Bijdrage Thieme Spoed­debat Torentje-overleg Rutte en Wilders met Zeeuws Statenlid


26 april 2011

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

De heer Wilders (PVV):
Dank u, ik zal die gang graag maken, zo vaak als ik maar kan. Ik zal niet alles herhalen, maar laat één ding helder zijn, mijnheer Cohen. Zo ongeveer alles is geoorloofd om u in de oppositie te houden.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik wil graag van de heer Wilders weten hoe belangrijk hij het vindt de PVV-kiezer ook waar voor zijn geld krijgt, dat hij dus ook bediend wordt door de heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Wat zou u denken dat het antwoord op die vraag zou zijn? Doe eens een gok.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik stel de vraag en u geeft gewoon geen antwoord.

De heer Wilders (PVV):
Dat was mijn antwoord.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Hoe belangrijk vindt u het?

De heer Wilders (PVV):
Wat denkt u zelf?

Mevrouw Thieme (PvdD):
Goed, u vindt het dus kennelijk heel belangrijk. Hoe belangrijk vindt u het voor de kiezers van de Partij voor Zeeland dat ook zij waar voor hun geld krijgen? Dat zij weten waarop ze gestemd hebben dat ze ook weten dat deze mijnheer dus niet opeens een PVV'er blijkt te zijn?

De heer Wilders (PVV):
Die vraag zult u aan de Partij voor Zeeland moet stellen, ik spreek niet namens die partij.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dan stel ik de vraag in het algemeen. Hoe belangrijk vindt u het dat elke partij recht doet aan wat de kiezers van die partij verlangen?

De heer Wilders (PVV):
Die vraag zal iedere partij zelf moeten beantwoorden.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dus u heeft gewoon geen algemeen standpunt dat elke partij gewoon zijn beloften moet nakomen?

De heer Wilders (PVV):
Het is aan iedere partij om dat zelf op te lossen.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Als het uiteindelijk maar allemaal PVV-kiezers worden.

De heer Wilders (PVV):
Dat zou natuurlijk het allermooiste zijn!

Mevrouw Thieme (PvdD):
U geeft dus niet om de democratie waarin alle geluiden gehoord moeten worden en waarin geen oneigenlijke middelen mogen worden toegepast? Uiteindelijk is er dus sprake van kiezersbedrog, want daaraan werkt de heer Wilders mee.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Voorzitter. Op 8 oktober 2010 schreef de voorzitter van de Partij voor Zeeland, de heer Robesin, een brief aan informateur Rutte over de heroverweging rond de Hedwigepolder. Hij sprak daarin zijn grote waardering uit voor het feit dat -- ik citeer -- "het toch met name te danken is aan de vasthoudendheid van uw VVD-fractie in de Tweede Kamer, dat dit geweldige resultaat nu is bereikt".

Het enthousiasme van de heer Robesin bekoelde echter in een brief van 16 december 2010, waarin hij het volgende schreef: "De Partij voor Zeeland zet zich als enige onafhankelijke provinciale partij in Zeeland al jarenlang met hart en ziel in voor het Zeeuwse belang. U zult begrijpen dat wij vanuit die hoedanigheid absoluut niet blij zijn met uw oproep aan de Nederlandse kiezer om bij de verkiezingen van de Provinciale Staten op 2 maart 2011 vooral te stemmen op CDA, VVD of PVV. U vindt dat kennelijk nodig om een meerderheid te verkrijgen in de Eerste Kamer. Dat u die meerderheid nastreeft kan onze partij begrijpen, maar dat u daar zo nadrukkelijk de provinciale verkiezingen als loopplank voor wil gebruiken, vinden wij onbegrijpelijk en ongepast." Op 3 maart 2011 schrijft de heer Robesin opgelucht aan zijn kiezers: "Het behoud van twee zetels is een bewijs van stabiliteit en dat is winst. Ondanks het gemangel door landelijke politieke partijen, die de provinciale verkiezingen alleen gebruiken om in Den Haag het haantje uit te hangen."

