Bijdrage Wassenberg Begroting Econo­mische Zaken en Klimaat 2018 (Energie) 


13 december 2017

Voorzitter, het kabinet heeft als doel om de CO2 uitstoot te reduceren met 49% in 2030. Maar als we ons fixeren op CO2-reductie, hoe belangrijk die ook is, doen we de werkelijkheid tekort. Want dan kan het gebeuren dat maatregelen die niet duurzaam zijn, toch de ruggengraat van het energiebeleid vormen en flinke subsidies ontvangen. Ik leg dat uit.

We moeten minder CO2 uitstoten en er is alle reden om dat aan de bron te doen: minder energie gebruiken, en de energie die we WEL gebruiken duurzaam opwekken.

Maar dat is niet de lijn van het kabinet. Dat zet vol in op de status quo. Op symptoombestrijding, zoals de ondergrondse CO2-opslag. Daarvan ziet de Partij voor de Dieren geen enkel voordeel: het houdt onze verslaving aan fossiele energie in stand, het kost zelf veel energie, het brengt risico’s met zich mee en het vraagt om een constante inspanning. Daar is niks duurzaams aan.

Voorzitter, een tweede voorbeeld.

In het regeerakkoord staat dat dit kabinet tot 2025 doorgaat met de subsidiëring van bijstook van biomassa in kolencentrales. Maar voorzitter, inmiddels WETEN we dat de bijstook van biomassa, in de praktijk zijn dat vooral bomen, geen oplossing is voor de uitstoot van CO2, maar daar juist aan bijdraagt!

Veel verschil tussen de stook van bomen en steenkool is er niet. Met biomassa stoken we het bos van nu op. En met steenkool de bossen van 300 miljoen jaar geleden. Het opstoken van bomen is net zo min duurzaam als het opstoken van steenkool. Bomen die gekapt zijn leggen geen CO2 meer vast. En door die bomen op te stoken stoten we extra CO2 uit. En toch, we hebben afgesproken dat het opstoken van bomen CO2-neutraal is, en daarmee is de kous af. Er is een papieren werkelijkheid gecreëerd.

Voorzitter, de focus op CO2-reductie geeft dit kabinet ook een excuus om de doelstellingen op het gebied van energiebesparing en het aandeel duurzame energie te verwaarlozen. Twee doelstellingen waar we tot op de dag van vandaag slecht scoren en waar juist veel winst te behalen valt. Zo blijft energiebesparing flink achter en moet echt alles uit de kast worden gehaald om veertien procent duurzame energie in 2020 - een Europese eis - bij elkaar te sprokkelen.

De focus op CO2-reductie heeft het risico dat de routes van verduurzamen en besparen onvoldoende worden bewandeld. We zien bijvoorbeeld in het regeerakkoord nauwelijks plannen voor duurzame energie. Mogelijk zwakt de groei van duurzame energie zelfs af, omdat de financiering daarvan moet gaan concurreren met die van CO2-opslag. De minister heeft aangegeven dat de financiering van de CO2-opslag niet uit de SDE+-regeling zal gaan. Maar kan hij garanderen dat de opslag van CO2 ook niet op een andere manier ten koste gaat van de stimulering van duurzame energie?

Of dat dat de subsidie besteedt wordt aan een papieren werkelijkheid, namelijk mestvergisting?

Ons land produceert 80 miljard kilo mest per jaar. Dat is bijna 5000 kilo per Nederlander, oftewel 40 badkuipen vol met mest per persoon. Maar mestvergisting is geen oplossing voor dat mestprobleem en het levert geen bijdrage aan onze duurzame energievoorziening. Aan de 150 mestvergisters die Nederland nu telt, is de afgelopen 10 jaar 2,5 miljard euro uitgegeven. Er dan moet er in veel gevallen nog van alles bij worden gevoegd voordat er energie kan worden opgewekt: gras, maïs of afval. Bovendien komt het kleine beetje energie dat de mest oplevert, niet uit de lucht vallen. Om onze bio-industrie draaiende te houden, worden er grote hoeveelheden soja en mais ingevoerd uit Zuid-Amerika. Dit hele proces kost jaarlijks 62 Petajoule, net zo veel als vijf miljoen huishoudens aan stroom gebruiken. Maar omdat het veevoer van de andere kant van de wereld komt, blijft ONZE klimaatbalans schoon. De mestvergisting is feitelijk een grote witwasoperatie.

Voor omwonenden brengen de mestvergisters bovendien heel veel stank met zich mee, waarbij ze soms dagenlang last hebben van hoofdpijn en misselijkheid. Mensen worden letterlijk ziek van mestvergisters. Mestvergisting stinkt. Letterlijk èn figuurlijk.

