Bijdrage Wassenberg debat Aandeel duurzame energie


7 september 2017

Voorzitter. Het aandeel duurzame energie is van 2015 tot 2016 gestegen van 5,8% naar 5,9%; een stijging van maar liefst 0,1%. Laten we even naar de cijfers kijken. In totaal werd er in 2016 5% meer duurzame energie opgewekt. Dat is niet veel, maar het is een toename. Maar als we kijken naar de groei van de fossiele energie, zien we dat die toename bijna dertien keer zo groot is. Voor wie het wil narekenen: in 2016 kwam er 6 petajoule (PJ) aan duurzame energie bij, tegen 76 petajoule aan fossiele energie.

Dit is de achilleshiel van het kabinetsbeleid op het gebied van duurzame energie. De minister zegt vaak dat er de komende jaren meer duurzame energie zal worden opgewekt — dat is ook belangrijk — maar het is tegelijk maar de helft van het verhaal. Want als de totale energieconsumptie nog veel harder stijgt, raken we verder van huis. Opnieuw stel ik de vraag aan de minister of het ministerie niet veel meer moet inzetten op energiebesparing. Alleen met nieuwe windmolenparken op zee komen we er echt niet.

We moeten sowieso af van fossiele energie. De Partij voor de Dieren vindt het zonde dat we geld investeren om fossiele energie duurzamer te laten lijken. Vorig jaar sleepte de kolencentrale van RWE bijna 1 miljard euro binnen om tijdelijk te vergroenen, wat dat ook mag betekenen, door hout bij te stoken. Bomen kappen om ze te verbranden is niet duurzamer dan kolen stoken. Ook het subsidiëren van mestvergisters draagt niet bij aan duurzame energie. Mestproductie is en blijft zeer schadelijk voor natuur en klimaat, maar toch is er inmiddels al 2,5 miljard euro subsidie naartoe gegaan.

De overheid heeft bij de overstap naar duurzame energie de rol van aanjager. Met wetgeving kan zij de overstap naar duurzame energie stimuleren. Het schrappen van de gasaansluitplicht is daar een voorbeeld van. Maar de vraag is of dat schrappen veel effect heeft als blijkt dat het bouwen van gasloze wijken veel duurder is dan het bouwen van wijken mét gasaansluitingen. Zolang dat zo blijft, zullen gasloze nieuwbouwwijken de uitzondering blijven. Welke fiscale maatregelen kan de minister nemen om dat prijsverschil kleiner te maken of zelfs nul te maken, om zo gasloze woningen de nieuwe norm te maken?

Bij de rol van aanjager hoort ook het geven van het goede voorbeeld. In gemeentes blijven heel veel kansen onbenut om zonne-energie op te wekken. Is de minister bereid om gemeentes aan te sporen om gemeentelijke daken hiervoor te benutten?

Tot slot. Kan de minister een update geven van het energie-inkoopbeleid van gemeentes? Vorig jaar bleek dat slechts één op de drie gemeentes haar stroom werkelijk duurzaam inkoopt, ondanks de afspraak met het Rijk om dit vanaf 2015 te doen. Graag zou ik hierop een reactie van de minister horen.

Interrupties andere partijen

De heer Wassenberg (PvdD):
De heer Bosman zegt dat we de doelen voor duurzame energie gaan behalen. Ik help hem dat echt van harte hopen, maar ik vraag me af hoe de VVD daar zo zeker over kan zijn. Daar ben ik benieuwd naar. Er wordt verwezen naar energieprojecten in de toekomst, maar als de heer Bosman naar mijn verhaal heeft geluisterd, heeft hij ook gehoord dat het aandeel fossiele energie heel erg is gestegen. Zolang we daar niets aan doen, gaan we de duurzame doelen echt niet halen. Kan de heer Bosman daarop reageren?

