Bijdrage Ouwehand AO maat­schap­pelijk verant­woord onder­nemen (MVO)


27 april 2011

[…]

Mevrouw Schaart (VVD): De VVD heeft er best wel moeite mee om nog een keer specifiek in te gaan op de situatie van Shell in Nigeria, omdat wij tijdens de hoorzitting al hebben gezegd dat het onzes inziens moet gaan over een breder continent, over West-Afrika, en over meerdere bedrijven. Er zijn namelijk meerdere bedrijven actief in Nigeria.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): We kennen de VVD van de posters waarop staat: "voortaan voor iedereen die straf verdient: straf". We kennen de VVD ook als een partij die een groot tegenstander is van het onteigenen van gronden. Wie land heeft, moet dat volgens de VVD kunnen houden. We kennen ook het regeerakkoord, dat nogal een lik-op-stukbenadering uitspreekt voor mensen die over de schreef gaan. Mijn simpele vraag aan de VVD is of dat alleen geldt voor mensen die in Nederland wonen, of ziet de VVD dat beleid ook buiten onze grenzen als het gaat om Nederlandse betrokkenheid bij dit soort zaken?

Mevrouw Schaart (VVD): Ik geloof echt dat ik in het verkeerde debat ben beland. Ik zie niet helemaal de overeenkomst met mvo-beleid in Nederland.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar was ik al een beetje bang voor. Er zijn Nederlandse bedrijven die veel geld verdienen aan het onteigenen van land in het buitenland. Ik vraag mij af of de VVD-fractie bereid is om haar stoere taal, die ze wel in het regeerakkoord heeft opgeschreven, ietsje verder te laten reiken dan alleen de gevallen waarin Nederland plaats delict is. Er is toch een Nederlandse verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de zaken die ik zojuist noemde.

Mevrouw Schaart (VVD): Misschien kunt u iets concreter worden, want uw punt ontgaat mij.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik geef als voorbeeld de sojaplantages. Er waren kleine gemeenschappen in Latijns-Amerika die hun eigen boerenbedrijfje hadden. Omdat Nederland per se veel geld wil verdienen aan de soja-industrie en de bio-industrie, zijn mensen van hun land gejaagd en in schuldslavernij beland. Dat is nog aan de orde van de dag. We hebben daarin een betrokkenheid. Vindt de VVD dat we daar ook moeten zeggen: wie straf verdient, krijgt straf; lik op stuk; dat doen we gewoon niet?

Mevrouw Schaart (VVD): Ik weet nog steeds niet wiens plantages dat zijn en welke bedrijven daarbij betrokken zijn. Mevrouw Ouwehand ziet hier dus een rol in voor de Nederlandse overheid. Ik denk dat er in WTO-verband en in ander verband heel veel mogelijk is. Natuurlijk onderschrijft de VVD dat arbeidsomstandigheden heel erg belangrijk zijn en dat we daar alles aan moeten doen. Consumenten kunnen daar ook heel veel zelf aan doen. Ik weet niet precies waar ik nu verder op moet reageren, omdat ik geen concrete vraag heb gehoord.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. “Het idee dat bedrijven hun inkomsten willen of zelfs kunnen laten teruglopen omdat ze sociaal verantwoordelijk gedrag moeten vertonen, iets in het publieke belang doen, is in het beste geval bedrieglijk en in het slechtste geval schadelijk voor ons allemaal, ook al wil het publiek, willen u en ik, hier zo graag in geloven. Het stelt u gerust. We denken dat bedrijven zich dankzij de goedhartigheid van bestuursvoorzitters graag inzetten voor het publieke belang. En dan nu de werkelijkheid: dat doen ze niet.” Dit is een citaat van Robert Reich. Ik voel mij zeer thuis bij zijn visie op mvo, waarvan hij zegt: het is weinig meer dan flauwekul. Het valt mij altijd op dat je bedrijven die echt aan maatschappelijk verantwoord ondernemen doen, niet hoort. Dat zijn de biologische bedrijven, de bedrijven die in- en in- integer opereren en proberen de belasting en uitputting van de aarde zo beperkt mogelijk te houden, en die met respect voor de mensenrechten opereren. Die luiden de noodklok niet, maar doen gewoon wat goed is.

