namelijk dat hij de mogelijkheden onderzoekt om alternatieven voor dierproeven structureler in het kabinetsbeleid op te nemen?

De SP heeft hier ook al vragen over gesteld. Het is een prachtig initiatief, dat wij steunen, maar wij zouden graag een concretere invulling zien. Wij maken ons daarbij zorgen over de financiering.

In antwoord op onze vragen over het jaarverslag 2006 zegt u dat u positief staat tegenover stimulering van onderzoek naar alternatieven voor dierproeven, en dat dit een onmisbaar onderdeel is van uw beleid over dierproeven en proefdieren. Maar u blijkt niet bereid om de daad bij het woord te voegen. U stelt namelijk dat u niet van plan bent om het budget van 900.000 euro voor de ontwikkeling en implementatie van alternatieven in 2008 te verhogen. Wij weten dat een budget van 10 miljoen om waardevolle, zinvolle en veelbelovende onderzoeken naar de ontwikkeling en implementatie van alternatieven te honoreren nog aan de sobere kant is. Op dit moment wordt nog geen tiende van dat bedrag uitgegeven.

- Wil de minister, ten eerste, zijn streven tot het verminderen van het aantal dierproeven bijstellen?
- Wil hij daar, ten tweede, de nodige financiƫn tegenover zetten?

Ik wijs nog expliciet op de toezegging van de minister van 12 april om de Kamer binnen afzienbare tijd te informeren over de beleidsontwikkeling ten aanzien van de alternatieven voor dierproeven. Wanneer komt die brief? Kan die worden voorzien van een financieel kader?