Met mestvergisting, CO2-opslag, bijstook van biomassa, investeert het kabinet dus in symptoombestrijding, in doorgaan op de bekende weg, ook al weten we dat de weg doodloopt. Ondertussen bungelt Nederland onder aan de lijst van Europese landen als het gaat om het aandeel duurzame energie.

Het kabinet stimuleert bewoners onvoldoende om zelf energie op te wekken, bijvoorbeeld via de salderingsregeling voor zonnestroom. Voorzitter, als kopers de zekerheid hebben dat zij gedurende een periode van bijvoorbeeld 7 jaar de stroom kunnen terugleveren voor het markttarief, dan werkt dat zeer drempelverlagend. Wie dan bijvoorbeeld in 2018 zonnepanelen op zijn dak legt kan dan minstens tot 2025 salderen. Wie het in 2019 doet tot 2026. Kan de minister daarop reageren? Ik overweeg hier een motie.

Voorzitter, ook energiebesparing krijgt te weinig aandacht. Het klimaatneutraal maken van onze huizen gaat veel te langzaam en hoe het kabinet deze enorme opgave gaat aanpakken weten we niet. Huurwoningen krijgen 100 miljoen euro paar jaar. Dat is ongeveer 50 euro per woning. Daarvan kan de eigenaar een paar tochtstrips en ledlampen kopen. En hoe vordert de werkgroep over gebouwgebonden financiering? Daarmee krijgen huizenbezitters de kans om hun huis echt te verduurzamen. Ook hier geldt dat we door moeten pakken.

Voorzitter, ik rond af: energietransitie gaat om meer dan alleen CO2-reductie. Het gaat ook energiebesparing, om het klimaatneutraal maken van woningen, om echt duurzame energie. Wind op zee wordt uitgerold, het is nu aan deze minister om ook te zorgen dat in deze kabinetsperiode het ook voor particulieren aantrekkelijker wordt om zelf energie te produceren.

Interrupties bij andere partijen

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik hoor dat we niet moeten betuttelen en dat we niks moeten verbieden. Er wordt gezegd: we moeten mensen niet verbieden om vlees te eten. Daar ben ik het op zich mee eens, maar is de VVD het er ook mee eens dat de overheid wel kan sturen op gedrag? We zetten een extra belasting op ongezonde dingen als roken of alcoholgebruik. We kunnen het gedrag van mensen wel sturen door dat duurder te maken.

Mevrouw Ye?ilgöz-Zegerius (VVD):
De VVD is van mening dat je daar zeer terughoudend in moet zijn. Wij zijn niet voor het sturen van gedrag. U noemde het voorbeeld van roken al. Ik denk ook aan een aantal groene maatregelen in ons belastingstelsel. Maar om nou op elk gebied van iemands leven het gedrag te gaan sturen … Daar zijn wij niet voor. En het mooie is: mensen kunnen het zelf bepalen. Mensen bepalen zelf hoe vaak ze vlees eten, of ze de fiets, de trein of de auto pakken. We zien om ons heen dat mensen ook steeds duurzamer worden. Nog los van de vraag of wij ideologisch van mening verschillen, geloof ik ook dat die betutteling echt niet nodig is.

De heer Wassenberg (PvdD):
Het is natuurlijk meer dan betutteling. Het kabinet is het ermee eens dat vlees wel het minst duurzame deel van ons voedselpakket is. Je kunt ook gewoon zeggen — dat lijkt mij een typisch VVD-standpunt — dat de vervuiler moet betalen. Is de VVD het met mij eens dat dat ook voor voedsel zou gelden, dus dat het meest vervuilende onderdeel van het voedselpakket ook het zwaarst belast wordt?

Mevrouw Ye?ilgöz-Zegerius (VVD):
Nee.

Beantwoording minister

De heer Wassenberg (PvdD):
De minister hamert op de maatschappelijke kosten en hij heeft het over kosteneffectiviteit. Dat is ook begrijpelijk, want je kunt je euro maar één keer uitgeven en dat moet dan op de best mogelijke manier. Maar hoe kijkt de minister dan bijvoorbeeld aan tegen mestvergisting? Ik zei gisteren dat daaraan in tien jaar tijd 2,5 miljard is uitgegeven. Dat levert marginaal energie op. Veevoer uit Zuid-Amerika, mais, afval, gras: het wordt er allemaal ingestopt. Als je gaat kijken wat het oplevert, blijkt dat dit heel erg weinig is. En dat tegen die 2,5 miljard aan kosten. Is dat geen weggegooid geld?

