Inbreng Partij voor de Dieren-fractie Schrif­telijk overleg “voortgang klimaat­ak­koord”


6 juli 2018

De leden van de Partij voor de Dieren hebben met verbazing kennisgenomen van de brief van de minister van Economische Zaken en Klimaat over de voortgang van het klimaatakkoord. Hierover hebben deze leden de nodige vragen en opmerkingen.

In de brief van de minister van economische zaken en klimaat lezen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie niets terug over het doel om nadrukkelijk voor te sorteren op een CO2-reductie van 55% in 2030. Ook in de gedevalueerde klimaatwet werd het 55%-scenario al doorgestreept en vervangen door een boterzacht “streven” naar 49% CO2-reductie. Tijdens het wetgevingsoverleg economische zaken en klimaat benadrukte de minister dat het 55%-scenario nog steeds op tafel ligt. Kan de minister uitleggen waarom dit scenario dan niet wordt besproken in de uitgebreide brief over de voortgang van het klimaatakkoord die hij naar de Tweede Kamer heeft gezonden?

Met de presentatie van een boterzachte klimaatwet komt er nog meer belang te liggen bij stevige afspraken in het klimaatakkoord. De geluiden die daarover tot nu toe naar buiten kwamen stemmen echter bepaald niet positief. Dwarsliggers en meestribbelaars zullen er hoogstwaarschijnlijk voor zorgen dat de afspraken die we daadwerkelijk nodig hebben om onze klimaatdoelstellingen te halen er nog steeds niet zullen komen. De plannen tot nu toe lijken bijzonder tegen te vallen, terwijl de industrietafel gekidnapt werd door de onwillige fossiele industrie.

Onwil van de fossiele industrie
Dat het klimaatakkoord gedoemd is om te mislukken voorspelde de leden van de Partij voor de Dieren-fractie al van te voren. Een belangrijke reden voor het falen van de klimaatonderhandelingen zit hem in de onwil van de gevestigde orde om in beweging te komen.

De vergelijking met het Energieakkoord dringt zich op. Voor een aantal belanghebbenden is er in de toekomst namelijk geen plaats, wat het onlogisch maakt om aan hen te vragen hoe ze van plan zijn om hun eigen belangen in te perken. Dat gaan ze natuurlijk niet vrijwillig doen. De fossiele industrie heeft belangen die haaks staan op de klimaatdoelstellingen, wat logischerwijs zorgt voor grote problemen aan de industrietafel. Het toppunt daarbij was natuurlijk de uitspraak van Shell-directrice Marjan van Loon, die de klimaatonderhandelingen gijzelde door schaamteloos subsidie te eisen voordat ze ook maar een stap in de goede richting zou willen doen.
Deelt de minister de mening dat dit misplaatste opmerkingen zijn vanuit een bedrijf dat nog steeds massaal investeert in fossiele energie? Zo nee, waarom niet?
Deelt de minister de mening dat Shell over genoeg eigen middelen beschikt om de energietransitie eigenstandig te helpen vormgeven, bovendien in een veel hoger tempo dan tot nu toe? Zo nee, waarom niet?
En over lobby gesproken: deelt de minister de mening dat Shell met het afschaffen van de dividendbelasting nu wel genoeg cadeautjes heeft gekregen van de Nederlandse staat? Zo nee, waarom niet? Kan de minister uitsluiten dat Shell of andere kapitaalkrachtige fossiele bedrijven subsidie gaan ontvangen voor het inzetten van een verduurzamingsslag? Zo nee, waarom niet?
Erkent de minister dat het resultaat van de klimaatonderhandelingen negatief beïnvloed wordt door het aan tafel houden van partijen die belangen hebben die nadrukkelijk in gaan tegen wat er nodig is om de klimaatdoelstellingen te halen? Zo nee, waarom niet?
Deelt de minister dat er geen tijd meer is voor de vertragingstactieken van de fossiele industrie? Zo nee, waarom niet?
Wat is de inzet van de minister om deze onderhandelingen nog vlot te trekken in het voordeel van het overkoepelende doel: de opwarming van de aarde onder de 1,5°C houden?

