Bijdrage Wassenberg Debat over het onderzoek naar professor Maat


20 januari 2016

Dank u wel voorzitter,

Ooit was de heer van der Steur Nederlands kampioen Debatteren. Hij is erelid van de Debating Society Leiden, hij won het eerste Cicero-debattoernooi en hij is lid van het comité van aanbeveling Nederlands Kampioenschap Beleidsdebatteren[1]. Maar dat ging veelal om debatten des keizers baard. Het waren verbale schermutselingen zonder enig ander inhoudelijk doel dan de tegenstanders in het debat af te troeven.

Maar als minister van Justitie ging de inhoud van de debatten er wel toe doen. En toen ging het mis. Nooit heeft een minister van Justitie zich zo snel en zo vaak in de problemen gekletst om vervolgens te proberen om zich daar als een haas weer uit te praten.

Het voorval met de Telegraaffoto zou misschien nog als een beginnersfout geduid kunnen worden. Het geritsel rond de Teevendeal had nog afgedaan kunnen worden als een erfenis uit het verleden. Maar in de zaak Maat zou de maat wel eens vol kunnen zijn.

Iemand van naam en faam zo in diskrediet brengen is beneden elk peil. Dat zal advocaat Van der Steur met me eens zijn en de docent Van der Steur ook, maar de vraag is hoe minister Van der Steur ermee omgaat. Niet onderzoeker Maat heeft zich “buitengewoon ongepast en onsmakelijk” gedragen (dat waren de woorden van de minister), maar de minister zelf. Door zo met een gestrekt been in te gaan op een wetenschapper die door RTL Nieuws gevloerd was, en die op z’n rug lag toen de minister het karwei af maakte met een natrappende beweging. Zeker, de minister heeft excuses aangeboden en die zijn door de heer Maat geaccepteerd, maar dat neemt niet weg dat de minister van justitie het aanzien van de politiek en het vertrouwen in de politiek voor een derde keer in korte tijd ernstig geschaad heeft.

Voorzitter, ik weet dat er een niet-aanvalsverdrag dat gesloten is tussen VVD en PVDA[2]. En ik weet dat de PvdA de minister al vrijwel onvoorwaardelijke rugdekking heeft geboden en dat de arrogantie van de macht opnieuw lijkt toe te slaan. Ongetwijfeld gaat de minister ook tijdens dit debat diep door het stof. Maar voorzitter, ik zou van hem als minister van Justitie heel graag willen weten wat de minister vindt van de sorry-democratie en met name zijn rol daarin.

De minister heeft letterlijk laten blijken overal lak aan te hebben door een compleet zwart gelakt politierapport naar deze kamer te sturen, waarbij alle ontlastende informatie over de heer Maat was weggehaald, zodat de enig leesbare regels niet de heer Maat, maar de minister leken vrij te pleiten. Voorzitter, dat is niet anders te duiden dan als een schoffering van het parlement en Zoiets past een minister van Justitie niet.

Ik zou dus van de minister niet alleen excuses willen horen, maar vooral ook wat hij gaat doen om het patroon van het zich in de problemen kletsen om zich er vervolgens weer uit te kletsen, hoe hij dat patroon wil doorbreken. Een derde gele kaart binnen een jaar is een ernstige waarschuwing, dat weet iedereen, zelfs degenen die sporten beoefenen waar geen gele kaarten worden uitgedeeld. Ik schat de minister niet in als een voetballer maar In een andere sport, honkbal, geldt iets vergelijkbaars: Three strikes and you’re out. De minister boft met het feit dat de PvdA die regel niet hanteert, want anders had hij zich nu naar de kant kunnen begeven.

Als de PvdA de minister redt van de ondergang, wil ik heel graag weten wat de goede voornemens van de minister zijn en hoe hij denkt te gaan zorgen dat die in de praktijk zullen gaan leiden tot het beoogde resultaat.

Ik zie de beantwoording van de minister met belangstelling tegemoet!

Dank u wel, voorzitter.

Tweede Termijn

Dank u wel voorzitter,

Er zijn in dit debat veel woorden gewisseld, maar er is weinig gezegd. Sommige vragen zijn vele malen gesteld, zonder dat er bevredigende antwoorden kwamen. Maar we begrijpen nu dat we de minister niet moeten beoordelen op zijn uitspraken en op zijn daden, maar op zijn bedoelingen. Maar voorzitter, naar bedoelingen en intenties kunnen we slechts raden, wij moeten naar de feiten kijken.

En die feiten zijn:
(1) Dat professor Maat onterecht zwart is gemaakt door de minister.
(2) Dat een politierapport zwart is gemaakt, onterecht.
(3) Dat de politie nu de schuld krijgt van een zwart gemaakt rapport dat de minister naar de Kamer stuurde. Daarmee wordt de politie ook zwart gemaakt.
(4) Dat de Kamer niet goed is geïnformeerd, want de ontlastende informatie is niet met de Kamer gedeeld.

Pas nadat professor Maat zelf de informatie heeft overgeschreven en naar buiten heeft gebracht heeft de minister zijn excuses aangeboden aan de heer Maat. Niet eerder en dat gebeurde zeker niet ruiterlijk.

Voorzitter, hij wil niet dat wij hem beoordelen op wat hij zegt, maar op wat hij bedoelt. En zijn emoties gelden als een verzachtende omstandigheid.

Maar wij kunnen niet in zijn hoofd kijken. De minister heeft ons onvolledig geïnformeerd en daarom steunt mijn fractie de motie van wantrouwen.

[1] https://nl.wikipedia.org/wiki/Ard_van_der_Steur

[2] http://www.bnr.nl/nieuws/politiek/825611-1601/pvda-niet-uit-op-val-minister-van-der-steur