Bijdrage aan Landbouw en Visse­rijraad


6 juni 2007

Verbod op bijvangsten

Het is goed dat de visserijraad deze gedurfde stap gaat nemen om te komen tot het uitbannen van bijvangsten. Dit is ook een belangrijke doorbraak in het denken. In plaats van al het beleid te richten op de aanlandingen en wat er op zee gebeurt als een ‘black box’ te beschouwen wordt nu hopelijk en daadwerkelijk werk gemaakt van het voorzorgsprincipe: kijken naar hoe de vangsten minder desastreus voor vissen en ecologie kunnen plaatsvinden. Momenteel sterft 40-60% van de vissen in de Nederlandse Boomkorvisserij. En dat terwijl alternatieven voorhanden zijn en al worden toegepast in Noorwegen en IJsland omdat bijvangsten daar al verboden zijn (discard ban). In plaats van malaise heeft het verbod op bijvangsten geleid tot inventiviteit zoals ontsnappingspanelen, grotere mazen en tijdelijke sluiten van stukken zee waar de sector veel bijvangst constateert.

We weten met zijn allen dat het blijven vissen op platvissen met de boomkorvisserij een doodlopende weg is. Sanering van de sector komt niet alleen de vissen en de visbestanden ten goede, maar uiteindelijk ook de vissers. Daarom zou ik willen pleiten dat de minister zelf ook de stap vooruit wil maken en niet terughoudend moet zijn in haar ambitie om te komen tot een teruggooiverbod. WEL inpasbaar in het vissen op gemengde soorten. In IJsland wordt ook op gemengde soorten gevist.

We willen de minister oproepen haar oren niet te laten hangen naar de sector die stelt dat ze al veel doen. Het is nog onvoldoende gewerkt aan oplossingen door de sector en een zachte dwang via een warme sanering met oog voor alternatieven vangmethoden en alternatieve vissoorten is daarom onontbeerlijk. Vooral na de ontdekking van aangespoelde bruinvissen die als bijvangst in stukken werden gesneden en het gegeven dat in sommige gevallen meer de helft van de vissen die worden gevangen, dood weer overboord worden gekieperd als afval is niet langer een houdbare situatie. We dienen met respect om te gaan met onze natuurlijke hulpbronnen. De introductie van een teruggooiverbod is daarin een kleine, maar ook een zeer belangrijke stap om visbestanden te regenereren en te komen tot een meer duurzaam beheer van de visbestanden.

We willen de minister vragen:

• Of zij bereid is een voortrekkersrol te vervullen om uitwerking te geven aan een teruggooi verbod?
• Is de minister van mening dat het Nederlandse boomkorsysteem om te vissen op platvissen zijn langste tijd heeft gehad vanwege het onduurzame karakter van de vangstmethode en zo ja, is zij bereid om te komen tot een sanering van de sector en op welke wijze? Zo nee, hoe ziet zij de toekomst van boomkorvissers?
• Welke ambities heeft zij ten aanzien van het zoeken naar mogelijkheden om bijvangst uit te sluiten en wil zij daarbij gebruik maken van de ervaringen in IJsland en Noorwegen en zo ja op welke manier?
• Heeft zij al resultaten van lopend onderzoek naar selectiemethoden om bijvangsten te voorkomen, wat zijn haar bevindingen en welke mogelijkheden ziet zij voor de Nederlandse situatie?
• Sluiting van gebieden met veel geconstateerde bijvangsten wordt gezien als een kansrijke optie. Is de minister voornemens deze maatregel snel in te voeren en zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet en laat u dan geen belangrijke kansen liggen om daadwerkelijk een eerste stap te zetten in het voorkomen van bijvangsten?
• Teruggooiverboden zijn alleen effectief als ook daadwerkelijk controle en handhaving gaat plaatsvinden. Welke ideeen heeft de minister hierover en op welke wijze denkt zij de effectiviteit van een teruggooiverbod te vergroten met verbetering van controle en handhaving?

Bescherming van aal
Wat betreft de bescherming van de aal: er moet nu ECHT een akkoord komen. Het enige voordeel voor de aal om het dier te laten uitsterven is dat hij gevrijwaard wordt van de pijnlijke dood die hem wacht en waarvoor de minister tot op heden geen oog voor heeft gehad.

De Europese Unie heeft bij CITES een voorstel ingediend om de Europese Aal op Appendix II te zetten om te erkennen dat het een bedreigde diersoort is. Het is treurig dat deze actie wel genomen kan worden , terwijl de EU er intern niet in slaagt om een akkoord te bereiken over bescherming van deze aal. Dit is tegenstrijdig en geeft ook precies weer waar Europa nog in te kort schiet: ambities om zich verantwoordelijk op te stellen naar dieren, ecologie en milieu.

Wel zou een beperking van de glasaal naar China, wat ook de agenda staat van CITES, een belangrijke doorbraak kunnen betekenen omdat er dan meer glasaal beschikbaar is om in Europa uit te zetten, hoewel dit ook niet zonder risico’s is (ziektespreiding) en het nog niet duidelijk is of uitzetting werkt.

Kan de minister aangeven of het uitgeklede plan wat er nu ligt voldoende bescherming bied aan de aal en dat de nationale flexibiliteit die mogelijk is (in het voorgestelde pakket) niet zal worden gebruikt om de populatie van de glasaal verder onder druk te zetten (Geldt naast Spanje en Frankrijk ook voor Nederland)?

Kan de minister aangeven wat de onderdelen zullen zijn van de Nederlandse invulling van het pakket en op welke wijze zij garandeert dat deze zullen leiden tot een voldoende duurzaam beheer? Is zij bereid hierin een voortrekkersrol te vervullen?

NB Uit vorige L&V raad. De doelstelling (van het Europese voorstel) is dat op de lange termijn 40% van de schieralen de kans moet hebben om te ontsnappen naar zee. Het is daarom noodzakelijk dat glasaal wordt gereserveerd en uitgezet.
"De lange termijn" voor het bereiken van een ontsnappingspercentage van 40% moet volgens de Partij voor de Dieren nader worden gespecificeerd. Volgens onderzoek zijn er 3 generaties aal nodig om weer een gezonde visstand te bereiken. Dit is 45 jaar.

Is de minister bereid om zich ervoor in te spannen:

• dat in het Europese akkoord de termijn voor het bereiken van een ontsnappingspercentage van 40% nader gespecificeerd wordt?
• dat in het Europese akkoord tussentijdse monitoringsmomenten worden opgenomen om de voortgang te bewaken?

Wetenschappers bevelen aan de huidige inspanningen als referentiepunt te nemen en geen ruimte te laten voor het vissen voor kwekerijen tijdens het sluitingsseizoen. De International Council for the Exploration of the Sea (ICES) stelt dat de exploitatie van de Europese aal zo dicht mogelijk naar 0 zou moeten gaan.
• Kan de minister aangeven of zij voor Nederland deze aanbevelingen zal volgen omdat ondanks het communautaire karakter van de problematiek het raadzaam is zelf het goede voorbeeld te geven