Taboes aan de klimaattafels
Een andere belangrijke oorzaak van de falende klimaatonderhandelingen is dat er nog steeds koste wat het kost bepaalde taboes en gevestigde belangen in stand worden gehouden. Met name de intensieve landbouw wordt nog steeds de hand boven het hoofd gehouden, maar ook de luchtvaart en de (zee)scheepvaart blijven een nagel aan de doodskist van het klimaatakkoord. Zelfs voorzitter van de klimaatonderhandelingen Nijpels gaf ronduit toe dat het ontbreken van de luchtvaart en de (zee)scheepvaart in het klimaatakkoord niet valt uit te leggen: “Er is geen enkele reden waarom we de luchtvaart en scheepvaart uitsluiten van co2-beleid. Het is idioot dat we voor 20 euro naar Barcelona kunnen vliegen. Het beginsel moet zijn dat de vervuiler betaalt.” Onderschrijft de minister deze uitspraak van de heer Nijpels? Zo nee, waarom niet?

De landbouwtafel kreeg, net als in het door een lobby van LTO nadrukkelijk beïnvloedde landbouwhoofdstuk uit het regeerakkoord, een opmerkelijk niet-ambitieuze reductieopdracht mee. LTO-voorzitter Calon pochte nadrukkelijk met het feit dat driekwart van zijn aartsconservatieve lobbyinzet rechtstreeks in het regeerakkoord is terug te lezen.
Het verklaart direct waarom het mogelijk is dat een krimp van het aantal dieren nog steeds grotendeels wordt uitgesloten, terwijl rapport na rapport wordt aangetoond dat het huidige aantal dieren dat wordt gehouden in de Nederlandse veehouderij niet is vol te houden. Onderschrijft de minister de conclusie van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur dat een daling van de vleesconsumptie én een krimp van het aantal dieren onvermijdelijk zijn om de klimaatdoelstellingen te halen? Zo nee, waarom niet?

Wat is de reactie van de minister op de conclusie van het RLI dat de intensieve veehouderij op deze manier in 2050 het volledige klimaatbudget zal opslokken? Wat is volgens de minister hiervan de boodschap naar de andere klimaattafels, waar harde noten gekraakt moeten worden? Erkent de minister dat er veel meer moet gebeuren dan de doelstellingen die de landbouw nu heeft meegekregen, in feite van zichzelf gezien de sterke LTO-lobby? Zo nee, waarom niet?

Aandeel duurzame energie
De leden van de PvdD-fractie constateren dat Nederland nog altijd heel slecht scoort op het aandeel duurzame energie. Het Europese streefdoel van 20% hernieuwbare energie in 2020 gaan we simpelweg niet halen; het Nederlandse afgezwakte doel van 14% wordt zal erom hangen. De oplossing ligt niet in het verstoken van meer biomassa (zoals hout(pellets/snippers), simpelweg omdat dat niet duurzaam is. Deze leden hebben het al vaak aangekaart; voor het stoken van hout is massale boskap en vervuilend transport nodig en door de stook komt er fijnstof en andere ongezonde stoffen in de lucht. Er zijn steeds meer instituten die hier voor waarschuwen, zoals het RIVM en CBS. Deelt de minister de mening van deze leden dat in het klimaatakkoord houtstook niet mee mag tellen in het aandeel duurzame energie? En dat houtstook in het klimaatakkoord dient te worden uitgezonderd van de SDE+regeling? Deelt u de mening dat in het klimaatakkoord kolencentrales geen ruimte dienen te krijgen om over te stappen op 100% biomassa? Graag een reactie.