Minister Wiebes:
Ik heb daar geen andere opvatting over dan dat ik mij vooralsnog verlaat op de beschouwingen die het Planbureau voor de Leefomgeving daarover heeft gegeven. Nogmaals, als er ideeën zijn die beter blijken te zijn dan de briljante ideeën uit het regeerakkoord, dan houd ik me aanbevolen, maar ik heb op dit moment geen diepergaande opvattingen die verder gaan dan wat het PBL daarover heeft opgeschreven. Het is ook nog geen uitkomst van een klimaatakkoord, want er is nog geen uitkomst van een klimaatakkoord. Laat ik het zo zeggen: de zorgen van de heer Wassenberg zijn helder gearticuleerd, maar andere opvattingen dan die in het regeerakkoord heb ik er vooralsnog niet over.

De heer Wassenberg (PvdD):
Laat ik daar dan een vraag over stellen. Kunnen wij van de minister een overzicht krijgen van wat het allemaal heeft opgeleverd in de afgelopen tien jaar? Dan kunnen we als Kamer zelf die kosten-batenanalyse maken.

Minister Wiebes:
De kosten-batenanalyses worden nu over het algemeen gemaakt door het Planbureau voor de Leefomgeving. De vraag die de heer Wassenberg stelt, kan ik niet beantwoorden, want die ligt op zich niet op mijn beleidsterrein. Ik kan hem dus niet vertellen wat dat heeft opgeleverd, maar ik kan de vraag doorspelen naar mevrouw Schouten, de minister die hiervoor verantwoordelijk is.

(….)

Een ander punt dat samenhangt met het energieakkoord is de salderingsregeling. Daar is ruime belangstelling voor. Er hebben vier leden vragen over gesteld, maar ik gun de aftrap toch aan mevrouw Mulder, die hier twee weken geleden al over begonnen is. Zij heeft mij zelfs een oproep ontlokt. Nu hebben de heren Wassenberg, Van der Lee en Jetten en mevrouw Dik-Faber hier vragen over gesteld. Wat is er nou eigenlijk aan de hand? Ik moet dat toch nog even neerzetten. Er lijkt een beetje een verkeerde lezing van het plan te komen. De salderingsregeling voor zon-PV is voor particulieren aantrekkelijk. Er is een terugverdientijd van zeven jaar, lees: een rendement van bijna 15%. Dat is aantrekkelijk. Maar die regeling is tegelijkertijd inhoudelijk bijzonder onlogisch. De subsidie die we in feite geven op zon-PV, bestaat eigenlijk uit de belastingen die we heffen op elektriciteit. Dat is een grootheid die er niets mee te maken heeft, want gewoonlijk baseer je een subsidie op de onrendabele top. Dus de subsidie en de onrendabele top hebben niets met elkaar te maken. Het is nu aantrekkelijk en — tot je dienst — het werkt, maar als de belastingen en de ODE omhooggaan, stijgt de subsidie dus terwijl de onrendabele top daalt doordat zon-PV steeds goedkoper wordt. Het is een steeds meer onhandige maatregel. Die terugverdientijd gaat dus van zeven jaar naar bijvoorbeeld vier jaar.

Dat is allemaal mooi, maar het budgettair beslag loopt op tot 300 miljoen en de kosten per ton lopen ook op tot bijna €300 per ton. Dat levert dan een financieel rendement op van 25%, maar dat wordt op een gegeven moment een beetje vreemd. De inzet is dus niet om het onaantrekkelijker te maken dan nu. Sterker nog, de inzet is om de aantrekkelijkheid te behouden, maar het instrument wel beheersbaar te houden. Op zich heeft de subsidie immers niets met de onrendabele top te maken, het is een raar ding. Het heeft een tijdje gewerkt maar het loopt nu tegen zijn eigen grenzen aan.

Mijn inzet is juist om het net zo aantrekkelijk te houden. Dat betekent dat we er een subsidieregeling van moeten maken, waardoor het dus aantrekkelijk blijft. Ik wil voor de zomer van 2018 met een voorstel komen, maar ik wil alvast zeggen dat daarmee de bestaande gevallen, die hadden gerekend op een terugverdientijd van zeven jaar, dat dus ook ongeveer gerealiseerd zien. Daar gingen ze voor en met de nieuwe regeling wordt die terugverdientijd ook beoogd.

Ik herhaal hier dus even de aanmoediging die ik destijds, over het hoofd van mevrouw Mulder heen, aan de potentiële klant van zon-PV heb gedaan: wees niet terughoudend met zon-PV, want de verandering beoogt juist om de aantrekkelijkheid van nu te behouden. Dat is waar het op gericht is. Ik hoop dat ik daarmee eventuele verwarring of onzekerheid wegneem, want ik hoop van harte dat we gewoon doorgaan met waar we mee bezig waren. Dit over de salderingsregeling.

Tweede termijn

De heer Van Raan (PvdD):
En de laatste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt het Presidium een commissie samen te stellen die de voorbereidingen treft voor een parlementair onderzoek naar het illegaal (in)direct lozen van chemische stoffen in de leefomgeving en de inspraak van de sector in de totstandkoming van milieuwetgeving,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 109 (34775-XIII).