Als er een etiket mvo op wordt geplakt, is het goed om waakzaam te zijn. Meestal is er dan iets aan de hand. Het is nodig dat de overheid duidelijke kaders stelt. Uit talloze onderzoeken blijkt keer op keer dat met een vrijwillige aanpak de problemen niet opgelost worden. Consumenten en burgers zeggen keer op keer dat de problemen te groot zijn en dat zij het in hun eentje niet kunnen oplossen met hun aankoopgedrag. Zij zeggen: lieve overheid, stel alstublieft die kaders; ik wil niet in de winkel staan en mij bij een shirtje af moeten vragen of het in elkaar is gezet door kinderhandjes; als ik speelgoed koop voor mijn eigen kinderen wil ik niet het risico lopen dat het door andere kinderen in China in elkaar is gezet. Waar blijft de kaderstellende overheid, waarvan al decennialang is aangetoond dat die nodig is om de problemen waarmee wij ons geconfronteerd zien op te lossen? Een vrijwillige aanpak gaat niet werken. Tenzij het kabinet met een doorwrochte onderbouwing komt om het tegendeel daarvan te bewijzen, ben ik geneigd om de wetenschappers te geloven die kritiek hebben geuit op een vrijwillige aanpak.

Ik sluit mij kortheidshalve aan bij de vragen die zijn gesteld over Shell in Nigeria. Ik stel nog wel een aantal vragen over het rapport-Castermans. Ik denk dat daar voor bijvoorbeeld deze casus, Shell in Nigeria, veel mogelijkheden liggen. Ik denk dat het goed is om de aanbevelingen die Milieudefensie heeft opgesteld serieus te onderzoeken. Zij stelt dat de zeggenschap van Nederlandse moederbedrijven over hun buitenlandse dochters moet worden verduidelijkt, dat vastgelegd moet worden voor welke onderdelen van de bedrijven de keten verantwoordelijkheid draagt en dat het begrip "onrechtmatige daad" moet worden verduidelijkt door een juridisch bindende gedragscode. Dat zou mogelijk moeten zijn. Graag een concrete reactie daarop van het kabinet. Ik herinner dit kabinet heel graag eraan dat het vorige kabinet bij monde van premier Balkenende heeft gezegd: alles wat de mens heeft aangericht, kan hij ook weer herstellen.

Dat vond ik destijds al onvoorstelbaar naïef, maar ik hoor graag of dit kabinet echt een opdracht voor zichzelf ziet om kaders te stellen. Deze commissie heeft onlangs een bezoek gebracht aan Brussel, alwaar zij met bedrijven heeft gesproken over resource efficiency. Het is prachtig wat bedrijven doen om te kijken hoe ze zorgvuldiger met hulpbronnen om kunnen gaan, maar geen enkel bedrijf, bijvoorbeeld Unilever, zal uit zichzelf zeggen: mensen, jullie moeten wat minder ijsjes gaan eten, want de palmolie die wij daarvoor gebruiken gaat ten koste van de regenwouden. Dat soort communicatie, dat soort kaders kunnen we nooit en te nimmer van welk mvo-bedrijf dan ook verwachten. Daar moet het kabinet op inzetten.

De kwantitatieve component, dus de vraag hoe we de roofbouw op de aarde beperken, en alle gedetailleerde onderdelen van bedrijfsvoering die ten koste gaan van mens en dier en natuur en milieu verdienen publieke kaders. Graag een duidelijke toezegging op dat punt.

De heer Van Bemmel (PVV): Mevrouw Ouwehand sprak eerder in dit overleg over het onteigenen van grond van akkerbouwers. Maakt zij daarbij onderscheid tussen buitenlandse en Nederlandse akkerbouwers?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wij zien dat in Nederland een onteigening volgens de procedure loopt dat een boer -- daar gaat het meestal om -- keurig geld krijgt voor zijn grond. In voorkomende gevallen doet hij inderdaad onvrijwillig afstand, maar wordt hij daar wel financieel voor gecompenseerd. In Latijns-Amerika en Indonesië worden mensen van hun land weggejaagd. Zij mogen in ruil daarvoor als schuldslaven werken op de sojaplantages die daarvoor in de plaats zijn gekomen. Dat vind ik wel verschillend.