Zonne-energie en windenergie
De leden van de PvdD-fractie zijn van mening dat de overstap naar écht duurzame energiebronnen, zoals wind en zon, zo snel mogelijk moet. Deze bronnen kunnen een geweldige bijdrage leveren aan onze energievoorraad, maar niet ten koste van de natuur. Voor deze leden is het van belang dat er steeds opnieuw wordt gezorgd dat schade beperkt blijft en, liever nog, dat deze energiebronnen juist bijdragen aan herstel van ecosystemen. Recent waarschuwden SOVON, het RIVM en het Louis Bolk Insituut ervoor dat de bouw van grote zonneparken een nekslag worden voor kwetsbare natuur en bodemleven . Grote investeerders willen, gedreven door subsidie, vooral bouwen op landbouwgronden, waar door bestrijdingsmiddelen en bemesting van de intensieve landbouw, toch al bijna geen insecten en vogels meer leven. Zonneparken zouden het nog slechter maken. Deelt de minister de mening dat er met spoed onderzoek nodig is naar het effect van zonneparken op de biodiversiteit? Deelt de minister de mening dat in het klimaatakkoord subsidie zo dient te worden ingericht dat het plaatsten van zonnepanelen op andere plekken aantrekkelijk wordt? Daarbij valt de te denken aan daken, bedrijfsterreinen, oude vuilstortplekken en plekken naast snelwegen en vliegvelden. Graag een reactie.

De leden van de PvdD-fractie maken zich zorgen over de effecten van windmolens op zee op natuur en dieren. De wieken kunnen vogels en vleermuizen raken en hun routes verstoren. Vissen en zeezoogdieren kunnen sterven of verdwaald raken door het heien van windmolens onder water en het onderwatergeluid dat de molens produceren als ze draaien. Deelt de minister de mening van deze leden dat in het klimaatakkoord voorschriften en tendercriteria dienen te worden opgenomen waarmee deze negatieve effecten zoveel mogelijk worden voorkomen en natuurversterking zoveel mogelijk wordt gestimuleerd? Daarbij valt te denken aan het benutten van windmolenparken als kraamkamer of oesterbank. Deelt de minister de mening van deze leden dat in het klimaatakkoord kwetsbare onderwater natuur, zoals De Bruine Bank vrij blijven van windparken?

Energiebesparing
De leden van de PvdD-fractie benadrukken dat energiebesparing de eerste keuze dient te zijn. Immers, hoe minder energie je verbruikt, hoe minder er ook hoeft te worden opgewekt of gewonnen. Maar de successen zover zijn mondjesmaat. “Nederland bespaarde vorig jaar helemaal geen energie”, kopte het NRC op 19 april . Zolang we niet drastisch gaan besparen is het vergroten van het aandeel groene energie, dweilen met de kraan open. De maatregel waar de minister vooralsnog op inzet, namelijk een meldplicht van de Wet milieubeheer is volgens omgevingsdiensten onvoldoende kansrijk . De leden van de PvdD-fractie hadden graag op tijd suggesties willen aanleveren voor de klimaattafel, zoals een maxima aan energieafname voor bedrijven en hogere eisen voor energie labels huizen. Kan de minister deze leden geruststellen dat dit soort maatregelen in het klimaatakkoord zijn opgenomen? Graag een reactie.

Energietransitie
De leden van de PvdD-fractie hebben ten slotte nog een vraag over de energietransitie waar gemeenten mee aan de slag moeten gaan. Uit onderzoek van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie blijkt dat de meeste gemeenten wel lange termijndoelstellingen hebben, maar geen concrete plannen voor korte termijn. Het is van groot belang dat er in de regionale energiestrategieën, die gemeenten met elkaar zullen gaan afspreken, concrete en afrekenbare doelen komen te staan. Gaat er met het klimaatakkoord daarop gestuurd worden? Ook moeten we voorkomen dat elke gemeente, zeker de kleine met toch al weinig financiële middelen en ambtenaren, allemaal het wiel opnieuw moeten uitvinden. Deelt de minister de mening dat in het klimaatakkoord ondersteuning moet worden geboden aan gemeenten? Graag een reactie.