Een parlementaire enquête is een Kameractiviteit.

De heer Van Raan (PvdD):
Het is een parlementair onderzoek.

De voorzitter:
Een parlementair onderzoek ook. De bewindspersonen mogen daar hun mening over geven, maar het is een interne Kameraangelegenheid.

Het woord is aan de heer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Drie eenvoudige moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een groot gedeelte van de SDE+-gelden wordt besteed aan de productie van biogas uit dierlijke mest;

constaterende dat mest niet zomaar ontstaat, maar het restproduct is van een industrie die gepaard gaat met een hoge uitstoot van broeikasgassen;

constaterende dat het vergisten van mest zelf weinig energie oplevert en dat er op grote schaal voedselgewassen worden meevergist;

constaterende dat mestvergisters voor grote overlast en risico's zorgen voor omwonenden door onder andere stankoverlast, ontploffingsgevaar en het mogelijk vrijkomen van giftige gassen;

van mening dat gas uit mest niet duurzaam kan worden genoemd;

verzoekt de regering om geen nieuwe subsidies te verlenen aan mestvergisters,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Beckerman en Öztürk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 110 (34775-XIII).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat alle Nederlandse huizen uiterlijk in 2050 van het gas moeten zijn;

constaterende dat netbeheerders honderden euro's per woning vragen voor het afsluiten van de gasaansluiting;

overwegende dat dit een drempel vormt voor burgers om werkelijk van het gas af te gaan;

verzoekt de regering om dit bedrag niet bij burgers in rekening te laten brengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Beckerman, Graus, Moorlag en Öztürk.

Zij krijgt nr. 111 (34775-XIII).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de transitie van fossiele energie naar duurzame energie onmogelijk is zonder participatie van burgers;

constaterende dat voor veel huiseigenaren de financiële drempel voor het opwekken van groene stroom met zonnepanelen te hoog is;

overwegende dat onzekerheid over de voortzetting van de salderingsregeling een negatieve invloed heeft op de aanschaf en installatie van zonnepanelen;

overwegende dat bij de huidige stroomtarieven een salderingsregeling van zeven jaar in het algemeen voldoende is om de volledige investering van zonnepanelen terug te verdienen;

verzoekt de regering om bij de herziening van de salderingsregeling uit te gaan van maatwerk en kopers van zonnepanelen te garanderen dat zij gedurende zeven jaar de stroom aan het netwerk kunnen terugleveren voor hetzelfde tarief dat zij als consumenten van die stroom betalen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Beckerman, Moorlag en Öztürk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 112 (34775-XIII).

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Wassenberg was de laatste spreker van de zijde van de Kamer.

Beantwoording minister

De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 104.

Minister Wiebes:
De motie op stuk nr. 104. Ik begrijp hier niets van. Ik heb de heer Van Raan nodig om mij te vertellen wat hier staat.

De voorzitter:
Ik heb slecht nieuws. Die is naar huis.

Minister Wiebes:
Die is naar huis. Maar ik weet niet wat hier precies staat. Hij zal mij zeker een keer aanklampen. Dit ontraad ik.

De heer Wassenberg (PvdD):
De heer Van Raan is er niet meer, maar misschien kan ik er iets over zeggen. Waar het dictum over gaat, is dat er ook gekeken wordt naar de klimaateffecten buiten Nederland. We hebben het over ontbossing in Zuid-Amerika. Die heeft grote effecten op het klimaat. Waar het gaat om de gedragsverandering, zou je bijvoorbeeld moeten denken aan een verandering in het voedingspatroon.

Minister Wiebes:
Dan bedoelt u gedragsbeïnvloeding. Of niet. Nee, deze ontraad ik. Ook na de uitleg.

Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 105.

Over de motie op stuk nr. 106 gaat het debat niet vandaag. Dat is LNV. Ik verzoek echt om daarmee bij de betreffende bewindspersoon uit te komen. Als het mij wordt voorgelegd, moet ik haar ontraden.

Diezelfde logica geldt voor de motie op stuk nr. 107. Dat is I&W.

De motie op stuk nr. 110 ontraad ik om inhoudelijke redenen.

Over de motie op stuk nr. 111 hebben we het eerder gehad. Die moet ik ontraden.

De motie op stuk nr. 112 is een heel wonderlijke. Die gaat over zeven jaar voor hetzelfde tarief. Nee, dit is tegen het regeerakkoord in. Ik geloof dat ik de portee ervan snap, het idee van de terugverdientijd van zeven jaar houden we dan in stand en dan houdt het daarna op. Maar in deze vorm ontraad ik die motie. Die gaat tegen het regeerakkoord in, maar ik snap de bedoeling.