De heer Bosman (VVD):
Het is grappig: biomassabijstook is een duurzame energievorm. Dat hebben we in Europa afgesproken. Nu krijgen we discussie, maar het is duurzame energie, alleen de Partij voor de Dieren vindt dat persoonlijk niet. In de afspraken die we internationaal hebben gemaakt, is biomassabijstook een vorm van duurzame energie. Doordat iedereen verschillende beperkingen neerlegt — u vindt biomassabijstook niets, een ander vindt windmolens niets, weer een ander wil geen zon op land omdat het om grote panelen gaat — blijven we stilstaan. Als we internationaal afspraken maken over biomassabijstook is dat een verantwoordelijkheid die we met z'n allen hebben, en een mogelijkheid om te doen. U kunt dan zeggen dat u dat niet vindt, maar dat is uw mening.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dat is geen antwoord op mijn vraag. In de eerste plaats is het enige verschil tussen biomassa en steenkool 300 miljoen jaar. Steenkool bestaat uit de bomen van 300 miljoen jaar geleden, maar de CO2-uitstoot is hetzelfde. Zelfs al zou je het als duurzame energie beschouwen, zei ik daarnaast dat we het niet gaan halen als de totale hoeveelheid fossiele brandstof niet omlaaggaat. In de afgelopen jaren is de hoeveelheid fossiele brandstof harder gestegen dan de duurzame energie. Zolang we daar niets aan doen, gaan we het echt niet halen. Wat vindt de heer Bosman daarvan?

De heer Bosman (VVD):
Volgens mij hebben wij de heer Wassenberg op zijn wenken bediend. Het afgelopen kabinet heeft vijf van de tien kolencentrales gesloten. Daar moet je toch ontzettend trots op zijn? Dat is toch hartstikke goed? Dat is een enorme stap. Ik zal heel eerlijk zijn: het was ook voor de VVD een enorme stap. Maar we zijn er wel achter gaan staan en hebben het gewoon gedaan, omdat we het belangrijk vinden in het kader van de energievoorziening, die we willen verduurzamen. De heer Wassenberg doet nu alsof er niets gebeurt en het alleen maar stijgt, maar dat ben ik niet met hem eens, want we nemen grote stappen. Natuurlijk is het fossiel, maar ik hoop van harte dat het aandeel gas in de energievoorziening stijgt. Dat zie je dus ook. Die uitstoot is veel lager dan van kolen. Ik ben ook nog steeds een groot voorstander van CCS, Carbon Capture and Storage. Daar kunnen we grote stappen mee maken. Je ziet in alle rapporten dat het van belang is voor de toekomst. Ook ben ik voorstander van kernenergie. Waarom is Duitsland zo'n probleem? Die sluiten de kerncentrales. Dat is natuurlijk hartstikke jammer. Dat hadden ze nooit moeten doen, want dan was de CO2-besparing vele malen harder gegaan.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Wassenberg (PvdD):
Eén kleine correctie. Ik had het niet over een interpretatie. Ik heb gezegd dat vorig jaar de fossiele brandstof met 76 petajoule is gestegen en duurzaam met 6 petajoule. Dat is geen interpretatie. Dat zijn de keiharde cijfers.

Beantwoording minister

De heer Wassenberg (PvdD):
De minister zegt dat het aandeel niet gestegen van 5,8% naar 5,9%, maar naar 6,0%. Maar we hebben het over tienden van procenten. Er gebeurt veel en er zit veel in de pijplijn, dat weten we, maar een van de punten is dat de fossiele brandstof in absolute cijfers nog veel harder stijgt. Als ik naar de cijfers van het CBS kijk, zie ik 6 petajoule tegen 76. Dat is bijna dertien keer zo veel. Ik begrijp dat de minister veel doet en dat zijn opvolger ook nog heel veel zal moeten doen, maar als we energiebesparing verwaarlozen, gaan we het niet redden. Met alleen maar duurzame energieprojecten redden we het niet, als het fossiele aandeel zo veel harder blijft stijgen. Kan de minister daarop ingaan?

De voorzitter:
De minister.

Minister Kamp:
Er is geen sprake van dat wij de besparing van energie verwaarlozen. Het is zo dat wij eerst in dit land het voornemen hadden om ieder jaar 1,1% energie te besparen. Inmiddels hebben we dat opgevoerd naar 1,5%. Bovendien heb ik nog eens een keer aparte afspraken gemaakt met de hele energiesector dat ze 10 petajoule extra energiebesparing levert. Met de energie-intensieve industrie heb ik afgesproken dat deze een vergelijkbare inspanning levert en extra energie gaat besparen. Er is dus geen sprake van dat we energiebesparing zouden verwaarlozen. Kijk, het is ook heel onverstandig om de prestaties die op dit moment geleverd worden voor wat betreft duurzame energie, dankzij vele inspanningen van Kamerleden, van het kabinet, van alle mensen die in het veld daarmee bezig zijn, mensen die zonnepanelen op hun dak leggen, mensen die samen in corporaties zitten, negatief te beoordelen en weg te zetten. Kijk, waar wij spreken over nu 6% en 14% en 16% gaat het niet alleen maar om de productie van elektriciteit, dan gaat het om het totale energieverbruik van heel Nederland, dus om alle auto's die rondrijden, de treinen, de vrachtwagens, de schepen. Het gaat om het verbruik in de industrie. Het gaat om alle kantoren en huizen die verwarmd worden, alles bij elkaar. In 2020 zitten we volgens onze planning al op 14%. Het gaat dus heel snel en daar doen we heel veel voor.

