Bijdrage Wassenberg AO omge­vingswet 21-1-2016


21 januari 2016

Voorzitter. De minister is van plan om het bouwverbod op de kuststrook los te laten. De Partij voor de Dieren zegt daarop, en ik citeer Wim de Bie op Twitter: "Laat de kust met rust." De Nederlandse kust is van heel grote ecologische waarde. De minister ziet helaas alleen de economische waarde. Zij noemt namelijk economische activiteit als expliciete motivatie om meer bebouwing toe te staan in het kustgebied. In antwoord op vragen van collega Smaling schrijft zij dat de reden voor opheffing van het bouwverbod ligt in het economisch sterker maken van de kustgebieden. Het gaat er dus om om meer economische activiteiten mogelijk te maken. Ecologie en natuur worden dan opgeofferd voor economie. Anders gezegd: de minister wil de economie beschermen tegen de natuur.

De Partij voor de Dieren deelt die visie niet. De Nederlandse kust is uniek. Het Nederlandse duinlandschap is een van de gaafste en meest uitgestrekte van Noordwest-Europa. Het gevarieerde landschap van toppen en dalen, droge en natte plekken, gecombineerd met de wisselende voedsel- en kalkrijkdom in de bodem, maakt dat de variatie van planten en dieren heel erg groot is. De Partij voor de Dieren wil die waarden beschermen en is om die reden tegen de versoepeling van de bouwregels. De minister spreekt over voldoende bescherming via het Natura 2000-beschermingsregime. Dat beschermt echter alleen bepaalde dieren en planten. Waarden als stilte, duisternis, landschappelijke kwaliteit en weidsheid worden niet beschermd door Natura 2000. Dat zou wel moeten gebeuren.

De plannen van de minister raken niet alleen de natuur. Ook de veiligheid komt in het gedrang. In antwoord op Kamervragen gesteld door de PvdA antwoordt de minister: "Uit de Nationale Visie Kust (2013, Deltaprogramma) is gebleken dat het kustsysteem op orde en toekomstbestendig is." Dat is heel mooi, zou je zeggen. Laten we dat in ieder geval zo houden. De reactie van de minister is echter: als de kust veilig en toekomstbestendig is, kan het wel een tandje minder. Letterlijk schrijft ze in haar antwoord dat er vanuit waterveiligheid minder stringente eisen gesteld kunnen worden. Het moet natuurlijk niet zo zijn dat veiligheid en natuur economische ontwikkeling in de weg staan. Met dit besluit wil de minister de economie dus niet alleen beschermen tegen de natuur, maar ook tegen de waterveiligheid. Het opheffen van het bouwverbod tast niet alleen het landschap aan, het draagt dus ook niet bij aan de bescherming tegen het water.

Ten slotte bestaat het gevaar dat bebouwing de kwaliteit van het drinkwater in gevaar brengt. Daarover trekt de Stuurgroep Bronnen & Kwaliteit aan de bel. De drinkwatervoorziening is van nationaal belang. Met het voorgenomen besluit krijgen de duingebieden, die belangrijk zijn voor de waterzuivering voor miljoenen Nederlanders, geen nationale bescherming. Als het aan de minister ligt, is de drinkwatervoorziening straks niet meer dan een van de belangen die moeten worden afgewogen bij de beoordeling van bouwplannen.

De Partij voor de Dieren is tegen het opheffen van het bouwverbod in kustgebieden. Vanuit het oogpunt van de natuur, het landschap, de drinkwatervoorziening en de bescherming tegen het water is het loslaten van het bouwverbod een slecht plan. Dat wij niet alleen in onze bezwaren staan, blijkt uit het feit dat in enkele weken tijd de petitie Bescherm de kust door meer dan 100.000 mensen is ondertekend.

Tweede termijn

De heer Wassenberg (PvdD): Ik heb twee vragen die nog niet beantwoord zijn. De ene gaat over de drinkwatervoorziening en de andere over de waterveiligheid. Om met de laatste te beginnen: in de brief van 19 januari schrijft de minister dat het kustsysteem op orde en toekomstbestendig is en dat er daarom aan waterveiligheid minder stringente eisen kunnen worden gesteld. Betekent dit dat het een tandje minder kan? Het bouwverbod of de bouwregels worden niet versoepeld en dat is belangrijk, maar het gaat ook om de afweging. Betekent het dat de waterveiligheid zo goed is dat het wel een tandje minder kan?

Mijn tweede vraag gaat over de drinkwatervoorziening. Die is van nationaal belang, omdat er miljoenen mensen van afhankelijk zijn. Is de minister het met mij eens dat je die voorziening niet aan de provincie of gemeente moet overlaten, maar dat die op nationaal niveau geborgd moet zijn?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Laten we beginnen met de waterveiligheid. In het net aangenomen Deltaprogramma 2015 hebben we een duidelijke normering aangegeven voor het veiligheidsniveau per dijkring en aan de kust. Daar kan en mag niet aan getornd worden. Dat is vastgelegd in een wet en we hebben een fonds om dit te realiseren. Vroeger kon eigenlijk niets, omdat we niet wisten wat de precieze effecten waren. De heer Madlener loopt toevallig net even weg, dus durf ik een discussie over windmolens te beginnen. Neem de discussie over windmolens op dijken. Er mocht nooit iets op een dijk, want stel je voor dat er wat zou gebeuren. Nu onderzoeken we of er windmolens op dijken gerealiseerd kunnen worden. De essentie is dat we meer inzicht en duidelijkheid hebben over veiligheid. We weten hoe hoog ons veiligheidsniveau is. Je kunt dus meer combinaties maken die je in het verleden niet kon waarmaken. Aan een parkeergarage in een duin, de nationale waterkering, waren we een aantal jaren geleden gewoon niet begonnen. We hadden daarvan gezegd dat we een traditionele manier hebben om de problemen op te lossen, we hadden een nog hogere duin neergezet en klaar. Daar heeft het mee te maken en niet met een achteruitgang van de waterveiligheid. Ik hoop dat ik de heer Wassenberg daarmee gerust kan stellen.

De heer Wassenberg (PvdD): Ik kom toch even op de formulering. Gisteren hebben we een uitgebreid debat met een partijgenoot van de minister gehad over de precieze formulering, want die is heel erg belangrijk. De minister zegt dat er strenge regels zijn, maar dat misschien met andere, moderne technieken zaken binnen de bestaande regels kunnen passen die er vroeger niet binnen pasten. De minister knikt, dus dat klopt. In de brief met de antwoorden op de vragen van mevrouw Cegerek van de PvdA staat op pagina 2 bij vraag 2 echter: "Daarom kunnen er vanuit waterveiligheid minder stringente eisen gesteld worden." Dat betekent niet dat we eisen hebben en dat daar meer projecten binnen kunnen passen, maar dat de eisen kunnen worden versoepeld. "Minder stringente eisen", ik kan het niet op een andere manier duiden.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik duid het precies andersom. Je hebt de waterveiligheidsnormen en weet waaraan je moet voldoen. Doordat je meer inzicht hebt en meer kunt, kun je "nee, tenzij" zeggen in plaats van "nee", zoals we dat vroeger deden omdat we het niet wisten, het niet kon en we het niet wilden want stel je voor dat. Vervolgens kun je aangeven onder welke voorwaarden je iets wilt realiseren waarbij de waterveiligheidsnorm niet in het geding komt. Ik kan me voorstellen dat zo'n tekst multi-interpretabel is, maar ik geef de bedoelde interpretatie.