Voorzitter. Hiermee wordt duidelijk dat noch de Zeeuwse kiezer, noch de voorzitter van de Partij voor Zeeland gecharmeerd waren van de interventies door de landelijke politiek zoals vorige week door premier Rutte en schaduwpremier Wilders gepleegd in het achterkamertje dat grenst aan de Hofvijver. Op 23 mei kiezen 566 Statenleden de leden van de Eerste Kamer. De kiezers hebben reden om te denken dat die Statenleden hun stem zullen uitbrengen op de partij waarvan zij voor de verkiezingen aangaven dat ze erop zouden gaan stemmen. Beïnvloeding door de premier en de schaduwpremier met een twee uur durend torentjesarrangement ligt niet voor de hand. Het feit dat dit nu wel gebeurd is, met het onverholen doel de OSF geen zetel te laten behalen en in plaats daarvan een extra zetel voor de PVV binnen te slepen, zal voor veel Zeeuwse kiezers de betekenis hebben van uitgelokt kiezersbedrog. Geen enkele kiezer had kunnen vermoeden dat een stem op de PvZ een stem op de PVV zou inhouden. De heer Robesin heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat zijn landelijke voorkeur bij de VVD lag en niet bij de PVV.

Kan de minister-president aangeven of hij met deze actie tot uitlokking tot vreemdgaan ook het startsein heeft gegeven aan alle CDA- en VVD-Statenleden die het niet eens zijn met deze gang van zaken, om zich nog eens serieus op hun eigen keuze te bezinnen? Waarop zou iemand van het CDA, de PVV of de VVD stemmen als de premier en de schaduwpremier aangeven dat niet het mandaat van de kiezer, maar de door de coalitie beoogde uitslag doorslaggevend zou moeten is? VVD'er Winsemius en CDA'ers Wijfels en Veerman riepen voor de verkiezingen al op om geen CDA of VVD te stemmen. De premier en de schaduwpremier deden hun oproep pas na de verkiezingen.

Hoe moet het feit worden geïnterpreteerd dat de premier Statenlid Robesin niet oproept, de kiezersverwachting waar te maken en OSF te stemmen, maar dat hij hem oproept om uit te wijken naar de PVV? Dat de heer Rutte weinig respect heeft voor de kiezers en hun terechte verwachtingen? Dat hij provinciale politiek ondergeschikt maakt aan landspolitieke prioriteiten? Dat hij liever vier jaar lang een door de PVV gedomineerde meerderheid in de Eerste Kamer heeft dan dat hij de wens van de kiezers respecteert? Dat hij als premier een stemadvies geeft op de PVV? Graag een reactie.

Het luctor et emergo van de premier en schaduwpremier zijn een klap in het gezicht van de Zeeuwse kiezer, in elk geval van de ruim 9400 Zeeuwen die hun uitdrukkelijke vertrouwen aan de PvZ schonken. Aan deze minachting van de kiezer moet spoedig een einde komen, evenals ik van mening ben dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik hoorde de minister-president spreken over het feit dat hij de premier van alle Nederlanders is, maar hoe valt dat te rijmen met het feit dat hij tegelijkertijd de voorzitter van de Partij voor Zeeland oproept om op een andere partij te stemmen dan de OSF en daarmee dus geen recht doet aan de 9400 Zeeuwen die op de Partij voor Zeeland hebben gestemd?

Minister Rutte:
Ik ga verder niet in op dat gesprek, anders dan zo dadelijk bij de tweede vraag die is gesteld, namelijk of er toezeggingen zijn gedaan. Daarover zal ik zo dadelijk helderheid verschaffen. Verder kan ik niet ingaan op het karakter van het gesprek. Dat is namelijk een vertrouwelijk gesprek. Ik kan u al wel verklappen dat er geen toezeggingen zijn gedaan.
En dan uw zorg over het premier zijn van alle Nederlanders. Ja, dat is mijn ambitie. Overigens beslis ik dat zelf niet, u ook niet, dat beslist uiteindelijk de kiezer. Uiteindelijk is dat aan de mensen in het land, zoals Hans Wiegel zou zeggen. Maar ik wijs er wel op dat de Nederlandse minister-president geen staatshoofd is. Hij of zij staat niet boven de partijen. Hij of zij is bestuurder en ook politicus, en wordt geacht beleid te vormen met zijn of haar kabinet, gericht op de belangen van alle Nederlanders, maar wel vanuit een politieke oriëntatie, vanuit een politieke overtuiging. In mijn geval is dat de liberale overtuiging.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het gaat er hier om dat de minister-president respect heeft voor de kiezer en voor het feit dat 4900 kiezers hebben gekozen voor de Partij voor Zeeland. Zij komen op dit moment dus bedrogen uit omdat degene die die partij voorzit op een andere partij gaat stemmen dan waarop hij eerst instantie had aangegeven te zullen stemmen. Ik vraag de minister-president hoe hij dat beoordeelt.