De heer Van Bemmel (PVV): Als de akkerbouwers in Nederland niet willen, vindt mevrouw Ouwehand toch dat zij gedwongen moeten worden. Begrijp ik dat goed?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, en volgens mij vindt de PVV dat ook. Zij pleit namelijk voortdurend voor meer asfalt. We weten allemaal dat er grond van boeren en burgers wordt onteigend voor de bouw van woningen en asfalt. Maar als het gaat om het omzetten van gronden in natuur, is de PVV daar ineens tegen. Het lijkt mij dat juist de PVV daarin een dubbele moraal heeft.

[…]

Staatssecretaris Bleker: […] Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd wat onze definitie is van "maatschappelijk verantwoord ondernemen". Het is vooral ondernemen. Wij stellen kaders, met name in internationaal verband. Het is de kunst om aan die trein met ondernemingen die daar actief mee bezig is, meer wagons te verbinden. De SER doet daar goed werk in, net als MVO Nederland. Het is niet de taak van de overheid om met uitgebreide definities en criteria te gaan werken. Daar is de situatie per bedrijf en per sector ook te verschillend voor.

De gedachten over een rechtsbijstandfonds zijn interessant, maar de praktijk is dat we een functionerende regeling hebben. Mensen in het buitenland die niet het geld hebben om zich van rechtsbijstand te kunnen voorzien voor zaken waar we het hier over hebben, kunnen aanspraak maken op een regeling en een bijdrage van de Staat krijgen. Onbemiddelde buitenlandse gedupeerden kunnen bij de Raad voor Rechtsbijstand een verzoek voor gesubsidieerde rechtsbijstand indienen. Dat kan worden gehonoreerd. We hebben op een gegeven moment gedacht: laat wat werkt vooral werken en bedenk niets nieuws. Daarom hebben we ook geen behoefte aan een ombudsman. We hebben voorzieningen waar meldingen gedaan kunnen worden.

Het rapport-Castermans. Er is gevraagd of het kabinet een wettelijke regeling gaat maken voor meer aansprakelijkheid voor moedervennootschappen in concernverband. Bij een procedure tegen een Nederlandse moeder in verband met een mogelijke schending door een buitenlandse dochter zal het buitenlandse recht toepasselijk zijn op de vraag of een onrechtmatige daad is gepleegd en wie daarvoor aansprakelijk is. Dat is de kern van de zaak. Daar moet het gebeuren. Wijzigingen in het Nederlandse concernrecht zullen op zichzelf weinig effect sorteren. Uiteindelijk moet dat daar ter plekke worden bepaald. Als blijkt dat ook de moeder verantwoordelijk is, kan dat worden gesteld. Het moet alleen wel in die volgorde gebeuren. Vertrekpunt is hoe er in het land waar de mogelijk onrechtmatige daad is gepleegd, gehandeld moet worden. Dat is een gangbaar internationaal systeem.

De voorzitter: Mevrouw Gesthuizen heeft mij voordat zij vertrok laten weten dat zij een VAO wil aanvragen. Dat is echter alleen mogelijk nadat een tweede termijn heeft plaatsgevonden. Ik heb geconstateerd dat voldoende collega's willen dat een tweede termijn wordt ingepland. Mijn excuus overigens dat de vergadering enigszins rommelig verlopen is doordat er eigenlijk te weinig tijd voor is uitgetrokken. Ik zal dat terugkoppelen naar de procedurevergadering, opdat we kunnen proberen daar voor de volgende keer iets van te leren.

[…]

Dat is een slim schot voor de boeg, maar ik sta niet toe dat iedereen dat doet. Als leden nog onbeantwoorde vragen hebben, kunnen zij die aan de griffier sturen. De
staatssecretaris kan die dan meenemen in de tweede termijn. Ik stel voor dat we de duur van de tweede termijn in de eerstvolgende procedurevergadering vaststellen.
De toezeggingen worden na de beantwoording in tweede termijn vermeld.