Bijdrage Van Raan over de nieuwe gasbo­ringen bij Ternaard


9 december 2021

Voorzitter, dank u wel. Ik sluit me aan bij de excuses die de heer Boucke maakte. Ik zat ook in een ander debat, dus ik ben iets later aangesloten.

Voorzitter. Ik ga het hebben over de gasboringen bij Ternaard, want die kunnen gestopt worden — zo veel is de Partij voor de Dieren duidelijk — door eigenlijk alle ministers die hier zitten en ook nog door de minister van LNV, als ze dat zouden willen. Het kan ook binnen de wet, maar eigenlijk willen ze er helemaal niet aan. Nieuwe gaswinning mogelijk maken is roekeloos gedrag. Het is te risicovol voor het unieke natuurgebied en het brengt de klimaatdoelen verder weg. Het is niet gewenst door de burgers, niet gewenst door lokale overheden, door natuurorganisaties, door wetenschappers. UNESCO wil inmiddels van Nederland weten hoe het kan dat er toestemming is gegeven om naar gas te boren. De status is in gevaar. De klip-en-klare vraag aan de minister: UNESCO-erfgoedstatus behouden of gasboringen? Wat kiest de minister van Economische Zaken en Klimaat? Graag een reactie.

Het gaat om een kostbaar internationaal natuurgebied dat niet vraagt om bescherming als gunst, maar bescherming verdient als plicht. Ook internationaal wordt Nederland inmiddels opgeroepen om de gasboringen te stoppen. Dat kan en er zijn redenen genoeg: risico op mogelijke bodemdaling en zeespiegelstijging, gevolgen voor de natuur op het Wad, de kwelders en het vasteland. De milieurapportage toont eigenlijk vernietigend aan dat de milieueffecten van gaswinning nog niet voldoende zijn onderzocht. Gebaseerd op deze redenen kán de minister van LNV niet alleen de vergunning weigeren, maar móét zij die volgens de Waddenacademie weigeren. Zodra de minister van LNV geen natuurvergunning mag verlenen, zou de minister van BZK het inpassingsplan ook moeten weigeren, omdat dat niet voldoet. Dat laten juristen van de Rijksuniversiteit Groningen weer weten. Zodra de minister van BZK het inpassingsplan zou weigeren, kan de minister van EZK de omgevingsvergunning weer weigeren omdat deze in strijd is met het bestemmingsplan. Kortom, het is mogelijk.

Ook laten juristen van de Rijksuniversiteit Groningen weten dat de minister van EZK het winningsplan kan weigeren in het belang van onder andere natuur en milieu. Volgens de minister beschermt het hand-aan-de-kraanprincipe de natuur voldoende, dus zit het wel snor, zegt hij. De juristen in Groningen hadden juist gezien dat het principe vooral gericht is in het kader van het tegengaan van de bodemdaling en niet in het kader van de bescherming van de natuurwaarden. Maar juist door die bodemdaling, die veroorzaakt wordt of kan worden door gaswinning, vindt de minister het eigenlijk wel oké om extra zand aan te laten rukken om de bodemdaling tegen te gaan. Dat is eigenlijk geen zorgplicht, maar dat is economie boven ecologie. De eerdergenoemde milieueffectrapportage laat zien dat de gevolgen voor broedvogels en ook voor de geluidsverstoring niet goed zijn onderzocht. Kan de minister van Economische Zaken en Klimaat dat bevestigen?

Voorzitter. Het moge duidelijk zijn: de nieuwe gasboringen zijn niet gewenst en kunnen ook worden tegengegaan. Maar wat doen de ministers? Samengevat verschuilen ze zich eigenlijk een beetje achter elkaar en achter de wet. De minister van LNV meldt gewoon dat de vastgestelde procedures moeten worden afgewacht. De minister van EZK meent dat er geen gronden zijn om de omgevingsvergunning en de winningsvergunning voor gasboringen te weigeren. Als we de minister van EZK moeten geloven, kunnen we eigenlijk ook niet anders doen dan machteloos toekijken hoe de Wadden ten onder gaan aan onze rechtsstaat.