Minister Rutte:
Al zou het gesprek zo gegaan zijn -- nogmaals, ik kan over dat gesprek verder geen mededelingen doen -- het gaat hier om de Partij voor Zeeland. Mensen hebben op de de Partij voor Zeeland gestemd. De Partij voor Zeeland heeft geen logische landelijke lijst waar zij op kan stemmen. Die bestaat namelijk niet. Het is een typische zwevende kiezer, zo heeft hij zich ook gemeld bij de heer Wilders en mij, om daarover te willen praten. Daarom zijn we het gesprek aangegaan. Als er de komende weken meer zwevende kiezers zijn onder de statenleden, sta ik open voor gesprekken.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik vraag niet naar de inhoud van het gesprek. Ik vraag gewoon een oordeel, namelijk wat u ervan vindt dat een partijleider, in dit geval de heer Robesin, niet dat doet wat hij zijn kiezers belooft, namelijk dat hij zou gaan stemmen op ofwel de OSF ofwel de VVD, en dat de minister-president eraan meewerkt om een andere partij te kiezen.

Minister Rutte:
In de vraag van mevrouw Thieme liggen een aantal aannames besloten die ik hier niet kan bevestigen. Sterker nog, die zou ik zelfs deels moeten ontkennen en daarmee zou ik in de vertrouwelijkheid van het gesprek treden. De aannames kloppen niet, dus kan ik de vraag niet beantwoorden.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Maar de minister-president kan toch gewoon antwoord geven op de vraag in hoeverre hij het gepast vindt voor een partijleider om niet te voldoen aan de verwachtingen van zijn kiezers? Hoe zou hij daar zelf mee omgaan?

Mevrouw Thieme (PvdD):
Voorzitter. Ik wil de minister-president bedanken voor zijn beantwoording, maar ik betreur het toch dat hij zich verschuilt achter de vertrouwelijkheid van het gesprek dat hij samen met schaduwpremier Wilders en met een Zeeuws vreemdgaand Statenlid heeft gehad.

De minister-president stelt zijn werkkamer en invloed beschikbaar voor de campagne om de PVV aan een extra zetel te helpen voor de komende vier jaar. Regeren is kennelijk niet langer vooruitzien, maar het creëren van wankele meerderheden. De minister-president geeft blijk van grote angst voor het vinden van wisselende meerderheden en geeft kennelijk de voorkeur aan gefixeerde gedoogsteun, ook als de PVV nog meer het stuur van dit kabinet in handen krijgt dan nu al het geval is. All is fair in love and war. Dat betekent in dit geval dat de liefde voor het pluche en de oorlog tegen alles wat oppositie is kennelijk het uitlokken van kiezersbedrog rechtvaardigen. Ruim 9400 Zeeuwen dachten met hun stem op de Partij voor Zeeland te kiezen voor regionale politiek, misschien wel uit afkeer van het gemarchandeer van de landelijke politiek. Die Zeeuwen zijn door de premier van alle Nederlanders nu opeens onverwacht de katalysators geworden van een door de PVV gedomineerd kabinet en een door de PVV gedomineerde Eerste Kamer. Ik moet concluderen dat de premier en schaduwpremier Wilders hebben bijgedragen aan het wantrouwen van de burgers in de politiek.

Tot slot wil ik een motie indienen.