Bijdrage van de Partij voor de Dieren aan AO Voortgang mest­beleid


5 december 2007

Voorzitter. Ik kan mijn bijdrage over de problematiek rondom mest en het mestbeleid kort houden:

Minder dieren, minder mest, minder problemen.

Maar deze simpele doch effectieve oplossing wordt in de discussie die wij hierover voeren niet eens genoemd. Het steekt dat vooral gesproken wordt over kunst- en vliegwerk zoals mestverwerking, mestvergisting, mestverbranding en het hernoemen van dierlijke mest als kunstmest. Hoeveel technische oplossingen moeten hier nog de revue passeren voordat daadwerkelijk een bronbeleid voeren?

70 miljard kilo mest, 4000 kilo mest per persoon per jaar, wordt hier in Nederland geproduceerd. Oftewel 35.000 kg per hectare landbouwgrond. De mest wordt door honderden miljoenen landbouwdieren geproduceerd. En het is duidelijk dat dit grote problemen heeft veroorzaakt voor ecologie (kap tropisch regenwoud), dierenwelzijn (bio-industrie) en onze gezondheid (ammoniak, fijnstof, MRSA). Wanneer we blijven babbelen over symptoombestrijding worden die problemen niet opgelost.

Europese burgers moeten via hun belastinggeld een financiële bijdrage leveren van honderden miljoenen euro’s voor een subsidie (export subsidie op varkensvlees) om zo een sector te steunen die niet levensvatbaar is maar wel zorgt voor teveel varkens en teveel mest. Vervolgens worden burgers ook nog de dupe van de uitwassen van deze sector via vervuild water (nitraat), vervuilde lucht (ammoniak) en bodem (fosfaat). Hoe wenselijk vindt de minister deze vorm van subsidie om de mesthoop alleen maar hoger te maken?

In het mestbeleid dat nu aan ons voorligt wordt ingezet op een aanpassing van de gebruiksnormen van enkele procenten, terwijl echte oplossingen worden genegeerd. Ik krijg een beeld van pappen en nathouden. De Kaderrichtlijn Water vraagt straks om een nog grotere inspanning. Het is mij dan ook niet duidelijk waarom zo lang gewacht wordt met doorpakken. Dit is op zijn zachtst gezegd een impasse waarin het mestbeleid zich bevindt.

Ook het Milieu- en Natuurplanbureau is daar duidelijk over: ‘het mestprobleem is de laatste 20 jaar niet wezenlijk veranderd. Gegeven de eisen van het gemeenschappelijke EU milieubeleid (Nitraatrichtlijn en KRW) en de mineralenbehoefte van NL gewassen, kan de huidige regionale overproductie van dierlijke mest maar moeizaam binnen de Nederlandse landbouw worden afgezet.’ Alternatieve afzet van dierlijke mest via bewerking, verwerking, verbranding en vergisting is in theorie mogelijk, maar blijkt in de praktijk nauwelijks realiseerbaar vanwege hoge kosten en het probleem van afwenteling (bij co-vergisting te weinig organische stof in bodem, wegverbranden van schaars fosfaat). Graag een reactie van de bewindslieden op deze bevindingen van het MNP en of zij de conclusies van het MNP deelt dat mestverwerking, bewerking en vergisting geen goede oplossingen zijn om het mestprobleem aan te pakken.

De Vewin geeft aan dat drinkwaterbedrijven hoge kosten maken (10 miljoen euro per jaar aan stikstofgerelateerde zuivering), letterlijk als gevolg van niet duurzaam mestgebruik. En dat terwijl het grondwater uit de periode met de hoogste mestgiften nog op windiepte moet arriveren! Ook de drinkwatersector vindt de huidige gang van zaken zorgwekkend.

Het is duidelijk dat het systeem is vastgelopen. Zoals ook oud minister Veerman al zei. ‘Want we importeren grote hoeveelheden voer, we exporteren grote hoeveelheden varkens en de rommel houden we hier’. Het blijkt de nitraatrichtlijn wordt alleen gehaald als we de begrippen wat oprekken (NL als geheel zien in plaats van per regio) en wat betreft fosfaat blijken we bij lange na niet te voldoen aan de voorwaarden van de kaderrichtlijn.

Op de kaarten van het Joint Research Centre van de Europese Commissie staat Nederland wat betreft stikstof en fosfaat letterlijk als een zwarte schandvlek afgebeeld (zie kaarten). Het is duidelijk dat de situatie in Nederland schrikbarend is te noemen, maar dat de inspanning van de minister van LNV zich vooral lijkt te richten op de maximale mest die hier geplaatst kan blijven worden. Om veehouders tegemoet te komen in plaats van schoon drinkwater, een schone lucht en een schone leefomgeving centraal te stellen. Graag een reactie van de bewindslieden op de situatie die op deze kaarten worden geschetst. Wat is leidend: ecologie of economie?

De Partij voor de Dieren vindt dat het mestbeleid zodanig moet worden vormgegeven dat de eisen uit de Europese nitraatrichtlijn overal worden gehaald. Wij nemen dus geen genoegen met een landelijke middeling of andere administratieve oplossingen. De mensen in Nederland hebben recht op schoon drinkwater. Drinkwater waarvoor zij niet eerst een hoge prijs moeten betalen om de vervuiling die wordt veroorzaakt door een doorgedraaide veehouderijsector uit te moeten filteren.

De aanscherping van de stikstofnormen op zand en loss zijn volstrekt onvoldoende om de noodzakelijke doelstellingen te bereiken. Graag een reactie van de minister of zij voornemens is versnelde aanscherping van gebruiksnormen in te voeren.

Ook de fosfaatnorm voor de Kaderrichtlijn Water wordt niet gehaald en het is niet gewenst de oplossingen hiervoor bij de sector te leggen of te wachten op innovatieve en technische oplossingen en verder onderzoek. De Partij voor de Dieren vindt het onbegrijpelijk dat de minister onder regeren vooral Bezien verstaat, terwijl het tot echt VOORUItzien zou moeten zijn. Het Milieu- en Natuurplanbureau ontraadt deze technologische aanpak en volgens Stichting Natuur en Milieu is het noodzakelijk om zo snel mogelijk een fosfaatevenwichtsbemesting in te voeren om erger te voorkomen. Graag een reactie van de minister waarom zij nog wil afwachten.

Ook de Partij voor de Dieren (naast MNP en LEI) vindt het noodzakelijk vast te blijven houden aan het systeem van dierrechten. Het loslaten daarvan zal alleen leiden tot verdere excessen want het is het enige instrument om de mestproductie nog enigszins in de hand te kunnen houden. We willen de minister dan ook steunen in haar voornemen het stelsel van productierechten de komende jaren niet op te heffen. Wel graag een reactie van de minister of zij bereid is om na afschaffing van de melkquotering in 2015 ook de melkveehouderij op te nemen in het dierrechtenstelsel.

De Partij voor de Dieren wil toe naar een kwalitatief hoogwaardige sector die haar mest in een regionale kringloop kwijt kan. Het uitbannen van kunstmest en dan met name fosfaat kunstmest lijkt ons een goede zaak. Het oplossen van het mestprobleem door dierlijke mest na bewerking kunstmest te noemen is daarbij niet de juiste weg. We zullen toemoeten naar een systeem waarbij de draagkracht van de twee miljoen hectare agrarisch grondgebied als uitgangspunt en randvoorwaarde dient. Dat betekent een betere samenwerking tussen agrarische grondgebruikers om een evenwicht in mestproductie en mestgebruik te realiseren. Een grondgebonden veehouderij dus.