Voorzitter. Volgens mij zit er meer in de rechtsstaat. De juristen van de Rijksuniversiteit Groningen laten ook weten dat de minister van EZK een wel hele nauwe interpretatie hanteert van de huidige regelgeving. Zij geven bijvoorbeeld aan dat de winningsvergunning gewijzigd kan worden vanwege de aanwezigheid van een Natura 2000-gebied. Als de minister van EZK nog meer inspiratie nodig heeft, dan vraag ik hem te letten op het volgende. Onder het kabinet-Balkenende II was boren naar gas onder de Wadden simpelweg niet toegestaan, omdat er gestreefd werd naar een moratorium van tien jaar. En in 2016 werd een amendement aangenomen van Kamerlid Jan Vos van de Partij van de Arbeid dat gasboringen in de Waddenzee onmogelijk maakte. Dat was mede ingediend door CDA, D66, GroenLinks en SP. Misschien is het goed om toch nog even de memorie aan te halen, want de indieners PvdA, CDA, SP, D66 en GroenLinks — wij hoorden daar overigens niet bij — beoogden hiermee nieuwe gaswinningsprojecten op de Waddeneilanden, in de Waddenzee, in het werelderfgoedgebied en in de aan de Waddeneilanden grenzende Natura 2000-gebieden onmogelijk te maken. Klip-en-klaar. Amendement aangenomen. Maakt deel uit van de wet. Het lijkt erop dat de nieuwe gasboringen nu ook niet worden gewenst door de Kamer. D66, ChristenUnie, SP en Partij voor de Dieren riepen al op om geen onomkeerbare stappen te nemen. De PvdA diende een motie in om de gasboringen te verbieden. Wij deden hetzelfde. GroenLinks en PvdA hebben wederom een nieuwe motie klaarliggen om het niet te doen. Het enige wat er eigenlijk moet gebeuren, is dat sommige partijen hun tweets en hun voorgaande amendement via een stemming verzilveren.

Voorzitter. Maar nu komt het volgende. De minister heeft het ineens over gasboringen schuin onder de Waddenzee in plaats van in de Waddenzee. Hoe is dit woordenspel geen manier om je zin door te drijven? Op welke manier vindt de minister dat dit niet in strijd is met het eerder genoemde amendement uit 2016? Graag een duidelijke reactie daarop. Misschien zegt de minister dan dat die winningsvergunning al eerder is afgegeven, dat hij daarom niet anders kan dan daarmee doorgaan en dat hij geen mogelijkheid ziet om te weigeren, ondanks de waslijst van eerdere argumenten.

Voorzitter. Ik wil het graag even in perspectief plaatsen. Die vergunning is al in 1969 afgegeven. In 1969 zette de eerste mens een voet op de maan. In 1969 werd het Maagdenhuis bezet. In 1969 speelde ik nog nietsvermoedend in een straat in Harlingen. Het kan toch niet zo zijn dat toen, in 1969, de toekomst van de Wadden voor altijd werd verzilverd? Daarom vraagt de Partij voor de Dieren zich toch af of het niet tijd wordt om naar de gronden voor de vergunningen te kijken. De juristen van de Rijksuniversiteit Groningen, die al vaak zijn aangehaald, geven nu aan dat klimaatverandering nog geen grond is om te weigeren, omdat de jurisprudentie ontbreekt. Het kenmerk van jurisprudentie is natuurlijk dat je die moet opbouwen. Is de minister van Economische Zaken en Klimaat daartoe bereid? Als zelfs het Internationaal Energieagentschap de minister vertelt dat olie en gas in de grond moeten blijven en als de baas van deze minister in Glasgow "actie, actie, actie" roept, waarom laat hij dat dan niet zien?

Voorzitter, tot slot. We willen de ministers meegeven dat de gasboringen wel degelijk kunnen stoppen. Zowel de Commissie m.e.r. als de Waddenacademie ondersteunen dit. De Partij voor de Dieren roept de minister dan ook op om de Waddenzee en zijn werelderfgoedstatus niet verder in de waagschaal te stellen. Kan de minister toezeggen dat hij de wet toch breder gaat interpreteren en de gasboringen gaat stoppen?