Wat betreft het jaar 2015/2016: je kunt er cijfers uit halen en daarbij zeggen dat het nog niet snel genoeg gaat. De elektriciteitsproductie uit wind op zee is in dat jaar met 124% gestegen. De elektriciteitsproductie uit zonne-energie is met 39% gestegen. Wij gaan grote zonneparken voor de Zeeuwse kust neerzetten. Het Deense Dong gaat daar het eerste park bouwen. Dat park zal in 2020 elektriciteit produceren. Het zou om 700 megawatt gaan, maar het wordt 752 megawatt. Er wordt al voor de zomer van 2020 geproduceerd. Ook het tweede park, het park van Blauwwind, het consortium rond Shell, wordt zodanig snel gerealiseerd dat er in het jaar 2020 elektriciteit geproduceerd gaat worden. In het eerste halfjaar van dit jaar heb ik meer dan 4.000 projecten voor zonne-energie gesubsidieerd met de SDE+-regeling. Dus waarom probeert de heer Wassenberg de zaak de put in te praten? Dat is totaal onnodig. Er worden grote prestaties geleverd door alle betrokkenen op het punt van energiebesparing, duurzame energie en CO2-reductie. Ik denk dat we daar trots op kunnen zijn.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik probeer niemand de put in te praten. Ik kijk naar de cijfers. De minister zegt dat er heel veel afspraken zijn gemaakt, ook met het bedrijfsleven en de industrie. Dat is heel goed, maar afspraken zelf helpen niet om het aandeel fossiele energie omlaag te brengen. Afspraken helpen pas als ze worden nageleefd. Ik heb naar de cijfers van het CBS gekeken. Daaruit blijkt dat het aandeel fossiele brandstof, in absolute cijfers, dertien keer zo hard is gestegen als het aandeel duurzame energie. Daar maak ik mij zorgen over. Het is prima dat er afspraken zijn gemaakt, maar als we nu zien dat het aandeel duurzame energie in de afgelopen jaren is achterbleven bij de stijging van het aandeel fossiele brandstof, dan hebben we echt een probleem. Alleen afspraken maken helpt niet als ze vervolgens niet worden nageleefd en nagekomen.

Minister Kamp:
Ik hoop dat de heer Wassenberg anders naar cijfers kijkt dan de heer Madlener. De cijfers laten zien dat er heel bijzondere dingen worden gepresteerd. We hadden ons voorgenomen om in een periode van tien jaar een kostenreductie van 40% te realiseren wat betreft energie uit wind op zee. We hebben in drie jaar 55% kostenreductie gerealiseerd. Die doorbraak wat betreft de prijs van energie uit wind op zee heeft in Nederland plaatsgevonden. Dat hebben wij gedaan. Wij achten de mogelijkheid aanwezig dat het derde grote windpark dat voor de kust van Nederland wordt gebouwd, straks zonder subsidie kan gaan draaien. Dat is het derde windpark dat wordt gebouwd. We gaan er vijf bouwen in een periode van vijf jaar. De planning is om er nog zeven te bouwen in de zeven jaar daarna, die ieder groter worden dan de parken die we op dit moment bouwen. Er wordt dus heel concreet grote vooruitgang gerealiseerd.

