Bijdrage Wassenberg AO lucht­kwa­liteit


5 juli 2018

Voorzitter, ik begin mijn verhaal met een bekend cijfer: luchtverontreiniging leidt elk jaar tot 12.000 vroegtijdige sterfgevallen. Dat zijn 33 doden per dag.

Met het Schone Lucht Akkoord wil de staatssecretaris hier vanaf 2019 verandering in aan brengen. Is de staatssecretaris bereid toe te zeggen dat het Schone Lucht Akkoord meer dan een intentieverklaring wordt, dus dat we met afrekenbare doelen in plaats van indicatoren gaan werken?

Voorlopig heeft de staatssecretaris nog haar handen vol aan het veel minder strenge NSL. Daarmee gaan knelpunten in de stad uiterlijk in 2018 worden opgelost, maar knelpunten op het platteland – de fijnstof uit de veehouderij - op zijn vroegst in 2023[1]. Terwijl juist in de gebieden met veel intensieve veehouderij de luchtkwaliteit het slechtst is. Dus waarom wachten tot halverwege de volgende kabinetsperiode vraag ik de staatssecretaris?

En waarom zijn de voorgestelde maatregelen vooral vrijblijvend van aard? VRIJWILLIG stoppen met het bedrijf of het treffen van VRIJWILLIGE emissiereducerende maatregelen?

En waarom ligt de nadruk op symptoombestrijding? Ander voer, andere luchtwassers: dat zijn kleine aanpassingen met onvoldoende effect.

Voorzitter, waarom niet alle hens aan dek voor de gezondheid van omwonenden? Waarom die fluwelen handschoen voor de veehouderij? Wegen de financiële belangen van de veehouderijsector zwaarder dan de gezondheid van omwonenden?

De staatssecretaris wéét dat een reductie van het aantal dieren helpt om de luchtkwaliteit te verbeteren. Zij noemt het VRIJWILLIG stoppen van veehouderijen een optie om de luchtkwaliteit te verbeteren. Maar voorzitter, waarom wordt dan alleen gekeken naar VRIJWILLIG stoppen? Als het gaat om de luchtkwaliteit, om 12.000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar, en wij weten dat de vee-industrie daaraan bijdraagt, dan laat je het daar toch niet bij? Waarom wordt de optie van een gedwongen reductie van het aantal dieren niet expliciet meegenomen?

Voorzitter, ik ga verder met paasvuren. Het RIVM onderzoekt de bijdrage van paasvuren aan de totale uitstoot van schadelijke stoffen. Wanneer verwacht de staatssecretaris de resultaten en is zij bereid die met de Kamer te delen? Waarom wordt pas ná afronding van het onderzoek besloten of paasvuren als bron worden opgenomen in de Emissieregistratie? Je zou verwachten dat elke relevante vorm van emissie sowieso wordt opgenomen in het register.

Dan houtrook. In antwoorden op mijn vragen noemt de staatsecretaris stoffen die vrijkomen bij de verbranding van hout. Koolmonoxide, fijnstof, allemaal schadelijk voor gezondheid en milieu. Maar ook polycyclische aromatische koolwaterstoffen: extreem giftige stoffen, die DNA kunnen aantasten en kanker veroorzaken. Voorzitter, dat blazen we allemaal de lucht in, bij houtkachels nog meer dan bij pelletkachels. Alleen daarom al kunnen we houtstook niet scharen onder duurzame energie, laat staan subsidiëren. Dat moet de staatssecretaris toch met mij eens zijn? Wanneer gaat de staatssecretaris eisen stellen aan de installatie en het gebruik van stookinstallaties?

Tenslotte de categorie fijnstof. Waarom wordt er alleen gesproken over de normen voor PM10 en niet over PM2,5? Want hoe kleiner de fijnstofdeeltjes, hoe gevaarlijker. En PM2,5 deeltjes zijn tientallen keren zo klein als PM10. Ik heb een antwoord proberen te vinden en vond de Handreiking fijnstof en veehouderijen, waarin stond dat PM2,5 bij pluimveestallen 6% bedraagt van de totale hoeveelheid fijnstof[2]. Dat lijkt weinig, tot je bedenkt dat het hier om gewicht gaat. En als je dus bedenkt dat een PM2,5 – deeltje tientallen keren lichter is dan een PM10-deeltje, dan betekent die 6% dat er in totaal 10 keer meer PM2,5-deeltjes dan PM10-deeltjes worden uitgestoten door pluimveestallen. Die PM2,5-deeltjes dringen diep door in de longen en kunnen de lucht-bloedbarrière passeren. Ze komen dus via inademing in het bloed terecht en kunnen daar bijvoorbeeld kanker veroorzaken. Waarom niet ook meer aandacht voor die risico’s vraag ik de staatssecretaris?

[1] In het concept-kabinetsbesluit Aanpassing NSL blijkt dat de helft van de knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit (23 van de 46 knelpunten, na correctie) veroorzaakt door de intensieve veehouderij. Het RIVM schrijft daarover in haar op 11 juni gepubliceerde rapport: In 13 gemeenten komen regelmatig flinke overschrijdingen voor van de fijnstofnorm voor PM10. Dat gebeurt meer dan 35 dagen per jaar, dus meer dan 10% van de tijd. Dat is veel.

[2] https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/stof/handreiking-fijn-1/sitemap/pm2-5/