(…)

Minister Kamp:
Wat betreft de inbreng van de heer Wassenberg ben ik ingegaan op de stijging van het aandeel duurzame energie en de verwachtingen. Ik heb ook gesproken over de energiebesparing. De heer Wassenberg vraagt welke fiscale maatregelen we gaan nemen voor gasloze woningen. We zijn de fiscale maatregel aan het uitvoeren om de belastingdruk te verschuiven van gas naar elektriciteit. Dat verbetert de businesscase van warmteprojecten en ondersteunt daardoor ook de warmtelevering uit restwarmte en hernieuwbare warmte. Ik ben met gemeenten en provincies intensief bezig om de hele warmtecasus verder te ontwikkelen. Daar zijn we al twee jaar mee bezig, met die partijen, maar ook met de leveranciers van producten en met de energiebedrijven, dus met alle bedrijven die op de een of andere manier bij de warmtelevering betrokken zijn. Wij denken dat een groot deel van het gasverbruik in woningen in Nederland vervangen kan worden door warmtegebruik. Daar moet van alles voor gebeuren, maar met de nieuwe Warmtewet die in procedure is bij de Kamer en met de samenwerking die wij in de Warmtetafel organiseren, zoals ik net heb besproken, kunnen we de benodigde stappen zetten. Wij zijn zeer betrokken bij de gemeenten die initiatieven nemen op dit punt en wij ondersteunen hen daarin zeer. We voelen ons ook zeer ondersteund door de provincies, die grote belangstelling voor dit onderwerp hebben.

De heer Wassenberg zegt dat we gemeenten moeten aansporen om ook meer zonneprojecten te realiseren. Het is echt niet nodig dat ik gemeenten daartoe aanspoor. Gemeenten zijn zeer gemotiveerd om met dit soort projecten aan de gang te gaan. We weten wat er allemaal gebeurt op het gebied van zonnepanelen die particulieren op daken leggen. We weten welke groei er zit in de coöperatieve projecten die met gebruik van de postcoderoosregeling worden gerealiseerd. Ik heb net al gezegd dat we in het eerste halfjaar van 2017 subsidie hebben toegezegd aan meer dan 4.000 projecten voor zonne-energie. Op dat punt is er een grote beweging gaande en we zullen die beweging in gang houden.

De heer Wassenberg vraagt naar het energie-inkoopbeleid van gemeenten. Ik denk dat de gemeenten heel goed in staat zijn om wat dat betreft zelf hun koers uit te zetten. Je kunt daar verschillend over denken. We produceren in Nederland een bepaalde hoeveelheid groene energie. We kunnen ons er allemaal wel op richten om dat deeltje af te nemen en te zeggen dat we het heel erg goed doen, maar per saldo schiet je daar niet heel veel mee op. Waar je iets mee opschiet, is om een steeds groter deel van het geheel aan energie dat we gebruiken duurzaam te laten zijn. Dat is waar je uiteindelijk wat mee bereikt. Het is te waarderen dat gemeenten toch een deel van hun energie groen inkopen om te laten zien dat ze het belangrijk vinden en om hun inwoners te stimuleren. Het gaat om hernieuwbare elektriciteit die ergens in Europa is geproduceerd. Die kan uit Noorwegen komen, uit Duitsland of uit Nederland. Steeds meer gemeenten zijn daarmee bezig. Op zichzelf ondersteunt dat het proces waar we mee bezig zijn.


Tweede termijn

De voorzitter:
Volgens mij is over dit punt wel voldoende gewisseld. Dank u wel. Dan gaan we nu naar de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik geef het woord aan de heer Wassenberg namens de Partij voor de Dieren. Meneer Wassenberg, ik weet niet hoeveel moties u bij u heeft.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik heb er vier, maar ik ga er met een sneltreinvaart doorheen. Ze zijn kort.

De voorzitter:
Dat is goed.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering gemeenten aan te moedigen om daken van gemeentelijke gebouwen te benutten voor het opwekken van zonne-energie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Van der Lee en Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 265 (31239).

De heer Wassenberg (PvdD):
Dat was in tien seconden! Nu de tweede.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in 2016 slechts een minderheid van de Nederlandse gemeenten duurzame stroom inkocht, ondanks de afspraak met het Rijk om vanaf 2015 volledig duurzaam in te kopen;

verzoekt de regering te inventariseren hoe het energie-inkoopbeleid van gemeenten in 2017 is en achterblijvende gemeenten aan te spreken op het niet nakomen van de afspraak om vanaf 2015 volledig duurzame energie in te kopen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Van der Lee en Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 266 (31239).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het ABP in 2016 2 miljard euro méér in de fossiele energie-industrie investeerde dan het jaar ervoor;

constaterende dat dit niet rijmt met de intentie van het ABP om in 2020 een volledig duurzaam pensioenfonds te zijn;

verzoekt de regering een dringende oproep te doen om de beleggingsportefeuille van het ABP te verduurzamen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg en Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 267 (31239).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een groot gedeelte van de SDE+-gelden wordt besteed aan de productie van biogas uit dierlijke mest;

constaterende dat aan mestproductie veel energieverspilling voorafgaat, terwijl het vergisten van mest zelf erg weinig energie oplevert;

verzoekt de regering de SDE+-regeling aan te passen zodat mestvergisters voortaan niet meer in aanmerking komen voor subsidies en de vrijgekomen gelden onder meer kunnen worden besteed aan (innovatie in) windenergie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg en Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 268 (31239)

Beantwoording Tweede Termijn

Ik kom op de eerste motie, de motie-Wassenberg c.s. op stuk nr. 265, waarin de regering wordt verzocht, aan te moedigen daken van gemeentelijke gebouwen te benutten voor het opwekken van zonne-energie. Er zijn ruim voldoende stimuleringsregelingen. Er is zeer veel overleg gaande tussen overheden om elkaar scherp te houden op het gebied van het opwekken van zonne-energie en andere vormen van duurzame energie. Het is echt niet nodig dat ik de gemeenten daarin nog eens extra, naar aanleiding van een motie, ga stimuleren. Bovendien denk ik ook dat dit een onderschatting is van wat er in de gemeenteraden gebeurt. Daar is men net zo geïnteresseerd in duurzame energie als hier in de Kamer. Daarom ontraad ik de motie op stuk nr. 265.

In de motie-Wassenberg c.s op stuk nr. 266 wordt de regering gevraagd om te inventariseren hoe het energie-inkoopbeleid van gemeenten in 2017 is en achterblijvende gemeentes aan te spreken op het niet nakomen van de afspraak om vanaf 2015 volledig duurzame energie in te kopen. Ik laat even in het midden wat er aan feitelijke informatie wordt verstrekt, namelijk dat er een afspraak zou zijn om vanaf het jaar 2015 volledig duurzame energie in te kopen, maar ik ben wel bereid om te inventariseren hoe de situatie op dit moment is en hoe die deze zich verhoudt tot de eventueel gemaakte afspraken. Als ik de motie op die manier mag lezen, laat ik het oordeel over de motie op stuk nr. 266 aan de Kamer.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank. Eén verduidelijking: het ging om duurzaam inkopen, dus niet specifiek over duurzame energie, maar die hoort natuurlijk bij duurzaam inkopen. Als de minister dit toezegt, houd ik de motie voorlopig even aan.

Minister Kamp:
Dank u. Ik kom op de motie op stuk nr. 267. Daarin wordt de regering gevraagd, een dringende oproep te doen om …

De voorzitter:
Voordat u verdergaat, het volgende.

Op verzoek van de heer Wassenberg stel ik voor zijn motie (31239, nr. 266) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Kamp:
In de motie op stuk nr. 267 staat dat de regering een dringende oproep moet doen om de beleggingsportefeuille van het ABP te verduurzamen. Ik denk dat het ABP een heel weloverwogen beleggingsportefeuille heeft en dat het ook rekening houdt met gewenste ontwikkelingen in de toekomst, zoals de verduurzaming. De eerste uitdaging voor het pensioenfonds is natuurlijk om ervoor te zorgen dat de pensioenen van de werknemers op een goed niveau kunnen blijven. Dat is al een grote taak. Ik weet ook dat het ABP al aandacht geeft aan het onderwerp "verduurzaming". Binnen de manier waarop het ABP nu handelt, zie ik voor de regering echt geen rol om met een dringende oproep te komen. Daarom ontraad ik de motie op stuk nr. 267.

In de motie op stuk nr. 268, van de heer Wassenberg en mevrouw Beckerman, wordt de regering verzocht, de SDE+-regeling aan te passen zodat mestvergisters niet meer in aanmerking komen voor subsidies. Dat is in strijd met het beleid van het kabinet. Het kabinet stimuleert met zijn beleid juist dat er mestvergisting komt. Wij zijn ook heel blij dat FrieslandCampina in overleg met ons met een plan is gekomen om 1.000 mestvergistingsinstallaties te realiseren. We denken dat de agrarische sector in Nederland een gegeven is. Gegeven die agrarische sector moeten wij bekijken hoe wij de milieueffecten kunnen controleren en positief kunnen beïnvloeden. Wij denken dat de mistvergisting, waarbij ook duurzame energie geproduceerd wordt, daarbij waardevol is. Daarom ben ik niet bereid om te doen wat in die motie staat. De motie op stuk nr. 268 ontraad ik.